De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eén Wezen, drie Personen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eén Wezen, drie Personen

Vader, Zoon, Geest: onze drie-enige God [2]

8 minuten leestijd

Wanneer we willen proberen om de bijbelse leer van onze drie-enige God onder woorden te brengen, past ons allereerst bescheidenheid. Immers, wie zijn wij, kleine, schuldige mensjes, die precies zouden kunnen zeggen wie God wel is. Bovendien zegt de Bijbel dat wij allen zolang we op aarde leven 'ten dele' kennen. Het is zelfs de vraag of wij in de hemelse heerlijkheid God totaal zullen kennen. Natuurlijk, wij zullen in de hemel God zodanig kennen dat we volkomen gelukzaligheid in onze God vinden. We zullen ook volstrekt tevreden en gelukkig zijn met die kennis. Toch blijven we van mening dat God in Zijn majesteit en heerlijkheid ons bevattingsvermogen zozeer overstijgt dat we ook in de hemel God in ons kennen niet geheel kunnen doorgronden. We vermoeden dat er daarom in de hemel ook zoveel gezongen wordt tot glorie van God. Want lofzeggend zingen in steile verwondering gaat beter dan doorgrondend en afgerond kennen.

Bescheidenheid

In ieder geval is helder dat ons bescheidenheid past in het kennen van God. Dat geldt nog temeer daar ons verstand door de zonde is verduisterd, zodat we God niet meer kennen. We hebben hooguit een flauw besef dat er zoiets als een God bestaat. We kunnen dus enkel iets verstandigs over God zeggen, wanneer de Heilige Geest ons verstand verlicht en ons hart herschapen heeft. /

Bovendien hebben we daarbij 'een leesgids' nodig, namelijk de Bijbel. Vanuit het platte vlak van ons menselijk denken komen we niet tot echte kennis over God. We zijn totaal aangewezen op openbaring van God Zelf. We kunnen God dus enkel adequaat kennen vanuit de Schrift, de canonieke boeken van de Bijbel. Vanuit dit Schriftmatig kennen van God valt er ook licht op het kennen van God uit de natuur als zijn scheppingswerk. Om te kunnen zeggen wie God is, hebben we dus het Woord van God nodig en het werk van de Heilige Geest. Doch ook dan past ons nog bescheidenheid. Immers, wie wordt zozeer voor honderd procent door de Heilige Geest geleid dat hij alles wat God in de Bijbel over Zichzelf zegt ook werkelijk voor honderd procent leert verstaan?

Beslistheid

Bekend en veelzeggend is dan ook het gezegde van Augustinus dat de kerk 'om toch niet geheel te zwijgen' tot de leer van de drie-eenheid van God gekomen is. Augustinus wilde ermee zeggen dat we ons niet moeten verbeelden alles tot in de finesses over God te weten, wanneer we de leer van onze drie-enige God opvatten als volkomen bijbels. Melanchthon schijnt in dit verband gezegd te hebben 'dat we de mysteriën (= geheimen) van God beter kunnen aanbidden dan geheel doorvorsen'.

Ondertussen betekent deze bescheidenheid in het kennen van God niet dat we onzeker zijn over wie God is. Het is met grote beslistheid dat de kerk de leer van de drie-eenheid van God belijdt. Alle drie geloofsbelijdenissen uit de Oude kerk, te weten de Twaalf Artikelen, die van Nicea en van Athanasius, zijn glashelder in het belijden van deze leer. Met name de zogenaamde geloofsbelijdenis van Athanasius is hierin wel buitengewoon stellig. Deze helderheid komt aan de ene kant door de vaste overtuiging dat de Bijbel het ons leert. Aan de andere kant komt het door de ervaring met ketters die niet ophouden deze leer van Gods drie-eenheid te bestrijden.

God is Drie en toch Eén

Dat God Drie is en toch tegelijk Eén, is het geheel unieke van het christelijk geloof. Bij geen enkele andere godsdienst is dat te vinden. Die godsdiensten kennen of één god (islam) of vele goden (boeddhisten en hindoeïsten). Het christelijk geloof belijdt geheel anders. Dat wil niets weten van vele goden. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn dus geen drie verschillende Goden. Wij belijden net als de islam één God, doch die ene God bestaat in Drieën, namelijk God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Drie dus en toch Eén.

In een lange diepgaande worsteling en strijd heeft de kerk dat als volgt onder woorden gebracht: er is één Goddelijk Wezen en er zijn drie Goddelijke Personen. Korter gezegd: er is één God die bestaat in drie Personen. Die drie Personen zijn ieder tegelijk evenzeer volkomen God, zonder nochtans te verworden tot drie Goden. God de Vader is volkomen God, God de Zoon is het en God de Heilige Geest eveneens. De Vader is niet meer God dan de Zoon en de Geest. De Zoon en de Geest zijn niet minder God dan de Vader. Dat de Vader altijd eerst genoemd wordt en daarna de Zoon en de Geest, wil dus niet zeggen dat de Zoon en de Geest respectievelijk tweede- en derderangs God zijn. Zowel de Vader, als de Zoon en de Heilige Geest is volkomen God.

