De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Slechts blij met de genezing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Slechts blij met de genezing

OM WELK GELOOF HET GAAT? [4]

6 minuten leestijd

De verschillen tussen het tijdgeloof en het waarachtig geloof hebben we vorige week uiteengezet. Ik schrijf er alleen nog het volgende over: het tijdgeloof begint direct bij de vreugde. De verlossing alleen staat centraal. Van enige diepgang is geen sprake. Het tijdgeloof is er niet mee op de hoogte waarvan men verlost wordt. De wet functioneert niet. Zeker niet in de zin waarin wij de apostel Paulus horen zeggen dat de kennis van de zonde is door de wet.

Het tijdgeloof heeft alles te maken met de tijd (het hier en nu). Het is er slechts in en voor de tijd. Dat wil zeggen: het houdt geen stand, het verdwijnt. Hiervan lezen wij in 2 Petrus 2 : 20: 'Want indien zij, nadat zij door de kennis van de Heere en Zaligmaker Jezus Christus, de besmettingen der wereld ontvloden zijn, en in dezelve wederom ingewikkeld zijnde, van dezelve overwonnen worden, zo is hun laatste erger geworden dan het eerste.'

Samenvatting

Het tijdgeloof wortelt niet in Christus. Er is geen doorbraak tot op Christus. De Schrift houdt ons duidelijk voor: Jezus Christus alleen is onze enige troost in leven en sterven. Daarom zegt een oud rijmpje terecht: 'Nooit zal mijn (zonde-)last mij zijn ontbonden, tenzij ik Jezus heb gevonden.' Er kan in de prediking, maar ook in het pastoraat niet genoeg benadrukt worden dat er alleen in Hem heil te zoeken en te vinden is. Van alle voorbereidend werk zeg ik niets, maar als het daarbij blijft, is het tekort voor de eeuwigheid en staan wij voor eigen rekening. Het gaat om het geloof in Christus.

Het wondergeloof

Het wondergeloof houdt in dat er aan mij óf door mij een wonder geschiedt. Ik geef enige voorbeelden uit de Schrift. Ik denk aan de geschiedenis van de tien melaatsen (Lukas 17 : 11- 19). Allen komen tot Christus. Geen blijft er achter. Allen willen graag genezen worden. Zij geloven dat Jezus machtig is om hen te genezen. Op het bevel van de Zaligmaker gaan zij alle tien naar de priester, hoewel zij nog melaats zijn. Zij worden echter allen genezen. Maar wat lezen wij? Slechts een van hen komt terug. Hij valt aan de voeten van de Heere in het stof neer. Hij dankt Hem ootmoedig voor de genezing. En let wel: Hij is er niet een van het volk van het verbond, terwijl Jezus toch allereerst gekomen is voor het huis van Israël. De man die terugkeert, is een Samaritaan (half joods, half heidens). Je verwacht een schaap van het huis Israëls te zien terugkeren, maar dit is niet het geval. Helaas... zij die genezen zijn, hebben Jezus niet nodig. Zij zijn blij met de genezing ten gevolge waarvan zij zich weer onder de mensen kunnen begeven. De Heiland als Heelmeester voor hun zonden hebben zij niet nodig. Jezus functioneerde voor hen als Arts voor het lichaam, maar niet voor de ziel. Men mag ook zeggen dat Christus voor hen een wonderdokter is. Zij geven Hem niet de eer. Zij zoeken Hem niet tot zaligheid. Aan een wonder voor de tijd hebben zij genoeg. Daarmee zijn ze content.

Judas

Een tweede voorbeeld van het wondergeloofvinden wij bij Judas. Evenals de andere discipelen wordt hem macht gegeven om duivels uit te werpen. Ook ontvangt hij de gave om zieken te genezen. Hiervan lezen wij onder meer in Matthéüs 10 : 1: 'En Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven over de onreine geesten, om deze uit te werpen, en om alle ziekte en kwalen te genezen.' Er zijn dus door Judas wonderen gedaan. De Heere heeft hem niet aan de kant laten staat. Ook Judas ontvangt dezelfde macht als alle anderen. Niettemin weten wij dat het geloof dienaangaande bij hem niet meer is geweest is dan een wondergeloof. Ik geef nog een laatste voorbeeld uit de Schrift inzake het wondergeloof. In Handelingen 14:9 en 10 lezen wij van een man die Paulus hoort spreken. Deze man heeft een kwaal aan zijn voeten. De apostel ziet hem aan. Hij ziet dat de man geloof heeft om gezond te worden. Wat doet de apostel? Hij roept met grote stem: 'Sta recht op uw voeten. En hij sprong op en wandelde.' De voorbeelden zouden met tientallen uit de Schrift zijn uit te breiden. Dat is niet nodig. Wel schrijf ik dat het wondergeloof in de tijd van Christus en de apostelen op aarde de leer van het Evangelie hebben bevestigd.

Inhoud

Wat is de inhoud van het wondergeloof? Het wondergeloof heeft slechts de almacht van God op het oog en niet de genade van God in Christus. Anders gezegd: Het wondergeloof heeft niet Christus Zelf tot voorwerp. Hij is geen Borg en Middelaar. De Schrift heeft het ook niet enkel en alleen voor het zeggen. Evenals het tijdgeloof is het slechts voor een tijd. Het is zeker niet de hand waarmee Jezus wordt aangegrepen. Calvijn heeft het wondergeloof als volgt omschreven: Het grijpt niet de gehele Christus aan,

maar slechts de macht om wonderen te doen.

Samengevat kan men van het wondergeloof zeggen dat het zich niet richt op de Openbaring van God (Zijn Woord) tot zaligheid. Evenals bij het tijdgeloof is er sprake van gevoel, doch is het geen zaak van het hart. In geen geval van een schuldverslagen hart.

Avondmaalsformulier

In het avondmaalsformulier lezen wij 'dat zij geen deel hebben in het rijk van Christus, die vee of mensen, mitsgaders andere dingen zegenen en die aan zulke zegeningen geloof hechten.' In de hertaling van het avondmaalsformulier wordt het iets anders geformuleerd. Daar lezen wij: 'die zich bezighouden met occulte praktijken of daaraan geloof hechten.' Ook al is het enigszins anders geformuleerd, de bedoeling is dezelfde. Het is juist goed dat in de hertaling over occulte praktijken gesproken wordt, met name in een tijd die zwanger is van occultisme. Wat zeker is: In beide gevallen wordt veroordeeld wat gebeurt in de naam van de drie-enige God, maar intussen meer met de duivel en diens rijk heeft te maken. Ik denk aan wat wel genoemd wordt: het magnetisme. Er wordt voorgedaan alsof de krachten die men bezit, van de Heere ontvangen zijn. Een behandeling kan zelfs gepaard gaan met gebed. Intussen zijn het krachten uit de afgrond. Het heeft met gebedsgenezing als gave Gods niets van doen.

Het zegenen van vee met het doel dat de beesten vruchtbaar zullen zijn, zal in onze tijd niet zo vaak voorkomen. Maar wat te denken van auto's die om ongelukken te voorkomen, gezegend worden? Zo zijn er nog wel meer levenloze dingen te noemen die gezegend worden.

Terecht zegt het avondmaalsformulier dat allen die zich daarmee bezighouden of daaraan geloof hechten, zich van de tafel des Heeren hebben te onthouden. Aan de tafel is geen plaats voor bijgeloof (superstitie). Aan de dis van het Nieuwe Verbond gaat het om de versterking van het geloof dat door de Heere is gewerkt en door Hem wordt onderhouden.

G. S. A. de Knegt, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Slechts blij met de genezing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's