Gezegende kennis van het Woord
Om welk geloof het gaat? [2]
Vorige week schreef ik dat het historisch geloof voor veel zonden kan bewaren. Er moet zeker niet over gesproken worden alsof het geen waarde heeft. Ik denk te mogen zeggen dat de Heere zowel aan ieder afzonderlijk als aan een volk Zijn zegen geeft, wanneer er rekening gehouden wordt met wat er in het Woord gezegd wordt. Samengevat: Het gehele Woord van God voor waar houden is niet verkeerd. De Heere wil er nog een zegen voor de tijd aan verbinden. Let wel: een zegen voor de tijd!
Niet genoeg
Ook al houdt men alles in de openbaring Gods (het Woord) voor waar en waarachtig, toch is dit niet genoeg om getroost te leven en te sterven. Er wordt geloofd met het verstand, doch niet met het hart. Het Woord dringt niet door tot in het hart. De Bijbel wordt thuis trouw gelezen. Het kan pp zondag nog zo regenen of het kan nog zo warm zijn, maar men is altijd in Gods huis aan te treffen. Zelfs een bijbellezing of een bijbelkring op een avond in de week zal men bijwonen. En toch... men laat het Woord onbewogen over zich komen. Men wordt vermaand, doch het treft geen doel. Hooguit wordt er gedacht dat deze vermaningen voor een ander bestemd zijn, maar niet voor hem of haar die ze hoort. Nogmaals: er kunnen de meest verschrikkelijke dingen gezegd worden waarbij de ziel van een oprechte christen huivert, maar de ziel van een historisch gelovige is niet in beweging te brengen, dus huivert zij ook niet. Hetzelfde is van toepassing, wanneer het welmenend aanbod van de genade uitgaat. Meer dan eens klinkt het vanaf de kansel dat de Heere geen lust heeft in de dood van de goddeloze, maar dat Hij daarin lust heeft dat de goddeloze zich bekere en leve. Het landt niet.
Men raakt er niet ondersteboven van. Hetzelfde is van toepassing wanneer men hoort, hoe de Heere Jezus welmenend zegt dat Hij niet gekomen is om de ziel van een mens te verderven, maar om die te behouden. Hoe vaak dit ook in allerlei toonaarden in de prediking wordt voorgehouden, het is tegen dovemansoren gezegd. Ook als er in de Schrift staat (en in de verkondiging een plaats behoort te hebben) dat men tot Jezus mag komen, zoals men is. Geen enkele voorwaarde is er aan het komen verbonden. Luther zei: 'U kunt Christus krijgen zoals u bent en zoals u Hem hebben wilt'. Ook denk ik aan de Erskines, die in hun prediking sterke nadruk legden op het komen tot Christus. Onlangs las ik in een van hun preken dat een ieder tot Christus mag komen, zoals men is. Ook dat God Zijn Zoon graag wil schenken aan zondaren, aan grote zondaren, zelfs aan de grootste der ' zondaren. Pascal zegt eigenlijk hetzelfde als de Erskines. Hij houdt ons voor dat het Gods liefste werk is om ons te redden.
Helaas, de liefelijke nodiging die uitgaat in de Schrift alsmede in de prediking van het Evangelie heeft geen vat op iemand die weliswaar de Schrift voor de volle honderd procent voor waar houdt, maar bij wie de inhoud van de Schrift geen zaak van hart is. In het verleden werd het wel eens zo gezegd: De hemel verkwikt niet en de hel verschrikt niet. Wat is nodig? Dynamiet van de Heilige Geest. De explosie daarvan verbreekt het hardste hart.
Aan wie de schuld?
Het heeft zich niet vaak voorgedaan, maar toch heb ik het in het pastoraat wel horen zeggen dat God de oorzaak is dat men in het historisch geloof blijft steken. Ten diepste wordt hiermee dus gezegd dat de schuld bij God ligt. Dat er geen doorbraak is tot op Christus, komt omdat God Zijn Geest niet schenkt. Daarom wordt het Evangelie geen zaak van het hart.
