De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kwade dagen zijn gekomen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kwade dagen zijn gekomen

Omgaan met dementie [3]

7 minuten leestijd

Kan iemand die dement is, zalig worden? Een vreemde vraag misschien. Kinderen uan een demente ouder zullen deze vraag herkennen. Want vroeger was vader of moeder zo anders. Toen spraken ze nog over geestelijke zaken. Nu is dat verdwenen. Het lijkt hem niet meer te raken. Hij of zij toont geen enkele interesse in kerkgang of bijbelezen. Psalmversjes zingt hij niet meer mee. Nu is alles weg. Alles?

Als we de vraag stellen of iemand die dement is zalig kan worden, zijn we geneigd om direct bevestigend te antwoorden. 'Natuurlijk kan dat'. Met dit antwoord schieten we wel een beetje door. Want zo natuurlijk is dat niet. Als de discipelen getuige zijn van het gesprek tussen de Heere Jezus en de rijke jongeling, zien ze de rijke jongeling bedroefd weggaan. Hij moest alles verkopen en alles verlaten om Christus te volgen. Pas dan zou hij een schat hebben in het Koninkrijk der hemelen. Alles verlaten! Dat is een onmogelijke opgave. Het blijkt nog eenvoudiger te zijn dat een kameel door het oog van een naald gaat dan dat een rijke ingaat in het Koninkrijk der hemelen.

Toch laat de Heere deze eis staan. Alles moet worden opgegeven: man, vrouw, ouders, kinderen, akkers en huizen om Christus' wil. Verbijsterend klinkt de vraag van de discipelen: 'Als het zo scherp ligt, wie kan dan zalig worden'. Onmogelijk.

Het antwoord van de Heere is enerzijds scherp en anderzijds bemoedigend. Scherp, omdat Hij erkent dat het inderdaad onmogelijk is. Maar ook bemoedigend, want wat onmogelijk is bij de mensen, is mogelijk bij God. Dit antwoord betekent dat we de verbijsterende vraag van de discipelen ook anders mogen formuleren. De discipelen vroegen: 'Wie kan er dan zalig worden? ' Met het antwoord van de Heere mag ik het ook als volgt vragen: 'Als bij de Heere alles mogelijk is, wie kan er dan niet zalig worden? ' Dat geldt voor gezonden en ziekten. Dus ook voor mensen die dement zijn.

Zorg om de zaligheid

Bezorgdheid om de zaligheid van de naaste is een goede zaak. Het gaat namelijk om de eeuwige bestemming. We kennen allemaal de tekst: 'Het is een mens gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel'. Dat is zo. De gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus spreekt op dit punt duidelijke taal. De Heere Jezus laat er evenmin onduidelijkheid over bestaan. Een mens moet wederom geboren worden, zegt Hij tegen Nicodemus. Of, zoals Paulus het zegt tegen de stokbewaarder: 'Gelooft in den Heere Jezus, en gij zult zalig worden...'. Daar gaat het om. Wat dat betreft is de Bijbel heel helder. Ze wijst op de ernst van het leven en op de weg tot het leven. Beter gezegd: de Bijbel wijst heen naar Hem, Die dé Weg, dé Waarheid en hét Leven is. Deze levensvragen gelden voor iedereen persoonlijk, dus ook voor onze man of vrouw die dement wordt. De bezorgdheid van familieleden om de zaligheid van vader of moeder is daarom ook een terechte zorg.

Toch bemerk ik bij mezelf, als familieleden van demente verpleeghuisbewoners hierover spreken, soms een zekere ambivalentie. De zorg van deze familieleden is terecht, maar ze kan ook iets geforceerds krijgen. Het is duidelijk dat de levensverwachting van de demente oudere beperkt is. Van ieder mens geldt dat zijn levensdagen geteld zijn. Of zoals iemand het verwoordde: 'Iedere dag die we leven, is een dag dichter bij de dood'. Dat is waar. Dat deze korte levensverwachting extra druk oproept, is daarom ook verklaarbaar. Want als vader of moeder nooit iets van het leven met de Heere heeft geuit, dan moet daar nu verandering in komen. Vanwege de korte genadetijd die overblijft, krijgt dit 'moeten' extra accent. Nu gaat het er als het ware om spannen. De tijd is bijna voorbij.

De goede dagen?

