Globaal bekeken
I n haar rubriek 'Gedicht dichterbij' in De Hervormde Vrouw geeft mevr. H. G. Schuurman-Hijmissen aandacht aan het werk van Cornelis Rijnsdorp (1894- 1982):
• DE DICHTER
'Cornelis Rijnsdorp groeide op in een positief christelijk gezin. Zijn vader had een slagerij in Delfshaven.
Na de lagere school en de ulo moest hij gaan werken omdat zijn uader in 1908 overleed. Als dertienjarige werd hij kantoorbediende. Door studie in de avonduren klom hij omhoog op de maatschappelijke ladder, lijn hart lag echter bij muziek en literatuur. Door stille zelfstudie heeft hij zich ontwikkeld tot een gezaghebbend man op dit gebied. Vooral in zijn latere leuen heeft hij ueel artikelen en boeken geschreven en ontwikkelde hij zich tot een belangrijk literator.
Al jong kwam hij in een geloofscrisis. Hij voelde dat ondanks de opvoeding in een christelijk gezin er iets met hem zelf moest gebeuren. In 1912 ontmoette hij Christus.
Zelf zegt hij hier later over: "Ik heb Christus ontmoet - en uan 't ene ogenblik op 't andere was mijn romantische Weltschmerz (een droeuig bewustzijn dat het "'hier en nu'" nooit je innerlijke behoefte kan beuredigen - HGS-H) omgezet in de absolute zekerheid uan de uerlossing. Dat is uoor mij natuurlijk het beslissende moment in mijn leuen geweest". We vinden hier iets uan terug in het gedicht "De bidder" en in zijn roman "Koningskinderen .
Rijnsdorp ontuing in 1964 de Prijs voor Kritiek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde uoor zijn buitengewone uerdiensten op het gebied van de literaire kritiek in dag- en weekbladen. In 1965 werd hem een eredoctoraat in de letteren verleend door de Vrije Universiteit te Amsterdam.'
• DE BIDDER
"In d'eenzaamheid zijn God gezocht". Gezocht? Neen, veeleer God ontweken, totdat een kracht hem ouermocht, hem dwong tot knielen en tot spreken. Voor hem was geen ontkomen meer, geen grijpen meer naar aardse dingen, maar 't was als drukte een Hand hem neer, tot lippen zich bewegen gingen en 't hart, het zwerven stervensmoe, zich keerde weer zijn Schepper toe.
"In d' eenzaamheid zijn God gezocht". Hij knielde in de stilte neder; zijn ziel begon die vreemde tocht, die worsteling naar het M idden weder. Een groter zon dan 't oog ooit zag liet in de ziel haar stralen uallen. Toen werd het meer dan lichte dag in 't brandpunt uan die bundeltallen, en wat hem in dat licht uerscheen, dat weet de ziel en God alleen.
(Uit: de dichter bidt - een bloemlezing uit de Nederlandse gebedslyriek door Willem Enzinck, Kok Kampen 1961)
N a wat ik in deze rubriek eerder doorgaf uit het brevier van Dietrich Bonhoeffer, stuurde een lezeres mij ook een meditatief stukje van hem, n.a.v. 1 Kor. 13 : 3, getiteld 'Geloof- Hoop-Liefde', waardoor ze werd aangesproken 'gezien de verdrietige situatie bij ons'. Het draagt als opschrift: Hij ziet sterven en gelooft eeuwig leven:
'Geen mens en geen kerk kan leuen uan de grootheid uan eigen werken. Zij kunnen alleen leuen uan het grote werk, dat God zelf gedaan heeft, van het kruis van Jezus Christus. Dat betekent echter, dat de mens moet leuen uan wat onzichtbaar is, uan een werk dat in deze wereld ongezien, verborgen blijft. Hij ziet dwaling en gelooft waarheid; hij ziet sterven en gelooft eeuwig leuen; hij ziet niets - en hij gelooft in het werk en de genade uan God; "...Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid" (2 Kor. 12:9).
Niet anders is het met de kerk, die het evangelie uerkondigt. Zij leeft nooit en te nimmer uan wat zij zelf doet, ook niet uan wat zij uit liefde doet, maar zij leeft uan wat zij niet ziet en toch gelooft; zij ziet verdrukking en gelooft in redding; zij ziet dwaalleer en zij gelooft Gods
waarheid; zij ziet verraad aan het evangelie en zij gelooft Gods trouw. De kerk uan het euangelie is nooit de zichtbare gemeenschap der heiligen, maar de kerk uan zondaars, die tegen alle schijn in gelooft in de genade en alleen uan de genade leeft. "Wie een heilige zijn wil, moet de kerk uit", riep Luther eens uit. Kerk uan zondaars - kerk uan de genade - kerk uan het geloof- dat is het.
