Beweging én vastheid
WAT MIJN GENERATIE GELEERD HEEFT
Denkend aan Graafland, dank ik God. Dat eerst. Zo danken betekent datje over iemand nadenkt in het licht van de genade. Bij zijn heengaan probeer ik me rekenschap te geven van het licht dat via hem op ons leven gevallen is en welke aansporing daarvan naar ons uitgaat. Was Graafland een leermeester? Ik aarzel. Hij was in ieder geval niet het type van een goeroe, die aan een kring van ingewijden zijn eigen systeem doorgeeft. Heeft hij school gemaakt onder predikanten? Ik zie hem meer als een voorbeeld, iemand die door zijn houding en keuzes je voorgaat en uitdaagt.
Charisma
Graafland had een charisma dat onder ons niet breed gezaaid is. Hij durfde. Dat hebben veel gemeenteleden herkend en ik denk dat voorgangers er nog iets van kunnen leren. Hij hield zich niet op binnen veilige marges, maar verkende de grenzen van de traditie en ging daar zonodig overheen. Als hij een spreekbeurt hield, was er altijd publiek - ze kwamen niet voor het onderwerp, maar voor hem. Om te horen wat hij er nu weer van zou zeggen. Neuer a dull moment. Iemand die ons intens confronteerde met de grenzen van onze traditie en met de noodzaak om Gods Woord te vertolken. In zijn preken bereikte dit vertolken een climax. Om iets te noemen, hij schroomde niet om heel lijfelijke taal te gebruiken, als hij Jezus in zijn lichamelijke groei of in zijn bespuwd worden naar ons toe wilde brengen en als hij onze verwachting van een nieuw lichaam wilde concretiseren.
Eerbied
Gedurfd. Nu kun je je afvragen of durf niet meer een karaktertrek is, een eigenaardigheid die iemand interessant maakt, en lastig. Dat is goed mogelijk, maar durf kan ook voortkomen uit ontzag en eerbied. Graafland had en kreeg steeds meer eerbied voor God in zijn openbaring. Daar kon zijn ontzag voor de traditie uiteindelijk niet tegenop.
Hij ontdekte in de Bijbel de universele kant van de genade en de aardsheid van Gods gerechtigheid, bij de profeten en in de Psalmen. Maar wat hem het meest trof, was dat God zelf grenzen passeert als Hij neerdaalt en in ons menselijke vlees en bloed terechtkomt. Graafland trok daar radicale consequenties uit: de Heere God heeft het gewaagd Zichzelf en zijn Woord te geven in de handen van mensen; Hij heeft zich er niet door laten weerhouden. Dan moeten wij ook niet bang worden als we de Bijbel zien vallen in de handen van postmoderne mensen, die er op hun manier in lezen en de inhoud soms ontstellend vervormen. 'Ik geloof dat de bijbel daar tegen kan', zei hij. Als de Heere God zich zo ver in het struikgewas van deze wereld waagt, zouden wij het dan niet doen? Dit is een aanmoediging aan ons adres om ook te durven. Want het charisma dat Graafland had, is niet de eigenaardigheid van één mens, maar een genade die ons ook ten deel kan vallen als we Gods beweging naspeuren. Waarheen Gij uw treden wendt (Psalm 25: 2, berijmd).
Spannend
Durf is lef en lef betekent hart. In het hart vallen de beslissingen. Daarmee kom ik bij een ander aspect van Graaflands betekenis. Dat is zijn ernst en passie. Het hoeft niet gezellig te blijven in de kerk; het moet ook spannend worden. Hij bracht de spanning erin, niet als een gesprekstechniek, maar omdat hij in zijn eigen ziel de spanningen voelde en toeliet. Hij had, verklaarde hij eens, de theologie nodig om te kunnen overleven. Wie zoiets zegt, beseft dat er iets op het spel staat bij wat we doordenken. We kunnen de boot ook missen, in onze rechtzinnigheid. Graafland voelde en voedde de onrust hierover. Als een ouderwetse piëtist legde hij zijn geloof steeds in de waagschaal. Zijn preken waren ook oefeningen in zelfbeproeving. Maar juist deze onrust maakte hem open en modern. Hij liet in zijn hart kijken en dat trekt brede kringen.
Uiteindelijk is trouwens de kern van de zaak niet ons hart en de onrust daarin, maar Gods beweging daarheen. Graafland heeft ons willen meegeven dat de vastheid van ons heil ligt in Gods beweging naar ons toe. Zonder beweging (in de kerk, in de traditie, in de theologie) is er ook geen vastheid. En omgekeerd: zonder de vastheid van Gods beloften komen wij aan bewegen helemaal niet toe; dan zitten we nog vast aan onszelf.
Graafland durfde, omdat hij geloofde dat het moest. Wie veel waagt, zit er ook wel eens naast. Hij was zich daar zeer van bewust, maar kroop toch niet in zijn schulp. Liever schuilde hij in Gods vergeving en oneindige genade. Hij dacht altijd dat hij niet oud zou worden. Daarom hield hij zich al sinds lang gereed voor de grote ontmoeting. Daarheen is hij ons nu definitief voorgegaan.
A. J. ZOUTENDIJK, UTRECHT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's