De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen afval der heiligen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen afval der heiligen

OM WELK GELOOF HET GAAT? [3]

11 minuten leestijd

Het tijdgeloof is van heel andere aard dan het historisch geloof. W. a Brakel schrijft dat het tijdgeloof een belijdenis van evangelische waarheden is. Deze belijdenis is in vereniging (in overeenstemming ) met de kerk. Anders gezegd: Wat de kerk belijdt, belijdt ook het tijdgeloof. Van een tegenstelling is tussen beide geen sprake.

Evenals het historisch geloof houdt het tijdgeloof de gehele Schrift voor waarachtig. Met verve verdedigt het dat er aan niets van de Schrift getwijfeld behoeft te worden. Heel de Schrift is door God ingegeven. Men zegt dus niet dat in de Bijbel Gods Woord staat, maar de Bijbel is Gods Woord. Ook wordt er niet aan getwijfeld óf de Heere Zijn hart in het Woord heeft gelegd. Meer dan eens laat Hij het kloppen. Hij laat ons Zijn hart horen als Hij zegt: 'Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort en uw ziel zal leven'. (Jesaja 55=3)

Warmte

Het tijdgeloof heeft zijn wortels in het gevoel. Het woord 'gevoel' geeft onder meer warmte aan. Welnu, een tijdgelovige kan met warmte over de Heere en Zijn dienst spreken. Op een zeer enthousiaste manier gebeurt dit doorgaans. Er wordt warm gesproken over de goedheid Gods. Let wel: Niet alleen dat Hij goed is voor de tijd en ons nooit of te nimmer zal verlaten, maar ook dat Heere goed is voor de eeuwigheid. Hij blijft zelfs bij ons als, wij het dal van de schaduwen des doods ingaan. Meer dan eens hoort men een tijdgelovige zeggen: 'De Heere is goed'. Hij is goed, omdat Hij Zijn Zoon gegeven heeft tot een verzoening van al onze zonden.

Wat kan daarnaast vurig getuigd worden. Het komt wel voor dat een tijdgelovige vuriger getuigt dan iemand die door genade heeft leren zeggen: 'Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij'. Waar dat vuriger getuigen in bestaat? Nergens anders in dan in het anderen voorhouden dat er is slechts één Weg is. Wie zou het anders zijn dan Jezus Christus? Hij zegt: 'Ik ben de Weg'. Ook kan men denken aan wat Petrus met klem tegen het Sanhedrin heeft gezegd: 'En de zaligheid is in geen ander'. (Handelingen 4:12)

Er is nog een zaak die ik onder de aandacht wil brengen. Het tijdgeloof zetelt in het gevoel, maar daarom is het ook zo gunnend van aard. Gunnend wordt er gesproken over de Zaligmaker van zondaren. Zonder onderscheid te maken wordt Hij aan ieder gegund. Wie men mag zijn óf wat men heeft gedaan, maar Jezus Christus is er voor ieder Een ieder kan Hem ontvangen tot zaligheid.

Wat ontbreekt

Van het tijdgeloof moet men zeggen dat er toch iets aan ontbreekt. Wat dat is? De vernieuwing van het hart! Het gelijkt op het zaad dat op steenachtige grond gevallen is. Het zaad ontkiemt, het groeit enigszins op, maar al spoedig verzengt het plantje door de hitte van de zon. Het plantje bezat wat de wortels betreft geen diepte van aarde. Een voorbeeld daarvan lezen wij in Mattheüs 13:20 en 21.

Het tijdgeloof is een aanraking van het hart, maar dat is nog geen bekering c.q. vernieuwing. Want wat houdt de vernieuwing van ons hart in? Niets anders dan dat wij vanuit het Woord door de Geest op de hoogte worden gebracht met onze zonden en schuld. Ook dat wij te maken krijgen met het heilig recht van God. Let wel: In dit alles gaat de Heere een eigen gang. In Zijn vrijmacht stelt Hij vast, hoe diep wij aan onze zonden en schuld ontdekt worden. Dit maakt een ander niet uit; dit maken wij niet uit. Alleen de Heere doet dit. Ik schrijf dit enigszins opzettelijk, omdat een ambtsdrager in het pastoraat wel eens mensen ontmoet die precies weten welke weg de • Heere gaat en hoe diep het er doorheen moet gaan. Laten wij niet vergeten: Er is een bekering als die van Samuël (heel geleidelijk), maar er is ook een als die van Manasse. Hetzelfde lezen wij in het Nieuwe Testament. De bekering van een Johannes is een andere dan die van Paulus. Hoe de Heere

werkt, is eigenlijk niet eens zo belangrijk. Het gaat erom dat Hij werkt. Dat Hij werkt, ook vandaag, is zeker. Ik schrijf dit niet uit optimisme, maar ik schrijf dit op grond van het Woord. Want wat lezen wij in Jesaja 53? Het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.

