De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

We hebben elkaar nodig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

We hebben elkaar nodig

Terdege en de kerkelijke eenheid

9 minuten leestijd

Soms neem je een beslissing, waarvan je vooraf niet altijd weet of die goed is. Je weegt argumenten tegen elkaar af, en soms speelt intuïtie ook mee. Nu hetfamilie(!)blad Terdege een lange interviewserie besteedde aan de kerkelijke gebrokenheid binnen de gereformeerde gezindte, weet de voorzitter van de Gereformeerde Bond zeker dat hij er goed aan deed in deze reeks niet te participeren. 'Om kerkelijke en pastorale redenen', zo verwoordde de redactie van het blad het aan het einde van de laatste aflevering. En dat was ook zo, om kerkelijke en pastorale redenen. Want spreken kan zilver en zwijgen kan goud zijn, waar een broedertwist al schrijnend genoeg is.

Binnen de kring van de Gereformeerde Bond is vanouds openheid naar de pers betracht. Dat kan kwetsbaar zijn, dat kan betekenen dat er opinies of bepaalde feiten naar buiten komen, waarmee je niet gelukkig bent, die het geheel van de hervormd-gereformeerde beweging ook kunnen schaden. Het zijn niet de uitzonderingen waarin het verkieslijker is in besloten kring diepgaand het gesprek te voeren, voordat een verschillende visie op een centraal thema voor de buitenwacht publiek wordt.

In de hervormde traditie waarin wij staan, is die openheid naar de pers niettemin onomstreden, en ook een gewaardeerd goed. Slechts vergaderingen van de kerkenraden zijn niet openbaar, in tegenstelling tot het samenkomen van de meerdere vergaderingen, zoals classis en synode, tenzij er over personen gesproken wordt. Het geeft gereformeerde belijders de mogelijkheid dat hun boodschap verder reikt dan de bijeenkomst zelf, het leert ons onze overtuiging helder en concreet te verwoorden en het zorgt voor transparantie, voor doorzichtigheid. Ook deze keuze is kwetsbaar. Zegt een synodelid iets om de ander te overtuigen, om de kerk te dienen, of speelt heimelijk ook mee dat soms al vaker genoemde woorden de krant wel zullen halen en in de achterban goed zullen vallen?

Geen verlengstuk

Ook een christen-journalist heeft hierin een grote verantwoordelijkheid. Met zijn werk draagt hij immers bij aan de voortgang en de uitbreiding van het Koninkrijk van God. Dat kan leiden tot afwegingen die de lezers niet welgezind zijn, die irritatie geven bij hen die in de kerk verantwoordelijkheid dragen. Dat geeft overigens niet, want de krant is geen verlengstuk van een synodebureau of van welke kerkelijke instelling ook. Het is goed dat te midden van de jacht van het nieuws journalisten zich blijvend bezinnen op hun ethische keuzen. Want er is meer dan een primeur, er telt meer dan dat er over jouw artikel gesproken wordt. Wie als kader voor zijn arbeid de Tien Geboden hanteert, zal zien welk een concreet instrumentarium hiermee gegeven is.

Inderdaad, openheid naar de pers is vanouds een adagium binnen de kring van de Gereformeerde Bond, en wordt ook binnen het hoofdbestuur zo beleefd. Ook al word je geacht iets te zeggen over een thema waarover je liever even niets zegt of op een moment dat jouw hoofd met andere dingen bezig is. De media hebben echter altijd haast.

Verantwoording afleggen

Vanuit de formule en de identiteit van een dagblad of omroep zal aan de kerkelijke verwikkelingen van het jaar 2004 aandacht gegeven zijn. Ook de redactie van de Zwolse Courant en het Algemeen Dagblad heeft geschreven over de verdrietige situatie die ontstaan is in Genemuiden, Nieuwleusen en Staphorst/Rouveen danwel op het voormalige eiland Goeree-Overflakkee. Het spreekt voor zich dat redacteuren dan minder ingevoerd zijn dan de kerkredacties van Nederlands Dagblad en Reformatorisch Dagblad, voor wie het alles in de verwoording wat nauwer luistert. Daarnaast kennen we de kranten die de kerk slechts zien staan als een predikant dingen doet die niet mogen. Hoe dan ook, tegen deze achtergrond was het een bewuste keuze om niet mee te werken aan de reeks vraaggesprekken die het familieblad Terdege de afgelopen weken onder het motto Om waarheid en eenheid gepubliceerd heeft. Dat vraagt enige toelichting, die vanwege de traditionele openheid gegeven kan worden. Dan speelt allereerst mee dat duidelijk moet blijven voor welk forum er verantwoording van beleid afgelegd wordt. Voor velen die in de kerk dienen, is dit aan de synode.

