De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heiliging en wederkomst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heiliging en wederkomst

Verwachting maakt waakzaam en werkzaam

10 minuten leestijd

In de Bijbel - met name in het Nieuwe Testament - wordt heel het christelijk leven in het licht van het gekomen en komende koninkrijk van God geplaatst. De wederkomst van Christus is voor de gelovigen niet alleen een troost, maar ook een stimulans. De verwachting maakt ons zowel waakzaam als werkzaam. Dit komt onder andere uit in de gelijkenis van de talenten en die van de ponden (Matt. 25:14-30 en Luk. 19:11-27).

In zijn brief aan de Thessalonicensen wil Paulus de gemeente waakzaam en weerbaar doen zijn (1 Thess. 5:1-11). De voleinding die wij verwachten, 'roept' om de heiliging. En de heiliging roept om de voleinding. Eschatologie (de leer van de laatste dingen) en ethiek hebben dus alles met elkaar te maken! Vele schriftplaatsen laten dit zien.

De Heere roept ons echter niet tot de dienstbaarheid 'wederom tot vreze' (Rom. 8:15), maar om Gode waardig te wandelen met het oog op Zijn koninkrijk en heerlijkheid (iThess. 2:12). Het doen van Gods geboden komt op uit het Evangelie en draagt een eschatologische spits. Wie de Bruidegom verwacht om in Zijn liefdeslicht te leven, begaat geen geestelijk overspel, maar reinigt het bruidskleed.

Van belang voor elke christen is daarom de persoonlijke levensheiliging om zich samen met alle heiligen voor te bereiden op de komst van de Bruidegom. 'De christelijke hoop, die zich uitstrekt naar de toekomst, maakt geen zorgeloze en goddeloze mensen voor het heden en voor dit leven. De eschatologie verdringt de ethiek niet' (ds. J. Overduin)

Opgave en gave

Het Evangelie is niet een aanbod van vergeving met daarnaast een eis tot heiligheid. De heiligheid is zélf ook een 'evangelisch aanbod'. Omdat Christus het offer van Zijn leven op Golgotha bracht, kunnen in Zijn kracht ook de zonden overwonnen worden. Inzet en genade, gave en opgave zijn hier onlosmakelijk aan elkaar verbonden zoals de vleugels van een vliegtuig. Een gave is er echter om in ontvangst genomen te worden! De vergeving en heiligheid zijn bij God beschikbaar, maar zij moeten beide door de Heilige Geest worden toegeëigend. In dit licht moeten we ook de oproep lezen: 'Zijt heilig, want Ik ben heilig!' (o.a. Lev. 11:44 en 1 P etr - 1:15 en 16).

Dat is Gods wet op de wijze van de belofte, maar er ligt ook een dringend appèl in opgesloten: 'Een ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is' (1 Joh.3:3). Ons doen en Iaten hier en nu staat zodoende in verband met onze toekomstige bestemming.

Heilig leven nu is een vorm van betrokkenheid op het leven dat we straks met Christus zullen leven in heerlijkheid. Anders geformuleerd: aan het waarachtig verlangen naar de volkomen verlossing is ook een verlangen naar heiliging verbonden. Daarom zullen we niet begeren 'tijdelijk van de zonde te genieten' (Hebr. 11:25).

Volharding

De Bijbel spreekt in dit verband ook van volharding (zie ook Dordtse Leerregels, hfd. V). Er zal immers volharding nodig zijn om het leven te (blijven) leven voor Gods aangezicht en het oog gericht te houden op de Dag van de Zoon des mensen. Alleen wie volharden zal tot het einde, zal zalig worden (Matt. 24:13). In Zijn lijden en strijd heeft Jezus zelf volhard tot het einde (Hebr. i2:2V.). Daarom heeft God Hem uitermate verhoogd en is Hem de gloriekroon gegeven. Op Gods tijd - en dat kan zeer spoedig zijn! - zal dit voor ieder oog zichtbaar worden als Hij wederkomt in heerlijkheid. Zullen zijn discipelen het dan ook nog niet even kunnen volhouden?

Dat kan alleen worden volbracht in de 'energie' (kracht) van de Heilige Geest, Die Heere is en levend maakt. Daar doelt ook de apostel Paulus op, als hij schrijft over het 'wandelen door de Geest' (Gal.5).

