De hemelse Goudsmid
Kerkscheuring betekent tijd voor loutering
De scheuringen die zich momenteel in diverse gemeenten des Heeren hebben voltrokken en zich nog steeds verder voltrekken, roepen verschillende gevoelens op. In ieder geval is er het gevoel van verdriet. Enorm en intens verdriet dat wij met zijn allen niet bij machte waren en zijn om dit heel erge te voorkomen. Voorts roept het ook op het gevoel van zonde. Dit is grote zonde voor de heilige God.
Verdfer zijn er allerlei andere gevoelen». Gevoelens die het risico in zich hebben ons op een verkeerd spoor te zetten. We denken aan gevoelens van boosheid, van haat, van liefdeloosheid, van vijandschap, van zich verongelijkt voelen wegens onrecht, van frustraties die het geloof kunnen verlammen, van verwarring en zelfs ontreddering. Gevoelens die niet altijd fout hoeven te zijn. Boosheid bij voorbeeld kan terecht zijn in gevallen waarin er onrecht is geschied, omdat er recht is geschonden.
Gevaar
Toch moeten we ondertussen in alle gevallen enorm oppassen, want voor we het beseffen, springt de boze ertussen, zelfs ook bij terechte boosheid. De boze heeft maar één doel en dat is onheilig vuur doen ontbranden en dat gigantisch opstoken tot een menselijkerwijs niet meer te blussen brand. Hij wil met dit alles schade toebrengen aan de zaak van Christus, zodat het geloof gaat kwijnen, de liefde gaat verkillen, de hoop wordt uitgeblust. Want de Heilige Geest wordt bedroefd. Met het levensgrote gevaar dat de Heilige Geest Zich gaat terugtrekken: de meest grote ramp die de kerk, rechtzinnig of niet rechtzinnig, kan overkomen.
Immers, dan wordt kerkenwerk ploegen op rotsen. Oppervlakkigheid is troef. Dat kan alle modaliteiten treffen. Ook de meest gereformeerde of evangelische denkrichting staat aan dit gevaar bloot. De Heere God moet dan klagen: 'Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij'. Met de mond vol van de meest bijbels verantwoorde woorden, maar in het hart worden boezemzonden gekoesterd. En voor we het in de gaten hebben, groeien die boezemzonden uit tot bruisende bergbeken die als bandjirs ons meesleuren. Met alie rampzalige gevolgen van dien.
Een nauw leven
Ten diepste is er maar Een die ons hier kan helpen en dat is de Heere. Dan is wel nodig dat we met God leven in het geloof en door de liefde. Natuurlijk, God kan ons ook, zeg maar, in de kroeg tot inkeer brengen. Nergens echter worden we in de Schrift ertoe aangespoord het zover te laten komen. Integendeel, overal roept de Bijbel ons op onze verantwoordelijkheid het volle pond te geven, door te rekenen met het Woord van God waarin we ernstig gewaarschuwd worden voor de zonde. Opdat die zonde geen wilde watermassa wordt die grip op ons krijgt in haar kolkende stroom. Het begin van die goede strijd tegen de zonde ligt in ons hart. Daar moet het nee-zeggen tegen elke vorm van zonde beginnen. Daarom moet er ook op leven en dood strijd gevoerd worden tegen met name onze boezemzonden. Ten bloede toe, zegt de Schrift.
Dat betekent ondertussen een nauw leven leiden. Nauw, dat wil zeggen dat we elke vorm van zonde haten en ontvluchten. En dat niet enkel zonden die we gewoonlijk als werelds kenschetsen, maar ook die zonden die o zo godsdienstig ingepakt kunnen zijn. We strijden voor de waarheid. We hebben er de best mogelijke argumenten voor. Maar ondertussen verteert bittere zelfhandhaving en hoogmoed ons leven. Een nauw leven is ons vreemd.
Een nabij leven
Dat nauwe leven is ons vreemd, omdat we geen nabij leven kennen. Nabij God te zijn is ons onbekend. Of mogelijk hooguit vanuit het verleden bekend. Doch nu totaal verdwenen. Ondertussen is ook het nauwe leven verdwenen. Voor de vorm, uiterlijk, leven we nog precies volgens het bekende rijtje, maar innerlijk ligt het zwaartepunt van ons leven ergens anders.
Daarom moet het roer om. Het moet opnieuw om. Of het moet voor de eerste keer om. We dienen de combinatie aan te gaan van een nauw leven dat samen op gaat met een nabij leven. Dat wil zeggen een leven ver van de zonde en dicht bij de Heere. Dus de zonde haten en ontvluchten en de Heere liefhebben door dicht bij Hem te schuilen, als een schaap bij de goede Herder.
