De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van stonde aan opgenomen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van stonde aan opgenomen

Als ik sterf, wat dan...? [slot]

8 minuten leestijd

Hemelse heerlijkheid

Op grond van de Schriften mogen we een helder antwoord geven op de vraag: Wat gebeurt er als ik sterf? Als ik sterf, wat dan? Op die vraag mag een christen als antwoord geven: de ziel van een gelovige verkeert direct na het sterven met vol bewustzijn in de hemelse heerlijkheid om daar de jongste dag te verwachten. Het mag duidelijk zijn vanuit de Bijbel dat de overleden gelovigen heel bewust de zaligheid ervaren als een bij Christus zijn in het paradijs. Tegen de moordenaar zegt Jezus: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. In Filippensen i, 21 en 23 horen we Paulus zeggen: 'Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin. Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste.' Als Stefanus gaat sterven, horen we hem zeggen: Heere Jezus, ontvang mijn geest.

Vanuit Openbaring 6 horen we van de zielen onder het altaar, die bewogen uitzien naar de dag van de voleindiging. Ze zijn gedood om het Woord Gods en om de getuigenis die zij hadden. En zij roepen met grote stem, zeggende: 'Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen? En aan een iegelijk werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleinen tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, gelijk als zij.'

In Openbaring 7 zien we een grote schare, die niemand tellen kan, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor de troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm takken waren in hun handen. 'En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam.'

In Openbaring 14, 13 lezen we: 'Zalig zijn de doden, die in den Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen.'

Met Christus

Uit al deze Schriftgegevens maken we op dat de gelovigen heel bewust de zaligheid als een bij Christus zijn, een bewust bij God zijn ervaren. Niemand minder dan Johannes Calvijn heeft zich enorm verzet tegen de leer van de zieleslaap. De gelovige wordt na de dood bewust verbonden met Christus. De ziel gaat niet slapen, verkeert niet in een soort van comatueuze toestand tot de jongste dag. Ook is er geen sprake van een vagevuur, zoals de RK- Kerk leert, waarin de ziel nog een poosje zou moeten boeten voor het kwaad dat hij op aarde gedaan heeft. In Zondag 22 wordt gevraagd: (vr. 57): Wat troost geeft u de opstanding des vleses? En dan luidt het antwoord: 'Dat niet alleen mijn ziel na dit leven van stonden aan tot Christus, haar Hoofd, zal opgenomen worden, maar dat ook dit mijn vlees, door de kracht van Christus opgewekt zijnde, wederom met mijn ziel verenigd en aan het heerlijk lichaam van Christus gelijkvormig zal worden.'

Allereerst wordt hier beleden dat wij van stonde aan, direct, bij Christus zijn na onze dood. En verder ook dat ook ons lichaam zal worden opgewekt op de jongste dag en met onze ziel weer verenigd wordt. Dan breekt ook pas de zaligheid ten volle aan. Hoe dan ook, de opstanding op de jongste dag en het eeuwige leven zijn de rijkste toekomstperspectieven van de christelijke troost. Maar er is ook de troost van het leven na dit leven. Onderweg naar de volle zaligheid van de jongste dag, wordt ook de zaligheid reeds bewust genoten en ervaren. Met andere woorden, sterven betekent thuiskomen.

Het ontslapen van een gelovige is een ontwaken van de ziel in Christus. Van stonde aan, zegt de catechismus. Er zit geen seconde tussen de laatste zucht op het sterfbed en de eerste zang in het hemelhof.

Er is geen millimeter niemandsland. Dwars door de dood heen zijn we omvangen en gedragen door de liefde van Christus.

Het smalle plankje

Misschien kent u het verhaal van dat jongetje dat sterven moest. Dat zou niet erg zijn, als moeder zijn hand maar kon blijven vasthouden. Moeder herinnert hem aan de wandelingen door het weiland en aan de sloot met het smalle plankje. Dan ging moeder eerst. En hij moest er alleen overheen. Maar moeder stond aan de overkant met uitgestoken hand te wachten. Over het zwiepende plankje van de dood moeten wij allemaal gaan. Maar aan de overkant wacht de levende Heere. En direct zullen wij na ons sterven bij Hem zijn. Onze identiteit blijft bewaard door de dood heen. God is zuinig op ons 'ik'. Dat blijft bewust bestaan. En wordt verenigd met Christus. Of komt direct in het oord der verschrikking, de hel, waarover we reeds schreven.

Tussentoestand

We zeiden het al: in het Nieuwe Testament staat de verwachting van de wederkomst van Jezus centraal. Daarnaast is er ook de verwachting om onmiddellijk na het sterven bij Christus te zijn.