Wandelen door de Geest en uitzien naar Zijn komst gaan hand in hand. Het Nieuwe Testament verbindt de oproep tot levensheiliging dan ook voor een groot deel aan het feit van Jezus' terugkeer. Kenmerkend voor die wandel door de Geest zijn: eenvoud, trouw, matigheid, geduld, oprechtheid, gehoorzaamheid, ijver, reinheid, godsvrucht, broederliefde. Dit alles behoort tot de vrucht van de Geest, Die het 'maranatha' in ons hart en in de mond legt.

Bruidsgemeente

Deze oproep wordt nog dringender, wanneer wij beseffen dat alle gelovigen samen een bruid zullen zijn voor wie de Bruidegom zal terugkeren (Ef. 5:5, 27, Openb. 16:15; 19=7, 8). De gelovigen zullen de eerkroon dragen. De eerkroon wordt niet eerder in ontvangst genomen dan aan het einde van de loopbaan. Daarom is het van wezenlijk belang te jagen naar vrede met allen en de heiligmaking, 'zonder welke niemand de Heere zien zal' (Hebr. 12:14).

Wanneer de nauwe relatie met Christus ontbreekt of verflauwt, is er ook geen of weinig stimulans om weerbaar en werkzaam te zijn in de verwachting van Zijn komst. Hij zal degenen die traag geweest zijn, straks niet eens herkennen (Matt. 25:24, 26-27)!

Trouw dienstbetoon is daarom een wezenlijk bestanddeel van het bereid zijn met het oog op de terugkeer van onze Heere en Heiland. Dit heeft ook te maken met de relatie die er bestaat tussen datgene wat wij hier gedaan hebben en wat wij daar zullen zijn!

De werken en de cultuur

In samenhang met het voorafgaande kan de vraag gesteld worden, wat dan de 'meerwaarde' is van de heiliging van het leven met het oog op de toekomstige heerlijkheid van degenen die in Christus Jezus geloven. Er is in de loop der tijd al veel nagedacht over de betekenis van onze werken voor de eeuwigheid.

Achter deze vraagstelling zit ook de vraag naar de waarde van de cultuur voor de eeuwigheid. Doen wij het toch allemaal uiteindelijk voor niets, afgezien van het eschatologisch motief van de persoonlijke heiliging, waar we reeds de vinger bij legden?

Christus wil dienstknechten die getrouw en vruchtbaar zijn! Mensen dus die Hem enige opbrengst van Zijn investeringen zullen 'aanleveren', ook al zijn wij in het gunstigste geval niet meer dan 'onnutte slaven' (Luk. 17:10).

Er dient in dit leven gebouwd te worden op het fundament Jezus Christus. Datgene wat daarop gebouwd is, zal het vuur uitmaken (vgl. 1 Kor. 3:12-13). Daarbij gaat het niet alleen om specifieke arbeid in God koninkrijk (verkondiging, zending, evangelisatie etc), maar ook en vooral om de wijze waarop wij onze dagelijkse bezigheden verrichten. Christus zal diegenen in dienst nemen van wie Hij kan zeggen: 'Wel gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal Ik u zetten; ga in in de vreugde uws Heeren' (Matth. 25: 21, 23).

Onze belijdenis neemt deze schriftuurlijke gedachte over. In de Heidelbergse Catechismus wordt de vraag gesteld (63): 'Verdienen onze goede werken niet, die God nochtans in dit en in het toekomende leven wil belonen? ' Het antwoord luidt: 'Deze beloning geschiedt niet uit verdienste maar uit genade'. Er wordt daarbij verwezen naar Lukas 17:10.

Hierbij sluit ook de vraag naar de blijvende betekenis van de cultuur aan. Wat blijft er over wat er aan kennis, kunde en kunst der eeuwen door is geproduceerd? Gaat alles uiteindelijk in de grote wereldbrand ten onder (2 Petr. 3:8v. met Openb. 21:24)? Ook de cultuur zal door het vuur heen moeten! Alles zal in het gericht komen. Uiteindelijk zal er op de nieuwe aarde niet iets zijn dat niet aan Christus te danken is. Maar dat betekent niet dat alles vergaat. Heeft God niet Zélf de werken bereid, waarin Zijn kinderen zullen wandelen, hier en nu en (eventueel) straks en daar (Ef. 2:10)? De werken zullen de gelovigen navolgen, lezen we in Openbaring 14:13. Let wel: er staat niet dat zij deze zélf zullen meenemen. God beloont hun werk, omdat het Zijn werken zijn. Calvijn merkt in dit verband in zijn commentaar bij 2 Timothéüs 4: 7 op: 'Want zodra God ons aanneemt in genade, zijn ook onze werken aangenaam, zodat er loon aan wordt toegekend, ook al is die niet verdiend (...). God geeft dat loon dat Hij beloofd heeft, niet omdat wij Hem tevoren door de een of andere daad van gehoorzaamheid zouden hebben geholpen, maar omdat Hij volhardt in dezelfde vrijgevigheid, die Hij jegens ons begon te betonen en Zijn voorgaande gaven vermeerdert met die welke er op volgen.'