Dat zo'n opmerking niet in overeenstemming met de Schrift is, zal duidelijk zijn. Het heeft veel meer met blasfemie (het lasteren van God) te maken dan met een spreken overeenkomstig de Schrift. De Heere wil (zoals ik hierboven reeds schreef) Zijn genade graag kwijt. Hij is een gunnend God.
Men kan aan veel wanhopen of twijfelen, maar hieraan behoeft: nooit gewanhoopt of getwijfeld te worden óf de Heere Zijn genade wil schenken. Hij kan en Hij wil genade schenken. Hij heeft het reeds beloofd, toen wij in armen van moeder lagen om gedoopt te worden. Zijn Naam is bij de doop over ons hoofd uitgeroepen. Toen klonk het reeds op grond van Zijn verbond: 'Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.'(Psalm 81 : nb) Niet de Heere is er de oorzaak van dat het zaligmakend geloof niet ons deel is. Wij zelf zijn schuldig. In de dag van het gericht zal daarom niemand de Heere enig verwijt kunnen doen.
Niet alleen
Nu is het juist als men mij zegt dat het geloof een kenniselement bevat. Toch is het niet, zoals ik al aantoonde, alleen een zaak van het verstand. Niet minder is het een zaak van het hart. Dat wil zeggen: Het waarachtig zaligmakend geloof is existentiële kennis (H. Jonker). Eenvoudig gezegd: Het geloof is bevindelijk van aard. Het kent de Heere. Het heeft gemeenschap met Hem.
Voor één ding wil ik waarschuwen. De bevinding van het geloof komt niet op uit ons. Wanneer dit het geval is, dwalen wij rond in het gebied van het nevelig mysticisme. Wanneer ik spreek over de bevinding van het geloof, zo wordt deze bevinding ontleend aan de Schrift. Geen ervaring zonder de openbaring. Let wel: de openbaring gaat voorop, de ervaring is daaraan ontleend. (I. Kievit)
Kennis
Om getroost te leven en zalig te sterven is het nodig dat wij het eigendom van Jezus Christus zijn. Kennis van Hem en daarmee Zijn eigendom zijn is een werk van Gods Geest. Dat wordt ons zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament duidelijk gemaakt. Toch is het niet alleen door de Geest. De Heere gebruikt daarvoor niet minder Zijn Woord. Het is om die reden goed als wij niet alleen het Woord lezen, maar ook onderzoeken. Soms krijgt men wel de indruk alsof het verkeerd zou zijn als men met het Woord van God veel bezig is. Nu, dat het niet verkeerd is, wordt ons genoegzaam door de Zaligmaker voorgehouden als Hij zegt: 'Onderzoekt de Schriften...'. Er moet in de Bijbel gestudeerd te worden. Dat' behoort thuis gedaan te worden, maar niet minder op de catechisaties, bijbelkringen, mannen- en vrouwenverenigingen.
Het moge waar zijn dat wij niet worden behouden door de gehele Schrift voor waar te houden. Toch moet men het historisch geloof niet afdoen door te zeggen dat het volstrekt geen waarde heeft. De Heere kan en wil Zijn Geest daaraan paren. Hij kan Zijn Woord door Zijn Geest door de oorpoort in het hart laten binnendringen. Bovendien moet ook maar niet vergeten worden wat er geschreven staat in Hosea 4:6: 'Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is'. Er moet in onze tijd veel geleerd worden. Om in de maatschappij het een en ander te bereiken, zijn er diploma's nodig. Maar als het om het koninkrijk van God gaat, lijkt het alsof er niets geleerd behoeft te worden.
Echter... dit kan men wel vergeten! Het is mij al te zeer bekend dat behouden worden alleen van de Heere uitgaat.Wij spreken wel over een eenzijdig werk van God. Maar als Hij ons op de leerschool van de Heilige Geest neemt, gaan wij het Woord onderzoeken. Dan wordt met name met het oog op het vleesgeworden Woord: Hoe lief heb ik Uw wet, dat is Uw Woord; het is de gehele dag mijn betrachting. Anders gezegd: Heere, ik heb Uw Woord zó lief dat ik iedere dag met Uw Woord bezig ben.