Als de wederkomst van Jezus uitblijft, zien we dat de gelovigen in het Nieuwe Testament de mogelijkheid onder ogen moeten gaan zien dat ze voor die grote dag zullen sterven.

Dan komt er natuurlijk steeds meer belangstelling voor de vraag hoe de situatie van de gelovigen tussen sterfdatum en jongste dag zal zijn, in de 'tussentoestand' dus. Aan de hand van de genoemde Schriftgegevens kunnen we zeggen: we zullen dan met Jezus zijn. De werkelijkheid van de hemel ligt in het verlengde van de omgang met God hier op aarde door Bijbel en gebed, Woord en Geest. Mensen die daar komen, doen daar geen vreemd werk. Wat we daar in volmaaktheid doen, hebben we in beginsel op aarde geleerd.

Zoals we Hem hier en nu leren kennen door het geloof, maar dan oneindig rijker, zullen we Hem aanschouwen in de heerlijkheid van de hemel en gemeenschap met Hem hebben, met Hem omgaan. Wie daar hier en nu (nogj niets van kent, moet zich niet vleien met een ijdele hoop.

Waarmee we bij onze laatste vraag komen: Wat is nu de uiteindelijke toekomstverwachting van een christen?

Opstanding

Dan mogen we zeggen: hier op aarde en in de hemel wordt door Gods kinderen enorm uitgekeken naar de opstanding der doden op de jongste dag. Er komt een gigantische opstanding, mogen we geloven.

Alle doden zullen onverderfelijk worden opgewekt. Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet beƫrven, zegt 1 Korinthe 15. Dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen en dit sterfelijke onsterfelijkheid. Dit toekomstgerichte leven van een christen relativeert al het aardse.

Het is niet belangrijk of je gehuwd bent of ongehuwd, rijk of arm, ziek of gezond, kinderrijk of kinderloos, hoe ontzettend beslissend deze dingen voor ons ook stuk voor stuk zijn. Maar het is niet doorslaggevend in dit leven. Het gaat voorbij.

De toekomst van Jezus Christus wenkt. Hij komt!

Wij geloven de wederopstanding van het lichaam. Mijn lichaam en mijn ziel komen weer bijeen. De stof waaruit God dit natuurlijk lichaam gemaakt heeft, wordt veranderd in een geestelijk lichaam.

Hier is ons lichaam vernederd door ziekte, invaliditeit en zonde. Op de jongste dag wordt het aan Christus heerlijk lichaam gelijkvormig.

Na Pasen verscheen Jezus met zo'n opstandinglichaam. Waarmee Hij at en dronk en zich wonderlijk mobiel verplaatste in verschijningen en verdwijningen, maar waarin de wonden zichtbaar bleven en aangeraakt konden worden. Zo'n door de Heilige Geest toegerust lichaam zullen de gelovigen na de opstanding ook ontvangen. Niet langer een kraakpand van de zonde, maar een tempel van de Heilige Geest. Wat een feest zal dat zijn!

Als ik sterf, wat dan? luidde de titel van ons verhaal. Het maakt heel wat bij ons los. Het geeft ons hopelijk toch vooral heel veel ernst en heel veel moed en heel veel uitzicht in ons leven.

Dan mogen we de vraag: 'Als ik sterf, wat dan? ' beantwoorden met de machtige woorden van dr. H. F. Kohlbrugge, die schreef:

Wanneer ik eens gestorven ben, -maar ik zal nimmer sterven-

en iemand vindt mijn schedel dan, die alle licht moet derven;

dan predike die schedel nog: ik zie Hem zonder ogen, ik mis verstand, toch grijp ik Hem, zal eeuwig Hem verhogen.

Ik heb geen lippen en geen tong, maar kus Hem, mag Hem loven met de belijders van Zijn Naam op aarde en hierboven.

Ik, hard en dood, ben wonderbaar versmolten in Zijn liefde, want Hij ging uit naar Golgotha, waar 't zwaarste leed Hem griefde.

Ik ben hier ver van 't paradijs, op sombere dodenakker, toch leef ik 't volle leven nu; Zijn liefde riep mij wakker.

Ik ben een dorre schedel slechts, maar alles trilt van 't leven, dat Zijne liefde, wonderbaar, mij, arme, wilde geven.

En alle leed is nu voorbij, omdat Hij, wreed geslagen, de vloek van zonde en van dood voor mij heeft weggedragen.

J. Flikweert, Rijssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Van stonde aan opgenomen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's