Boekbespreking
Anne van der Bijl en Al Janssen Een leger van licht. Hoop op vrede in het Midden-Oosten. Uitg. Ark Boeken Amsterdam; 344 blz.; € 17, 95. JA. Roland Holst, Gedichten 1911-1976. Uitgave MeulenhofftManteau, Amsterdam/Antwerpen, 983 pag., € 59, 90.
Anne van der Bijl en Al Janssen Een leger van licht. Hoop op vrede in het Midden-Oosten. Uitg. Ark Boeken Amsterdam; 344 blz.; € 17, 95. J
Anne van der Bijl, de inmiddels 76-jarige oprichter van Open Doors, geniet wereldwijd bekendheid door zijn activiteiten als bijbelsmokkelaar ten tijde van het IJzeren Gordijn. De afgelopen jaren heeft hij zich gericht op een geheel ander gebied, het Midden-Oosten. In het samen met Al Janssen geschreven boek Een leger van licht doet hij daar een persoonlijk verslag van.
Op de omslag staat de bekende foto van twee jongetjes (Joods en Arabisch) die elkaar kameraadschappelijk omarmen. In dit boek gaat het echter niet zozeer over de verhouding tussen Joden en Arabieren in het algemeen, maar over de relatie tussen Palestijnse christenen en Messiasbelijdende Joden. Anne van der Bijl vraagt in dit boek aandacht voor de moeilijke omstandigheden waarin zij verkeren en hij doet dat aan de hand van uitgebreide close-ups van hun vaak schrijnende ervaringen. In hun onderlinge toenadering rondom het kruis ziet Van der Bijl hoop op vrede gloren (blz. 3i7)-
De thematiek van dit boek raakt in ieder geval aan twee dingen die - zeker in het Midden-Oosten - nauw met elkaar verbonden zijn: theologie en politiek.
De theologie die zich hier aandient, is vooral Jesuologie. Afgezien van een enkele aanhaling uit het Oude Testament wordt de bijbelse boodschap (het 'Goede Nieuws') in dit boek consequent teruggebracht tot enkele zinnen over Jezus. Is dit gegeven met de gepolariseerde context waarin Van der Bijl werkt of hangt deze insteek samen met zijn evangelische achtergrond? Hoewel de auteur op verschillende plaatsen duidelijk maakt dat hij het uitverkoren volk hartelijk liefheeft (o.a. blz. 112), speelt Israël in theologisch opzicht geen wezenlijke rol in het boek. Van der Bijl legt aan moslims uit dat veel christenen Israël om vooral twee redenen steunen (blz. 20). De staat Israël was noodzakelijk als veilige plek na de Tweede Wereldoorlog én veel christenen geloven dat als ze Israël niet steunen, ze Gods plannen voor de eindtijd in de weg staan. Over de blijvende, eigen plaats van Israël in Gods heilshandelen horen we echter in dit boek weinig tot niets. Illustratief is ook de volgende gebeurtenis: wanneer Van der Bijl in Zuid-Libanon een bijbel wil weggeven, krijgt hij het boek gelijk weer terug. 'Wij willen het boek van Israël niet. Wij willen het boek van Jezus.' Vervolgens geeft Van der Bijl de man een Nieuw Testament (blz. 35). Wanneer nadrukkelijk aandacht gevraagd wordt voor de moeilijke positie van Palestijnse christenen (en in mindere mate Messiasbelijdende Joden) heeft dat ook politieke kanten. Van der Bijl beschrijft de gebeurtenissen in de Gazastrook, Zuid-Libanon en o.a. Bethlehem vanuit de ogen van de slachtoffers. Hij identificeert zich met de lijdende Palestijnse christenen die tussen twee vuren zitten. Vanuit de ervaringen met deze zusters en broeders komen er bij Anne van der Bijl allengs meer vragen op naar de methoden die Israël hanteert om de veiligheid in het land te waarborgen. Van der Bijl benoemt de vernederingen en de rechteloosheid waaronder de Palestijnen gebukt gaan. In zijn streven naar verzoening legt hij ook contacten met o.a. Arafat en de onlangs door Israël geliquideerde sjeik Ahmed Yassin (Harnas). De schrijver wijst geweld sterk af, maar schrijft ook met een zeker invoelingsvermogen over de achtergronden van de strijd tegen Israël (blz. 193). Verder stelt hij en passant vast dat het optreden van Ariel Sharon op de tempelberg (2000) wel degelijk de aanleiding vormde voor de tweede intifadah. Een zienswijze die door Israël altijd is weersproken.
