Niet vreemd aan het geloofsleven
Vader, Zoon, Geest: onze drie-enige God [7]
Vreemdelingen en hemelburgers
Dat Herman Bavinck in zijn omschrijving van het belang van Gods drie-eenheid niet alleen spreekt over de wortel van alle dogmata, maar ook over de substantie van het nieuwe verbond en het hart en wezen van de christelijke religie zelf, verdient nog nadere aandacht Wat de substantie van het nieuwe verbond betreft denken we aan Christus Zelf en al de heilsgoederen die Hij voor ons verwierf. In wezen is het dezelfde substantie als onder het oude verbond, doch nu tot volle ontplooiing gekomen. Daarom verschilt het ten diepste niet van het hart en wezen van de christelijke religie zelf.
Dat betekent ondertussen dat het christelijk geloof ons wil brengen tot de erkenning dat God die alles uit niet(s) geschapen heeft, Dezelfde is als de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. We leven niet in een wereld die door demonen gemaakt is. Weliswaar komen er demonen voor, meer zelfs dan ons lief is. En wijzelf staan heiaas ook open voor hun invloed. Maar toch is de wereld niet van demonen en demonen hebben er niet het laatste woord. Deze wereld is voor christenen bekend terrein, want door onze hemelse Vader geschapen. Ja, wat de zonde betreft die er in deze wereld is, voelen wij er ons vreemdelingen. Wij zijn immers hemelburgers. Doch wat de goede schepping aangaat mogen we dankbaar God prijzen voor alles wat Hij geschapen heeft. Tegelijk mogen we uitzien naar de totale herschepping op de jongste dag. In die tussentijd, tijdens ons leven op aarde, mogen we ons vol vertrouwen overgeven aan onze hemelse Vader, die zonder Zijn wil geen haar van ons hoofd zal laten vallen. Dat maakt ons leven aan de ene kant diep afhankelijk van God, aan de andere kant geeft het ons volle rust en krachtig houvast in onze genadige Vader. We lopen de Heere niet voor de voeten, doch komen afhankelijk en vertrouwensvol achter Hem aan. Als pelgrims reizen we voor Jezus en laten zijn God-zijn ten volle gelden op alle terreinen van het leven. We beschouwen onszelf als mensen die in alle dingen op Hem betrokken zijn.
Aan Gods kant gaan staan
Ondertussen zullen we begrijpen dat dit alles slechts echt zal functioneren in ons leven, wanneer we werkelijk christen zijn. Dat wil zeggen wanneer we werkelijk Christus Zelf en al Zijn heil in het geloof hebben aangenomen. Ook in dit opzicht laten we God geheel God en zien we onszelf totaal als mensen die volkomen op God zijn aangewezen. De Heilige Geest is door het Woord zozeer met ons aan de gang gegaan dat we geheel aan Gods kant zijn gaan staan. We geven Hem in alles gelijk door Zijn heiligheid en Zijn rechtvaardige oordelen te aanbidden. We erkennen ook dat Hij niet verplicht is om één enkele zondaar te verlossen van zonde en dood. Dat het daarentegen enkel verkiezende liefde is dat Hij in Christus zondaren zoekt en zalig maakt. Dat maakt ons verwonderd over zoveel genadige goedheid van God.
Tegelijk gaan we naar die goedheid verlangen, we gaan het zoeken en krijgen oog en hart voor de heerlijke be-
loften van het blijde evangelie. We gaan vertrouwen op die beloften, we geven ons jawoord aan die beloften, we nemen die beloften gelovig aan. Met dat we die beloften in het geloof aannemen, nemen we de inhoud van die beloften aan, namelijk Christus Zelf als Heiland met alles wat Hij voor ons verdiend heeft. Ook wel genoemd Zijn weldaden of al Zijn schatten en gaven. We denken dan aan vergeving van zonde, verzoening van schuld, de mantel der gerechtigheid waarmee we bekleed worden, de gemeenschap met Christus, de vrede met God onze Vader. We gaan uitroepen: 'Abba Vader'. En zalig hemelleven is ons deel.
Verder denken we aan de kracht van de Heilige Geest die ons de geestelijke wapenrusting doet hanteren. Opdat we de goede strijd zullen strijden, onze oude mens zullen doden, ons onbesmet zullen bewaren van de wereld en zullen volharden tot het einde. Kortom, we beschouwen God de Vader als onze Vader, we aanvaarden God de Zoon als het vleesgeworden Woord tot ons behoud, we laten God de Heilige Geest binnen om ons te leiden.
Je zou mogen zeggen dat we dan pas echt mens geworden zijn, dat wil zeggen verlost mens. Mens in gave relatie tot God waarin er niets tussen God en ons in de weg staat. Want Christus heeft ons gereinigd van alle zonden. We leven op het vlakke veld. Alle obstakels zijn er opgeruimd en er is enkel een effen pad, waarop we voortdurend mogen wandelen in zalige geloofsontmoeting met de Heere. We zingen: 'Het is mijn goed, mijn zaligst lot, nabij te wezen bij mijn God'.
Geen levensvreemde theorie
De leer van de drie-eenheid van God is dus bepaald geen levensvreemde theorie, vreemd aan het geleefde leven. En we bedoelen dan uiteraard het geleefde geloofsleven. Immers, zonder geloof verstaan we totaal niets van onze drie-enige God. Doch ook voor gelovigen is er het gevaar dat God-drie-enig totaal niet functioneert in het geloof. Een gevaar dat ons vandaag ernstig bedreigt.