Wat verklaart mijn ambivalentie? Het is toch een terechte zorg van deze kinderen om hun vader of moeder. Jawel, maar hoe was dit voorheen? Was er in de goede dagen van het leven ook zoveel bezorgdheid om het zieleheil? Was toen alles belangrijk, behalve de grote levensvraag? Hoe werd toen omgegaan met de oproep tot bekering? Of werd deze ontkracht, door te wijzen op 's mensen onmacht, terwijl nu alles onder spanning wordt gezet? Ik zeg met misschien heel menselijk, maar waarom is de goede tijd van het leven zomaar voorbijgegaan? Waarom heeft iemand het zo ver laten komen dat pas in de laatste en moeilijke (!) maanden of jaren van het leven de levensvraag gaat spelen.

Ik denk aan de woorden van de wijze Prediker. 'Gedenk aan uw Schepper in de dager van uw jongelingschap, eer de kwade dagen komen'. Dat schrijft hij niet voor niets! In de kwade dagen worden we volledig in beslag genomen door de zorgen en kwalen van de ouderdom. Dan is er 'geen lust meer' in de dingen van Gods Koninkrijk. We weten dat deze dagen kunnen komen, en toch... wachten we af. Ik mag niet generaliseren en het ligt niet bij iedereen zo, maar helaas komt het voor. De laatste moeilijke dagen staan onder spanning, omdat de goede dagen van het leven voorbij zijn gegaan.

Jarenlange prediking

Soms bekruipt me het gevoel, wanneer iemand door de dementie volledig onbereikbaar is, dat de genadetijd inderdaad voorbij is. Dit mag ik niet zo schrijven en evenmin denken. Daarmee wek ik de indruk alsof de Heere niet meer bij machte zou zijn om de demente oudere te bereiken. Het is juist wat familieleden soms opmerken: 'Slechts één woord van de Heere is genoeg'. Dat is waar, maar... de Heere heeft al zoveel woorden gesproken. Iedere zondag sprak en spreekt Hij. Door middel van die weg wil de Heere zondaren bekeren. Hij heeft de kracht van de Heilige Geest verbonden aan de prediking van het Woord. Dat is de wijze waarop de Heere werkt. Hij kan, bij wijze van spreken, iemand in zijn slaap bekeren. Maar zo werkt de Heere niet. De verkonding is het middel bij uitstek. Wat moet de Heere nog meer doen?

Als iemand vervolgens de jarenlange prediking aan zich voorbij laat gaan en bij het ouder worden, vanwege de dementie, steeds minder bereikbaar wordt... wat dan? Is dan de genadetijd voorbij?

Vier vrienden

Ik behoef deze vraag niet onbeantwoord te laten. Dan mogen we het leven van onze ouder, van onze man of vrouw des te meer in de handen van God Zelf leggen. Dan blijft alleen over wat we ook lezen bij de vier vrienden van de geraakte. Ze brachten hun verlamde vriend tot Jezus. Ze spanden zich in om hem voor de voeten van Jezus neer te leggen. En dat lukt ook, ondanks alle belemmeringen. En dan schrijft de evangelist: 'Jezus, hun geloof ziende ...'. Jezus zag het geloof van de vier vrienden.

Dat is de weg die overblijft voor kinderen met hun demente ouder, of voor een man met een demente echtgenote. Lees met hem of haar een stukje uit de Bijbel. Zing of spreek de woorden van een psalmvers uit, ook al vertoont de demente oudere geen enkele reactie. Doe een eenvoudig gebed. Breng hem of haar voor het aangezicht van de Heere. Heel bekend is het wandtegeltje met daarop het gebed voor onze kinderen. Met een variant daarop mogen we bidden: 'Ik leg de naam van mijn man of vrouw, vader of moeder in Uw handen. Graveer Gij die daarin met onuitwisbaar schrift'.

Somber?

Schets ik een te somber beeld van dementie? Ten dele wel. In het verpleeghuis zie ik bewoners die soms nauwelijks meer te bereiken zijn. Ouderen met een milde dementie wonen vaak nog thuis of in een verzorgingshuis. Dus dat kan mijn sombere benadering verklaren.

Tegelijk laat het verpleeghuis ook andere bewoners zien. Demente ouderen die soms moeilijk bereikbaar zijn, maar die een psalmvers duidelijk meezingen. Ouderen die soms helder uitspreken wat de Heere heeft gedaan, om vervolgens weer onverstaanbaar te mompelen. Gelukkig is dat er ook. In die levensfase blijkt des te duidelijker dat de zaligheid niet afhankelijk is van de mate van ons geloof, maar van de trouw van de Heere. Hij gedenkt aan Zijn verbond, ook wanneer iemand volledig dement wordt. Dan blijkt dat God waarmaakt, wat Hij eens begonnen is. Dat geeft troost, ook voor familieleden van wie de ouder of echtgenoot door de dementie onbereikbaar is geworden.

A. A. Teeuw, Ridderkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kwade dagen zijn gekomen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's