De verbanden van de Schrift
HET BOEK JESAJA IN DE NBV
Hoe waarderen wij de NBV en hoe gaan wij daarmee om? In het boekje Kanttekeningen bij de [Nieuwe Bijbelvertaling] uit 2002 is daar op basis van de voorlopige deeluitgaven vanuit de Gereformeerde Bond al het nodige over gezegd. Nu de definitieve versie is verschenen, willen wij doorgaan met onze kennismaking. Ditmaal kiezen wij het boek Jesaja.
Ook nu moet het nog blijven bij een impressie. Het gaat om de vertaling van maar liefst 66 hoofdstukken. Die kun je niet afdoen met één artikel. Daarom kiezen we een gedeelte dat we haast uit ons hoofd kennen, Jesaja 53 over de Man van smarten. Dat hoofdstuk raakt het hart van ons geloof. Veranderingen in zo'n tekst liggen gevoelig. Toch is het hebben van een mening over de NBV weinig overtuigend als je die zelf niet leest en herleest. Eerst proeven, dan keuren. Daarom wordt de tekst van Jesaja 52 vers 13 tot Jesaja 53 vers 12 in de NBV hiernaast afgedrukt.
Lang en lastig
De NBV verdient waardering. Het vertalen is te vergelijken met het overgieten van een kopje water. Je morst altijd. Het is de kunst van om van een bijbeltekst naar inhoud én intentie zo weinig mogelijk verloren te laten gaan. Daar komt nog iets anders bij. Het woord 'bijbel' komt van biblia, dat betekent 'boeken'. De Bijbel is een verzameling boeken die ontstaan zijn in andere tijden en culturen. Dat maakt de weg van de brontaal naar de ontvangende taal lang en lastig.
Toch hebben we in de NBV een vertaling die er mag zijn. Het gebezigde Nederlands is eigentijds. De mensen worden niet meer aangesproken met u maar met jij en jullie. Dat kun je (!) betreuren, maar het gaat wel die kant uit. Internet internationaliseert. Het Engelse you gaat dan makkelijk over in het Nederlandse jij. Voor mensen van nu is de taal van de NBV verstaanbaar en verzorgd. De literaire kwaliteit van de NBV trekt zelfs de aandacht van mensen die niets hebben met het christelijk geloof of wat voor geloof 75° dan ook. Bovendien is de NBV een bestseller. Laten we daar dankbaar voor zijn. Het woord keert nooit vruchteloos tot God terug zonder eerst te doen wat hij wil en te volbrengen wat hij gebiedt (Jes. 55:11 in de NBV; geen hoofdletters).
Verrassingen
Onze voorliefde voor de SV (de Statenvertaling) belet ons niet ons te laten verrassen door nieuwe vondsten in moderne vertalingen. Ook hiervan geldt wat Paulus ooit schreef aan Timotheüs: het woord van God laat zich niet gevangen zetten (2 Tim. 2:9 in de NBV). Die verrassing is er direct al aan het begin: Ja, mijn dienaarzal slagen. In de SV staat: Zie, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen. Dat zegt volgens de Kanttekeningen (KNT) van de SV iets over de wijze van handelen van de komende Heiland: Hij zal Zijn ambt 'bekwamelijk verrichten'. Maar de NBV laat zien wat dat handelen feitelijk inhoudt. De Dienaar voltooit Zijn missie. De profetie van Zijn lijden en sterven komt naar ons toe, omdat Hij Zijn doel heeft bereikt. Daarmee sluit het begin van de profetie aan op het slot. Hij heeft werkelijk de schuld van velen gedragen. Hij heeft het werkelijk opgenomen voor zondaars. Ook Calvijn legt de tekst zo uit. Voor ons is 'de Knecht des HEEREN' een staande uitdrukking. Toch ontkomen we niet aan de vraag of deze vertaling voor nu en de nabije toekomst nog wel een correcte weergave is van het Hebreeuws. Wij denken bij 'heren' en 'knechten' aan een arbeidsrelatie, maar de tekst bedoelt een ambtsrelatie. Zo zien de KNT het al (zie hierboven). De komende Zoon van David uit het eerste deel van het boek Jesaja wordt in het tweede deel getekend in Zijn werk als de Dienaar van de HEERE. Zo spreekt de Heere Jezus ook over Zichzelf, wanneer Hij verwijst naar Jesaja 53: de Zoon des mensen is gekomen om te dienen en Zijn leven te geven tot een losprijs voor velen (Mar. 10:45).
Verwijzingen
De NBV leest aan het begin van Jesaja 53: Wie kan geloven ivat ivij hebben gehoord? Dat is beter dan onze prediking. Er staat letterlijk het gehoorde. Dat sluit weer aan bij het slot van het voorafgaande vers: zij (de volken) die niets hadden gehoord, zullen begrijpen (NBV). Zulke verwijzingen leggen verbanden. Het gaat hier om een thematiek die we vaker tegenkomen in de compositie van het boek Jesaja als geheel: het zien en toch niet zien, het horen en toch niet horen. Zie bijvoorbeeld het visioen van de roeping van Jesaja (6:9). Daarheen verwijst weer de Heere Jezus bij Zijn uitleg van de gelijkenissen van het Koninkrijk van God in Mattheüs 13 (vs. 15). Die verwijzingen worden aangegeven door het gebruik van dezelfde woorden. Die moetje daarom met dezelfde woorden, dus concordant, vertalen. Doe je dat niet, dan kan de vertaling inhoudelijk wel juist zijn, zelfs op het eerste gezicht begrijpelijker. Toch mankeert er iets fundamenteels aan. Er wordt namelijk geen recht gedaan aan de intentie van de overlevering. Die bedoeling zet de inhoud van een tekst in een bepaald perspectief.