Weliswaar is met de Reformatie het zogenaamd heilseconomische weer volop in het centrum geplaatst. Luther deed het vooral vanuit het God-zijn van Christus. Calvijn ook vanuit de verkiezing door God de Vader en het werk van de Heilige Geest tot zaliging van zondaren.
Helaas echter is dit accent van de Reformatie fors weggesleten, mede door de invloed van de Verlichting. De Verlichting moest immers niets hebben van het feit dat God Drie is en tegelijk Eén. Ze propageerde de ene algemene god en speelde daarmee in op het hyperindividualisme van nu. Doch de ene algemene god is een eenzaam idee, zonder communicatie. Ze werkt daarom menselijke vereenzaming in de hand en revolutionaire hardheid. Mogelijk lopen er van hieruit zelfs ook lijnen naar het geloof in de voorzienigheid, zoals Hitier met zijn dictatuur dat propageerde. Ook kan gedacht worden aan huidig fundamentalistisch denken dat vol is van tirannieke tendensen.
Theologie van beneden
We denken ook nog aan een beweging als van de socinianen, weer wat in het voetlicht geplaatst vanwege het feit dat Socinus in 1604, vierhonderd jaar geleden dus, stierf. Een beweging die met name in Nederland nogal beroering heeft veroorzaakt. Immers, met het loochenen van de drie-eenheid loochende Socinus ook het plaatsvervangend lijden van Christus als verzoening door voldoening. Iets wat helder aangeeft dat de leer van onze drieenige God onlosmakelijk samenhangt met zaken als de plaatsvervanging. Terecht werd het socinianisme dan ook genoemd 'sulcken schrikkelijcken ende grouwelijcken quaedt'.
Overigens zijn we nog steeds niet verlost van dat 'quaedt'. Een kwaad dat al heel oud is, want Arius (rond 300 na Christus) loochende reeds het eeuwig God-zijn van Christus. Er zijn helaas ook theologen van deze tijd die dit soort ketterijen uitdragen. We denken aan prof. H. Berkhof, die het dogma van de drie-eenheid opnieuw heeft willen doordenken om het functionele te onderstrepen.
Hij zag Jezus vooral als verbondspartner en speelde hierbij de theologie 'van beneden' in de kaart. Het eeuwige God-zijn van de Zoon en het eeuwig Drie- en Eén-zijn van Vader, Zoon en Heilige Geest, moffelde hij weg. Ook prof. H. M. Kuitert moet hierbij genoemd worden. Met zijn oude-mensen-verstand ontkent hij de eeuwige God. Hij ziet de leer van Gods drie-eenheid als franje waarvan het christelijk geloof gezuiverd moet worden. Die leer vindt hij speculatief, belastend voor het geloof en schadelijk voor wederzijds begrip naar joden en moslims toe.
Hoogst actueel
Ondertussen maakt dit alles duidelijk dat het meer dan ooit nodig is om de werkelijke actualiteit van de drie-eenheid voor het volle voetlicht te plaatsen. Want de kerk staat of valt met het al of niet functioneren van deze leer. Waar deze leer in de gevarenzone komt, is het nodig de stormbal te hijsen. Terwijl hierbij het mes naar twee kanten dient te snijden. Aan de ene kant is er alle reden tot een heilig profetisch vloeken om daarmee alle ketterij die samenhangt met onderuithalen van dit oerdogma te vervloeken. Aan de andere kant is er reden tot het steken van de hand in eigen boezem van het eigen kerk-zijn. Wij als kerk hebben immers al te vaak gefaald in het zuiver belijden en beleven van de drieeenheid. Daarmee speelden wij ketterijen in de kaart.
Dr. O. Noordmans spreekt in dit verband over één grote vraag aan de kerk om de drie-eenheid zo uit te leggen dat die begrijpelijk en zinvol wordt voor het leven. En dat is het brede leven dat geleefd wordt vanuit schepping en herschepping, als benedenburger van het aardse rijk en als bovenburger van het hemelse rijk.
Het is het leven dat geleefd wordt in het bijbelse geloof dat leeft voor het aangezicht van God. Het is het leven ook dat gestempeld wordt door het werk van de Heilige Geest en verstaan wordt als eersteling van de nieuwe schepping. En daarom leven met toekomst. Leven dat ook in actualiteit torenhoog uitsteekt boven alle aardse leven van het platte vlak waarin God is uitgeradeerd en dat daarom als leven van 'hier beneden' niet 'opgehemeld' kan worden tot hoopvol leven. De 'actualiteit' van dit 'hier-beneden-leven' is dan ook als sneeuw voor de zon weggesmolten bij de dood. Ondertussen blijft het leven door de Geest en uit de levende Christus haar actuele karakter behouden, want het komt op uit Hem die Drie is toch tegelijk Eén. Dit leven is vuurvast geworden voor de dood, omdat het is doorgloeid van het leven dat Christus verwierf op de paasmorgen. Haar realiteit en haar actualiteit zijn niet klein te krijgen. Het geloof heeft het namelijk ontvangen uit de hand van Hem in Wie het verankerd ligt, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
R. H. KIESKAMP, LIENDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's