De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De monniken van Isenheim

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De monniken van Isenheim

Preken met verf en penseel [i]

6 minuten leestijd

Daar waar de eerste uitlopers van de Vogezen verschijnen, nog net in het land van de Elzas, ligt het dorpje Isenheim. De naam klinkt Duits - toch bevinden we ons al sedert lang op Frans grondgebied. Rond 1300 werd hier een klooster gesticht waar men leefde naar de regel van Augustinus. Het trotseerde de eeuwen en hield stand tot aan de Franse Revolutie.

Volgens de overlevering heeft de orde haar bestaan te danken aan een ernstige ziekte van de enige zoon van de welgestelde edelman Gaston. Zijn wonderlijke genezing werd de aanleiding tot het stichten van een kloostergemeenschap, die in haar hospitalen lijders aan deze ziekte ging verplegen. De orde verspreidde zich snel over Duitsland en Frankrijk en stond al spoedig in hoog aanzien. Zo ontstond ook het klooster te Isenheim, waarvan de bewoners zich dagelijks aan liefdedaden wijdden.

Een therapeutisch schilderij

Aan het begin van de zestiende eeuw gaf de abt ervan aan de schilder Matthias Grünewald opdracht tot het vervaardigen van een altaarstuk met voorstellingen uit het leven en sterven van de Heere Jezus Christus. De kunstenaar ging met grote nauwgezetheid aan het werk en rondde na enkele jaren zijn opdracht af. We zijn dan in of dichtbij het jaar 1515 gekomen. Dat Grünewald studie van zijn objecten maakte, is duidelijk. Hij verstond zijn vak en begreep zijn opdracht. Zijn werk zou niet in de eerste plaats dienen ter verfraaiing van de Gotische kerk waarin het veelluik met zijn negen panelen een plaats kreeg, maar een wezenlijke bijdrage leveren aan de opdracht die het klooster zich had gesteld, namelijk de liefdevolle verpleging van de slachtoffers van het zogenaamde 'Antoniusvuur' (le mal des ardents, ook wel genoemd: le feu de Saint- Antoine). Het werk van 'Meester Mathis' zou veel meer een didactische en therapeutische dan een esthetische rol gaan spelen in het klooster. Wil men toch spreken van kunst, en dat is het zeer beslist, dan liever van christelijke kunst. Het Isenheimer altaar is geen doel in zichzelf, maar bedoeld voor ogen die hulp zoeken.

Bijzonder monnikenwerk

Afschuwelijk waren de gevolgen van het 'Antoniusvuur'. Europa werd er in de Middeleeuwen sterk door geteisterd. Vooral in de elfde en twaalfde eeuw nam de ziekte epidemische omvang aan. Een ogenschijnlijk volslagen gezond mens kon van het ene op het andere moment een brandende pijn in zijn ledematen voelen opkomen. Alsof men in brand stond. Armen en benen werden rood en niet lang daarna zwart. Zweren en etterbuilen tastten stukje bij beetje het lichaam aan. Het vlees werd etterig en begon weg te rotten. De stank die hiervan het gevolg was, moet ondraaglijk zijn geweest De pijn en de smart waren onbeschrijflijk. Wie niet snel stierf, raakte op zijn minst verminkt.

En de geneeskunde...? Die stond nog machteloos. Pas veel later zou men ontdekken dat het ontstaan van deze

ziekte alles te maken heeft met het gebruik van door 'moederkoren' aangetast broodgraan. Een schimmelinfectie die via het brood binnenkwam en zo hele gezinnen kon aantasten. Bij de een sloeg het vooral op de hersenen, waardoor men ging hallucineren (vergelijkbaar met gebruik van LSD) en epileptische aanvallen kreeg. Een andere uitwerking van de giftige stoffen uit deze schimmel leidde tot een zodanige vernauwing van de bloedvaten dat er ten slotte geen druppel meer door kon. Omdat de ziekte in hoge mate besmettelijk was, werden de slachtoffers die zij maakte, maar al te vaak aan hun lot overgelaten. Men meed hen zoals dat ook gebeurde met pestlijders.