Continuïteit?

Voorzover er sprake is van continuïteit met betrekking tot de cultuur, is dat vanwege het feit dat aan de werken dus continuïteit gegéven wordt door God volgens dezelfde 'wet' als bij het opstandingslichaam (vgl. 1 Kor.i5:42v.). De continuïteit is dus pneumatologisch, dat is: geest'-telijk, bepaald. In 1 Korinthe 15 wordt gesproken van een geestelijk (pneumatisch) lichaam! Prof. W. H. Velema merkt hierbij o.i. terecht op: 'God heeft onze geschiedenis niet nodig om de nieuwe aarde glorieus te maken.' Blijft staan de vraag wat de betekenis van Openbaring 21:24 is, waar we lezen dat de heerlijkheid der volken en van hun koningen het nieuwe Jeruzalem wordt binnen gedragen. Twee opmerkingen hierbij:

- Voorzover er sprake is van heerlijkheid van de volken, zal dat alleen kunnen slaan op die werken die gedaan zijn tot verheerlijking van God. 'Al wat gedaan is uit liefde tot Jezus, behoudt zijn waarde en zal blijven bestaan'.

- Daarbij dient ook nog bedacht te worden dat de werken van de gelovigen ook door het louteringsvuur zullen gaan (1 Kor. 3). Cultuurproducten die niet de lof van God op het oog hebben gehad, zullen die vuurproef niet doorstaan.

Heerlijkheid

Het zal duidelijk zijn dat uiteindelijk voor ieder gelovige niets te kort zal zijn aan heerlijkheid en zaligheid op de nieuwe aarde, die hun beloofd is. Anders zou er geen sprake zijn van eeuwige zaligheid, maar eeuwig ontevredenheid en zullen er jaloerse blikken blijven ('boze ogen', vgl. Matth 20:15). Toch wordt in Openbaring 19:8 wel gesproken over het 'fijn linnen', waarmee de bruid van Christus bekleed is, wat een 'beloning' zou kunnen heten van de rechtvaardige daden der heiligen. Verder dan deze beeldspraak komen we echter niet. Wat de 'beloning' concreet zal inhouden, zal de eeuwigheid openbaren! We kunnen dit dan ook met een gerust hart aan onze goede God overlaten.

Reden te meer om 'met groot verlangen' uit te zien naar die grote dag (art. 37, NGB). Dat is de dag waarop de rechtvaardige Rechter de kroon der rechtvaardigheid zal schenken! De heilsgeschiedenis zal dan voleindigd zijn, als God bij de mensen intern is, zonder dat er iets is dat nog ooit scheiding maakt. Zonde en dood zullen er immers niet meer zijn (Openb. 21:3). In de eeuwigheid zal het voor de gelovigen heel feestelijk toegaan: de bruiloft van het Lam wordt gevierd. Een feest waar geen eind aan komt!

Geen vlucht

De verwachting van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde is intussen geen vlucht uit de werkelijkheid, waarin we nu leven, maar veeleer een stimulans om ons hier en nu op deze grote toekomst te richten (2 Petr. 3:11-14). 'Wie zijn wandel in de hemel heeft, zal de aarde trouw zijn', schrijft ds. J. Overduin. Dit heeft Jezus Christus bewezen in Zijn hemelvaart. Immers Zijn hemelvaart was geen verraad, maar een dienst aan deze wereld. 'Hij ging niet weg, maar ging heen', aldus ds. L. Kievit (Joh. 14-16). Wij kunnen pas geestelijk, dienend en zegenend hier beneden leven, wanneer wij 'bedenken de dingen die boven zijn, waar Christus is' (Kol.3: .w).

A. VISSER, APELDOORN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Heiliging en wederkomst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's