Geen moment kunnen leven zonder de liefdevolle nabijheid van Jezus. Diepongelukkig zonder die nabijheid. Doch de Koning te rijk als we mogen weten: 'De Heer' is bij mij, 'k zal niet vrezen'. En daarom sterk in de strijd tegen de zonde. Een nabij leven geeft een nauw leven. Vergeving van zonde en vernieuwing van het hart horen als hol en bol bijeen. Rechtvaardiging en heiliging zijn niet los van elkaar te verkrijgen.
Loutering nodig
In de huidige tijd van kerkscheuring is het risico levensgroot aanwezig dat we zowel het nauwe leven als het nabije leven kwijtraken. Daarom hebben we loutering nodig. Dus dat alle gevoelens die er rond de scheuringén bij ons leven ons niet van de Heere verwijderen, maar ons juist dichter bij Hem brengen. Zodat God alle kansen bij ons krijgt om als hemelse Goudsmid met ons aan de gang te gaan en alles wat onzuiver is, alles wat oude mens is, kan wegnemen als oud vuil.
Wij worden dan zuiver. We krijgen een rein hart, waarin alle gevoelens die niet deugen door de Heilige Geest zijn gereinigd en herschapen tot positieve gevoelens van liefde, blijdschap en vrede. We beoefenen veel de verborgen omgang met de Heere en spelen de duivel niet in de kaart. Het is juist precies andersom, want de duivel vist bij ons almaar achter het net. Het lukt de duivel niet in de hitte van de kerkstrijd één enkele millimeter winst bij ons te halen. Integendeel, ons nabije en nauwe leven brengt de duivel des te meer verlies toe. We leren iets kennen van een biddend en vastend leven, waardoor de duivel uitvaart en wegvlucht. .In plaats dat het hem lukt in de strijd der geesten winst te behalen, gaat het precies de andere kant op. Als een geslagen hond moet de duivel afdruipen. Er wordt zelfs geestelijke winst geboren uit deze kerkstrijd, want de Heere
doet het meewerken ten goede. Jezus gaat overwinnen in plaats van de duivel. De Heere regeert, ook vandaag nog. En als Hij opstaat over Zijn Sion, dan heeft satan het nakijken.
Vertrouwen op God
Dat betekent dat er ondanks alle kerkelijke zorg en misère volop aanleiding is om onze hoop op de Heere te (blijven) vestigen. Uiteraard bedoelen we hiermee niet dat we ervoor pleiten op God te vertrouwen, terwijl we fouten en zonden gladstrijken. Juist het tegendeel. Juist in de erkenning dat er wat ons betreft alles tegen ons getuigt, mogen we vanuit het nochtans van het geloof toch des te meer onze verwach-ting op de Heere alleen stellen. Want Hij is getrouw en wij mogen vertrouwen dat Hij Zijn koninklijke ongekende gang gaat. Geen nacht zo donker of er komt een morgen. Geen dal zo diep of er komt een hoge bergtop. Geen storm zo zwaar of er komt stilte. Geen golf zo hoog of er komt een effen zee.
Het loopt de Heere niet uit de hand. Zijn beloften blijven wis en waarachtig. Daarom is het pleiten op Zijn beloften zo sterk. Daarom is het steunen op Zijn verbondstrouw zozeer rotsgrond in de branding.
Juist in situaties waarin het ons uit de hand loopt, waarin wij alles moeten loslaten en overgeven, waarin orkanen en diepe zeeën over ons heengaan, juist dan staat God meer dan ooit in de startblokken om het voortouw te nemen. Want dat zijn de momenten waarop wij uitgeteld zijn en geen enkele energie meer hebben om onszelf enige lof toe te zingen. Daarom zijn dat de momenten bij uitstek waarop de Heere Zichzelf lof kan toebereiden in het geven van uitkomst en heilrijk uitzicht. En wij gaan leren: 'Die roemt, roeme in de Heere'. We mogen meer dan overwinnaars zijn door Jezus Christus.
Vandaar dat er alle reden is om ondanks alles met goede moed in vol vertrouwen onze plaats in te nemen binnen de kerk. Eindeloos zwak in onszelf, maar tegelijk ijzersterk in de Hee-re. Want Gods kracht wordt in onze zwakheid en daarom ook ondanks onze zwakheid volbracht. Als we zwak zijn, juist dan zijn we machtig. Het zwaard van het Woord, het schild van het geloof en verdere onderdelen van de geestelijke wapenrusting, met vooral het gebed, worden ons aangereikt om de overwinning te behalen. God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven. En onze Koning is van Israëls God gegeven.
Van die God mogen we verwachten dat Hij ons getrouw doet zijn aan Zijn hoog en heilig Woord. Een vertrouwen dat niet beschaamd zal worden.
R. H. KIESKAMP, LIENDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's