Weer en bijbelcommentaar?
Oude Testament verklaren is eindeloos
'Pa, hebt u zin in een spelletje monopolie? ' 'Mja, daar heb ik wel zin in - een klein beetje - maar dat moet toch even tot zondag wachten meisje, in elk geval niet vanavond.' 'Hè, waarom niet? ' 'Ik moet echt nog werken, ik heb nog zoveel te doen.' 'Wat dan allemaal? ' 'Nou, weetje wel, die bijbelcommentaar op Jeremia, en vanavond wil ik nog een hele moeilijke tekst bekijken.' 'Alweer? Bent u daar nu nooit klaar mee? Uw hele studeerkamer staat vol met allemaal commentaren, ook op Jeremia. Moet daar echt nog meer bij? '
Tot zover deze fictieve dialoog tussen mijn jongste dochter en mij. Verzonnen, maar niet denkbeeldig. Menige bijbelwetenschapper, exegeet en predikant heeft ooit wel eens de vraag op zich afgekregen: waarom al die boeken en verklaringen, weten ze na al die eeuwen nog steeds niet wat er in de Bijbel staat? En dan moet je het weer uitleggen dat het verklaren van de Bijbel, van het Oude Testament in het bijzonder, in zekere zin inderdaad een eindeloze bezigheid is. Dat is dan ook de titel van mijn bijdrage.
Eigen ordening van stof
Eigenlijk kunnen we best wel begrip opbrengen voor die kritische vraag: is het wel nodig, wéér een nieuwe bijbelcommentaar? We hebben er toch al zoveel. Waarom zoveel geld en vooral kostbare tijd besteed aan het schrijven van een Nederlandse bijbelverklaring, waar we in de boekenkast al van alles en nog wat hebben staan? Het begon met Tekst en Uitleg, een mooi bruin commentaartje uit de eerste helft van de vorige eeuw. Daarna werd Nederland als spoedig door De Korte Verklaring veroverd. Vervolgens kwamen BOT, COT, POT, Tekst en Toelichting, De Voorzei de Leer, of een eendelige bijbelcommentaar als Tekst uoor Tekst, en recentelijk het eerste deel van de nieuwe Studiebijbel op het Oude Testament. Kunnen we niet volstaan met Matthew Henry of een updated Korte Verklaring - moet De Brug er ook nog bij, wat voor nieuws brengt dat nog?
In dit soort vragen zit een kritisch punt dat relevant is. Een bijbelcommentaar die grotendeels bestaat uit het met eigen woorden herhalen wat door anderen ook al - en vaak beter - gezegd is, heeft iets van een opgewarmde pannenkoek. Daar bedank je op den duur voor. Maar dat is bepaald niet de bedoeling van De Brug. Afgezien van het feit dat De Brug een commentaar is met een eigen invalshoek en ordening van de stof, toegespitst op een breder gebruik, ben ik ervan overtuigd dat deze commentaar ook allerlei nieuws zal brengen, naast - uiteraard - veel wat al bekend was, maar nu in een nieuw perspectief geformuleerd. Hoe kan dat, dat er nieuws in zit? Was de Bijbel dan zo onhelder op die punten? Of zijn de scribenten van De Brug dan zo briljant dat zij na 20 eeuwen bijbeluideg voor het eerst het licht zien? Ze zullen zelf de eersten zijn om te zeggen dat ook na de afsluiting van deze reeks, bepaald het laatste woord nog niet gezegd zal zijn over de door hen behandelde bijbelboeken. Inderdaad, zolang als deze wereldgeschiedenis voortduurt, hebben wij in de verklaring van het OT een eindeloze bezigheid. Dat heeft diverse oorzaken.
Jeremia 46
Om te beginnen: het Oude Testament is een oeroud boek met een zeer com-
In Apeldoorn werd vorige week het eerste deel van De Brug gepresenteerd, een nieuwe commentaarreeks op het Oude Testament, die bij uitg. Groen zal verschijnen. Dr. H. Lalleman-de Winkel verzorgde het commentaar op Jeremia. In een tempo van één deel per jaar wil de redactie tussen nu en 2017 de veertiendelige serie op de markt brengen. Tijdens de presentatie sprak de christelijke gereformeerde oudtestamenticus prof. dr. H. G. L. Peels over het thema Het Oude Testament uerklarem een eindeloze bezigheid. Zijn toespraak drukken we vandaag in ons blad af. Ter stimulans van allen die in Gods Woord studeren: 'Het is het mooiste wat er is om te doen, als bijbelwetenschapper, exegeet, predikant'.