Zo blijft dan geloof- omdat het leeft uan God en uan God alleen. Er bestaat maar één zonde, en dat is zonder geloof te leuen.'
G een Latijn meer in de theologische opleiding? Een lezer stuurde ons een fragment uit de inleiding van Abraham Kuyper bij de heruitgave van de Corsmannus-vertaling (1650) van de Institutie van Calvijn.
'En zoo is don deze herdruk bestemd uoor opzieners en armuerzorgers, uoor schoolmeesters en gemeene geloouigen, en een iegelijk neme er uit u> at zijn ziele troosten en sterken kan. Toen het latjjn nog grif verstaan wierd, hadden onze Bedienaren des woords geen vertaling noodig, maar nu het latijn in onbruik raakte en slechts een klein percent van onze gestudeerde mannen nog vlot latijn leest, zij ook hun deze vertaling aangeboden.' In een voetnoot vervolgt hij:
'Men ziet dit o.a. aan de "Bibliotheca Reformata", de onder hare inteekenaren hier te lande nog geen 120 predikanten telt, terwijl er toch minstens 2000 in ons land zijn. Dit niet meer ulot latijn lezen is op zich zelf geen schande hoegenaamd. Gemeenzaamheid met een taal hangt van uu; omgeving af, en als niemand meer latijn spreekt, hoe zult ge er dan in thuis zijn. Toch mogen gereformeerde theologen toezien, dat ze van het latijn meer opzettelijke studie maken, want ongemeenzaam met het latijn maakt ook ongemeenzaam met de oude onuerualschte Gereformeerde litteratuur. En in dit opzicht alleen winden we er iets droefs in, dat zoo zeer vele gereformeerde predikanten, zowel uit het Heruormd als uit het Christ. Geref. Kerk- Genootschap, niet eens op deze "Bibliotheca Reformata" waren ingeteekend. De prijs was toch laag genoeg.'
B ij alles wat dezer dagen over Prins Bernhard wordt geschreven, herinnert een lezeres aan een kersttoespraak van Prins Bernhard voor het hofpersoneel in de stallen in Den Haag, gepubliceerd in Trouw d.d. 24 december 1953. Hieruit de volgende fragmenten:
• 'Nooit werd het korter of beter gezegd: "Zie, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal: u is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Heer, in de stad van David". Deze boodschap komt recht op ieder mens persoonlijk af: dat u heden geboren is... en het is wereldomvattend: die al den volke wezen zal. En de levende kern van deze boodschap is de grote blijdschap.
En die blijdschap hebben we hier op aarde zo erg nodig, want blijdschap is schaars. Blijdschap is iets, dat onafhankelijk is uan de omstandigheden waarin men verkeert. Men kan leuen onder de meest gunstige en benijdenswaardige omstandigheden en zich ongelukkig voelen, terwijl zij, die leven onder zeer moeilijke omstandigheden, soms toch blij kunnen zijn.'
• 'Wij mensen hebben ueelal de even hardnekkige als noodlottige neiging om in allerlei drukke bezigheden op de een of andere wijze God te ontvluchten en eigenlijk te vergeten. Met Kerstmis wordt deze sleur doorbroken. Hij komt tot ons, die altijd weer onwillig, te trots ofte bang zijn om tot Hem te komen. Het Kerstkind weet onze onwil te elimineren, onze trots te breken, onze angst weg te nemen, en het leidt ons tot de Vader. En wie door het Kerstkind tot de Vader komt, die weet eerst recht wat de grote blijdschap is, waarover in de Kerstnacht tot verschrikte en onwetende mensen gesproken werd. De invloed, die uan Jezus uan Nazareth is uitgegaan om de mensen te veranderen en te uernieuwen, ze tot elkander te brengen en te uerbinden en hun het geluk van de gemeenschap met God te geven, is onberekenbaar.'
• 'Het Kerstfeest mag niet een uitzondering vormen. Meer dan iemand of iets anders heeft Jezus de mens geplaatst uoor een keuze en de consequentie uan die keuze. Zijn inuloed mag niet beperkt blijven tot wat godsvrucht en vriendelijkheid gedurende de Kerstweek. Hij is de Heer van alledag en uan iedere dag. Daarom zullen godsurucht en naastenliefde met ons het nieuwe jaar moeten binnengaan en alle dagen uan ons leuen moeten beheersen. Aan het koningschap uan Jezus over ons komt nooit en nergens een einde. Wij willen nooit zeggen, zoals de mensen uit Bethlehem uan toen: "Geen plaats... geen plaats", maar: "Nu sijt wellecome, Jesu, lieue Heer", "en dat het gehele jaar door.'
v.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's