De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nieuwe commentaar op Galaten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nieuwe commentaar op Galaten

Onbevangen luisteren naar Paulus

7 minuten leestijd

De brief aan de Galaten stelt de uidegger al sinds eeuwen voor menige puzzel. De visies van exegeten op deze korte, maar voor de paulinische prediking belangrijke brief lopen dan ook sterk uiteen. De literatuur over deze briefis nauwelijks meer te overzien. De Kamper hoogleraar J. van Bruggen is er desondanks in geslaagd een leesbaar commentaar te schrijven en daarin een groot aantal vragen helder en beknopt te behandelen met een verantwoorde selectie uit de veelheid van literatuur. Een commentaar is bedoeld om als naslagwerk te raadplegen.

Maar dit commentaar is zo boeiend geschreven dat je het achter elkaar uit leest, waarbij de vlotte stijl bepaald niet ten koste gaat van de diepgang. Wie het eerder verschenen deel over Paulus van de auteur kent, weet dat hij ten aanzien van een aantal vragen eigen wegen gaat, zowel ten opzichte van de historisch-kritische exegese als ten aanzien van de traditionele reformatorische kijk op Paulus en zijn relatie tot het jodendom. Datering en adressering De vraag naar de datering en de adressering van deze brief wordt heel verschillend beantwoord. Moeten we bij Galatië denken aan het in het Noorden van Klein-Azië gelegen stamgebied van de Kelten of aan de grotere Romeinse provincie Galatia, die ook zuidelijke steden omvatte? In het laatste geval wordt de brief doorgaans vroeg gedateerd vóór de tweede zendingsreis en vóór het apostelconvent waar in Handelingen 15 sprake van is. Van Bruggen kiest voor de Noord- Galatische adressering en dateert de brief aan het einde van de derde zendingsreis. De door hem aangevoerde argumenten zijn van waarde, al zijn er voor mijn besef ook voor het door hem afgewezen standpunt goede redenen aan te voeren. Een afdoende beslissing blijft lastig. Een tweede punt dat altijd weer discussie oproept, is de verhouding tussen Handelingen 15 en Galaten 2. Gaat het om dezelfde gebeurtenis? Maar vreemd blijft dan dat de

apostel van de besluiten met betrekking tot de heidenchristenen geen melding maakt. Van Bruggen wijst erop dat de verschillen tussen Handelingen 15 en Galaten 2 veel groter zijn dan de overeenkomsten. Of dit argument helemaal overtuigend is, is voor mij een vraag. Moetje er ook niet mee rekenen dat Lukas en Paulus vanuit een verschillende invalshoek over de relatie tot Jeruzalem geschreven kunnen hebben?

Bij een late datering zitje ook met de vraag waarom Paulus met geen woord melding maakt van de besluiten van de apostelvergadering. Van Bruggen meent dat Galaten 2 een latere fase weerspiegelt dan Handelingen 15. Ging het in dat hoofdstuk over de vraag of de weg tot het heil in Christus voor een heiden via de besnijdenis loopt, in Galaten is dat jaren later geen punt meer. Het gaat in deze brief niet om de weg tot behoud, maar om een compromisvoorstel ten behoeve van een veilige samenleving van joodse christenen met broeders uit de heidenen. De judaïsten voelden de hete adem van de synagoge in de nek en probeerden aan het gevaar van vervolging te ontkomen door de broeders uit de heidenen te bewegen zich te laten besnijden en zich zo een joodse identiteit eigen te maken. Die aandrang zou dus niet uit theologische motieven (wat is de weg tot behoud? ) voortkomen maar uit praktische overwegingen (hoe kunnen we veilig samen tafelgemeenschap hebben en ontkomen we aan vervolging? ). Ook het beroemde conflict tussen Petrus en Paulus (Gal. 2:11-14) ziet Van Bruggen in dit licht. Paulus verwijt Petrus geen afval van het geloof, maar kleinmenselijke vrees voor de besnedenen.

Wetswerken

De contextuele benadering van de problematiek in Antiochie en de Galatische gemeenten is verhelderend en voorkomt het gevaar Paulus' brieven te lezen als tijdloze documenten. De vraag die bij mij toch bleef haken, is of je het theologische motief- de vraag naar het behoud, rechtvaardiging door het geloof alleen zonder de wetswerken - en het praktische motief - samenleven van jood en heiden in één gemeente - van elkaar kunt losmaken. Ook in het conflict met Petrus ging het om de afwijking van de 'waarheid van het evangelie', en die waarheid heeft, zoals O. Hofius enkele jaren geleden in een mooi artikel in Theologia Reformata heeft aangetoond, alles te maken met de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze. Anders gezegd: ik ben niet helemaal overtuigd dat het in Handelingen 15 om een andere vraag gaat dan in Galaten 2.

