Uit de pers
Protestants. Waarom?
Op de laatst gehouden synodevergadering bond dr. B. Plaisier de leden op het hart om niet langer steeds maar weer over de PKN te spreken. Hij stelde er, als ik het goed begrepen heb, zelfs een sanctie op als tijdens de vergadering iemand genoemde afkorting op de lippen zou nemen. Laten we niet schromen te spreken van de Protestantse Kerk. In de aanduiding 'protestants' komt de oorsprong en de traditie van de drie gefuseerde kerken aan het licht. Welnu, de laatste maanden is het al verschillende keren aan de orde gesteld op conferenties, bij vergaderingen en in periodieken: wat is protestants eigenlijk, wat bedoelen we als we het hebben over het protestantisme. De laatste aflevering van het theologisch tijdschrift Kerk en Theologie (jaargang 55, nummer 4, oktober 2004) is een themanummer over Protestantisme: verkenning van een begrip. Dr. F. G. M. Broeyer schetst de geschiedenis van het begrip 'protestants'. Dr. G. G. de Kruijf schrijft over 'De protestantse ethiek van de "betrekkelijkheid"'. Twee scribenten gaan in op de relatie Rome-Reformatie vanuit de huidige stand van zaken (dr. A. H. C. van Eijk en dr. K. Blei). Dr. C. van der Kooi stelt in een laatste artikel de vraag naar de identiteit en de toekomst van het protestantisme. Uitzijn bijdrage licht ik een enkel citaat. We hebben zojuist de hype achter de rug van de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV). Die bleek in boekhandeltermen gezegd een 'bestseller' te zijn. Intussen blijven we wel met de vraag zitten: hoe functioneert de bijbel in de werkelijkheid van alledag, in het persoonlijk leven maar ook in de wereld van de theologie als wetenschap? Dr. C. van der Kooi maakt daar in zijn bijdrage getiteld 'Om de toegang tot heil en leven' een aantal belangwekkende opmerkingen over. Hij doet dat om te beginnen onder het kopje 'De bijbel als referentiepunt. Reductie en concentratie'.
'De hoge pretentie van het protestantisme het ware christendom te zijn is iets dat zich steeds in wisselende kracht heeft doorgezet. We hoeven niet alleen aan de grote namen Luther, Zwingli en Calvijn te denken. Een typerend voorbeeld voor de geest en mentaliteit van de vroege Reformatie is nog altijd Melanchthon. In zijn beroemde Loei van 1521 wordt duidelijk hoezeer de nieuwe beweging zichzelf verstaat als een hernieuwde toewending tot de Schrift. En daarmee hebben we iets voor ons dat veel dichter staat bij het zelfbewustzijn van het oorspronkelijke protestantisme. Men wilde in een oorspronkelijke zin evangelisch zijn, de inhoud van de bijbel als belofte en toezegging van Gods genade ontvangen. In hoeverre dit primaat van de bijbel voor brede lagen van de spraakmakende protestantse theologie nog opgaat, is maar de vraag. Tussen ons en de vroege Reformatie ligt een ontwikkeling die Pannenberg heeft omschreven als de crisis van het schriftprincipe. De bijbel als beroepsinstantie is zodanig geproblematiseerd, dat de huidige protestantse theologie voor de opgave staat zich opnieuw op haar referentiepunt te bezinnen. Over de noodzaak van deze herbezinning hoeft geen onenigheid te bestaan. Erger is het als de crisis van het schnjtprincipe ertoe leidt dat de bijbel feitelijk niet meer het referentiepunt is.'
Ter verduidelijking voor lezers die de term 'referentiepunt' niet direct kunnen thuisbrengen: je kunt vandaag dus de bijbel niet meer hanteren als een gemeenschappelijk aanvaard ijkpunt voor denken en handelen, zoals dat bij de oorsprong van het protestantisme juist kenmerkend was voor deze beweging onder christenen. Verderop in zijn bijdrage komt dr. C. van der Kooi nog terug op 'De rol van de bijbel'.
