Een tijdgenoot van Luther
Preken met verf en penseel [2]
Wie Matthias Grünewald was...? Die vraag valt maar heel moeilijk te beantwoorden. In ieder geval was hij een tijdgenoot van onder meer Albrecht Dürer, Martin Schöngauer en Lukas Cranach. Maar ook van Maarten Luther, de reformator uit Wittenberg. Hebben zij elkaar ooit ontmoet? We weten het niet. Er hangt een dikke mist rond deze zo bijzonder begaafde mens, die een tijdlang opdrachten uitvoerde voor de aartsbisschop van Mainz, Uriël von Gemmingen. Behalve zijn schilderijen en tekeningen heeft hij ons nauwelijks iets nagelaten. Zelfs zijn tijdgenoten doen er het zwijgen toe.
Er is één uitzondering. Melanchthon in laat in Elementen der retorica zijn naam even vallen. Wat we ook nog weten, is dat in Grünewalds nalatenschap te Frankfurt in 1528, een boek gevonden werd met zeven-en-twintig preken van Maarten Luther, een Nieuwe Testament en nog enkele reformatorische geschriftjes, ofwel 'lutherse prulleboel'. Kennelijk hebben de stemmen uit Wittenberg hem geboeid en wel zodanig dat hij een en ander verzameld en bewaard heeft tot aan zijn dood. Toch blijft 'Meester Mathis' een ongrijpbaar figuur. Zo zal hij het zelf wellicht ook gewild hebben. Het gaat niet om hem, maar om de Christus der zieken.
Christocentrisch
In het middelpunt hangt Hij. Precies zoals Johannes de evangelist Hem ook gezien heeft op Golgotha. Buiten proportioneel, meer dan levensgroot rijst Hij op voor ons oog. Hij lijkt zelfs wel wat naar ons over te hellen... Alle aandacht wordt op Hem gevestigd. Wij kunnen niet meer ontsnappen. En wie het toch waagt, wordt door Johannes de Doper onmiddellijk teruggewezen. Rechts van het kruis zien we hem staan. Barrevoets. Gehuld in een dierenvel dat zijn verblijf in de woestijn symboliseert. Natuurlijk zal Grünewald geweten hebben dat de aanwezigheid van De Doper op deze plaats historisch onjuist is. Op het moment dat Jezus naar Golgotha wordt geleid, is hij al geruime tijd gestorven. Wreed onthoofd door Herodes. Toch kan de schilder niet om hem heen. Hij is immers de verbindingsschakel, de brug tussen Oude en Nieuwe Testament. Plotseling is hij teruggekeerd in de tijd. Wij moeten weten dat de profetie vervuld is. Kaarsrecht staat hij daar. Getuigend van verleden én heden. De Bijbel wijd geopend op zijn rechterhand, dicht bij zijn hart als overduidelijk bewijs van waar deze man zijn houvast vond. Onophoudelijk put hij uit de rijke bron der Schriften. Hij hoort er de stem van zijn Liefste en ademt er de zuurstof op voor zijn ziel. Er is nog meer dat opvalt. Al was het alleen maar die onevenredig lang uitgestoken vinger. Johannes wijst nadrukkelijk van zichzelf af. Het is hem te doen om de Man van onuitsprekelijke smarten, die zijn leven is en die daar nu zo schamel hangt. Vastgespijkerd aan een stuk slecht ontschorste boom. Het lichaam loodblauw en bezaaid met wonden, waarin de splinters vaak nog steken. Een herinnering aan de wrede geseling die Hij onderging. Veelzeggend zijn ook de bijbelwoorden, die zijn aangebracht tussen Johannes' vinger en ogen. In rode sierlijke letters lezen we: Illum oportet crescere, me auten minui, ofwel: 'Hij moet wassen en ik minder worden.' En inderdaad, het Lam, eerst nog zo klein aan de voeten van Johannes, is uitgegroeid tot de allesbeheersende Christus van het kruis! Achter Hem lijkt ook de schilder te willen wegvallen.
Meer dan eens heeft Grünewald dit onderdeel uit de lijdensgeschiedenis in beeld gebracht. Het is het grote, telkens weer terugkerende thema. Het heeft hem geboeid. Wat meer is: de Christus der armen, Hij die de laagste onder de laagsten geworden is, moet zijn hart geraakt en zijn ziel getroffen hebben. Hij is er zijn leven lang mee bezig geweest, of nog zuiverder geformuleerd: dit kruisevangelie is met hem bezig geweest.
Levensecht
Behoort het Isenheimer altaar tot 'de boeken der leken'. Het zal wel, ja.
Maar laten we niet uit het oog verliezen zijn bedoeling. Het wil slechts hulpmiddel zijn om de lijdende, zieke mens te brengen bij de lijdende Christus. Wie aandachtig kijkt, ziet hoe de dwarsbalk doorbuigt onder het gewicht van Diens gefolterde lichaam. De armen zijn abnormaal uitgerekt; de handen verwrongen. Het is afschuwelijk. Het schokt en tegelijkertijd is dit alles zo diep onderwijzend. Handen en vingers spreken zoals steeds bij Grünewald hun eigen taal. Dat geldt niet het minst de handen van Christus. De handen die kinderen hebben gezegend en blinde ogen hebben geopend, zijn nu stuk geslagen. Ze dragen het handschrift van onze zonden. Daarom krommen ze zich van pijn.
