De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geheel op het Woord gegrond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geheel op het Woord gegrond

Vader, Zoon, Geest: onze drie-enige God [3]

7 minuten leestijd

We hebben reeds gezegd dat de leer van de drie-eenheid onder woorden is gebracht met woorden uit de Grieks heidense denkwereld van toen, doch dat deze woorden enkel lege huls waren. Ze waren ontdaan van hun heidense inhoud. Deze lege huls is gevuld met volop bijbelse waarheid als inhoud. Al moeten we er tegelijk bijzeggen dat het een heel proces is geweest, waarin men al zoekend en tastend, soms ook heel fel en doortastend, een weg heeft gezocht en gevonden. Want de leer van de drie-enige God is niet als een kant en klaar recept in de Bijbel aanwezig. Er moest echt een zoekproces aan te pas komen. Beter kunnen we spreken over een grote worsteling van de oude kerk.

Een worsteling opgeroepen door tegenkanting van allerlei ketterse leringen, die tekort deden aan het verstaan van de Bijbel en de eer van God. In die worsteling is er gaandeweg meer helderheid gekomen in het verwoorden van de zaken waar het nu precies omging. De zaken waar het om ging zijn namelijk vanaf het begin nooit echt in het geding geweest, wel de woorden waarmee het precies onder woorden gebracht moest worden.

Geloofsgeheim

Wat de zaken betreft, is het bekend dat Jezus vanaf het begin door de kerk is verstaan als 'God in het vlees gekomen'. Iemand als Ignatius (rond 90 na Christus) erkende ook reeds het Godzijn van de Heilige Geest. Het was meer een 'vanzelfsprekend' gegeven waaruit men leefde dan dat men er diep over had nagedacht. Men leefde namelijk uit Gods genade in Christus en men erkende daarin dat God Zich in Christus en de Geest tot ons behoud heeft geopenbaard. Dit behoud zag men toen echter minder als vergeving van zonde en meer als het verkrijgen van onsterflijkheid door Christus wiens 'vlees' (genees)middel daartoe is.

Dat betekent dat de leer van drie-eenheid vanaf het begin zeker geen zaak is geweest van verstandelijk uitpluizen, maar van heerlijk geloofsgeheim dat volop functioneerde. Men leefde uit dit geheim en daarin leefde men uit de Schrift. In dit alles leefde men uit Christus, door de Geest. Men kan dan ook zeggen dat de kennis van Christus als een soort startpunt is te beschouwen voor de verdere doordenking van de leer der drie-eenheid. Hierbij is er dus geen sprake van heidens Griekse inbreng, zoals helaas wel is verondersteld. Het is anders, want er is sprake van volop bijbelse inbreng, waarbij het geloof in God de Vader uit het jodendom werd overgenomen. Ook werd teruggegrepen op wat Jezus Zelfheeft gezegd aangaande zijn relatie tot God de Vader. Zo is het apostolisch geoof de bedding geweest voor het ontstaan van de leer van Gods Drie-eenheid, dat al vroeg (rond 150 na Christus) onder woorden is gebracht in de Twaalf Artikelen.

Oude Testament

Wanneer we hier enkele hoofdgegevens uit het Oude Testament willen noemen die een rol hebben gespeeld bij het verwoorden van de drie-eenheidsleer, is het van belang allereerst op te merken dat het toenmalige jodendom hierin ook een positieve functie heeft gehad.

Er zijn namelijk verschillende theologen (o.a. Rottenberg) die van mening zijn dat het jodendom in de prille begintijd van het christelijk geloof forse aanzetten heeft gekend van een drieeenheidsleer. Aanzetten die regelrecht terug te voeren zijn tot het verstaan van de boodschap van het Oude Testament en die met name via christenen uit de joden het christelijk geloof hebben gestempeld. Helaas hebben de joden later, vooral door het zich afzetten tegen het christendom met haar drieeenheid, waarin Christus als God werd beleden, elke vorm van drie-eenheidsleer als polytheïsme (veelgodendom) verworpen.

Het is Athanasius geweest die uit het Oude Testament, met name via Spreuken 8:22, het eeuwige God-zijn van het vleesgeworden Woord heeft onderstreept. De Wijsheid waar die tekst over spreekt, is het eeuwige Woord, de tweede Persoon van het Goddelijk Wezen, tot ons gekomen in het Kind van Bethlehem. Ook bij voorbeeld in de Engel des Heeren heeft God de Zoon Zich reeds in het Oude Testament geopenbaard. Doch vele andere oudtestamentische bijbelgegevens hebben eveneens hun plaats gehad in de onderbouwing van de leer over Goddrieënig, al zijn er vele hedendaagse bijbeluitf eggers die daar andere uitleg aan geven. We noemen het gebruik van het woordje 'ons' voor God in Genesis 1:26 (Laat ons mensen maken), in Genesis 3:22 (de mens is geworden als onzer een), in Genesis 11:7 (laat ons nedervaren en laat ons hun spraak aldaar verwarren). Ten aanzien van Genesis 18:2 en 3 zegt een kerkvader: 'Abraham zag er drie en aanbad er Eén', terwijl Psalm 2:7 functioneert als bewijsplaats voor de eeuwige generatie van de Zoon. Verder denken we aan het drie maal 'heilig' van Jesaja 6:3 en aan Jesaja 61:1, een tekst door Jezus zelf in Lukas 4:18 aangehaald. Er zouden nog meer bijbelplaatsen te noemen zijn.

