Uit de pers
'Een sjabbat voor de Eeuwige'
In het Joods Journaal, een fraai blad dat vier keer per jaar verschijnt met veel foto's en doorwrochte artikelen en columns over het joodse leven wereldwijd, stond een aantal maanden geleden een verhelderend artikel te lezen over de joodse sabbat, over de wijze van viering en de betekenis van deze dag al eeuwenlang voor de religieuze jood. Het leek me voor onze lezers zinvol deze uitleg hier eens te citeren om te laten zien van welk groot belang deze dag nog altijd is voor een gelovige jood. Ik kan u uiteraard niet het hele artikel laten lezen, maar wel een paar fragmenten. Eerst over het begin van de sabbat en daarna over de viering zelf.
'Elke vrijdagavond - ivanneer drie sterren aan de hemel staan - breekt de (gezegende) sjabbat aan. De zeven dagen van de week beginnen volgens de religieuze tuetten niet om middernacht, maar bij de overgang van dag naar nacht, in de schemering als de zon ondergaat in de vooravond. Zo ook de sjabbat. Volgens de joodse opvatting vindt de week zijn bestemming en doel in deze dag. Dit is de zevende dag. Het is trouwens de enige dag die een naam heeft, de andere zes dagen hebben een rangtelwoord als herkenning: de eerste dag, de tweede dag, de derde dag, enz. De avond van de zesde dag van de week - erev sjabbat - begint met het ontsteken van twee kaarsen. Zo wordt de sjabbat ingewijd, met kaarsen en de kiddoesj boven een beker wijn: het symbool van vreugde.'
BROCHES
'Op de vrijdagavond: binnen traditionele kringen gaan de mannen ter synagoge, waar de sjabbat als een Bruid en Koningin wordt begroet. Men zingt: "Kom, mijn vriend, de Bruid tegemoet! Laat ons de sjabbat begroeten!"
Ondertussen zorgen de vrouwen dat thuis alles gereed is voor het sjabbatmaal. Het is hun taak om de sjabbatkaarsen aan te steken; daarmee wordt de sjabbat thuis ingeluid. Ook de (jonge) meisjes kunnen een kaars aansteken, om daarmee actief deel te nemen aan de inwijding. "Het is de vrouw van wie het joodse licht straalt, dus steekt zij de kaarsen aan."
De tafel wordt gedekt met een glanzend wit tafellaken, daarop komen een kandelaar met kaarsen, een schaal of"mandje met sjabbatbroden en daarover een kleedje. Verder staan op tafel een karaf wijn, (zilveren) bekertjes, en een zoutvaatje.
Voor de maaltijd worden challes gebruikt, die eerst bedekt worden met een challe-kleedje, meestal opgesierd met teksten en/of emblemen. Challa is gevlochten brood, waarvan er op sjabbatavond twee op tafel liggen. Twee broden is een verwijzing naar het manna, het door God aan de joden geschonken "hemelse brood", dat in de woestijn als voedsel diende (Exodus 16, 14), na hun vlucht uit Egypte. Op sjabbat kregen de joden hiervan twee keer zoveel als op de andere dagen; omdat op sjabbat geen brood gebakken mag worden, werd een dubbele portie op de zesde dag gegeven. Het kleedje over de challot wijst onder andere naar het laagje dauw, dat het manna bedekte.
Als de mannen weer thuis zijn, begint de maaltijd met Kiddoesj (de heiliging). Met een volle beker wijn op de palm van zijn rechterhand citeert de huisvader Gen. 1: 31- 2 : 4 en daarna een zegening over de wijn en heiliging van de sjabbat. Hij drinkt iets meer dan de helft uit de beker en laat hem daarna rondgaan.
Na een ritueel handen wassen, worden de challes opgenomen, en God gedankt, "die het brood uit de aarde doet voortkomen" (de motsie). Vervolgens ivordt van e'e'n van de cahllot rondgedeeld. De heer des huizes breekt of snijdt er stukjes af, die hij in het zout doopt (vgl. Lev. 2 : 13). Iedereen krijgt een stukje en zegt een beracha (zegening). Nu begint de eigenlijke maaltijd.'
