Globaal bekeken
Hieronder volgt nog een fragment uit het boek van dr. L. A. Snijders Ouer oude pastorieën en pastores (uitgave Walburg Pers, Zutphen):
H ieronder volgt nog een fragment uit het boek van dr. L. A. Snijders Ouer oude pastorieën en pastores (uitgave Walburg Pers, Zutphen):
'Ja, in het hoge noorden kan het stormen en spoken. Er is een griezelgedicht ouer een uil, een dolende "oude" dominee en een dwars door de muren heen rijdende krijger in de pastorie uan Niekerk (bij UI rum).
"Te Niekerk in de Marne staat Aan 't pad, als men naar Vliedorp gaat Een pastory uan uroeger dagen. In holle stenen, groot en ruw, Schuilt de uil, die, uoor het daglicht schuw, Daar huilend somber zit te klagen. Hoort gij haar bij de pastory Gewis uw einde is nabij. Ook de 'oude dominee' loopt hier weer En statig gaat hij op en neer
Door huis of tuin, of naar de graven. Soms staat hij op de blauwe zerk Ten noorden van de kleine kerk Gepruikt en zwart, gelijk de raven." Niet alleen buiten maar ook in de oude pastorie spookt het:
"Dan komt de wilde ruiter op zijn paard, met onbloot zwaard door de schuur en stal naar binnen stuiuen. Geen meubel dat zijn plaats behoudt; Men gooit en werpt met turf en hout. Met stoel en tafel hoort men kaatsen: Doch na 't verstreken spokensuur Wordt 't weder stil in huis en schuur en alles komt weer op haar plaatsen..."
De kennismaking met een boek over de vervolging uan homoseksuelen in de republiek in de jaren dertig uan de achttiende eeuw, zou opheldering kunnen verschaffen over de identiteit van de oude dominee en de wilde ruiter. Deze publicatie herinnert namelijk onder meer aan het feit dat op 24 september 1731 in Zuidhorn 21 mannen en jongens werden geëxecuteerd omdat zij schuldig werden bevonden aan sodomie oftewel homoseksueel gedrag. Deze terechtstelling in het Groningse was geen incident. Het is bijzonder opuallend dat in een kort tijdsbestek uan twee jaren (1730-1732) in Utrecht, de Hollanden en ook het noorden van Nederland een ware heksenjacht op homoseksuelen woedde. In totaal zijn op uerschillende plaatsen een honderdtal mannen geworgd, uerbrand of in zee gedumpt. De angst uoor een uerbreiding uan homoseksuele handelingen en uoor een uitholling uan de uolksmoraal was te vergelijken met de schrik voor de middeleeuwse pestziekten. De dragers van het "sodomievirus" moesten opgespoord en opgeruimd worden.
Zuiveringsacties moesten het land "homorein" maken. Een belangrijke rol achter het vervolgen door de overheid uan de uerdachten werd door predikanten vervuld. Bij ouerstromingen, misoogsten en oorlog werden volkszonden als zijnde de oorzaak uan uele rampen, breed uitgemeten. En de schade die paalwormen de zeeweringen berokkenden, kwam blijkens een predikatie onder meer op rekening uan de "sodomieten". Zij waren kennelijk bij uitstek schuldig aan zedelijke uerwording en ondermijning van de uolkskracht. Dit was in ieder geual ook het standpunt uan een predikant te Niekerk, Henricus Carolus uan Bijier (1692-1755). Hij publiceerde namelijk het boek Helsche Boosheid ofgrouwelijke sonde van sodomie (1731). Daardoor bood hij kerkelijke ruggesteun aan zijn oude uriend, die in de buurt uan Niekerk in Faan woonde, degeureesde homojager Rudolph de Mepsche. Deze regent ging persoonlijk verdachten ophalen om ze in de schuur uan zijn burgemeesterswoning in Faan op te sluiten.
Over ds. Van Bijler wordt verteld, dat hij de gevangenen uan zijn buurman ging opzoeken, hen bewoog tot het doen uan bekentenissen en ook probeerde namen van medeplichtigen te verkrijgen. Hij vergezelde hen echter niet op hun tocht naar de plaats van hun terechtstelling. Zij werden op zeven karren naar Zuidhorn vervoerd en werden daarbij wel begeleid door ds. Hollers uan Noordhorn en ds. Metelercamp van Niezijl.
Tweehonderd soldaten en honderd ruiters waren opgecommandeerd om de orde te handhaven.'
Hier nog eens het gedicht De dood heeft mij een brief geschreven van J. J. van Oosterzee:
'De dood heeft mij een brief geschreven. Ik las hem op het vallend blad. Dat door de stormwind voortgedreven, op 't vensterglas had postgeuat. Dus las ik: "Wand'laar, rep uw schreden, uw avond komt, uw nacht daalt neer, doe wat gij nog kunt doen op heden, want morgen daagt u 'dra niet meer. Tors willig, wat gij nog moet dragen, haast ualt het kruis uan uw schouders af. En wacht, om 't eeuwig welbehagen, uw kroon aan d' and're zij uan 'tgraf.'"
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's