De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bezig met arbeid in deze tijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bezig met arbeid in deze tijd

Vader, Zoon, Geest: onze drie-enige God [4]

10 minuten leestijd

Dieper inzicht

Wanneer we nu proberen wat meer zicht te krijgen op het grote belang van het feit dat God Drie is en toch Eén, willen we vooraf nog wat meer zeggen over de drie-eenheid Zelf. We gaan hierbij uit van een bekende onderscheiding in God, namelijk zoals Hij aan de ene kant van eeuwigheid in Zichzelf is en zoals Hij aan de andere kant Zich aan ons heeft bekendgemaakt in Zijn Woord en in Zijn wer•ken. We spreken bewust van onderscheiding en niet van scheiding, want het gaat om de ene en zelfde God. Deze onderscheiding is onder andere van belang vanwege het feit dat we ons helder bewust dienen te zijn dat God er al van eeuwigheid was, nog voor er iets van de wereld en het heelal

geschapen werd. Immers, God alleen is van eeuwigheid. Van niets anders kan dit gezegd worden. Van de engelen niet en van de duivel niet. En zeker ook van ons mensen niet. Van alles wat er buiten God bestaat, geldt dat er een tijd was dat het er niet was. Enkel God was er altijd al en zal er altijd zijn. Dat betekent ook dat God niet gemaakt is. Hij heeft ook Zichzelf niet gemaakt Hij is echt van eeuwigheid. Dat is duizelingwekkend diep. Dat kunnen we ons niet indenken. En dat is maar goed ook, want het brengt ons nog des te meer tot verwondering over de grootheid en majesteit van God. God is groot en wij begrijpen Hem niet.

Gods raad

Dat betekent ondertussen wel dat God van eeuwigheid al drie-eenheid was. Van eeuwigheid was er de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. We kunnen dus ook niet met goed recht spreken over 'de stilte der eeuwigheid', zoals wel gedaan wordt. In wezen is dat een gedachte met het risico in heidens denken terecht te komen. Want van eeuwigheid af.is de eeuwigheid nooit stil geweest. Immers, ook voordat alles geschapen werd, waren er reeds de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. En geloof maar dat zij samen gesproken hebben.

In die zin is de eeuwigheid dus nooit stil geweest. Hooguit kan men spreken van een heilige stilte der eeuwigheid, waarin de Heilige Geest, als stille, blazende ademwind uitgaande van de Vader en de Zoon, het gesprek tussen de drie Goddelijke Personen gaande heeft gehouden.

Wij mogen in dit verband ook denken aan de Raad Gods, waarin de Zoon tot de Vader zei: 'Zie, Ik kom om Uw wil te doen'. We mogen evenzeer denken aan het beraad Gods als Vader, Zoon en Heilige Geest, waarin Hij in Zijn eeuwige verkiezende liefde zondaren heeft uitverkoren tot zaligheid.

In hoeverre wij dit beraad Gods in verband kunnen brengen met het tijdstip van gebeurtenissen in onze aardse tijd, is een heel apart verhaal en voor ons niet denkbaar. Wij kunnen immers ons denken vanuit de aardse tijd niet overstijgen in denken vanuit de eeuwigheid. En een. kwestie als supra- en infralapsarisme, waarin het gaat om de volgorde van Gods eeuwige besluiten, willen we hier ook niet aanroeren. Ons gaat het er enkel om dat God er van eeuwigheid als drie Personen geweest is en dat er gesproken is tussen die drie Personen. De uitdrukking 'stilte der eeuwigheid' moet in elk geval met de nodige nuance gehanteerd worden.