Ten aanzien van de paulinische prediking van de rechtvaardiging zoals de apostel deze verwoordt in Galaten 2 en 3 wijst, Van Bruggen in navolging van Sanders en Dunn de gedachte af dat de apostel hier tegenover het christelijk geloof een contrasttekening zou geven van het niet-christelijk jodendom dat het van wetswerken zou verwachten. Het doen van de werken hangt voor de Jood nauw samen met het geloof in Gods verkiezing van Israël. Als Paulus schrijft: 'Uit wetswerken zal niemand gerechtvaardigd worden' (Gal. 2:16), is dat een gedateerde uitspraak, geen streep door honderden eeuwen gelovige gehoorzaamheid aan de wet, aldus Van Bruggen. De genuanceerde kijk op het jodendom, met name het Farizeïsme is winst, maar dat behoeft m.i. niet uit te sluiten dat het gevaar van werkgerechtigheid in sommige joodse kringen niet aanwezig zou zijn. Immers, er is door verschillende nieuwtestamentici contra Sanders op gewezen dat er in joodse literatuur wel degelijk passages zijn aan te wijzen die daaraan uiting geven. Het gaat me daarom te ver om te zeggen: Paulus bestrijdt niet een joodse oerdwaling (alsof de wet rechtvaardiging brengt) maar een heidens misverstand waaraan Petrus in Antiochië voedsel zou hebben gegeven (blz. 93). Is de conclusie dat de wet niet rechtvaardigt, een conclusie achteraf, vanuit de feiten, zoals de schrijver op blz. 95 betoogt?

Opvallend is in dit verband de vertaling die Van Bruggen geeft van Galaten 2:16a: 'Wij weten inmiddels dat een mens geen bestaansrecht heeft voor God dankzij wetswerken, tenzij door geloof in Christus Jezus'. Van Bruggen heeft hier inderdaad een punt: De met 'tenzij' vertaalde Griekse uitdrukking moet niet vertaald worden met 'maar'. Echter de hele context alsmede Galaten 3 verzetten zich de gedachte als zou de apostel hier een soort aanvullende eis formuleren in de trant van: Bij de wetswerken heeft men geloof nodig. Ook Van Bruggen wijst dit af, maar is toch van oordeel dat we Gal. 2:16 niet moeten overvragen. Paulus is volgens hem hier in gesprek met een mede-jood die christen geworden is.

Hij zou bedoelen datje niet-joden na de komst van Christus niet meer kunt verplichten tot de werken. 'Een jood hoeft echter de wet en haar werken niet af te zweren, maar hij moet wel leren inzien dat dit alles hem niets baat zonder geloof in Christus' schrijft Van Bruggen (blz. 91). Voor mijn gevoel wordt op die wijze de spits van Paulus' prediking inzake de rechtvaardiging richting zijn eigen volk wat afgebroken. Is het hele betoog toch niet principieel theologischer dan de auteur waar wil hebben? En is de traditionele exegese van de Galatenbrief door het nieuwe perspectief op Paulus helemaal achterhaald? De brief aan de Galaten vormt met de Romeinenbrief de kernargumentatie van de worsteling van Luther en Calvijn in hun verstaan van de verhouding wet en genade contra Rome. De positie van Van Bruggen is me uit deze commentaar niet helemaal duidelijk geworden. Maar is het toevallig dat de commentaren van Luther en Calvijn op deze brief nauwelijks genoemd worden?

Zorgvuldig luisteren

Ik Iaat het bij deze enkele punten. Al zou er ook over de exegese van Galaten 1:16 in relatie tot Handelingen 9 en Galaten 4:26 wel het een en ander te zeggen zijn. Maar geen enkel commentaar is een laatste woord. Het siert de auteur dat hij op een onbevangen manier naar Paulus wil luisteren. Met name de exegese van Galaten 5 en 6 mag hier genoemd worden als een staaltje van zorgvuldig luisteren en aftasten van de woorden in hun context. Wie naast de klassieke commentaren gebruik maakt van dit uitstekend geschreven commentaar, vindt er veel in waar hij zijn winst mee kan doen. En - niet in de laatste plaats - je legt dit boek uit handen in bewondering voor de enorme werkkracht van de auteur, die ook na zijn emeritaat bepaald niet uitgediend is. Ik ben benieuwd naar de Romeinencommentaar in deze serie en hoop van harte dat het Van Bruggen gegeven wordt ook deze nog te voltooien.

A. Noordegraaf, Ede

N.a.v. Dr. Jakob van Bruggen Galaten. Het goed recht van gelovige Kelten. (Commentaar op het Nieuwe Testament, derde serie, afdeling brieven van Paulus). Uitg. Kok, Kampen; 187 blz.; € 24, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Nieuwe commentaar op Galaten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's