Dag van vreugde om de schepping
Deze dag is nooit een sombere naargeestige dag, maar integendeel een dag vol vreugde om de grote werken van de Schepper.
'Op sjabbat moeten eventuele rouw en verdriet wijken voor vreugde om de schepping. Het is immers een feestdag, waar binnen de synagoge en het gezin de sjabbat als een bruid wordt verwelkomd. In Genesis staat: "God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand heeft gebracht". Op de sjabbatochtend wordt tijdens de synagogedienst een gedeelte uit de Tora (de vijfhoeken van Mozes) gelezen. Als er 's avonds wederom drie sterren aan het firmament staan, wordt afscheid genomen van de sjabbat. Omdat sterren niet altijd zichtbaar zijn, zijn er kalenders met exacte tijden van begin en einde van de sjabbat, die uiteraard per land en breedtegraden verschillen.
Voor het afscheid van de sjabbat is een speciale ceremonie, de havdala, dat "scheiding" betekent. Er wordt die avond een scheiding gemaakt tussen het heilige en het profane; tussen de sjabbat en de volgende dagen van de week.
De profeet Elia wordt bezongen als verkondiger van de uiteindelijke Messiaanse tijd. Zo geeft de sjabbat ook uitzicht op de volledige verlossing of bevrijding van de wereld. Het gaat op de sjabbat immers om schepping, openbaring en bevrijding. Men gebruikt een gevlochten kaars, besamiem (lekker ruikende kruiden die de geur van sjabbat symboliseren), kiddoesjwijn, waarin de kaars uiteindelijk wordt uitgemaakt, ten teken dat deze sjabbat weer voorbij is.'
In het artikel wordt ook aandacht gevraagd voor het verschil tussen de joodse sabbat en de christelijke zondag. De schrijver stelt zonder veel discussie dat de Romeinse keizer Constantijn de Grote het christendom met de zondagsheiliging heeft opgescheept. Er moest nu eenmaal een duidelijk markeringspunt worden aangebracht tussen jodendom en christendom. De eerste eeuwen bleven veel joods-christelijke gelovigen de sabbat en de zondag beide vieren. Op 3 maart 321 bepaalde Constantijn daarom dat de zondag voortaan de rustdag zou zijn. Dat terwijl de inhoud van de christelijke rustdag steeds meer gevuld werd met bepalingen ontleend aan de joodse sabbatviering. Even wordt nog wel vermeld dat er ook nog een andere verklaring is waarom het christendom de zondag als rustdag koos: om de verrijzenis van Jezus. Maar goed, het is niet de bedoeling een discussie over dit onderwerp te openen, eerder om deze informatie door te geven. Wel wil ik nog een fragment citeren uit een brochure van een evangelische kerk in Gent hoe velen onder de christenen met deze dag omgaan. Daar sluit de bijdrage in het Joods Journaal mee af.
'Vaak is het zo, dat wij oude vormen van het (religieuze) leven hebben weggegooid en geen nieuwe hebben gevonden. Wij mogen ons afvragen of de zondagsviering voor de meeste christenen niet gereduceerd is tot een uurtje kerkgang. En zelfs dat is voor sommigen te veel. Daarom gaat men tegenwoordig op vrijdagavond naar de kerk om tijdens het weekeinde volledig vrij te zijn. De zondag is een rustdag en een "dag van vieren", maar weten we nog wat rust en vieren is? Gunnen wij onszelf in deze jachtige tijd geen enkele pauze meer? Zouden wij christenen misschien toch kunnen leren van de wijze waarop het joodse volk de sjabbat viert! Voor joden is het vieren van sjabbat geen wettelijke plicht, maar een geschenk van God, want sjahbat is geen verworvenheid van vakbonden of politiek: het is een gave van God. Op de vraag: "Wat schiep God op de zevende dag? ", antwoorden wij: "Die dag schiep Hij niets". De joodse traditie echter zegt: "Op de zevende dag schiep God menoecha (rust), een positieve daad. God schiep voor de mens een "adempauze". Nieuwe adem voor de taak die hem wacht in de week die voor hem ligt. Sjabbat Sjalom!'