Zo niet de monniken van Isenheim. Kloekmoedig, liefdevol en onverschrokken ontfermden zij zich over deze stumpers. Met complete doodsverachting namen zij hen op in hun ziekenhuis, onderdeel van het kloostercomplex. Daar verzorgden zij hun wonden en verpleegden hen tot het laatste toe.

Lijden

Al zijn vele ziekten vandaag op vaak eenvoudige wijze te behandelen, dat neemt niet weg dat er nog steeds kwalen zijn waar tegen geen kruid gewassen is (ook niet in de kloostertuin van Isenheim en door de schilder verwerkt in zijn retabel). Aangrijpend een mens met al zijn krachten te zien strijden tegen een vijand die hem te sterk is. En in geval er nog 'doen' aan is en niet iedere kwaal onmiddellijk tot de dood leidt, hoeveel angst en schrik, pijn en verdriet, onzekerheid en eenzaamheid kan ziekte niet brengen? Ons leven wordt er soms compleet door op z'n kop gezet. Er is lijden waarvan wij de zin niet begrijpen. Vooral als het zo lang duurt en de pijnen almaar heftiger worden. Ziekte kan ons ook veranderen. Er vinden processen plaats die met geen woord te benoemen zijn, maar we merken dat er iets met ons gebeurt. En als wij het niet merken, dan doen anderen dat wel voor ons. We kennen ze wel: mensen die verbitterd raakten en ongenaakbaar werden. Gelukkig kan het ook anders. Ineens zijn we uitgeschakeld. Het leven om ons heen raast door. De dingen gaan verder, ook zonder ons. We overzien ons leven, maken de rekening op en moeten tot de conclusie komen dat ons drukke en volle bestaan eigenlijk heel leeg was. Leeg, omdat er voor God geen plaats was. Zo kan ziekte een vragen naar de Heere uitwerken. Geestelijk leven, maar ook geestelijke groei brengen.

Wat spreekt tot de verbeelding

Veel meer dan hun wonden verzorgen, konden de monniken van Isenheim niet doen voor hun zieken. Toch deden zij nog iets. Iedere nieuwe patiënt die zij opnamen in hun hospitium, brachten zij naar de ziekenkapel. Daar werden de arme stumpers neergelegd voor het altaarstuk van 'Meester Mathis', opdat zij hun enige en laatste houvast zouden vinden in de wonden van Hem, die in alle lijden is geweest en 'die onze krankheden op Zich genomen en onze smarten gedragen heeft.' (Jesaja 53:4)

Zijn lichaam was niet minder verminkt dan dat van de van pijn kreunende lijder voor het schilderstuk. Deed de schilder mogelijk zijn inspiratie op in het kloosterhospitaal en haar lijkenhuis...? In ieder geval hebben de talloze wonden op Jezus' lichaam met hun eigenaardig zwarte punten, veel weg van de symptomen van de lijders aan het Antoniusvuur. Toch is hier geen sprake van lotsverbondenheid, want Jezus is geen slachtoffer, maar Hij volbrengt Zijn Borgtocht. Daarom is het ook zo zalig om mét Hem op de lijdensweg te zijn.

Grünewald legde zo'n diepe ernst, zo'n ontzaglijke realiteit in zijn 'Goede Vrijdag-doek' dat de 'gezonde' mens van alle tijden de neiging in zich voelt opkomen om zich zo snel mogelijk van dit gruwelijk tafereel los te maken. De gezonden immers hebben 'de Medicijnmeester' niet nodig, heeft Christus gewaarschuwd.

Jesaja's profetisch gesproken woorden worden ook hier aan deze plaats vervuld. Ieder wil de ogen van de zo deerlijk gehavende en verminkte Christus afwenden. En toch lukt dat met Grünewalds schepping niet zomaar. Het lijkt wel of we worden vastgegrepen en gevangen genomen, tot stilstaan gedwongen en tot nadenken geprest Ja, Christus hangt hier mijnentwege, maar ook mij ten zegen. De ontzaglijke realiteit van Golgotha, die de schilder tot uitdrukking heeft gebracht met behulp van penseel en schier onwerkelijke kleuren, is de werkelijkheid van het evangelie.

J. BELDER, DORDRECHT

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De monniken van Isenheim

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's