Red. de Waarheidsvriend
plexe wordingsgeschiedenis. Vele handen hebben daaraan gewerkt, in de loop van meer dan tien eeuwen. Wanneer zijn de eerste gedeelten op schrift gesteld? In elk geval vóór het einde van het tweede millennium v.Chr. En de laatste gedeelten zeer waarschijnlijk in de tweede eeuw v.Chr. Het Oude Testament draagt hier nu alle sporen van. Tekstueel, historisch, cultureel. Wat een verschil: die tradities uit het boek Richteren vanuit de tijd van verwarring met dat disparate groepje Israëlitische stammen dat voor zijn leven moest vechten - en dan die teksten die teruggaan op de kortstondige periode dat Israël éven een machtsfactor van betekenis was in het oude Nabije Oosten: tijdens David en Salomo. Of vergelijk de vele getuigenissen uit de tijd van de ondergang, de val van Jeruzalem in 586 en de Babylonische ballingschap, met de boeken die later ontstonden, toen Juda een achteraf-provincietje in het onmetelijke Perzische wereldrijk was.
Het Oude Testament is een boek dat langzaam groeide in een eeuwenlange geschiedenis, waarvan wij nog niet eens zo lang geleden slechts hoofdlijnen en fragmenten kenden. Maar dat verandert meer en meer. Opgravingen en ander archeologisch onderzoek leveren steeds weer nieuw materiaal op, relevant voor de lezing van bijbelteksten. Een voorbeeld: Jeremia 46 maakt melding van de slag bij Karkemis - daar konden oudere exegeten niet zoveel mee. Maar wij weten vandaag heel goed wat daar in 605 v.Chr. bij de Eufraat is gebeurd, in de confrontatie tussen farao Neko en Nebukadnezar - en dat werpt licht op die hele profetie.
Bogerman
Niet alleen de archeologie, maar ook andere wetenschappen dragen veel aan dat voor de bijbelverklaring van groot belang is. Nu spreek ik nog even niet over de sociologie en de antropologie, maar heb het oog vooral op de wetenschappen die de Umwelt van Israël bestuderen. Een vloed van gegevens over cultus, geschiedenis, religie, sociale gewoonten, etc. staat ons nu ter beschikking - Augustinus, Thomas van Aquino en Calvijn zouden erbij hebben staan te watertanden - want hoeveel bijbelgedeelten worden ons door dit alles niet duidelijker dan voorheen. Sinds de ontdekkingen ui de 19e eeuw rijst de wereld van het Oude Testament al meer voor ons op uit het stof der eeuwen. En iedere bijbelverklaarder doet daar vandaag zijn voordeel mee.
Eén voorbeeld, over de figuur van de profeet Jeremia. Vroeger dacht men dat profetie iets typisch, exclusief Israëlitisch was. Vandaag weten we dat profetie een breed voorkomend verschijnsel in het Oude Nabije Oosten was. Maar daardoor zijn we, al vergelijkend, ook veel beter in staat om het geheel eigene van iemand als Jeremia te zien. Die profeet die tegenover volk en koning komt te staan, en wiens leven en lijden instrument van het woord van God worden. '
Een eindeloze bezigheid is het verklaren van het Oude Testament niet het minst ook daardoor dat er steeds weer nieuw licht valt op de tekst van het Oude Testament. Nieuwe tekstvondsten (Qumran), vergelijking met andere teksttradities, zeker bij Jeremia van belang (de Septuaginta is een zesde deel korter dan de Hebreeuwse tekst!). Maar vooral ook de voortschrijdende grammaticaal-syntactische en semantische kennis. Waar een ds. Joh. Bogerman geregeld met de handen in het haar zat toen hij het boek Job moest vertalen, ligt dat vandaag de dag, mede door de vergelijkende taalwetenschap, heel anders. Van veel woorden die vroeger duister waren, weten we vandaag de betekenis wél. Maar ook de tekstwetenschap ontwikkelt zich, het zicht op wat de tekst nu eigenlijk is, ook vanuit het oogpunt van literatuur. De tekst is zoveel meer dan drager van informatie over het verleden. Zeker de laatste decennia bloeit het onderzoek van de Bijbel als literatuur. Dat werpt weer nieuw licht op allerlei bijbelgedeelten. Een voorbeeld uit het boek Jeremia is de wijze waarop de thematiek van het uitrukken/afbreken en bouwen/planten als een rode draad door het boek loopt.