Het Joods Journaal is in de meeste kiosken en boekwinkels te koop.
Sabbat en de week
Een paar weken geleden besprak ik in ons blad een boek van dr. Willem Barnard: Een stille duif in de verte. Hij gaat in op een aantal psalmen (42-72). In een meditatie over Psalm 69 schrijft Barnard ook over de sabbat. Ik acht het de moeite waard een deel van genoemde overdenking in dit verband te citeren.
'Op het eerste gezicht is er iets ergerlijks aan deze psalm. De toon is die Van iemand die zich verongelijkt voelt. Zoiets van "ze moeten ook altijd mij hebben!" Maar bij enig nadenken zal men moeten toegeven dat het inderdaad zo is en altijd al geweest is. Het waren altijd weer de joden die de klappen kregen, die in staat van beschuldiging werden gesteld. Wat het jodendom bezighield was niet zozeer het schuldgevoel als wel het besef dat ze schuldig ware n de tora te vervullen en daarin trouw te blijven tot het uiterste. Op christenen maakte dat dan de indruk van zelfrechtvaardiging, maar zoals die christenen haakten naar een "vereffende rekening" en daarvoor op de zondag hun eredienst vierden, zo ging het de "kinderen Israels" om de verheffing in de adelstand van roeping en verkiezing, trouw daaraan en viering ervan op de sabbat. De betekenis van de sabbat als joods "sacrament" wordt onzerzijds onderschat. Tenslotte is de sabbat al op de eerste bladzijde van de Schrift het punt van aandacht waar alles naar verwijst, - niet de oorsprong aller dingen, maar de rangschikking ervan als verwijzing naar een glorieuze voleinding is daar aan de orde en de "zevende dag" is er het zinnebeeld van. Ik moest aan deze dingen denken toen een herinnering bij mij bovenkwam die te maken heeft met Hardenberg, waar ik "gestaan" heb van 1946 tot 1950.
Als het oudjaar was verzamelde zich tegen middernacht een kleine menigte bij de toren en na de klokslag van twaalf uur hief men het oude gezang aan van "Uren, dagen maanden, jaren", met die droevige slotregel, "schoon 't ons toegerekend blijft". Dat is natuurlijk precies wat het geloof, joods of christelijk, in elk geval messiaans, niet leert. Het is wat mijn perverse religieusheid mij telkens weer opdringt, het is dat hopeloze spijtgevoel waar ik nu juist van af moet zien te komen. En ik vraag me af: is het toevallig dat bij de uren, dagen, maanden en jaren uit dat gezang nu juist de weken onvermeld blijven? Terwijl de week in het Schriftbesef van Genesis 1 af tot het laatste bijbelboek toe (Apocalyps 1 vs. 10!) bepalend is voor ons tijdsbesef en dus voor onze levensopvatting. Want de week wordt gemarkeerd door de sabbat en de week is het zinnebeeld van de geschiedenis zelf. En de sabbat is het embleem van de herstelde schepping, van de herrezen mensheid en van een schuldloos bestaan.' In Openbaring 1:10 vermeldt Johannes immers: 'En ik was in de geest op de dag des Heeren'. Dit alles overdenkend kan niet anders geconcludeerd worden dan: We raken in een tijd als de onze niet maar een formele soms wettische zondagsviering kwijt. Dat is op zich niet zo'n ramp. Maar we verliezen veel meer als we niet net als onder gelovige joden het besef levend houden dat Gods inzettingen zegenrijk zijn en zinvol door alle tijden en eeuwen heen. En daar horen de sabbat en de zondag als wezenlijke onderdelen. Het leven wordt oppervlakkig en leeg als we de tijd niet meer beleven als gevulde tijd.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's