De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verwachting van de Zaligmaker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verwachting van de Zaligmaker

God zal verlossen

8 minuten leestijd

Bijbels verwachten

Artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis eindigt met de woorden: 'Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onze Heere.' Hier gaat het om de dag van Christus' komst. De dag waarop de volle zaligheid van Gods kinderen zal aanbreken. De zonde zal niet meer zijn en alle gevolgen van de zonde zullen verdwijnen. God zal alle tranen van de ogen afwissen! Gods vrederijk zal aanbreken in een ongekende heerlijkheid. Dit alles komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het is een gouden toekomst die onlosmakelijk verbonden is aan de Zaligmaker Jezus Christus. Daarmee zitten we in het hart van de bijbelse geloofsverwachting.

In de Bijbel staat de verwachting niet op zichzelf. Zij staat wel in nauwe verbinding met Degene, Die verwacht wordt! De profeet Jesaja zegt: 'Ziet, Deze is onze God, wij hebben Hem verwacht, Hij zal ons zalig maken!' In Psalm 130 staat: 'Mijn ziel verwacht en ik hoop op Zijn Woord!' Deze woorden worden uitgesproken in omstandigheden waar mensen in zak en as zitten. Ten diepste omdat er tegen God is gezondigd. Wie zal er nog verwachting hebben, als God het loon op de zonde uitbetaalt? Wie zal dan voor God bestaan? Als er verwachting is, kan deze alleen nog maar komen van Degene tegen Wie gezondigd is.

Wat een wonder: De beledigde God is de vergevende God. De dichter van Psalm 130 roept het uit: Maar bij U is vergeving. Dat is de machtige en wonderlijke wending waarop de mens in nood leert hopen. De verwachting van Gods heil is alleen uit genade en onverdiend.

Ootmoedig verwachten

Het brengt de mens die zich voor God gesteld weet tot verootmoediging. Wij keren tot onszelf in. Niet om daar enige verwachting te zoeken of te vinden. Wel om te belijden dat we ons ellendig voor God weten en onmachtig zijn onszelf te verlossen. 'Indien iemand ontwaakt tot een levendig besef van het oordeel Gods, dan kan het niet anders of hij zal onder het gevoel van schaamte en vrees verootmoedigd worden; maar deze verfoeiing van zichzelf zal toch niet volstaan, tenzij er geloof mede gepaard gaat, waardoor het verslagen hart wederom moed vat en de vrijmoedigheid verkrijgt om vergeving te vragen', schrijft Calvijn in zijn commentaar bij Psalm 130:4.

We kunnen geen vrede hebben met de ellende waarin we ons bevinden. De bewustheid van Gods oordeel gaat gepaard met de hoop op genade. Het gaat om het herstel van de breuk met God. Daar is het dichter van Psalm 130 om te doen. Hij zucht onder de gebrokenheid. Hij schreeuwt het uit van ellende. Hij verlangt naar verlossing. Dat is een doorgaande lijn die via de psalmen door heel de Schrift heen loopt. Psalm 130 is een psalm van het volk van God dat onderweg is. Daarom zingen we deze psalm nog steeds tijdens de pelgrimstocht op aarde. De gemeente van de levende God is nog steeds adventsgemeente. Tot op de dag van de wederkomst. Het ootmoedig verwachten gaat door zolang de volkomen verlossing nog niet is aangebroken.

Hoe kunnen wij vrede hebben met de werkelijkheid waarin wij leven? Wij hebben in de adventstijd beschaamd ons hoofd te buigen. Persoonlijke, ambtelijke en kerkelijke zonden klagen ons aan. In velerlei opzicht hebben wij onze roeping verzaakt Is het geen tijd om tot inkeer te komen en meer dan ooit te roepen uit de diepte van onze ellende? Adventsverwachting zal ons leven niet met rust laten. Een mens kan niet dezelfde blijven. Advent roept tot bekering. Wie voor God staat, weet dan ook wel waarvan hij zich moet bekeren. Met de diepe overtuiging dat als God alle zonden in rekening brengt, niemand kan bestaan. In alle klachten kan alleen gehoopt worden op Gods belofte van zaligheid. Zo waren Simeon en Anna mensen van de 'honderddertigste' (psalm) en ver-

wachtten zij de vertroosting van God. Intens zagen ze uit naar de komst van de Zaligmaker die Israël zou verlossen van alle ongerechtigheden. Hun leven was een voortdurende bekering (toewending) tot God.