Doorbraak tot op Christus

Ontdekking aan zonde en schuld is nodig. Dat kan niemand missen. Toch schrijf ik niet te veel als ik stel dat wij nog altijd voor eigen rekening liggen als wij niet meer kennen dan zonde en schuld. Het gaat erom dat wij ons als een verlorene laten zinken en zakken op het borgtochtelijk werk van Christus. Ik kan het ook omschrijven zoals A. Comrie dit heeft gedaan, namelijkdat wij als zondaar Christus omhelzen in het geloof. Alle nadruk leg ik op het kennen in het geloof van Christus, ook al zal men mij misschien verwijten dat ik een 'Christusmannetje'fVan Ruler) ben. Maar het blijft staan wat er geschreven staat in Johannes 3:36: 'Wie in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven...'

Opvallend is dat een tijdgelovige zoals ik heb aangetoond, soms vurig kan spreken over het heil dat God bereid heeft. De naam van de Heere Jezus weet men zeer aan te prijzen, maar men zoekt Hem zelf niet. Maar gesteld dat men Hem zoekt, dan is dat niet om Wie Hij is (Zijn Persoon), maar om wat Hij heeft en geeft. Een duidelijk voorbeeld daarvan hebben wij in Johannes 6:26. Jezus zegt er tegen de schare die Hem zoekt: 'Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt, en verzadigd zijt.'

In het ware geloof gaat het altijd om de Persoon Zelf, om Jezus Christus. Er wordt als het ware een huwelijk gesloten waarvan de ene partner schatrijk en de andere straatarm is. Wat echter in de wereld niet altijd samengaat, rijk en arm, dat gaat in Koninkrijk van God uitstekend samen. Hoe armer de bruid, hoe liever het de schatrijke Bruidegom, Jezus Christus, is. Hoe meer Hij kan uitdelen, hoe liever het Hem is.

Samengevat: Het tijdgeloof kent geen doorbraak tot op Christus. Dit is wel het geval met het zaligmakend geloof. Dat vindt zijn zekerheid niet in gevoelens, maar in het geloof in Christus. Immers, Christus, Christus alleen is onze zekerheid!

Uitstapje

Een vraag die in onze tijd zich voordoet, is die naar de zekerheid van het geloof. Men zal mij niet horen zeggen dat dit in vorige tijden anders geweest is. Ik kan dit niet helemaal beoordelen. Wel ben ik er diep van overtuigd dat de zekerheid van het geloof alles te maken heeft met de kennis van Christus. Er zal minder zekerheid gekend worden, naarmate men Christus minder kent. Ook het omgekeerde is waar. Waar veel geloofskennis van Christus is, zal veel zekerheid gekend worden.

Een vraag die in het pastoraat meer dan eens gesteld wordt, luidt: Hoe krijg ik zekerheid van het geloof? Het antwoord is eenvoudig. Zekerheid van het geloof verkrijgt men als men de Heere Jezus als de enige troost in het leven en in het sterven kent. De zekerheid dat Hij onze Heere is, kan ons in één ogenblik geopenbaard worden. Echter... Hij kan daarvoor ook langzaam maar zeker de ogen openen. Wat zéker is: De zekerheid wordt door het Woord en de Geest ons geschonken. Daarom veel het Woord onderzocht en om de Geest gebeden. Bij dit alles niet vergeten dat de Heere een Waarmaker van Zijn Woord is.

Nog één opmerking in dit verband. Wanneer er door ons geklaagd wordt dat de zekerheid ons ontbreekt, moeten wij niet openlijk of verkapt de Heere de schuld geven. Wat moeten wij wel doen? Niets anders dan de oorzaak bij onszelf zoeken. Maar daar moeten wij het niet bij laten. Wij hebben dienaangaande ook schuld te belijden voor de Heere. Dan zal men eens zien wat de Heere doet. Hij schenkt vanuit Zijn Woord door Zijn Geest zekerheid in het vleesgeworden Woord. Men kan over veel inzitten, maar niet of het Woord waar en zeker is. Het is betrouwbaar, ook hierin dat de Heere zekerheid schenkt.

Kortom: Het ware geloof geeft zekerheid. Waarom? Omdat het betekent een eenwording met Jezus Christus. Het is één in Zijn lijden; het is één in Zijn verhoging. Het lijdt met Hem; het sterft met Hem, maar het staat ook met Hem op in een nieuw en heilig leven. (Romeinen 6).

