Globaal bekeken
D e schrijfster Vonne van de Meer werd 10 jaar geleden 'katholiek gedoopt'. Twee jaar later volgde haar man, de dichter/publicist Willem Jan Otten, haar voorbeeld. Ze zat met de vraag (zoals velen vandaag) of schuld overdraagbaar is. Een fragment uit een interview in Volzin: N og weer eens een 'Naar aanleiding van...' van H. F(lorijn) uit De Wachter Sions, onder de titel 'Leven en leven na het leven':
D e schrijfster Vonne van de Meer werd 10 jaar geleden 'katholiek gedoopt'. Twee jaar later volgde haar man, de dichter/publicist Willem Jan Otten, haar voorbeeld. Ze zat met de vraag (zoals velen vandaag) of schuld overdraagbaar is. Een fragment uit een interview in Volzin:
'Wat vaag is, beeft zich steeds meer uitgekristalliseerd. Ik heb bijvoorbeeld heel lang geworsteld met het idee van de verlossing door Jezus Christus. Als God ons die vrijheid gegeven heeft, dacht ik, dan hoeft er toch geen verlosser te zijn die onze schuld op zich neemt? Dat begrip "op zich nemen", daar heb ik me jarenlang op stuk gedacht. Ik kon het niet begrijpen. In bijbelstudiegroepen vroeg ik het vaak tot vervelens toe: u/ie kan het me nou echt uitleggen? Sommige mensen kwamen dan met die riedel die ook op billboards staat: "God houdt zoveel van de mens dat hij uit liefde zijn zoon heeft geschonken om onze zonden op zich te nemen". Dan denk ik: bespaar je de moeite, hier begrijpt echt vrijwel niemand iets van. René Girard heeft voor mij verduidelijkt waarom mensen het zondebokmechanisme hanteren. Maar dat legde nog niet de noodzaak bloot uoor Jezus om de zonde op zich te nemen.
Door een persoonlijke ervaring ben ik dat beter gaan begrijpen. Iemand in mijn leuen deed iets onrechtvaardigs waar iemand anders de dupe van was geworden. Sorry, ik kan niet duidelijker zijn zonder de privacy uan de betrokkenen te schenden. Waar het om gaat, is: ik kon een onrecht oplossen, samen met een andere persoon, door letterlijk een schuld op me te nemen, een geldschuld. Op het moment dat wij dat deden - die schuld op ons nemen en daarmee het onrecht herstellen - heb ik gemerkt dat niet alleen mijn positie tegenover het slachtoffer hersteld werd, maar ook die ten opzichte uan de dader. Ik was niet langer woedend op de dader, doordat ik had kunnen helpen met het herstel. Daarmee was er een euenwicht hersteld, een eer ingelost. Ik dacht toen: als dit in het klein al gebeurt, met geld, als het zo werkt dat er door hét herstellen van de schuld vrede komt, wat betekent dat dan voor het grote geheel? Ik had een sterk besef: die schuld - dat is wel degelijk iets dat iemand op zich moet nemen. Door zo'n ervaring werd mij dat duidelijk. Ik ben ook meteen naar de kerk gerend, naar de priester met wie ik zo vaak gepraat had over het hiaat in mijn geloofsleven, om hem te vertellen uan mijn ervaring.
Je geloof verandert die kijk op je leuen maarje leven uerandert ook de kijk op je geloof.'
N og weer eens een 'Naar aanleiding van...' van H. F(lorijn) uit De Wachter Sions, onder de titel 'Leven en leven na het leven':
'De gedichten van jacobus Reuius (1586-1658) hebben onder ons een bijzondere reputatie. Terecht, want daarin is een man aan het woord die behalve onverdacht gereformeerd ook nog een woordkunstenaar was. Hij was een man van grote kwaliteiten en die werden in zijn eigen tijd eveneens onderkend, want Revius is een van de medewerkers aan de Statenvertaling geweest. Het kan dus geen kwaad om hem
weer eens aan het woord te laten. We doen dat met een gedeelte uit de "Lijckclachte", die hij vervaardigde naar aanleiding van het overlijden in 1617 van Frederik van den Sande, een vooraanstaand raadsheer en schrijver. Wat het gedicht nog meer bijzonder maakt, is dat de woorden, die Reuius eruoorgebruikte, alle uit e'én lettergreep bestaan. Al eens eerder is aan dergelijke gedichten met monosyllabi in dit kerkblad aandacht besteed, maar bij dit gedicht wist ik het niet, totdat een kenner uan Reuius' poëzie mij erop attent maakte. Het heeft aan de zeggingskracht van deze poëzie geen afbreuk gedaan; er is geen sprake van gekunsteldheid, maar van ware kunst.
Volgt hieronder het gedeelte waarin Revius het heeft ouer het leven, maar vooral ook over het leven na het leven.'
"Wat is de mens, zijn loop, zijn hoop, zijn jacht? Het is een bloem, die uoor een tijd men acht Die uoor de dag luikt op, breidt uit zijn schoot En met de nacht ualt af, wordt naakt en bloot, Het is een wind, die fluks waait heen en weer, Het is een droom, die eens komt en niet meer, Het is een spoel, die door het web men schiet, Het is een snik en daar na is het niet. Maar neej De ziel die God zo dient en eert En ualt niet meer als 't ulees in stof en eerd' Zij kiest het pad naar huis, en uaart omhoog Te zien naar wens haar God van oog tot oog. Die God, in Wie het al tsaam leeft en zweeft. Die Zoon, voor Wie de hel nog schrikt en beeft, Die Geest, Wiens licht maakt licht bij dag en nach Een God in drie, een zin, een wil, een macht."
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's