Daar wordt beleid geformuleerd en wordt beleid getoetst. Voor een vereniging als de Gereformeerde Bond is dit aan de ledenvergadering. In het uitdragen van dit beleid hebben kerkelijk werkers de media ongetwijfeld nodig, om de boodschap waar ze geheel achterstaan, zo dicht mogelijk bij de mensen te brengen. Niet elk betrokken gemeentelid leest immers de Wekker, de Wachter of de Waarheidsvriend. De media hebben een belangrijke informerende en voorlichtende taak, ook een grote invloed. Maar informeren en de opinievorming stimuleren is iets anders dan verantwoording afleggen.

Verborgen antwoord

Zoals gezegd heeft krant of radio een eigen functie, ook een kritische functie. Waar onoorbare zaken de krant halen, kan dit potentiële overtreders voor het kwaad behoeden. In nieuws met een negatieve inhoud zit altijd een waarschuwend element. Geen van de collega's van minister Van der Hoeven van onderwijs wil na haar debat van vorige week met de Kamer op dezelfde wijze onder vuur komen te liggen over het functioneren van zijn of haar departement. Ze zijn gewaarschuwd, ook door de publiciteit. De krant signaleert misstanden, kan ze ook aan de kaak stellen. Dat is legitiem, al leert de radio ons dagelijks dat sommige journalisten hierin weinig grenzen lijken te hebben.

Maar scherpe vragen stellen, is iets anders dan vragen stellen waarin een verborgen antwoord zit, die een zekere suggestie met zich meedragen. Hier ligt de hoofdreden dat ds. G. D. Kamphuis zijn medewerking niet heeft gegeven, ondanks principiële openheid naar allerlei bladen. In een ingezonden stuk naar aanleiding van het vraaggesprek met ds. W. Chr. Hovius bleek dat dit de briefschrijver, ds. P. Roos uit Damwoude, ook opgevallen was, toen hij de vinger legde bij het feit dat de interviewer zelfs spreekt van 'afpakken' van pastorieën. Als tweede argument geldt dat een familieblad naar onze mening niet het medium is, waarvoor degenen die verantwoordelijkheid dragen in de kerk, zich hebben te verantwoorden. Daar kwam nog bij dat op het voorgestelde tijdstip van het vraaggesprek er nog geen rechterlijke uitspraak was over thema's waarover gesproken zou moeten worden.

Compromissen

Wat biedt de reeks vraaggesprekken zelf? Voor het eerste gesprek heeft de redactie de vrijgemaakt-gereformeerde kerkhistoricus drs. H. Veldman uitgenodigd, van wie binnenkort een levensbeschrijving van ds. Hendrik de Cock verschijnt. Drs. Veldman wordt gevraagd naar een verklaring van het feit dat 'een krachtig protest bij de gereformeerde belijders die in de PKN blijven' tegen de wijze waarop de synode met de kerkelijke goederen omgaat, 'nagenoeg ontbreekt'. De Terdegeverslaggever heeft blijkbaar inzicht in alle gevoerde correspondentie en gehouden gesprekken om tot deze concluderende vraag te komen. Drs. Veldman noemt het gebrek aan protest 'tekenend voor de mentaliteit van de Gereformeerde Bond', die 'vanuit een kerkpolitieke instelling van het ene compromis naar het andere hobbelt,

steeds verder van de gereformeerde confessie vandaan'. Dat mag kennelijk zomaar gezegd en opgeschreven worden. Ik noem dat kwalijk! Waar wij op grond van ons verstaan van de Schriften menen niet tot een breuk met de kerk te mogen komen, is uitgesproken dat daarbij niets aanvaard zal worden wat tegen het Woord van God en de gereformeerde belijdenis ingaat. Overigens, wie laat (met alle respect voor zijn kennis van ds. De Cock) een vrijgemaakte broeder aan het woord over de kerkelijke positie van de Gereformeerde Bond? Je laat een predikant van de Remonstrantse Broederschap zijn mening toch ook niet geven over de theologie van de Gereformeerde Gemeenten?

