Opvoeding, taak van gezin én gemeente
DE GEMEENTE, ALLEEN SAMEN MET JONGEREN [5]
Ze was ergens begin veertig. Na afloop van een gemeenteavond over opvoeding kwam ze naar me toe. 'Het klinkt zo mooi wat u zegt. Opvoeden is beschermen, verzorgen, overdragen en noem maar op. Maar in mijn gezin lukt het niet. Ik krijg geen contact meer met de oudste. Ik begrijp haar taal niet en zij mijn taal niet. Ik zie de opvoeding voor mijn ogen mislukken, laat staan dat ik iets aan geloofsopvoeding kan doen. En de jongste tivee lijden er ook onder.'
Ze had drie kinderen, vertelde ze. Haar oudste dochter was vijftien, dan kwam er een dochter van twaalf en vervolgens een zoontje van negen. Gezien de wanhoop die ze uitstraalde, zag ik wel dat een opmerking als 'ach, het is de puberteit', niet op zijn plaats was. Het zat dieper. 'Praat je er wel eens over met andere ouders? ', vroeg ik haar. 'Of praatje wel eens met de wijkouderling hierover? ' Ze kreeg tranen in haar ogen. Nee, dat durfde ze niet. 'Je gaat je eigen falen toch niet met andere ouders delen? En trouwens, de wijkouderling weet hier toch ook geen raad mee? '
Zomaar een situatie die tekenend is voor veel gezinnen. Hoe kun je in deze tijd je kinderen goed opvoeden? Niet alleen maar zorgen dat ze goed verzorgd worden, maar juist dat stapje extra. Hen vormen met het oog op de maatschappij, en nog belangrijker:
met het oog op Gods Koninkrijk en een persoonlijke relatie met Jezus. Het lijkt een haast onmogelijke taak. Er ligt hier een belangrijke roeping voor de kerkenraad - om de gezinnen in deze taak te ondersteunen.
'De jeugd van tegenwoordig...'
Is het echt zo dat 'de jeugd van tegenwoordig' anders is dan voorheen? Ik denk dat dat wel meevalt. De manier waarop jongeren zich emotioneel en lichamelijk ontwikkelen, is (in grote lijnen) nog steeds dezelfde als vroeger. Maar de tijd waarin jongeren opgroeien, is wel degelijk anders. Jongeren staan onder grote invloed van heel veel verschillende factoren. Het overzichtelijke patroon dat jongeren eigenlijk nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen, is helemaal weg. Hun omgeving is compleet versnipperd en daarin moeten zij zelf een weg zien te vinden.
Vroeger werd in gezin, school en kerk dezelfde taal gesproken. Op al deze terreinen golden dezelfde normen en regels. Tegenwoordig is het in de eerste plaats de gefragmenteerde wereld van tv, muziek, internet, films en de vriendengroep die de norm bepaalt. Vervolgens worden het gezin, de school en de kerk met deze norm geconfronteerd. 'Ik begrijp haar taal niet en zij de mijne niet', zei de mevrouw uit de inleiding. Inderdaad is dat vaak de situatie. Maar wat moeten we daar dan mee? De taal van de jongeren als uitgangspunt nemen? Of de jongeren volledig isoleren van de taal van de wereld om hen heen?
Het antwoord op deze vragen ligt ergens in het midden. Jongeren moeten tweetalig worden opgevoed. De geloqfstaal is de 'moedertaal' - daar moeten de jongeren feilloos op terug kunnen vallen. Die geloofstaal is een taal van denken, spreken en doen die geoefend en voorgeleefd moet worden, daar waar het geloof in de praktijk gebracht wordt in het leven van ons als ouders en oudere gemeenteleden. Maar zit daarjuist niet een groot probleem: missen jongeren niet vaak het goede voorbeeld? De taal van de tvereld om ons heen leren ze vanzelf. Maar juist ook daarin moeten ze begeleid worden vanuit het gezin en vanuit de gemeente.
Verantwoordelijkheid van ouders
'Ik begrijp haar taal niet.' Een realistische constatering. We leven in een tijd waarin met name technische ontwikkelingen zo snel gaan (en direct invloed hebben op de communicatie), dat het vrijwel onmogelijk is om als ouders je kinderen voor te blijven. Hoeveel ouders kunnen MSN'en? Hoeveel ouders weten de laatste technische foefjes van de mobiele telefoon? Er ontstaat een heel nieuwe communicatietaai, met afkortingen en termen die ouderen amper begrijpen.
