De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

ij de Walburgpers te Zutphen verscheen een boek van drs. L. A. Snijders Over oude pastorieën en pastores {'Verhalen en afbeeldingen van oude hervormde dorpspastorieën en hun bewoners'). Twee fragmenten:

• 'Periodiek verontrustende gebeurtenissen in het pastorieleven waren de verhuizingen, met name in tijden dat men niet even een verhuizer kon bellen met het verzoek op een bepaalde dag te komen voorrijden met een verhuiswagen. Misschien bleven sommige dominees wel een leven lang in één gemeente door een afkeer van een immense rompslomp waarmee een standplaatsverandering gepaard gaat. Zij hebben dat een keer meegemaakt en hebben toen gedacht: dat is eens maar nooit weer. Goede christenen, die Paulus' advies alles ordelijk te laten verlopen ter harte nemen, weten dat hiervan bij een verhuizing niets terechtkomt. In de negentiende eeuw werden meubels en boeken vervoerd per schip of boerenwagen en toen lagen Friesland en Limburg even ver van elkaar als nu Holland en Australië. Ds. J.J. Knap vertrok in 1897 uit Maastricht naar Groningen met heel z'n hebben en houden en dr. C. F. Deeleman waagde in igoi de reis van Stadskanaal naar Grevenbricht (Limburg). Deze verplaatsingen met vrouw en kinderen moeten het karakter hebben gehad van een expeditie in verre streken. Er zijn altijd onrustige figuren geweest, zoals S. G. Geertsema Beekering, die in 1881 van Terschelling overvoer naar Ureterp, in 1887 van Oosterzee (ook in Friesland) vertrok naar Schoondijke (Zeeuws-Vlaanderen). Tot grote ontsteltenis van de gezinsleden werd in 1905 nog een beroep naar Eysden (Limburg) aangenomen, leder woelt hier om verandering. Zeker ook ds. Kamp, die in 1891 van Leeuwarden naar Zutphen gaat nadat hij al vijf gemeenten "versleten" heeft: Blokzijl, Nieuwe Stadskanaal, Goor, Noorddijk (Groningen) en Veen dam. Hoewel Zutphen een aantrekkelijk provinciestadje is, geeft hij in 1899 nog weer de voorkeur aan Maastricht. Hij was waarschijnlijk een man die moeilijk "nee" kon zeggen en ook wel gevleid was begerenswaardig te zijn. De muizenissen van een verhuizing wogen soms wel op tegen de rust, die uitgaat van de gedachte een stapeltje oude preken te bezitten die in een gemeente nog geheel nieuw zijn.

Zoals gezegd werd de pastorie-inboedel vroeger vervoerd per schuit of wagen. In Oosterbeek had je stalhouderij Klaassen. Deze beschikte over een Franse meubelwagen, een tapissière, een houten huifkar van aanzienlijke afmetingen, die voor verhuizingen gebruikt werd. Omdat men in provinciale binnenlanden soms met onbegaanbare wegen werd geconfronteerd, hadden de betrekkelijk kleine wielen brede rjjvlakken. Een tocht van Arnhem naar Groningen nam een week in beslag. Halverwege, in Zwolle, werden de twee paarden gewisseld.'

• 'Er zijn berichten ouer dominees die niet bij wijze van uitzondering maar regelmatig in voetbalelftallen werden opgesteld. Ds. A. de Jonge, de uader uan Freek de Jonge, was predikant in Zaandam en stond op zaterdagmiddag in het (joel van een plaatselijke voetbalclub. Toen er voor deze positie betere keepers beschikbaar waren, deed hij nog fluitend mee, als scheidsrechter. De tas met scheidsrechterstenue en de togakoffer leken kennelijk op elkaar. Dat bleek toen ds. De Jonge in een consistorie staande tot de ontdekking kwam het verkeerde ambtskostuum te hebben meegenomen. Dat leverde de suggestie op dat een predikant uanaf de preekstoel ook wel eens gemeen spel moet affluiten of bij wijze uan spreken met gele kaarten staat te zwaaien.'

D e Bijbel is allerwegen ter sprake. Niet alleen verscheen afgelopen woensdag de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV) maar even eerder werd in de Grote Kerk van Naarden ook de Naardense Bijbel van ds. P(iet) Oussoren ten doop ge-

houden, een vertaling nog letterlijker dan de Statenvertaling. Hij werkte er dertig jaar aan. Bij de presentatie sprak ook Geert van Istendaël van de (r.-k.) Nicolaïkerk in Utrecht. Hier volgt het slot:

'De Hoogmogende Heren van de Staten Generaal en de leden uan de Synode Nationaal die de opdracht gaven tot de Statenvertaling koesterden destijds een radicaal emancipatorische gedachte, ledereen moest de bijbel kunnen lezen. Het is een gedachte die in omuang en diepgang alleen vergelijkbaar is met de groots opgezette alfabetiseringscampagnes in de piepjonge Sovjetunie en het revolutionaire Cuba, toen het communisme nog genereus was en vol belofte. Ook vandaag, in Nederland en Vlaanderen, zou een nieuu/e bijbelvertaling ontvoogdend kunnen werken, maar op een heel andere manier dan vaak wordt gedachtt, niet in de zin van een Goed Nieuws Bijbel, niet jofel, niet hip, vooral niet aansluitend bij de hedendaagse leefwereld, integendeel, juist verwijzend naar een wereld van andere mogelijkheden.

Degelijk rooms opgevoed als ik ben, heb ik pas op gevorderde leeftijd kennisgemaakt met de Statenvertaling. De vertalingen die ik tot dusver gelezen had, vond ik vervelend. Verhalen mogen veel doen, bijna alles, maar één ding mogen verhalen niet doen: vervelen. Ten tweede, en dit is ernstiger, ik vond wat ik las ongeloofwaardig.

In de Statenbijbel echter las ik het woord dat slaat en praamt en dondert en zalft met geurige balsem, het woord als brood vers uit de oven, als de handzame steel van goed gereedschap, het woord dat ruig was en tegelijkertijd teder en streng en toch troostend.

Maar af en toe, zo één keer in de vierhonderd jaar, is een nieuwe vertaling toch welkom. Dat deze vertaling van bij het begin wat archaïsch aandoet, wat zou daarop tegen zijn? Wie de bijbel leest, weet toch dat de verhalen ten minste tweeduizend jaar oud zijn. Alles wat de mode naholt, wat de spreektaal van vandaag nabootst, wat modern probeert te doen, is morgen verouderd. Hopeloos.

De vertaling die we vandaag begroeten mag best een eeuw of vier meegaan. De grote Belgische architect Bob van Reeth zegt dat je zo moet bouwen, dat een huis vierhonderd jaar kan dienen. Een bijbelvertaling is veel meer dan een huis. Een bijbelvertaling is een kathedraal, een bibliotheek, een monument, voor het geloof, voor onze beschaving, voor onze tijd, voor onze taal. Voor ons allemaal en voor allen die na ons komen.'

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's