Anne van der Bijl is - zo schrijft hij (blz. 186) - niet naar het Midden-Oosten gekomen als politicus. En de directeur van Open Doors Nederland verzekert de lezer in zijn woord vooraf eveneens omstandig dat dit boek geen politieke standpunten weergeeft of partij kiest. In feite gebeurt dat natuurlijk wel en dat maakt ook de kracht uit van dit boek. Er is zeker heel wat op dit boek aan te merken, het bevat m.i. eenzijdige tendensen.
Maar Anne van der Bijl brengt wel de zaak van een vergeten groep lijdende mensen nadrukkelijk onder de aandacht. Op die manier stelt hij het complexe beeld van de verhoudingen in het Nabije Oosten voor zijn lezers (en achterban) scherper. De werkelijkheid is minder zwart-wit dan wij misschien dachten. En om iets met urgentie te zeggen is eenzijdigheid blijkbaar niet altijd te vermijden.
G. VAN MEIJEREN, DIRKSLAND
A. Roland Holst, Gedichten 1911-1976. Uitgave MeulenhofftManteau, Amsterdam/Antwerpen, 983 pag., € 59, 90.
Elk volk kent rijmelaars en dichters, en dan ook middelmatige en grote dichters. In ons taalgebied wordt A. Roland Holst (1885- 1976) tot de groten gerekend. Als eerste na Vondel werd hij 'De Prins der dichters' genoemd. Aan zijn ouders verklaarde hij ooit slechts voor één ding te zijn geboren: het schrijven van gedichten. Zijn vader zegde hem een maandgeld toe, waarvan hij zou kunnen leven zonder dat hij voor geld zou behoeven te schrijven. In 1911 verscheen zijn eerste bundel Verzen. Van 1920 tot 1933 was hij poëzieredacteur van het literaire tijdschrift De Gids. De thema's voor zijn poëzie en proza ontleende hij vaak aan Keltische mythen. In zijn werk ging het vaak om 'heimwee naar een verloren gebied'. De regering gaf hem in de jaren vijftig de opdracht voor een tekst op het Nationale Monument op de Dam, dat op 4 mei 1956 werd onthuld.
In 2000 verscheen een biografie over deze dichter van de hand van Jan van der Vegt. Hij verzorgde ook de nu voorliggende editie van de verzamelde gedichten. Twee keer eerder verscheen zo'n verzameld werk. Nieuw aan deze editie is dat de lezers nu kennis kunnen maken met de laatste door de dichter zelf gecorrigeerde en geautoriseerde verzen van alle bundels. Martinus Nijhoff schreef van dit dichtwerk dat waar het thema eenzaamheid bij Roland Holst taal wordt, er een instrument in hem wordt geslagen, 'waarvan de trillingen zo sterk en verheven zijn, dat de verzen meestal niet anders zijn dan een doorgevoerd en wetmatig uitruisen', waardoor in het menselijk hart de eenzaamheid wordt veranderd. Deze verheven typering spoort ook met het niveau van de verzen. De dichtelijke taal is niet altijd bij het eerste lezen toegankelijk, al maakt het verschil of men de langere gedichten of de korte puntdichten leest. De bundel is onderverdeeld in: 'Verzen', 'De belijdenis van de stilte', 'Voorbij de wegen', 'De wilde kim', 'Ex tenebris mundi', 'Een winter aan zee', 'Onderweg', 'Tegen de wereld', 'Swordplaywordplay', 'William Buttler Yeats, enkele gedichten', 'In gevaar', 'Omtrent de grens', 'Onder koude wolken', 'Onderhuids', 'Aan Prinses Beatrix' ('bij het huwelijk van Beatrix en Claus'), 'Uitersten', 'Voren in sneeuw', 'Met losse teugel' en 'Voorlopig'.
De samensteller voorzag de uitgave van bibliografische aantekeningen. Een register op titels en beginregels completeert het geheel.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's