Toch mogen we niet accepteren dat de norm buiten het gezin wordt bepaald en vervolgens als uitgangspunt aan het gezin wordt opgedrongen. De om-
In dit seizoen staat het werk van de HGJB in het teken van de verbondenheid met elkaar in de gemeente. Vorig jaar stond de verbondenheid met God centraal en volgend jaar willen we stilstaan bij de verbondenheid met de wereld. Als motto voor de verbondenheid in de gemeente hebben we gekozen voor: 'De gemeente, alleen samen'. Dit thema wordt de komende periode vanuit verschillende invalshoeken belicht. Hierbij staan we in het bijzonder stil bij de plaats van jongeren (en daar worden ook kinderen en tieners mee bedoeld) in de gemeente.
gang met God moet het uitgangspunt blijven. Dat is ook de belofte die is gedaan bij de doop. Die omgang met God gaat verder dan alleen het lezen van de Bijbel aan tafel. Het is een totale geloofshouding waaruit blijkt dat binnen het gezin de liefde van God woont. Op die manier kunnen ouders een stevige basis leggen voor hun kinderen: in alle afhankelijkheid van God de geloofshouding aanleren aan onze kinderen. Van jongs af aan, zodat er een stevige basis is voor de tienerjaren en daarna. Niettemin is het daarnaast goed om als ouders ook de taal van de leefwereld van de jongeren te kennen. Het is niet goed om ons volledig af te sluiten van alle ontwikkelingen die jongeren bezighouden, of om al deze ontwikkelingen als slecht en negatief af te doen. We moeten ook interesse tonen in de wereld van de jongeren - omdat we liefde hebben voor de jongeren en willen weten wat hen bezighoudt. Als we als ouders weten wat de andere taal van de jongeren is, kunnen we ook daarover met hen in gesprek gaan. We kunnen dan laten zien op welke onderdelen hun leefwereld in conflict komt met de geloofstaal. Niet door overal pasklare meningen over te geven, maar door samen met hen de zoektocht af te leggen naar Gods wil in hun en ons leven.
Samen met andere gezinnen
'Je gaatje eigen falen toch niet met andere ouders delen? En trouwens, de unjkouderling weet hier toch ook geen raad mee? ' Een trieste waarneming. De ouders zijn inderdaad de eerstverantwoordelijken als het gaat om de opvoeding van hun kinderen. Maar ze staan niet alleen in die taak. Het is nadrukkelijk een verantwoordelijkheid van de gemeente om de gezinnen te ondersteunen.
Daarom heeft de doop van de kinderen plaatsgehad in het midden van de gemeente. Ook hier geldt heel duidelijk: opvoeden niet alleen, maar samen. De gemeente zal een plaats moeten zijn waar de jongeren hun thuis geleerde geloofstaal leren spreken en verder beoefenen. Het aanleren van de geloofstaal, waarvoor de basis is gelegd in de gezinnen, mag verder worden ontwikkeld op de catechese en in het jeugdwerk. Dit proces van inwijden (zoals we dat eerder in deze serie genoemd hebben) is een directe wisselwerking tussen gezin en gemeente. Daar ligt ook een duidelijke verantwoordelijkheid voor de gemeente: visie hebben op de vormgeving van deze inwijding.
Maar hoe zit het dan met die wijkouderling die er geen raad mee weet? Niet alle ouderlingen kunnen toch opvoedingsexpert zijn? Nee, dat is waar, maar er kan in de kerkenraad wel een vorm van specialisatie worden aangebracht. Bovendien geldt dat niet alléén kerkenraadsleden betrokken hoeven te worden bij de opvoedingsvraagstukken. Voor veel gezinnen zou het een goede stap zijn om samen met andere gezinnen in gesprek te zijn over de geloofsopvoeding. Een gelegenheid waar ouders onderling hun ervaringen kunnen uitwisselen: 'Hoe ga jij om met MSN? ' 'Hoe lang mogen ze bij jullie per dag op internet? ' Maar je kunt ook met een aantal gezinnen samen concreet bezig zijn met de kinderen, bijvoorbeeld door samen te zingen en samen bezig te zijn met de Bijbel. Zo zien kinderen dat er méér plaatsen zijn waar uit het geloof geleefd wordt. Dergelijke initiatieven kunnen uiteraard door de kerkenraad gestimuleerd worden. Het is goed als de kerkenraad hier actief mee bezig is. Heel veel ouders hebben behoefte aan toerusting over de opvoeding. Hoeveel ouders zijn er in uw gemeente die deze vragen bespreekbaar maken met de wijkouderling? Het zou goed zijn om aan de basis te beginnen. Na de doop met de ouders in gesprek blijven door regelmatig met hen te spreken over de opvoeding. En omdat het heel de gemeente aangaat: ook regelmatig dit thema in de prediking aan de orde stellen.
Gedeelde verantwoordelijkheid
Zo komen we tot een gedeelde verantwoordelijkheid. In de wisselwerking tussen de gezinnen en de kerkelijke gemeente mogen kinderen gevormd worden. Niet door hen af te sluiten van de wereld om hen heen, maar door hen te laten zien dat er een andere gemeenschap mogelijk is dan die van de wereld om hen heen. Een gemeenschap waar Gods liefde het uitgangspunt is en waar die liefde wordt beleefd en beleden - in de gezinnen, tussen de gezinnen onderling en in het midden van de gemeente. Een gemeenschap waar de jongeren ervaren dat zij er echt bijhoren en volwaardig kunnen participeren in het gemeentezijn. Een plek waar ze hun verhaal kwijt kunnen, ook als ze dat soms thuis niet kunnen. Een veilige gemeenschap!
HARMEN VAN WIJNEN DIRECTEUR HGJB
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's