Uit de pers
Hoe lees ik de Bijbel: letterlijk?
Er is, denk ik, geen boek in de wereld waarvan de interpretatie zo variabel lijkt als de Bijbel. Letterlijk, geestelijk, allegorisch (zoiets als : er steekt altijd een waarheid achter de waarheid), vrij(z innig) met volop ruimte voor de huidige context, als literatuur (dus bijvoorbeeld als poëzie of als een sage of parabel. Het is de reformatoren wel verweten dat ze aan deze verwarring hebben bijgedragen door het lezen van de Bijbel vrij te geven aan alle gelovigen. In de roomse kerk bleef het Vaticaan bepalen hoe de leek de Schrift moest verstaan en bleef de inhoud van de Bijbel eeuwenlang onbekend aan de v gewone' gelovige. Welnu, hoe moeten we de Schrift lezen en verstaan? In De Wekker (24 september 2004) schrijft ds. D. Visser (Christelijk Gereformeerd predikant in Broeksterwoude) een artikel waar hij boven zet: Lees de Bijbel niet te letterlijk. Dat lijkt op het eerste gezicht een wat vreemd advies, maar hij verklaart zich nader. Hij hoorde 5 september op de EO-radio een gesprek met rabbijn David Brodman. In dat gesprek ging het over de herbouw van de tempel in Jeruzalem. Die tempel zal er komen, was zijn vaste overtuiging. Die zekerheid ontleende hij aan de komst van de Messias, met een beroep op Ezechiel 40-48. Is dat juist? Moetje op deze manier de Bijbel dus letterlijk lezen?
Moet deze profetie zo letterlijk worden opgevat? Geldt dat uoor alle oud-testamentische profetieën die nog niet ueruuld (lijken te) zijn? En uoor alle teksten in het NT die ouer de toekomst gaan?
Veel bijbelgetrouiue christenen beantwoorden deze vragen bevestigend. Steeds meer (christelijk) gereformeerden doen dat ook, eruan ouertuigd dat de Bijbel letterlijk moet worden gelezen. Wie dat niet doet, leest de Bijbel met een gekleurde bril, zeggen zij. Naar het oordeel uan sommigen is het nog erger: die doet afbreuk aan het betrouwbare Woord van God. Het is de moeite waard om nader te bekijken hoe (letterlijk) de Bijbel moet worden gelezen. In dit artikel wordt dat toegespitst op de bouw uan de tempel.
De derde en vierde tempel
Heel wat christenen gaan nog een stap verder dan de rabbijn: er zullen nog twee tempels gebouwd worden. De ouertuiging leeft dat de bouw uan de eerste tempel aanstaande is. Die zal worden gebouwd nadat Christus zijn gemeente heeft opgenomen. Dat moment moet nabij zijn, omdat de uijgenboom, Israël, nieuwe blaadjes heeft gekregen (in 1948). Het geslacht dat dit heeft meegemaakt zal niet voorbijgaan, uoordat dit geschiedt (Matteüs 24 : 32-35).
In de tempel die dan in Jeruzalem gebouwd zal worden, zal de antichrist plaatsnemen. Dat wordt o.a. ontleend aan 2 Tessalonicenzen 2:4. Deze tempel kan echter niet de prachtige tempel uit Ezechiël zijn, waarin de Here
plaatsneemt. Die zal worden gebouwd na de periode uan de antichrist, als het vrederijk is gekomen en de Here Jezus te Jeruzalem regeert. Zet uw bril af en lees de Bijbel letterlijk, is de boodschap. Blijf niet gevangen zitten in uw traditie, maar duif eerlijk te luisteren naar wat God zegt. Dan kunt en mag u er niets anders meer uan maken.
Dat kan aantrekkelijk klinken, maar is het juist? Zo lijkt het dat de Bijbel letterlijk wordt gelezen, maar in werkelijkheid gebeurt het door een gekleurde bril.
Ds. Visser geeft vervolgens zijn uitleg bij wat er in 2 Tessalonicenzen staat en gaat dan in op wat in Ezechiël 40-48 vermeld wordt
Ezechiël is een visionair profeet die in de tijd van de Babylonische ballingschap het Woord van God verkondigt. In de hoofdstukken 8-11 beschrijft hij het vertrek van de heerlijkheid des Heren, waarvan de ballingschap het gevolg is. De Here keert echter terug, en met Hem zijn volk. Dat betekent herstel van Israël, uan Jeruzalem en de tempel. In Ezechiël 40-48 wordt dat uitvoerig beschreven. Is de terugkeer uit de ballingschap en de herbouw van de tempel de vervulling uan deze profetie? Het kan een vervulling worden genoemd, want in de volledige vervulling zal de beschreven heerlijkheid zichtbaar moeten worden. Daarom wordt dit gedeelte dikwijls uitgelegd als een profetie van de bouw van de derde (of uierde) tempel.
Net als rabbijn Brodman verbinden sommige christenen die bouw aan de komst van de Messias, maar zij doen dat aan zijn tweede komst.
Tegen deze uitleg is in de gereformeerde traditie altijd ingebracht dat het offer van Christus in de plaats van de tempeldienst is gekomen. Die uitleg lijkt te passen in de zogenaamde vervangingsleer: de kerk is in de plaats van Israël gekomen.