Rangorde

Er is geen enkele vorm van onderschikking. Wel is er een zekere rangorde in het noemen van de Vader als eerste, de Zoon als tweede en de Heilige Geest als derde Persoon. Doch dat is een rangorde die samenhangt met wat de Bijbel ons voorzegt en die ook te maken heeft met de manier van werken door de verschillende Personen.

In zekere zin dient immers de Vader beschouwd te worden als de Bron ofwel Oorsprong uit Wie de Persoon van de Zoon door eeuwige voortbrenging is voortgekomen en uit Wie, mede samen met de Zoon, de Persoon van de Geest door eeuwige uitblazing is uitgegaan. Bovendien is de Vader, die met name bij de schepping betrokken is, als Eerste begonnen iets buiten Zichzelf te maken, namelijk al het geschapene.

Terwijl de Zoon die met name bij de verlossing betrokken is, als Tweede begonnen is om op deze aarde te werken, door in Christus reddend naar ons toe te komen. Tot slot is de Heilige Geest als Derde Zich met deze aarde gaan bemoeien door, alles nemend uit Christus, herscheppend aan de gang te gaan.

Mede hierom spreken we terecht over God de Vader als eerste Persoon van het Goddelijk Wezen, over God de Zoon als tweede Persoon en over God de Heilige Geest als derde Persoon.

Iets uit de kerkgeschiedenis

Al is de leer van de drie-eenheid van God volkomen bijbels, komen de woorden die gekozen zijn om het te verwoorden, niet zomaar direct uit de Bijbel voort. Calvijn drukt ons dan ook op het hart dat het er niet om gaat per se aan bepaalde woorden als onopgeefbare termen vast te houden, wanneer de zaak waar het om gaat, maar onomstotelijk vaststaat. Ook Luther heeft zich in gelijke bewoordingen uitgedrukt. En de zaak waar het om gaat, is dat de Vader en de Zoon en de Geest één God zijn, maar dat ze toch door een zekere eigenheid onderscheiden zijn. Op zich genomen zouden andere verwoordingen dus kunnen. Alleen, dan moeten we wel van goeden huize zijn, want tot nu toe is het niet gelukt met andere verwoordingen hetzelfde te zeggen, laat staan beter.

Dat er één Goddelijk Wezen is en dat er drie Goddelijke Personen zijn, komt dus wat de woorden betreft niet rechtstreeks uit de Bijbel. Enkel inzake inhoud en betekenis. De woorden zelf, te weten Wezen en Personen, komen uit het Griekse denken dat in de tijd van de Oude kerk gangbaar was. Ze zijn echter totaal ontdaan van hun heidense inhoud en fungeren enkel als huls die geheel gevuld is met uitsluitend bijbelse inhoud (o.a. dr. J. Koopmans).

Dit proces nu, waarin Griekse woorden als huls gevuld zijn met bijbelse zaken als inhoud, heeft in de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis na Pinksteren plaatsgevonden. En er zijn verschillende kerkelijke personen bij betrokken geweest, die we kerkvaders noemen. Tegelijk zijn er verschillende kerkelijke vergaderingen, concilies genoemd, aan te pas gekomen.

Kerkelijk dogma

Wat de kerkelijke personen betreft die een belangrijke rol hebben gespeeld in het tot stand komen van de leer der drie-eenheid Gods, noemen we Tertullianus (160-220), Athanasius (295- 373) en Augustinus (354-430). Hierbij is het Tertullianus geweest die met name veel heeft betekend voor de woorden waarin het kerkelijk dogma werd verwoord. Athanasius echter heeft zijn krachtige stempel gezet op de theologische doordenking van het God-zijn van Christus en het God-zijn van de Heilige Geest. Beide heeft hij met

bijzondere inzet verdedigd en staande gehouden. Terwijl Augustinus vooral belangrijk is geweest voor de theologische doordenking betreffende het Godzijn en het mens-zijn van Christus. Uiteraard zijn er vele andere kerkvaders geweest die een grote inbreng hebben gehad. Hun namen willen we echter in het kader van deze artikelen niet noemen, omdat het dan te specialistisch zou worden. Kort samengevat is te zeggen dat er in de eerste eeuwen van de Oude kerk zogenaamde 'scholen' zijn geweest, waarvan die van Alexandrië met Athanasius en die van het Westen (Rome) met Augustinus wel heel bijzonder belangrijk zijn geweest.

Wat de kerkelijke vergaderingen betreft die voor de vorming van de leer van God-drie-enig bepalend zijn geweest, noemen we er drie. Allereerst het concilie van Nicea (325), waar het God-zijn van Christus als volop bijbels werd vastgelegd. Vervolgens het concilie van Constantinopel (381), waar het God-zijn van de Heilige Geest als geheel bijbels werd erkend. Ten slotte het concilie van Chalcedon (451), waar getracht is te verwoorden hoe het God-zijn en het mens-zijn van Jezus zich tot elkaar verhouden.

R. H. KIESKAMP, LIENDEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eén Wezen, drie Personen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's