De eigenschappen van God

Wanneer we het hebben over de eigenschappen van God, willen we daarmee proberen te zeggen wie God is. Zoals we dat ook doen met mensen, van wie we bepaalde karaktereigenschappen weten te benoemen die ons die bepaalde mensen doen kennen. God heeft dus ook eigenschappen die iets over Hem zeggen. Deze eigenschappen van God worden onderverdeeld in twee groepen. De ene groep eigenschappen van God zegt iets over Hem zoals Hij van eeuwigheid God is, los dus van zijn openbaring in scheppings- en herscheppingswerk. Bij de andere groep eigenschappen van God gaat het om die eigenschappen die aan de dag treden in Zijn arbeid van schepping en herschepping. De eerste groep eigenschappen van God worden wel onmededeelbare eigenschappen genoemd. Ze zijn enkel van toepassing op God alleen. De tweede groep eigenschappen worden mededeelbare eigenschappen genoemd. Dat wil zeggen dat deze eigenschappen allereerst iets over God Zelf zeggen, maar dat ze in afgezwakte zin ook voor ons mensen gelden, omdat wij naar het beeld van God geschapen zijn.

Onmededeelbaar Wat de eerste groep betreft, dus de onmededeelbare eigenschappen van God, denken we aan de Persoon van God de Vader die als specifieke eigenschap heeft dat Hij ongeboren is. Wat betreft de Persoon van God de Zoon denken we aan de specifieke eigenschap dat Hij van eeuwigheid uit de Vader is geboren. Een raadsel op zich, omdat 'geboren worden' doet denken aan een bepaald begin, terwijl 'van eeuwigheid' juist elk begin uitsluit. Weer brengt het ons bij de grootheid ' van God. Een grootheid die enkel enigszins onder woorden is te brengen in raadselachtige taal die we verstandelijk niet doorgronden kunnen. Ten slotte wat betreft de eigenschap van de Persoon van de Heilige Geest. Hier noemen we het eeuwige uitgaan als uitblazing vanuit de Vader en de Zoon.

Samenvattend kunnen we zeggen dat God de Vader als Persoon ongeboren is en van eeuwigheid de Zoon heeft voortgebracht en de Geest doet uitgaan; dat de Persoon van de Zoon van eeuwigheid uit de Vader geboren is en samen met de Vader de Geest doet uitgaan; en dat de Persoon van de Heilige Geest van eeuwigheid uitgaat van de Vader en de Zoon. Dit laatste, namelijk het uitgaan van de Geest uit de Vader en de Zoon, vormt een verschilpunt met de oosterse kerk, zoals de Grieksorthodoxe. Die gelooft dat de Geest enkel van de Vader uitgaat en niet van de Zoon. Dit verschilpunt was in 1054 een medeoorzaak van de scheuring tussen de kerk van het oosten (Constantinopel) en die van het westen (Rome). In het kader van deze artikelen willen we hier echter niet verder op ingaan.

Naast de bovengenoemde personele onmededeelbare eigenschappen, die enkel verband houden met de Persoon van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest, noemen we ook nog onmededeelbare eigenschappen die enkel op het Goddelijk Wezen als geheel betrekking hebben, te weten Gods eenvoudigheid, onveranderlijkheid, alomtegenwoordigheid.

Mededeelbaar

Tot slot willen we nog iets zeggen over de zogenaamde mededeelbare eigenschappen van God. Dat zijn dus eigenschappen die aan de dag zijn getreden bij het scheppings- en herscheppingswerk van God en die tot op zekere hoogte ook voor ons mensen gelden. God heeft ze aan ons meegedeeld, toen Hij ons in Adam en Eva tot Zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen en in Christus heeft herschapen. We denken dan aan goedheid, aan liefde, wil en macht, genade en barmhartigheid. Hiervan kan dus gezegd worden dat ze in zekere zin eveneens voor ons mensen gelden, zonder daarmee ook maar voor een millimeter te willen beweren dat er iets goddelijks in de mens zou zijn. Na de zondeval is er bovendien van deze mededeelbare eigenschappen maar heel weinig overgebleven in de mens.

Wat de leer van de eigenschappen van God betreft willen we het hierbij laten, waarbij we beseffen dat met de onderscheiding tussen mededeelbare en onmededeelbare eigenschappen lang niet alles is gezegd. We hebben het echter toch bewust kort willen behandelen, omdat het naar ons besef een zinvolle wijze is om iets verder te komen inzake de vraag wie God is.