Betekent afstand van deze leer ook dat afscheid wordt genomen van de overtuiging dat Christus in de plaats van de tempel is gekomen? Zal de tempel worden hersteld en de offerdienst (op een bepaalde manier) worden hersteld? Ik meen dat het NT dit weerspreekt. Ik denk aan de uitdrukking dat Christus meer dan de tempel is. In Hem is God met ons. Hij bouwt Gods tempel, een geestelijk huis met levende stenen (1 Petrus 2). Als die tempel klaar is, zal Hij komen. Dan daalt het nieuwe Jeruzalem uit de hemel. Daar is geen tempel, omdat de Here haar tempel is, en het Lam. In deze profetie uit Openbaring 21 weerklinkt Ezechiël 40-48. Zo wordt de profetie vervuld. Men zou kunnen zeggen: niet letterlijk maar geestelijk. Het is beter te zeggen: anders letterlijk dan vaak wordt gedacht.
Wie Ezechiël 40-48 opvat als een profetie van de bouw van de derde (of vierde) tempel in Jeruzalem leest deze profetie te letterlijk. Het gaat in dit visioen om de heerlijkheid van God voor Israël, en in zijn volk voor alle volkeren. Daarom is het juist om deze profetie met de komt van de Messias te verbinden. Brodman denkt dat Hij nog moet komen. Wie gelooft dat Hij al is gekomen, gaat anders leven. Dan is het deksel van het OT af en wordt het uanwege de gekomen Here als een nieuw testament gelezen. Zijn komst is allesbepalend, voor Israël en de andere volkeren. Dat wordt niet goed gezien door wie de Bijbel te letterlijk leest.
De eindconclusie van ds. Visser is: we moeten de Bijbel lezen in haar totale verband. Hij bedoelt: dat verband is altijd Christus. Laten we de Bijbel niet te letterlijk lezen, niet anders letterlijk dan God het bedoelt, aldus ds. Visser.
Hoe lees ik de Bijbel: als behang?
Ik kan me voorstellen dat u daar heel vreemd van opkijkt. Ik zal u proberen duidelijk te maken wat ik er mee bedoel. Er zijn mensen die werken met muziek op de achtergrond. Muziek fungeert als het behang op de kamerwand: als achtergrond dus. Mensen idie ooit in hun jongere jaren bij de Bijbel zijn opgevoed, maar later afstand hebben genomen van deze opvoeding raken nooit helemaal de verhalen en beelden uit de Bijbel kwijt. Dichters en schrijvers bijvoorbeeld hebben in hun
werk (soms verborgen) verwijzingen naar bijbelse gegevens. De dichter Rutger Kopland (geb. 1934) schreef vele gedichtenbundels sinds in 1966 zijn eerste bundel Onder het vee verscheen. Tot drie keer toe liet hij door de jaren heen 'de grazige weiden' en v de zeer stille wateren' uit Psalm 23 een rol spelen in gedichten. In Volzin (24 september 2004) vroeg Hein Schaefer in zijn rubriek WOORD/ Beeld aandacht voor dit gegeven uit Koplands werk onder de titel Grazige weiden, stille wateren.
'Gedoopt en verder...' Onder die titel hielden wij in de gemeente gespteksavonden over de eerste godsdienstige opvoeding. War doe je bijvoorbeeld bij het slapen gaan? Het viel mij op dat nog steeds veel (protestantse) kinderen naar bed worden gebracht met dit liedje: 'Ikga slapen, ik ben moe/'k sluit mijn kleine oogjes toe/Here, houd ook deze nacht/over Jantje trouu; de wacht!' Ook vertelde men dat het tweede coupletje door iedereen welbewust werd weggelaten: ' 't boze dat ik heb gedaan/zie 't om Jezus' wil niet aan/Maak mijn hartje klaar en rein, /'k wil een schaapje van Jezus zijn.'
Het lijkt mij niet onwaarschijnlijk dat dit liedje, met beide coupletten^), de achtergrond vormt van het gedicht Een psalm van de calvinistisch opgevoede Rutger Kopland:
De grazige weiden de rustige wateren op het behang van mijn kamer ik heb geloofd als een bang kind in behang
als mijn moeder voor mij gebeden had en mij weer een dag langer vergeven was bleef ik achter tussen roerloze paarden en koeien te veldeling gelegd in een wereld van gras
Alleen in bed achtergebleven, verloren in een wereld waarin 'het boze' morgen weer op de loer zou liggen, gaf de dichter als kind zich over aan de wensdroom 'schaapje van Jezus' te zijn. In de figuren op het behang ziet hij de dieren met welke het gevoerd is naar de grazige weiden en de zeer stille wateren van Psalm 23 (Statenvertaling). Jaren later loopt hij met zijn kind aan de hand door de velden. Een psalm eindigt met:
nu ik opnieuw door gods landerijen moet gaan vind ik geen schrede waarop ik terug kan keren, alleen een kleine hand in de mijne die zich krampt als de geweldige lijven van het vee kreunen en snuiven van vrede.
Er is geen weg terug naar het eenzame, kinderlijke geloof, naar het verzinnen van een Heere en Herder die er voor zorgt dat het je aan niets ontbreekt. Wat overblijft, is de troost die uitgaat van een kinderhand in de jouwe. Een geruststelling ook voor het verschrikte kind. Vader en kind horen de belofte van vrede slechts temidden van angstaanjagend gedruis.
De betekenis van de Bijbel is hier geworden tot een achtergrondfiinctie: behang. Iemand vergeleek de bijbeltekst met wat we noemen een x palimpsest'. Zo noemen we een perkamentrol die je, als je de oorspronkelijke tekst er hebt afgekrabd, weer opnieuw gebruikt en beschrijft. In een volstrekt geseculariseerd land als Nederland, zijn er in toenemende mate medelanders voor wie de Bijbel niet veel meer dan behang is, resten van herinnering aan woorden die ooit in een bepaald verband hun in de oren klonken maar nu vervaagd zijn tot meestal een lege klank.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's