Globaal bekeken
U it de Retorica van Aristoteles (uitgave Historische Uitgeverij, Groningen; zie Boekbespreking) de volgende passage over 'Ouderdom'. Aristoteles schreef meer dan 23 eeuwen geleden:
'Doordat ze een lang lei/en achter zich hebben waarin ze meer dan eens bedrogen zijn en meer dan eens fouten hebben gemaakt, en doordat de meeste dingen in het leuen uan gering allooi zijn, houden ze niets bij hoog en bij laag staande, en blijuen ze in stelligheid uan beweringen zelfs uer achter bij wat uereist is. Ze denken iets, maar weten niets, zeggen in hun twijfel oueral wellicht en misschien bij, en doen al hun uitspraken onder dit of dat uoorbehoud, geen enkele uolmondig. Ze zijn kwaadaardig, want het is wantrouwen, en wantrouwig als geuolg uan hun eruaringen. Daarom haten ze niet hartgrondig en hebben ze niet hartgrondig lief: ze uolgen Bias' raad, hebben lief als mensen die eens zullen haten, en ze haten als mensen die eens zullen liefhebben. Ze zijn kleinzielig doordat het leuen ze vernederd heeft; ze begeren niets gewichtigs of bijzonders, alleen leuensnoodzaken. (...)
Ze koesteren weinig hoop, als geuolg uan hun ervaring - de meeste dingen die ons gebeuren zijn immers uan gering allooi, want het gros loopt slecht af - maar ook door lafheid. Ze leuen meer bij herinnering dan bij hoop, want wat hun nog van het leven rest is kort en wat voorbij is lang, en hoop heeft betrekking op wat nog komen gaat, herinnering op wat is geweest. Dit uerklaart ook hun praatziekte; ze houden niet op het ouer het uerleden te hebben, doordat ze er genoegen in scheppen herinneringen op te halen.
Hun driftbuien zijn heel euen heftig, maar zonder kracht, en hun begeerten deels uitgedoofd deels ook weer krachteloos, zodat ze niet geneigd zijn tot begeerte en ook niet handelen naar begeerten, maar uit winstbejag. Daarom maken mensen op deze leeftijd de indruk uan zelfbeheersing: hun begeerten zijn verzwakt, hun uerslaafdheid is aan geldelijk gewin. Ze leuen meer volgens berekening dan uolgens karakter, want berekening heeft betrekking op voordeel, karakter op morele voortreffelijkheid. Het verkeerde dat zij doen is uit laaghartigheid, niet uit overmoed. Ook oude mensen voelen medelijden, maar niet om dezelfde dingen als jongeren; bij dezen is dit uit menslievendheid,
bij ouderen komt het door hun zwakheid; ze denken bij alles dat het ieder ogenblik hunzelf kan ouerkomen, wat een beweegreden tot medelijden was. Vandaar dat ze graag klagen en niet geneigd zijn tot humor en lachen, want de neiging tot klagen is het tegendeel uan die tot lachen.'
Hopelijk zijn al deze uitspraken, al zijn er herkenbare momenten in, niet van toepassing op ouderen van nu, zeker als het over de hoop gaat.
I s er nog echte, zeg negentiendeeeuwse vrijzinnigheid? Dan moet men zijn in de principieel-vrijzinnige Zwinglibond. Uiteen interview met voorzitter ds. Frans Brinkman (Odoorn) in Vrij Zicht (levensbeschouwing en cultuur) een voor zichzelf sprekend fragment onder het kopje 'Uiterste tolerantie':
'De uoorzitter uan de Zwinglibond wil het liefst de urijzinnige gedachte uitbouwen. Dat heeft hij altijd als ideaal gezien: een religieus-humanistische Europese beweging. Met de orthodoxie wil hij eigenlijk niets te maken hebben. Als voorganger in de kerk in Odoorn zal hij het woord "God" nauwelijks gebruiken, hij heeft geen persoonlijk godsbeeld en dat begrip kan hij dus ook niet gebruiken in zijn toespraken, zoals hij zijn preken noemt. Hij maakt zelf liederen, waarin hij zijn geloofsbeleving gestalte geeft. "Soms zing ik niet mee in de dienst, want ik uind dat een religieus lied uan binnenuit moet komen. En als ik de tekst ervan niet kan dragen dan houd ik de mond dicht. Ik uind het uoor mij als uoorganger moeilijk om liederen op te geuen, waar ik zelf niet achtersta. Vrijzinnigheid is uiterste tolerantie, maar waar wordt tolerantie ondraagbaar uoor de predikant? Dat is soms moeilijk.'"
I n hetzelfde nummer van Vrij Zicht stond een stukje over het sterfbed van koningin Sofia Amalia van Denemarken:
'In het prachtige museum in Kopenhagen, waar de beroemde Hirschsprung-collectie is ondergebracht, hangt een uerpletterend schilderij uan de Deense meester Kristian Zahrtmann. Het stelt koningin Sofia Amalia uan Denemarken voor, op haar sterfbed. Het doek slaat hard toe, als je er uoor de eerste keer mee geconfronteerd wordt. Terwijl je verder loopt door de andere zalen, wil je steeds terug naar die fascinerende afbeelding uan een uerschrikkelijk steruen.Je ziet de koningin, uitgedost in haar mooistegewaden, uitgestrekt op een soort diuanbed, een gouden kroon op het kussen achter haar hoofd. Omringd door rijkdom, goud, ziluer, satijn, schitterende tapijten en seruiezen. Ze ligt met half geloken ogen te kijken naar een man die bij haar bed geknield ligt en haar hand uasthoudt. Ze stikt, letterlijk. Uit haar mond hangt de dikke tong. Ze lijdt aan waterzucht en er is geen redden meer aan. Watje zo treft, is de overdonderende rijkdom uan de sterfkamer en de miezerige ellende uan een steruende vrouw, die niet gered kan worden door kroon of macht of goud en ziluer. Zo is het leven, zegt de schilder, ook voor uorsten. Gewoon doodgaan, in welke kleren dan ook. Alles en iedereen is sterfelijk, het is maar datje het goed weet en nooit meer uergeet. (...)
Als je het museum uerlaat, heb je een les geleerd. De drukke straat met het sneluerkeer, een zingend kinderklasje op het trottoir, een urolijke lucht: dat is de wereld die je ziet. Daaronder, daarachter is ontzaglijk ueel leed en uerwording. Ook zonder terrorisme of wapengeweld. Gewoon, door de werkelijkheid uan het leuen, de onontkoombare paradox van menselijke glorie en onmacht.'
v.d.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's