Pastoraal uitstapje
Wat ik nu schrijf is, meer dan 35 jaar geleden gebeurd. Als leervicaris liet mijn mentor mij veel bezoeken afleggen. Nooit ben ik vergeten dat ik een aantal keren een vrouw bezocht die altijd bezig was het Woord te lezen cq. te onderzoeken. Zij deed dit als ik met haar afgesproken had om haar te bezoeken, maar ook las zij het Woord als ik - zonder eerst een afspraak gemaakt te hebben - tegen het eind van de middag via de keuken haar huiskamer binnenviel. Toen ik haar eens vroeg waarom zij toch altijd met het Woord bezig was, gaf zij als antwoord: 'Ik heb vanuit het Woord de Heere als een precies God leren kennen. Om Hem nu precies te dienen, moet ik Zijn Woord onderzoeken om na te gaan welke weg Hij wil dat ik gaan zal. Een precies God vraagt preciese mensen, die precies naar Zijn Woord leven'. Ik meen dat het niet anders is dan zoals zij dit onder woorden heeft gebracht.
Onkunde siert een mens niet. Zeker niet als het gaat om onkunde van de Heilige Schrift.
Het moet gezegd worden dat er onder ons - en dat is ons niet tot eer - veel onkunde is als het om Schriftkennis gaat. Ik trap een open deur in als ik stel dat er veel meer geestelijke kennis zou zijn als er meer kennis van het Woord zou zijn. Want het Woord God is een kracht Gods tot zaligheid, maar ook richtinggevend in dit leven: Daarom horen wij de dichter van Psalm 119 zeggen: 'Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad'. Let er maar op in eigen leven: De Heere laat de kennis van Zijn Woord niet ongezegend. Hij paart er altijd Zijn Geest aan.
Het tijdgeloof
De aanduiding zegt reeds dat het voor een tijd is. Toch is het tijdgeloof van geheel andere aard dan het historisch geloof. Van laatstgenoemd geloof kan men zeggen dat het intellectualistisch (verstandelijk) is. Maar dat kan van het tijdgeloof niet gezegd worden. Ik zeg niet dat het verstand daarin geen rol speelt, toch zetelt het meer in het gevoel dan in het verstand.
In zijn Redelijke Godsdienst zegt a Brakel als hij spreekt over het geloof: 'Het tijdgeloof is een kennis en toestem- " ming van de evangelische waarheden' 1 als waarachtig; verwekkende enige natuurlijke bewegingen in de affecten (gevoelens, red.) of hartstochten dei— 1 ziel, een belijdenis van die waarheden in vereniging met de kerk, en een uit- ' wendig gedrag, volgens hun belijdénis, zonder vereniging met Christus tot rechtvaardigmaking, heiligmaking en zaligheid'.
Geestelijke gestalte
In tegenstelling tot het historisch geloof kan men zeggen dat het tijdgeloof een geestelijke gestalte Iaat zien. Het is weliswaar geen zaligmakend geloof, want er is geen vereniging met Christus, zoals a Brakel ons voorhoudt, maar toch doet het weldadiger aan dan het historisch geloof, dat vaak alleen maar redeneert.
Een volgende keer wil ik de geestelijke gestalte van het tijdgeloof iets verder uit diepen. Nu besluit ik met te schrijven dat in het algemeen gesproken het gevoel aan het geloof warmte geeft. Ook kan er door het gevoel soms zo hartelijk over de Heere gesproken worden. En toch... het geloof gaat niet op in het gevoel. Er kan geen isgelijkteken gezet worden in de zin van geloof = gevoel.Wanneer het geloof ondergesneeuwd wordt door het gevoel, houdt men geen objectieve (voorwerpelijke) criteria over. Het Woord zeifis voor het geloof een voorwerpelijk criterium. Eerst het geloof en dan het gevoel. Niet andersom: eerst het gevoel en dan het geloof. Is het alleen maar gevoel, dan speelt het geloof geen rol. Trouwens, van het gevoel zeg ik: De ene dag heeft het iets en de andere dag is het alles kwijt. Het gevoel is geen vast kompas. Dat is alleen het geloof!
G. S. A. de Knegt, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's