De waarde van historisch geloof
OM WELK GELOOF HET GAAT? [l]
Voor de lezers van ons blad is het niet moeilijk om een antwoord te geven op de vraag: Om welk geloof het in ons leven gaat? Het gaat om het geloof, zoals ons dit in de Schrift wordt voorgehouden. Ik kan ook zeggen: Het gaat om het geloof dat door de belijdenis van de kerk ons wordt voorgehouden. Wanneer ik belijdenis zeg, bedoel ik de geschriften zoals zij onder ons bekend zijn, namelijk de oecumenische belijdenisgeschriften, te weten het Apostolicum (de Twaalf Artikelen), de geloofsbelijdenis van Nicea en die van Athanasius. Daarnaast zijn er de belijdenisgeschriften uit de gereformeerde traditie namelijk de Heidelberger Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels.
Het zal duidelijk zijn dat tussen de Schrift en de belijdenisgeschriften niet een isgelijkteken gezet kan worden. De belijdenisgeschriften vormen een afgeleide vanuit de Schrift. Maar toch, ... zij brengen het geloof adequaat onder woorden.
Van uitermate groot belang is het om te luisteren op welke wijze het geloof in de Schrift en de belijdenis van de kerk onder woorden gebracht is. Ons wordt voorgehouden dat het geloof in de Zoon van God onmisbaar is. Wie dit geloof niet bezit, kan niet zalig worden. Men mist het eeuwige leven. Duidelijk wordt ons dit gezegd in Johannes 3:36: 'Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem'. Om dit geloof en geen ander gaat het! In dit geloof gaat het om de drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
Soorten geloof
In de Schrift wordt niet alleen gesproken over wat wij noemen: het zaligmakend geloof. Ik kan mij nog heel goed herinneren, hoe ons op de catechisatie werd voorgehouden dat er vier soorten geloof in de Schrift genoemd worden. Er wordt onderscheid gemaakt in een historisch, tijd-, wonder- en zaligmakend geloof. Uitvoerig werd er stilgestaan bij deze vier soorten geloof. Het onderscheid werd steeds weer ter sprake gebracht. Zelfs zo vaak dat ik het nooit meer ben vergeten.
Dit onderscheid is er nog altijd, ook al wordt hierover op de catechisatie niet zoveel meer gezegd. Trouwens, ook in de prediking komt het weinig of niet aan de orde. Wat is de oorzaak? Op deze vraag is geen eenduidig antwoord te geven. Het kan zijn dat er in de prediking andere accenten gelegd worden dan voorheen gebeurde. Dat - om een voorbeeld te noemen - aan de zingevingsvragen meer aandacht besteed wordt. Op zich behoeft dit niet verkeerd te zijn, als wij er maar voor uitkijken dat het leerstuk van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof niet een ondergeschoven kind gaat worden. De zingevingsvragen kunnen zo'n grote rol in de prediking gaan spelen, maar ook in het persoonlijk leven, dat de vraag van Luther 'Hoe krijg ik een genadig God? ' langzaam maar zeker verdwijnt. Zonder een kampioen van de waarheid (wel een vriend) te willen zijn, denk ik dat de vraag van Luther een bijbelse en daarom een relevante vraag is. Een vraag die om een antwoordt vraagt. Een vraag die óók beantwoord wordt. Weliswaar niet door onszelf, maar door de Heere! Hoe? Op geen andere manier dan dat Hij ons wijst op het voorwerp van het geloof, namelijk de Heere Jezus Christus. Op Hem laat men zich door genade zinken en zakken, dat is op Zijn borgtochtelijk werk.
Waarde
Heeft het enige waarde als men het onderscheid kent tussen de vier soorten geloof? Ik denk van wel. Het heeft althans deze waarde dat men weet dat een historisch, tijd- en wondergeloof het niet haalt bij het geloof waarvan Zondag 7 van de Heidelberger Catechismus spreekt. Het laatstgenoemde geloof zegt: 'Ik zal mijn hand op Jezus leggen; amen op Zijn offer zeggen'. Het heeft een persoonlijke relatie met God door het geloof in de Heere Jezus Christus. Dat geloof is uniek. Het is door de Heere Zelf gewerkt. Het heeft niet alleen waarde voor de tijd, doch niet minder voor de eeuwigheid. Van dit geloof wordt gezegd dat het de wereld overwint, omdat het voorwerp van het geloof, Jezus Christus, de wereld heeft overwonnen.
Nu is het mijn bedoeling - op verzoek van de redactie - om na te gaan wat de meerwaarde is van het oprechte geloof ten opzichte van het historisch geloof, tijd- en wondergeloof. Ik bedoel dus het geloof waarvan staat geschreven dat het een gave van God is, zoals wij
daarvan lezen in Efeze 2:8: 'Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave'.