Intenties in perspectief
Zo hebben de Samaritanen wel de Wet, de Vijfhoeken van Mozes, maar verwerpen zij de Profeten. Dat is ook te verklaren. Want het centrale thema van de Profeten is het Huis van God (in Jeruzalem), verbonden met het Huis van David. Maar de Samaritanen aanbidden God niet in Jeruzalem, maar op de Gerizim. De gemeenschap van Qumran leest de Wet in het perspectief van haar traditie. Hetzelfde doet het synagogale Jodendom. Daar wordt de Wet uitgelegd bij het licht van de mondelinge overlevering. Deze werd geleidelijk aan vastgelegd in Misjna en Talmoed. De Tora - het Hebreeuwse woord voor de Wet - , Misjna en Talmoed vormen in het synagogale Jodendom één, ononderbroken, traditie. In de compositie van het Oude Testament worden de Wet, de Profeten en de Geschriften samengevoegd tot één geheel. Dat is op te maken uit een netwerk van interne verwijzingen. Zo legt bijvoorbeeld het woordgebruik van het boek Esther verband met het boek Exodus. Al wordt in Esther de naam van God niet genoemd, Hij is er wél, Hij is er tóch. De uittocht gaat door, al proberen duistere figuren als Amalek en Haman dat met alle geweld te verhinderen.
Op het teloorgaan van dit specifieke woordgebruik richt zich de kritiek van de Amsterdamse school, een groep
Op 27 oktober is de Nieuwe Bijbelvertaling gepresenteerd. Waar het hoofdbestuurvan de Gereformeerde Bond zich al verantwoord beeft over de vertaalprincipes en de vertaalkeuzen, willen we nu in de Waarheidsvriend enkele bijbelboeken uit de NBV te bespreken. De redactie heeft enkele theologen gevraagd zich rekenschap te geven van de inhoud van deze vertaling, waarbij ruimte is voor waardering en voor kritiek. Vandaag gaat ds. H. J. de Bie in deel 2 op een gedeelte uit het bijbelboek Jesaja.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
bijbeluitleggers die dit werk doet in nauw aansluiting bij de grondtekst. Die kritiek delen wij.
Verschil in traditie - verschil in intentie
Het verschil tussen inhoud en intentie verandert al naar gelang het Oude Testament op zichzelf wordt genomen, zoals in het synagogale jodendom, of verbonden wordt met het Nieuwe Testament en de apocriefen, zoals in de katholieke tradities (rooms-katholiek, oosters-orthodox, Anglicaans) of met uitsluitend het Nieuwe Testament, zoals in de gereformeerde traditie. Een vertaling waaraan vertegenwoordigers van deze drie tradities hebben meegewerkt, móet wel op compromissen berusten.
Zo zien wij in Adam wel het type van de Christus, maar niet in Eva het type van Maria. Het is ons in de gereformeerde theologie altijd te doen geweest om de Schrift in al haar verbanden. Dus Schrift met Schrift vergelijken. Maar veel belangrijker dan de verbanden die wij leggen, zijn de verbanden die de Schrift zelf aanreikt. Dat gebeurt op verschillende manieren. Daar kunnen we in dit artikel niet verder op ingaan. Maar in die grotere en kleinere samenhangen tekent zich het patroon van de bijbelse theologie af. Dat is een kwestie van waarnemen, geen drang om te systematiseren. Het is het zoeken naar de intentie van de inhoud van een bijbeltekst in het kader van de Schrift als geheel. Die bijbelse theologie steekt achter de Kanttekeningen van de Statenvertaling. Daar lees je wel van in de inleiding op het boek Jesaja in de KNT, maar niets in de inleiding op Jesaja in de NBV.
Inhoud en intentie
Die intentie gaat in vers 5 van de NBV verloren: uoor ons welzijn werd hij getuchtigd. Welzijn is hier de vertaling van het Hebreeuwse woord sjaloom, dat wij allen wel kennen. Nu kan sjaloom inderdaad welzijn betekenen. Je kunt die vertaling niet fout rekenen. Dat welzijn zit er ook echt helemaal in, namelijk als een toestand die het gevolg is van een leven in harmonie met God. Het is goed met God. Het is een vrede die alle verstand te boven gaat. Maar door de vertaling welzijn gaat de intentie van de inhoud, gezien vanuit het geheel van de Schrift verloren.
Daarom houden we vast aan de SV. Zij vertaalt: de stra/die ons de vrede aanbrengt, was op Hem. Door sjaloom weer te geven met vrede en niet met welzijn wordt de samenhang zichtbaar met Romeinen 5: wij dan, gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus (5:1).
In de NBV verbleekt het verzoenend karakter van de dood van de Dienaar. De SV vertaalt in vers 10: als Zijn ziel Zich (tot) een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien. Dat wordt in de NBV: hij offerde zijn leven voor hun schuld om zijn nageslacht te zien en lang te leven. Dat ligt inderdaad gevoelig. Het raakt het hart van ons geloof.
H. J. DE BIE, HUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's