'Enkele malen is in het voorgaande de belangrijke plaats van de bijbel in het protestantisme al gerefereerd. Het is echter nodig hier uitvoeriger bij stil te staan, omdat de positie van de bijbel in het huidige protestantse theologie in een crisis is geraakt. Het gebruik van de bijbel als beroepsinstantie is op zijn minst problematisch geworden. Men kan, zoveel is duidelijk geworden, de bijbelse geschnjten niet beschouwen als een warenhuis van allerlei uitspraken ojwaarheden over God, die als in een leerboek op een vlak liggen en zonder meer complementair zijn. Daardoor is geweldig veel gaan schuiven in de traditionele structuur van de protestantse theologie: het beroep op de bijbel zelf in diskrediet geraakt. Het kan er toe leiden dat de bijbel als thema en bron in het geheel niet meer aan de orde komt. De beantwoording van de vraag wat protestantisme is wordt overgelaten aan sociologen, jiloso/en en systematisch-theologen. Kennelijk is de verlegenheid te groot. Het pessimisme inzake de bijbel is zeer snel en eigenlijk nog onverwacht snel gegroeid. Berkhof legt in zijn Christelijk Geloof nog een aanstekelijk optimisme ten toon als het gaat om de rol die de bijbelse theologie in de dogmatische bezinning kan spelen. Hij beroept zieh nog op een "communis opinio" aangaande de oorsprong van het Israëlitisch godsgeloof en situeert dit in de geschiedenis bij Abraham. Voor Berkouwergeldt iets dergelijks. Dat de verdeeldheid in zijn eigen Gertformeerde Kerken iets te maken had met een fundamenteel veranderde houding tegenover de bijbel, zoals bijv. C. Graafland had beweerd, was iets waar ook hij in zijn tijd niet aan wilde. Hij veronderstelde nog een gemeenschappelijke basis in eigen kring terwijl die in werkelijkheid al lang niet meer bestond. Ik hoor hem nog zeggen, in wat e'en van zijn laatste publieke optredens moet zijn geweest, bijna geheel blind maar helder van geest, dat hij verwachtte in een paar avonden praten het met de critici eens te kunnen worden. Toch denk ik dat een nieuwe concentratie op de bijbel voor het protestantisme niet alleen van levensbelang, maar ook mogelijk is. En daarmee neem ik minstens een draad op uit de verwachting en hoop die mensen als Berkhof en Berkouwer dreef. Het inzicht is ge-
groeid dat de bijbel de neerslag is van een eeuwenlang proces van debat, tegenspraak, getuigenis en aanroep. Wat betekent het dat we deze bijbel hebben, en dat juist bij hernieuwde lezing en ambachtelijke analyse naar voren komt dat de tekst een lange traditie kent van doorgeven en toe-eigenen? Aan de wijze waarop teksten en tekstgedeelten zijn ontvangen en verwerkt kan men zien dat deze teksten reeds eeuwenlang generaties hebben gedwongen in de positie van ontvanger. Het proces van toe-eigening en selectie laat ons de diepe menselijkheid van de bijbelse geschnjten zien en de weg die God met mensen in steeds weer nieuwe situaties is gegaan.'
Van der Kooi doet een pleidooi voor een hernieuwde en eigentijdse concentratie op de Schriften. Dat moet er volgens hem tegelijk toe leiden dat protestanten toe zijn aan een herwaardering van het begrip traditie. Bijbelonderzoek, aldus Van der Kooi, laat ons zien hoezeer de bijbel zelf het eindresultaat is van een proces van ervaring, doorvertellen, selectie en toe-eigening. In de bijbel zien we hoe er door de eeuwen keuzes zijn gemaakt, wegen zijn afgesloten zoals bijvoorbeeld zicht-
baar wordt in de verschijning van Jezus Christus 'waardoor de rol van wet en tempel aan het schuiven is gegaan'. Die traditie zichtbaar in de bijbel is het tegenover waaruit de echt protestant steeds weer put, ook als het gaat om de vragen van onze tijd.
Theologie en verkondiging
Aansluitend bij het voorgaande vond ik in het Kwartaalblad voor evangelische en theologische bezinning Soteria (21e jaargang, 3-2004) een boeiend gesprek dat ds. R. van Essen en Koos van Noppen hadden met dr. Antoine Vos van het Center ofEvangelical Reformation Theology (CERT). Dr. Vos doceert vanwege de Protestantse Kerk in Nederland systematische theologie aan de Universiteit Utrecht maar is tegelijk nauw betrokken bij het genoemde CERT. Dat is een initiatief van zes evangelische organisaties te komen tot een evangelischgeörienteerde theologiestudie op gevorderd universitair niveau. Deze opleiding heeft onderdak gevonden bij de theologische faculteit van de VU. Aan dr. Vos wordt aan het eind van het gesprek de volgende vraag gesteld. We citeren die vraag en het antwoord:
'Het CERT wil op evangelische leest geschoeide theologie bedrijven. Wat krijgen studenten meer mee dan in de "gewone", huidige academische context? ' 'Bij het CERT leggen we een sterk accent op de integratie van hoofd en hart. In gesprekken met studenten merk ik dat de gangbare theologische opleiding ueel te weinig per-soonlijkheidsuorming biedt. Ze bidden en geloven tuel, thuis, voor zichzelf. Maar ze leren niet in het openbaar zonder ualse schaamte met geloof om te gaan, waardoor ze niet tot uolledige ontplooiing komen. Het gaat erom dat studenten Ieren om met hun emotionaliteit én hun rationaliteit, hun spiritualiteit en hun wil, dus met heel hun hebben en houden in de theologie bezig zijn, ten behoeue uan de kerk.