Historisch geloof
Een voorbeeld van het zogenaamde historisch geloof vinden wij in Handelingen 26:27 en 28. Wij horen er koning Agrippa zeggen dat Paulus hem bijna bewoog een christen te worden. Hij kende de Schriften. Hij was ermee op de hoogte wat de Heere van hem vroeg, maar hij bleef buiten de zaligmakende kracht van het Woord. Het ontbrak Agrippa aan innerlijke overreding. Hij begeerde geen gemeenschap met Jezus Christus. Om kort te gaan: De koning was een hoorder van het Woord, maar geen dader. Hij hoorde het Woord wel, maar hij gehoorzaamde niet wat daarin tot hem gezegd werd.
Ook al schenkt het historisch geloof ons niet het eeuwige leven, toch moeten wij niet doen als of het geen waarde heeft. Wanneer de Schrift van kaft tot kaft door ons geloofd wordt, zullen wij ons niet schuldig maken aan Schriftkritiek. In het pastoraat kan het wel eens een verademing zijn, als men hoort dat een gemeentelid alles wat er in de Schrift staat gelooft. Alles is Gods Woord. Geen 'jota of tittel' zal daarvan voorbijgaan.
Ook kent het historisch geloof doorgaans een grote liefde tot de kerk. Het zal niet snel op de kerk afgeven. Zelfs niet als men met de zonden van de kerk geconfronteerd wordt. Het weet dat de kerk met de prediking en de bediening van de sacramenten een geschenk van God is. Het is zich ervan bewust dat de kerk niet van mensen is, doch van de Heere. Ook ziet het een voorbeeld in de Heere Jezus Christus, die ondanks alles de tempeldienst niet vaarwel heeft gezegd, maar daarin Zijn plaats is blijven innemen.
Een klein uitstapje
Gelet op de gebeurtenissen in het kerkelijk leven in de afgelopen maanden maak ik een klein uitstapje. Afgezien van het historisch geloof, zeg ik: Zoals de Zaligmaker deed, zo moeten ook wij de kerk maar liefhebben en haar trouw blijven. Met dit laatste bedoel ik: Op onze plaats blijven. Want het valt niet te ontkennen dat de Heere nog in de kerk werkt met Zijn Woord en Geest. Hij heeft ons niet verlaten. Integendeel, Hij heeft ons nog veel gelaten, ook al zijn wij als kerk ontzonken aan veel wat ons in de Schrift voorgehouden wordt.
Let wel: de Heere doet ons niet naar onze zonden. Het zaad der wedergeboorte wordt nog altijd van zondag tot zondag uitgestrooid. De Heere doet ermee wat Hij wil. Wat zeker is: Zijn welbehagen zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. Ook denk ik aan een woord van ds. G. Boer: Wij kunnen de kerk wel uitgaan, maar wij nemen het oordeel mee. Dan kunnen wij maar beter met het oordeel in de kerk blijven en bidden of de Heere het oordeel van ons wil afwenden. Ook hieraan behoeft niet getwijfeld te worden: Zelfs in een vervallen kerk en onder een vervallen volk kan Hij een opleving schenken. Een wederkeer van de gehele kerk tot Hem is geen utopie (geen hersenschim), doch een levende werkelijkheid. Ook hiervan geldt wat er staat geschreven: Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij de Heere. Wij mogen het van Hem verwachten en ons vertrouwen op Hem stellen.
Zegen voor het volk
Het historisch geloof kan tot zegen zijn voor een volk. Het legt een algemeen beslag op het volk. Wat dat inhoudt? Niets anders dan dat een volk bewaard blijft voor allerlei zonden. Ik geef als voorbeeld het in acht nemen van Gods dag. Dat het daarmee in onze tijd zeer slecht gesteld is, is te wijten (hoe vreemd dit mag klinken) door een gebrek aan historisch geloof. Wie voor waar houdt dat Gods dag een heilige dag is, zal daarmee zeer zeker rekening houden. In het algemeen kan men stellen dat naarmate onder een volk het historisch geloof afneemt, in eenzelfde mate de zedeloosheid toeneemt. De kennis van de inzettingen en rechten des Heeren ontbreken. Ik meen dat het een en ander daarvan in ons volksleven is op te merken.
Wanneer het om normen en waarden gaat, denk ik dat ons volksleven er anders zou uitzien als er meer historisch geloof zou zijn. Een debat over normen en waarden zou ook niet zo moeilijk op gang komen als ieder rekening zou houden met wat de Heere ons voorschrijft in Zijn Woord dat is dat wij alles voor waarachtig houden wat in het Woord staat.
Vroeger-heden
Men zal mij niet horen zeggen dat de tijd na de Tweede Wereldoorlog beter is dan de tijd waarin wij nu (2004) leven. Iedere tijd kent zijn goede en slechte kanten. Beter gezegd: Iedere tijd kent een geslacht dat God van nature niet vreest. Steeds opnieuw is er een ingrijpen van God nodig in het leven van een mens of geslacht. Toch denk ik dat er juist vanwege het historisch geloof in de jaren veertig van de vorige eeuw meer rekening gehouden werd met wat de Heere in Zijn Woord van ons vraagt.
Volgende week hoop ik deze reeks pastorale artikelen te vervolgen.
G. S. A. de Knegt, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's