Structuren

Naast bijbelplaatsen zijn er echter ook structuren aan te wijzen met gegevens voor de leer der drie-eenheid. We denken aan het feit dat er naast God gesproken wordt over het Woord en de Geest, zoals bij de schepping en onder andere ook in Psalm 33:6. We noemen ook de indeling van de tabernakel en later de tempel. Hierbij mag het Heilige der Heiligen betrokken worden op God de Vader, het Heilige met de gouden kandelaar op God de Heilige Geest en de Voorhof met het brandofferaltaar op God de Zoon.

Toch moeten we afrondend zeggen dat het Oude Testament terughoudender spreekt over de drie-eenheid Gods dan het Nieuwe Testament. Als reden wordt wel opgegeven de grote zuigkracht die omringende volken met hun veelgodendom uitoefenden, zodat men vreesde voor vormen van drie-godenverering in Israël. Ondanks deze terughoudendheid van het Oude Testament, moet aan de andere kant echter gezegd worden dat zeker de grond-vormen van de leer der drie-eenheid er helder in voorkomen. Men heeft het wel als volgt onder woorden gebracht: Wat in het Oude Testament in knop aanwezig is, dat is in het Nieuwe Testament ontloken tot een volgroeide bloem.

Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament komt de leei van de drie-eenheid Gods meer uitgewerkt aan de orde. Iets wat samenhangt met het gegeven dat Christus gekomen is en dat God in Hem ten diepste zijn laatste Woord gesproken heeft (Hebreen 1). Toch is in het Nieu we Testament de leer van de drie-eenheid ook nog niet als uit een soort receptenboek te kopiëren. Hoewel met name het evangelie van Johannes ons veel gegevens aanreikt, is het toch ooi daar niet een soort kant en klaar verhaal. Er moet dus via onderzoek van de Schrift goud opgedolven worden, wat dan ook gebeurd is.

Zonder ook maar enigszins volledig t( zijn noemen we Matthéüs 28:18 en ig waar de almacht van Jezus en het God zijn van de Vader, de Zoon en de Heili ge Geest in de doopformule uitgezegc worden. We denken ook aan Johannes 5:26 en 8:58, waar het God-zijn van Je zus helder wordt weergegeven. Verdei noemen we Johannes 17, waar het één zijn van de Vader en de Zoon krachtig naar voren komt. Overi-gens, ook elders in de Schrift, waar Jezus spreekt over Zijn hemelse Vader, geeft Hij te kennen dat Hij als mens een unieke • relatie heeft met de Vader en dat Hij naar zijn Godheid de eniggeboren Zoon is.

Ook Romeinen 9:5 geeft het God-zijn van Jezus krachtig weer, terwijl de zegen uit 2 Korinthe 13:13 de hele drieeenheid van God noemt. Tot slot noemen we Hebreën 1:3, waai de Zoon het uitgedrukte beeld van Gods zelfstandigheid wordt genoemd Met name Calvijn gaat hier uitvoerig op in. Hij stelt dat zowel de Vader, als de Zoon, als ook de Heilige Geest, eer eigen zelfstandigheid hebben. Deze zelfstandigheid betrekt Calvijn op het Persoon-zijn van de Vader, de Zoon er de Heilige Geest. Gelet op de zelfstan digheid van hun Persoon-zijn is er dus onderscheid tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Er is geen onderscheid naar hun God-zijn. Want de Va der, de Zoon en de Heilige Geest zijn alle drie volledig God en zijn gelijk in Goddelijk Wezen.

Drie Personen

Tegelijk moet gezegd worden dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest weliswaar onderscheiden zijn naar hun Persoon-zijn, doch niet geschei-

den. Immers, samen vormen de Personen de ene God, zoals zij ook ieder afzonderlijk God zijn.

Calvijn haalt in dit verband met instemming een woord aan van Gregorius van Nazianze, dat luidt: 'Zodra ik denk aan de ene God, word ik terstond omschenen door de glans der drie Personen; zodra ik de drie Personen onderscheidt, word ik terstond weer geleid tot de ene God'.

R. H. Kieskamp, Lienden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geheel op het Woord gegrond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's