De armen schieten uit het lid. De borst is sterk opgezwollen. Zijn voeten die niet anders dan het goede boodschapten, zijn in niets ontziende wreedheid doornageld. Zijn ogen, die weenden over Jeruzalem en vol liefde een ontrouwe discipel aanzagen, zijn gebroken. Ruw heeft men de kroon van doornen op Zijn hoofd gedrukt. Diep steken de venijnige punten ervan in Zijn gezegend gelaat. Traag vloeit het bloed, net zo lang totdat het verstijfd en in lange strengen neerhangt. Het op tal van plaatsen opengereten lichaam heeft reeds een vreemde lijkkleur. Jezus' mond hangt half open. De zeven laatste kruiswoorden zijn eruit. Als laatste daad stelde Hij Zijn ziel in 's Vaders handen in bewaring. Het kon, want Zijn werk was volbracht.
Stil zijn
Hoe heilzaam is het om onze blik te richten naar het opgeheven kruis. We worden opgewekt om onze zonden en vervloeking te overdenken. Wat heeft het Jezus gekost om zondaren zalig te maken...! Om schuldige mensen vrij te kopen! Hoe langer ik kijk, te meer besefik dat er geen gruwelijker realiteit bestaat dan die van de zonde. Mijn zonde. Maar hier ook vind ik de oplossing van mijn nood en de uitkomst in mijn ellende. Christus heeft dit zware lijden aanvaard en zo ook voor mij vergeving van zonden verdiend. En niet alleen dat, Hij heeft ook de volmacht om te vergeven.
Hier is antwoord op alle vragen. Het is om stil van te worden. En dat is nu net de bedoeling van dit meesterwerk. Stil zijn is iets dat wij misschien wel verleerd hebben. We zijn druk en maken ons druk, maar wat betekent het in het licht van de gekruisigde Christus? ! Onze ziel moet weer leren te leven in stilheid tot Hem. Daarbij wil Grünewald ons helpen. Hij maakt ons bezig met het hoogste lijden en het ene nodige.
Het signaal van Johannes
Zijn werkstuk staat al lang niet meer in de kloosterkerk van Isenheim. Die immers ging verloren. Het veelluik werd reeds in de dagen van Franse Revolutie overgebracht naar Colmar, waar het een plaats kreeg in Le musee d' Unterlinden. Hoeveel 'zieken' slepen zichzelf nu niet in eigen kracht er naar toe? Patiënten aangetast door een moderne variant van het 'Antoniusvuur'? De mens bij wie het van binnen zo leeg is; die zijn eigen angsten en leegten overschreeuwt. Bij wie zo veel hartstochten branden die maar nooit verzadigen.
Nog altijd gaat er een therapeutische werking uit van Grünewald's gepenseelde preek. Je hoeft er nog niet eens voor naar de Elzas te reizen. Volg slechts het signaal dat Johannes de Doper afgeeft met zijn zo nadrukkelijk uitgestoken vinger om bij de Christus der Schriften uit te komen. Neem er vooral de tijd voor om na te denken over dit evangelie van Hem die vlees werd en ons zo in alles gelijk en Die onze schamele mensheid tot in de uiterste consequentie deelde.
Overwonnen
Nog een laatste opmerking. Wie de andere figuren op het Isenheimer altaar bekijkt, ziet hoe zij lijden. En toch... zij hebben overwonnen. Dat is het bevrijdende in de preek van 'Meester Mathis'. Hij voert de aandacht voor lijden, zonde en sterfelijkheid, die zo eigen is aan de Gotiek, tot uitersten, zonder daar evenwel in te blijven hangen, zoals Hiëronymus Bosch dat doet. Er is bij Grünewald duidelijk uitkomst. Er is verlossing, hoewel golven van vertwijfeling over 'zijn' mensen heenslaan. Ja, het ging er bar aan toe, maar uiteindelijk zijn zij doorgebroken tot het licht. Gekomen aan de nieuwe morgen, want het werd Pasen. Het laatste woord is dan ook aan de triomferende Christus. Niet de graflegging is Zijn einde, hoe subliem ook uitgebeeld in het voetstuk van het
altaar, maar met Jezus' verrijzenis besluit Grünewald zijn preek. Met niet te stuiten kracht rijst Hij op uit het graf. Het grote rotsblok wordt aan de kant geslingerd en de wachters, hun zware wapenrusting ten spijt, gaan tegen de grond als waren zij tinnen soldaatjes.
Tegen de opgestane Christus moet alles en ieder het afleggen. Zijn lichaam lijkt wel transparant. Het is doorgloeid van een vreemd licht, dat zo sterk schijnt dat ons oog het nauwelijks kan verdragen. Het is een wonderlijke symfonie van kleuren waar we naar kijken. De opgestane Levensvorst is de Zon der gerechtigheid onder Wiens vleugelen genezing is! (Maleachi 4: 2a) Pasen en Hemelvaart lijken bij Grünewald wel op een dag te vallen...
Jezus leeft! Dat is de boodschap. En wat is dan de troost voor het geloof dat zich met Hem op de lijdensweg bevindt...? 'Door een nacht, hoe zwart hoe dicht, voert Hij mij naar het eeuwig licht.'
J. BELDER, DORDRECHT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's