Veel werk in kerk en theologie loopt spaak doordat de tweespalt uan hoo/d en hart de vrede en vreugde van het geloof de adem afsnijdt. Ik noem dat de neutraliteitsspagaat - met enerzijds de redelijkheid en de wetenschappelijkheid, anderzijds het geloof. Daarbij is het onuermijdelijk dat het ene het andere ouerheerst, of omgekeerd.
Als je als predikant in die tweespalt leeft, geeft dat een geweldige uerzwakking aan je werk. Veel predikanten zijn jong en geestdriftig begonnen, maar in de loop uan de jaren heeft het hoofd steeds meer het hart ondermijnd. De aftraak uan de innerlijke zekerheid eindigt dan in de bitterheid uan een gespleten en vruchteloos bestaan. Ik uind vooral de oudere predikanten uaak onnatuurlijk moe. Ze staan onder geweldige psychische druk, want in de loop van hun ambtelijk werk zijn ze steeds minder gaan gelouen, maar ze worden wel geacht jaarlijks ouer Pasen en Hemelvaart te preken. Ze zuchten naar hun emeritaat, omdat ze het mentaal niet meer kunnen opbrengen. Dat zit 'm uolgens mij in hetjeit dat het in hun Ieuen niet gekomen is tot een diepe integratie uan hoofd en hart.
Je ziet die neutraliteitsspagaat ook in de theologie, wanneer de kennis niet op een vitale wijze verbonden is met de geschiedenis van de openbaring. Als geloof wordt beschouwd als een prive'-zaak, die de wetenschappelijke arbeid niet kan stempelen, is het tekenend voor deze onnatuurlijke ontwikkeling dat gebed en sacrament uit onze theologische instellingen uerdwenen zijn. Dan wordt de theorie blind, doordat ze de spirituele dynamiek mist. Men heeft dan het gevoel dat het Rijk van Christus er wetenschappelijk niet meer toe doet. De theologie is dan een theologie uan de gêne geworden, terwijl juist het geloof in de openbaring zulke geweldige perspectieuen biedt, als je alle aspecten uan het Ieuen door de goddelijke genade laat aanraken. Zonder die genade zaten we nog in onze hunnebedden en moerassen. Dan waren er die kerktorens niet gekomen, maar onze bruggen ook niet.
Het CERT wil studenten weer bepalen bij de persoonlijke vroomheid als een publiek gebeuren, want het is cruciaal dat aankomende predikanten leren enthousiasmerend te werken, niet geremd door een onvruchtbare schaamte, maar vanuit een geweldige trots op de openbaring die we zomaar gekregen hebben.'
'Predikanten zijn onnatuurlijk moe, zegt u. Je kunt ook moedeloos worden van de huidige cultuur, die zo weinig toebereide aarde is voor het evangelie.' 'Zeker. Ik was betrokken bij missionair werk in Delft. In plaats van een respons uan duizenden of honderden, zag je een respons uan enkelingen. De buitenlandse deelnemers werden daar Jystiek letterlijk "niet goed" uan. Vanuit mijn "sceptische periode" kan ik het allemaal wel plaatsen - hoe erg ik het ook uind. Vanuit de Nederlandse kerken zouden we daar veel weerbaarder in moeten worden. Hooguit krijg je een rotte tomaat naar je hoofd - ueel erger wordt het niet. Het Nederlandse christendom uind ik vaak veel te kleinzerig, maar er is ook een andere kant. Eindjaren negentig dacht ik het niet meer mee te zullen maken dat er barsten zouden komen in die hardheid binnen en buiten de kerk ten opzichte van de spontane beleving uan het christelijk geloof. Nu zie ik echter zowel in de onkerkelijkheid als in het gevestigde christendom steeds meer barsten komen in die hardheid en zelfverzekerdheid. Dat geeft me ueel ureugde. Het Nederlandse christendom heeft wel erg ueel jöuten gemaakt, maar de Heiland is dé Heiland en Hij is er ook in Nederland niet minder om.'
Het lezen van dit gesprek met dr. Antoine Vos is op zich al een vreugde om het enthousiasme dat hij uitstraalt ten aanzien van de mogelijkheden die er ook in onze tijd naar zijn inschatting nog volop zijn voor het Evangelie. Ook treft de breedte waarin hij de christelijke kerk plaatst, breed naar het verleden en naar haar oorsprong maar ook door de eeuwen heen en in de tijd waajin we intussen beland zijn. Te midden van de vele sombere verhalen en rampscenario's die je soms tegenkomt, verkwikt het om ook dit verhaal te lezen.
J. Maasland
P.S.: De aflevering van Kerk en Theologie is voor € 13, - te verkrijgen via www.boekencentrum.nl
Een los nummer van Soteria is te verkrijgen door overschrijving van € 6, - op giro 464501 van Merweboek, Sliedrecht o.v.v. het gewenste exemplaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's