Kansels en traktementen

Het tweede gesprek is met ds. Hovius, waarin Terdege opnieuw meer doet dan scherpe vragen stellen, opdat de ingenomen posities verhelderd worden. Voorbeeld? 'Het afpakken van kansels, traktementen en pastorieën, wat nu bij de bezwaarden gebeurt, zou het begin van vervolging kunnen zijn...' In populistische termen wordt een zaak die plaatselijk tot schrijnende situaties leidt, op formule gebracht. Ds. D. Heemskerk krijgt in het volgende nummer onder meer als vraag voorge-legd wat het hem doet 'dat voormalige geestverwanten nu in het andere kamp staan'. Mag een blad dat de gereformeerde gezindte wil dienen, over kampen in de kerk spreken en wie beoordeelt dat ondanks verschil in visie op de kerk aan geestverwantschap een einde gekomen is? Het zijn vragen die bovenkomen, die met meer voorbeelden zijn aan te vullen.

We lopen niet alle bijdragen langs, maar signaleren wel dat in het afsluitende gesprek het kritische punt opnieuw in de richting van de Gereformeerde Bond gaat. Ds. J. H. Velema zegt 'diep teleurgesteld te zijn dat de Bond, die zich eerst zo geweldig tegen het fusieproces gekeerd heeft, ten slotte toch de nek heeft gebogen'. Welke suggestie gaat van deze woorden weer uit? Niet alleen eerst, maar ook tot het laatst, tot de Waarheidsvriend van n december 2003 heeft de Gereformeerde Bond gezegd dat deze vereniging niet goed is voor de kerk in Nederland, geen werkelijke terugkeer naar de gehoorzaamheid aan Christus' geboden betekende.

Wat houdt dan het woord in dat 'de nek gebogen is'? Uitvoerig is de afgelopen jaren op basis van luisteren naar Oude en Nieuwe Testament in de gebrokenheid van het kerkelijk leven een weg gezocht, waarin onze beweging tot zegen van de kerk zou zijn. Dat kan in kerkordelijk opzicht nederlagen betekenen, die diep ingrijpen. Maar heeft daarmee het geestelijke karakter van onze doelstelling haar grond en overtuiging verloren?

De grondslag van onze Bond blijft dezelfde, dat is en blijft de Heilige Schrift, opgevat in overeenstemming met de drie Formulieren van Enigheid; het doel van onze Bond blijft ook hetzelfde, dat is en blijft verbreiding en verdediging van de gereformeerde beginselen. We stonden en we staan in een kerk die gescheurd en gewond is. We stonden en staan er, omdat we ons er door de Heere geroepen wisten en weten.

Geestelijke spankracht

Het is geen nieuws als we constateren dat de tijdgeest ook onder ons aan de gereformeerde beginselen knaagt. Daarbij is het kennisniveau in de gemeenten inzake het gereformeerd belijden een reëel punt van grote zorg. Zonder het verleden te idealiseren, kunnen we rustig zeggen dat er in dit opzicht florissantere tijden geweest zijn. De vraag naar de geestelijke spankracht om het geloofsgoed dat ons overgeleverd is, ook in onze tijd te verstaan en door te geven, houdt ons bezig.

Als we binnen het geheel van de kerk de volle nadruk blijven leggen op de noodzaak van de persoonlijke kennis van Christus - én dat buiten Hem het leven er niet is - , zal dat het verwijt van partijschap en geestelijke betweterij opleveren, van het claimen van de waarheid. Als we tegelijkertijd met deze boodschap in de kerk blijven staan, betekent dit onbegrip bij anderen in de gereformeerde gezindte. Het is een rode draad in de lange geschiedenis van de Gereformeerde Bond.

Waar we in deze tijd van relativering van het gezag van de Bijbel en de betekenis van onze belijdenis, elkaar zo hard nodig hebben, ook in de daadwerkelijke beoefening van de vreze des Heeren, blijft onderling gesprek en concrete betrokkenheid nodig voor allen die in Christus' kerk arbeiden. Dan is uit diverse reacties in regionale en landelijke kerkbladen te constateren dat de reeks als Terdege publiceerde, de piketpaaltjes slechts dieper de grond in brengen. En dat is voor niemand winst. Al ons kerkelijke gelijk brengt ons nog niet aan de voet van het kruis. En waar dat wel gebeurt, zien we rond de Koning van de kerk, rond de belijdenis van Zijn kruis en opstanding, al de broeders staan.

P. J. Vergunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

We hebben elkaar nodig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's