Van eeuwigheid en in de tijd

We hebben hierboven iets gezegd over wie God van eeuwigheid in Zichzelf is als Vader, Zoon en Heilige Geest en brachten dat in verband met de onmededeelbare eigenschappen van God. Nu willen we ook nog iets zeggen over hoe God Zichzelf in de aardse tijd heeft doen kennen in Zijn werken van schepping en herschepping. Dit hangt dus weer samen met Gods mededeelbare eigenschappen.

We beginnen hier met op te merken dat de aardse tijd door God Zelf is geschapen. Aardse tijd is dus niet iets dat er altijd al was en waar God als het ware 'ingestapt' is. Aardse tijd is ook een werk van Gods handen en is daarom te beschouwen als een stip in de eeuwigheid. Immers, bij God zijn duizend jaren als één dag en één dag alsduizend jaren.

In deze aardse tijd nu heeft God Zich allereerst doen kennen als Schepper, waarin Hij alles uit niet(s) gemaakt heeft. Ook weer iets dat we niet bevatten kunnen en waarin we God Zelf niet kunnen doorgronden. God maakte alles uit niet(s). Er was geen oermaterie voorhanden en er vond geen oerknal plaats. Het enige wat gebeurde, was dat God sprak. Toen was het er. Dat wil zeggen dat God alles maakte door Zijn woord, waarbij we Woord zelfs met een hoofdletter mogen schrijven. Want we lezen in Johannes 1: 3 dat alle din-gen door dat Woord zijn gemaakt. Hetzelfde Woord dat vlees is geworden (Johannes 1:14). De eeuwige Zoon van God dus, de tweede Persoon van onze drie-enige God. Dat betekent dat niet enkel God de Vader, maar ook God de Zoon bij het scheppingswerk betrokken was. En God de Heilige Geest eveneens. We lezen immers in Genesis 1:2 dat de Geest van God op de wateren zweefde. Bedoeld is dat de Geest levenwekkend als het ware broedde op de wateren, met de bedoeling leven te maken. Zo zijn alle drie de Goddelijke Personen bij het schep-

pingswerk betrokken, al is God de Vader er de hoofd-Persoon.

Basis

Ook bij het werk der herschepping zijn alle drie de Goddelijke Personen betrokken. Want Jezus is weliswaar de hoofd-Persoon bij het verlossingswerk, doch de Vader heeft Hem naar de aarde gezonden en de Geest heeft Hem naar zijn mensheid verwekt in de schoot van Maria.

Bij het werk van de Heilige Geest tot toepassing van het heil in Christus, is weliswaar de Geest de hoofd-Persoon, maar de Vader vormt in Zijn verkiezende liefde de achtergrond van die arbeid, terwijl de Zoon er de grondslag voor legde op Golgotha en met Pasen. Op deze wijze zijn alle drie de Goddelijke Personen betrokken bij al het werk dat God doet, al blijft: er één hoofd-Persoon die telkens het grootste deel van die arbeid voor zijn reke-ning neemt.

Zo is de eeuwige God bezig met arbeid in deze aardse tijd. Hierbij vormen de eeuwige werken van God in Zichzelf verricht, als het ware de basis voor de arbeid in de tijd. Immers, dat de Persoon van God de Vader ongeboren ofwel ongeworden is, dat geeft iets weer van de oorsprong van schepping en verkiezende zondaarsliefde. Dat de Persoon van de Zoon van eeuwigheid uit de Vader geboren is, dat is als het ware een aanduiding voor zijn menswording uit de maagd Maria. Dat ten slotte de Persoon van God de Heilige Geest van eeuwigheid uitgaat uit de Vader en de Zoon, hangt samen met de uitstorting van die Geest op Pinksteren. Ook hangt het samen met het herscheppende werk van de Geest die waait als de wind van wie men niet weet waar die vandaan komt en waar die heengaat.

R. H. Kieskamp, Lienden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bezig met arbeid in deze tijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's