Het werk van de Geest

Ik schreef dat het niet altijd zo gemakkelijk is een tijdgelovige van een waarachtig gelovige te onderscheiden. Evenals de oprechte kinderen Gods kunnen zij soms goed spreken over de Heere. Ook lijden zij soms een leven waaraan een oprecht gelovige een voorbeeld kan nemen. En toch ontbreekt de wortel, omdat men Jezus Christus niet door het geloof is ingelijfd.

Echter... hoe weet men snood van oprecht te onderscheiden? Hoe weet men een oprecht gelovige te zijn en geen tijdgelovige? Alleen door het doorgaande werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest draagt er zorg voor dat er een groeien in de kennis en de genade van onze Heere Jezus Christus is. Maar Hij staat er niet minder garant voor dat wij volharden. Volharden in het dienen van de Heere. Volharden in het strijden tegen de zonden. Volharden om voor Gods aangezicht heilig te leven. Hij heeft ons eens geschapen tot Zijn eer, Hij herschept ons tot Zijn eer.

Hebreeën 6:4-6

In de brief aan de Hebreën wordt ook over het tijdgeloof gesproken, maar dan in samenhang met de zonde tegen de Heilige Geest. Gemakshalve schrijf ik deze verzen Hebreën 6 over: 'Want het is onmogelijk, degenen die eens verlicht zijn geweest, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn. En gesmaakt hebben het goede Woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw, en afvallig worden, die, zeg ik, wederom te vernieuwen tot bekering, als welke de Zoon van God wederom kruisigen en openlijk te schande maken'.

Met name in de verzen 4 en 5 wordt gesproken over de algemene werking van Gods Geest. Deze algemene werking kan ver gaan. Zij kan zelfs zover gaan dat men niet alleen zichzelf leert kennen, maar ook dat men Jezus Christus in heerlijkheid, begeerlijkheid en noodzakelijkheid voorgesteld krijgt. Maar let wel: Ook al wordt Jezus Christus voorgesteld als het allerhoogst en eeuwig goed, men omhelst Hem niet in het geloof. Na verloop van tijd keert men op zijn schreden terug d.w.z. men leidt een leven zonder de vreze Gods. Men gaat aan de Heere en Zijn zalige dienst voorbij. In dit verband kan men denken aan Demas, van wie wij lezen dat hij de tegenwoordige wereld liefkreeg.

In strijd met de belijdenis

Van het tijdgeloof zoals dit ons in Hebreën 6:4-6 wordt omschreven, zeiden de Pelagianen alsmede de Remonstranten dat het zolang het er is een waar geloof is.

Zoals ons bekend zal zijn, leerden zij de afval der heiligen. Het tijdgeloof werd door hen beschouwd als het rechtvaardigend geloof. Het verschilt alleen in tijdsduur. Het houdt een keer op.

Met klem stel ik dat alleen het zaligmakend geloof rechtvaardigend van aard is alsmede dat het de eeuwigheid verduurt. Daarmee zeg ik niet dat er in dit geloof geen schommelingen gevonden worden óf dat er geen bestrijdingen zouden zijn. Het kan wel eens zo zijn dat er nog nauwelijks sprake is van het geloof, ofschoon ook dit waar is dat op de bodem van het hart, soms onder de as, toch wordt aangetroffen: 'Ik heb u lief gehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met koorden van goedertierenheid'.

Het oprechte geloof ligt vast.Het ligt* vast in de Zoon van Gods eeuwige liefde. Anders gezegd: Het ligt vast in Hem Die ons heeft liefgehad met een eeuwige liefde.

Kortom: afval der heiligen bestaat niet. Dit leert ons de Schrift, maar ook de belijdenis van de kerk. Want wat lezen wij in de Dordtse Leerregels, hoofdstuk V par.7? 'Want, eerstelijk, in zulk vallen bewaart Hij nog in hen dit zijn onverderfelijk zaad waaruit zij wedergeboren zijn, opdat het niet verga, noch uitgeworpen worde. Ten andere vernieuwt Hij hen zeker en krachtig door Zijn Woord en Geest tot bekering, opdat zij over de bedreven zonden van harte en naar God bedroefd zijn; vergeving in het bloed des Middelaars, door het geloof met een verbroken hart, begeren en verkrijgen; de genade van God, die nu met hen verzoend is, wederom gevoelen; Zijn ontferming en trouw aanbidden: en voortaan hun zaligheid met vrezen en beven des te naarstiger werken'. Gelet op het bovenstaande besluit ik deze aflevering met: de HEERE laat niet varen het werk van Zijn handen.

G. S. A. de Knegt, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geen afval der heiligen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's