Waarheid en leugen
Wat voor bijbelverklaarders in recente tijd ook voor steeds nieuwe perspectieven zorgt, is het zicht op het feit dat het Oude Testament in al zijn variatie toch terdege een boek is. De canonieke interpretatie, waarbij ook termen als herinterpretatie en intertekstualiteit mogen vallen, is een veelbelovende wijze van schriftverklaring. En dat brengt gelijk een stap verder, want de tijd ligt achter ons dat een exegeet meende zich te kunnen beperken tot het maken van historische en literaire observaties vanuit het laboratorium van zijn vakmanschap. Deze tekst heeft een boodschap, brengt een theologie, wil het leven vormen, heeft van doen met waarheid en leugen. Kijk, dan wordt het spannend, in de bijbelverklaring. Vanuit welke kaders redeneer je en selecteer je, welke verbanden breng je aan, wat is wezenlijk in de bijbeltekst, hoe breng je de teneur en intenties van een bijbelboek onder woorden?
En vervolgens: daar ben je zelf helemaal met huid en haar bij betrokken, als uitlegger. Dat hebben we de laatste tijd als nooit tevoren leren zien: de lezer/verklaarder kan niet zomaar secobjectief een eindbetekenis van een tekst vaststellen. Hijzelf zal in zijn verstaan met zijn eigen vooronderstellingen en categorieën altijd invloed uitoefenen. Dat kan ook niet anders, gelet op de aard van het Oude Testament. Dat is maar niet een oude document an sich, maar het is Anrede, Anspruch, vraagt om commitment, om reactie. Bijbelverklaren gebeurt altijd in interactie met de tijd waarin je leeft, en met de culturele context waarin je je bevindt. Zo wordt bijbelverklaren inderdaad almeer een eindeloze bezigheid. We krijgen oog voor verborgen selectiemechanismen of verdringingsmanoeuvres bij oudere exegeten. Denk slechts aan het dédain waarmee vroeger de volkenprofetieën van Jeremia werden behandeld, als nationalistische, geborneerde teksten. Maar vervolgens kijk je dan met schrik naar jezelf: welke blinde vlekken hebben wijzelf? En welke voor- en afkeur brengen wij onwillekeurig mee in onze verklaring? Geen wonder, en ook dat is een verrijking en biedt weer nieuw licht voor bijbelverklaarders, dat de laatste tijd almeer de Wirkungsgeschichte van de bijbeltekst, de receptie van de tekst, de geschiedenis van de exegese, onderdeel gaat uitmaken van het proces van verklaren.
Geheim
Maar de diepste reden dat het verklaren van het Oude Testament een eindeloze bezigheid is, ligt in - laat ik het zo noemen - het geheim van dit boek. Je krijgt het Oude Testament nooit 'in je vingers'. Het is geen statisch iets, dat te ontleden is in factoren (historisch, literair, theologisch), datje vervolgens in zijn eigen context terug kunt plaatsen, analyses op loslaten, en dan een streep eronder en optellen: dit is dé betekenis van déze tekst, en anders niet. Nee, want het is het levende Woord. Met een eindeloze diepgang. Het is essentieel openbaring van Godswege. Een parel van grote waarde, die je om en om draait met je verklaring, en waar je nooit op uitgekeken raakt. Een parel die door de kracht van de Geest in de lichtval van elke nieuwe eeuw schittert, altijd weer nieuw en verrassend.
Dit betekent niet dat elke ketter zijn eigen legitieme letter heeft, of elke exegeet zijn hoogstpersoonlijke vondsten als valide kan propageren. Want er is in de geschiedenis van de bijbelverklaring ook onmogelijk veel kaf onder het koren. Ook in dat opzicht is een nieuwe bijbelverklaring boeiend, omdat het je de gelegenheid biedt om exegetische ballonnetje van voorgangers door te prikken. Maar wat het wel betekent, is dat bijbelverklaren naast een ambacht en een kunst een bezigheid is die vraagt om de voortdurende houding van Psalm 119:18 'Ontdek mijn ogen opdat ik aanschouwe de wonderen uit uw wet'.
Eindeloos
Dat brengt mij bij een slotopmerking. Volgens de dikke Van Dale heeft het woordje 'eindeloos' uit de titel van mijn bijdrage niet alleen de betekenis 'zonder einde, nooit ophoudend, altoos durend', maar het betekent ook 'heerlijk, prachtig, onovertrefbaar'. Zeker ook in dit opzicht is de verklaring van het Oude Testament een eindeloze bezigheid. Het is het mooiste wat er is om te doen, als bijbelwetenschapper, exegeet, predikant. Soms heb je er slapeloze nachten van, en soms wordt het je in de slaap geschonken. En je legt al je woordenboeken en grammatica's, commentaren en handboeken rondom je - maar centraal midvoor de bijbeltekst en je tast -en je zoekt - wat staat er nu eigenlijk. Luisteren in het kwadraat, met alles daarbij méébedenken. En dat dan zo'n tekst begint op te lichten en spréékt. Dat is eindeloos, het mooiste wat er is. De verklaring van een bijbelboek - echt een eindeloze bezigheid.
H. G. L. Peels
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's