Mag ja zwaarder wegen dan maar?
Antwoord aan ds. Sonneveld
Mijn antwoord op de vragen van collega Sonneveld kan ik samenvatten met deze vraag: Mag mijn pleidooi vóór supervisie zwaarder wegen dan zijn argwaan ertegen? Op 5 augustus schreef ik dat ik die argwaan ook had, voordat ik aan dit traject begon. Ook onderstreep ik dat supervisie een
hulpmiddel is. Een hulpbron om te blijven groeien in zelfkennis, zondenkennis, Christuskennis en mensenkennis. Toch heb ik mijn collega niet verder kunnen krijgen dan: 'Het is wellicht nuttig, maar...' en heb ik zijn kritische vragen niet kunnen tegenhouden. Hoe zou dat komen?
Te eenzaam beroep
Ten eerste denk ik dat het vastzit op een ander antwoord op zijn eerste kernvraag, die aan het eind als zijn hoofdvraag terugkeert: 'Kun je al deze dingen ook niet leren door alle feedback in de gemeente? ' Neigt hij sterk tot een bevestigend antwoord, mijn antwoord is echter: Nee, ik zou niet zo openhartig en concreet over mijn leerproces hebben kunnen schrijven, als ik de uitdaging van supervisieleren niet was aangegaan. Ik wil net als hij ook een laagdrempelige dominee zijn en ik heb ook veel van diverse gemeenteleden geleerd, maar 'al deze dingen': nee. Daarvoor is het predikantschap toch een te eenzaam beroep. Sommige gemeenteleden (domineesvrouwen voorop) en kerkenraadsleden begrijpen veel, maar niet alles. En omdat wij meestal niet intensief meteen team werken, is m.i. aparte bijscholing onder leiding van een professional noodzakelijk. Dat die persoon ook een kritisch tegenover durft zijn en dat die meer (over)ziet dan jijzelf, geeft hem terecht de naam supervisor. Maar dit maakt hem niet tot een hoogmoedige superman. Hoort het niet bij een van de zondige kanten van onze postmoderne samenleving dat we nauwelijks gezond gezag boven ons aanvaarden? Of zijn dominees een uitzondering?
Ten tweede zit het vast op een verschillende ervaring met een KPV-training (Klinische Pastorale Vorming), die bij mij voorafging aan de opleiding tot pastorale supervisor. Ds. Sonneveld reageert sowieso meer op de KPV dan op supervisie, terwijl het mij om dat laatste ging. Ik heb een positieve herinnering aan mijn KPV-training, ds. Sonneveld niet. Dat kleurt sterk ons beider inzichten.
Goede instrumenten
Ten derde heb ik bevindelijk ervaren dat mijn waardering voor en beleving van de gereformeerde theologie juist gegroeid is gedurende mijn voortgaande leerproces. Het gaat er in die theologie toch om dat God aan Zijn eer komt en dat mensen door wedergeboorte en bekering ook echt vernieuwd en geheiligd worden en zo goede instrumenten worden in Zijn hand. Kenmerk van de gezonde leer is dat die mensen niet verziekt, maar tot mensen uit één stuk maakt. Ik heb daarbij de supervisiekunde ervaren als een goede hulpkunde. Zo leerde ik dat ik wegloop voor mijn persoonlijke leervragen als ik te snel of te veel bezig wil met de kritische vragen die ds. Sonneveld aan de sociale wetenschappen stelt. Want dan loop je door naar de filosofie, de dogmatiek of de apologetiek. Dan krijgt de ratio weer alle aandacht. En dan zit het spoedig 'een voet te hoog' en los van de concrete ervaring.
Dus ik vind dat er zeker een goede confrontatie en wederzijdse bevruchting van theologie en psychologie moet plaatsvinden. En ik heb gemerkt: de klassiek gereformeerde theologie kan tegen een stootje. Angst voor verkeerde theologieën en leiders is terecht, maar mag niet de boventoon voeren. Angst is een van de hoofdthema's bij supervisie. Waar komt die vandaan en hoe beïnvloedt die je persoon en beroep? Een andere vraag is: Wat zouden Paulus en Luther bedoeld hebben met 'Sta dan in de vrijheid'? Of ik dan nooit botste op medesupervisanten die er een andere Schriftvisie op nahielden? Ja, maar dan leerde ik dat het voor mij van belang was te herkennen hoe (zo precies mogelijk geduid) mijn visie mijn persoon, preek of pastorale gesprek beïnvloedde.
Prioriteit
Ten slotte: Ik sta niet alleen in het doordenken van ds. Sonnevelds vragen. De Christelijke Hogeschool Ede is er al jaren mee bezig. Zeker nu de CHE een supervisorenopleiding is gestart. Ook komt er binnen de Praktische Theologie aan de theologische faculteiten steeds meer waardering voor supervisie. Achtergrondvragen kunnen en mogen niet gemeden worden. Toch zijn - mijns inziens - met name voor onze GB-kring de 'voorgrondvragen' die in supervisie aan de orde komen thans van een hogere prioriteit, bijvoorbeeld: wat verbergt de prediker achter een hoge verkondigende en dwingende toon? ; of: hoe gaat de pastor om met datgene wat de gemeenteleden van hem verwachten? Gekrakeel op het kerkelijk erf maakt dit pijnlijk duidelijk.
Wij bestaan allen bij de gratie van het genadig geduld van de Volmaakte Supervisor. Bij de eindafrekening vraagt Hij echter wel hoe we met Zijn talenten hebben gewerkt.
L. W. Smelt, De Bilt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's