Verwachte zaligheid \

Waarom is de verwachting van de Zaligmaker zo intens en hartstochtelijk? Niet alleen omdat de diepten van ellenden zo verschrikkelijk zijn. Er wordt uitgezien naar de werkelijkheid die vol is van God. Een werkelijkheid waar Gods volk verlost zal zijn van alle ongerechtigheden. Dat zal geen resultaat zijn van eigen prestatie of vroomheid. Het zal wel door de Zaligmaker gerealiseerd worden.

God zal verlossen. De Heere zal zalig maken. Hij zal er Zelf aan te pas komen. Hij heeft de zaligheid beloofd en Hij zal ook voor de vervulling instaan. Daar komt geen mensenhand aan te pas.? Wij kunnen ons wel buiten de zaligheid zondigen, maar we kunnen ons er niet meer binnen zetten. Deelhebben aan de zaligheid kan alleen door het gelovig leven met de Zaligmaker. Het geloof haakt in op de rode draad van de beloofde zaligheid. Mijn ziel verwacht en ik hoop op Zijn Woord. Vertrouwend op de vergeving komt het tot een hopend verwachten.

De verwachte verlossing die bezongen wordt in Psalm 130, is vervuld in de komst van de Zaligmaker Wiens naam is: Jezus. Van Hem lezen wij in het begin van het evangelie van Mattheüs: 'En gij zult Zijn Naam heten Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.' Hij heeft net als de dichter van Psalm 130 ook de opgang naar

Jeruzalem gemaakt. Dat was voor Hem... boetedoening. Hij nam de zonden van het volk op Zich. Zo is Hij de Zaligmaker die aan Israël is beloofd. Wat een rijkdom wanneer ik uit deze Beloofde leef. Dan ga ik telkens door de angst en de zorg heen, maar in de schuld en de ellende is Hij mijn verwachting. Ik kan niet anders meer dan voortdurend het oog op Hem gericht houden. Zo alleen vervallen we niet tot wanhoop. Zo alleen komen we de nacht vol angst en zorg door.

Ik hoop in al mijn klachten op Zijn onfeilbaar Woord. In dat Woord is Jezus Christus de Beloofde. In Hem is de nacht voorbijgegaan en de dag dichterbij gekomen. Het schreeuwend verlangen naar de volmaakte verlossing vindt in Hem rust en geeft tegelijk een diepgaan verlangen naar de volmaaktheid.

Volhardend verwachten

In Psalm 130 horen we dat de dichter in herhaling valt: Ik verwacht de HEE- RE, mijn ziel verwacht... Het is de 'herhaling van hetzelfde' (Calvijn). Steeds weer wordt de verwachting uitgesproken. Daaruit blijkt de standvastigheid en de volharding. Het is van belang om het steeds weer te zeggen.

Juist als de nood hoog is en de diepten van ellenden ons tot wanhoop brengen. Zelfs als de omstandigheden niet veranderen en alles hetzelfde blijft. Wij hoeven dan geen eigen oplossingen te bedenken. Wij zijn niet geroepen om nieuwe spitsvondigheden te bedenken. Wij mogen wel terugvallen op het Woord van Gods belofte.

Hoe zouden wij anders kunnen volharden temidden van alle ellende? Het is juist een bron van machtige troost dat God de zaligheid geeft uit pure genade. Het komt steeds weer van Zijn kant. Bij Hem is goedertierenheid en veel verlossing. Zo hoopt Israël op Hem Die zalig zal maken. Door voortdurend de verwachting van deze psalm te herhalen en daarmee te hopen op de morgen van de verlossing. De zaligheid van de Joden zal des te meer het wonder van pure genade zijn. Tegelijk zal blijken dat zij niet tevergeefs op de Zaligmaker heeft gehoopt. Zal het met de gelovigen uit de heidenen anders zijn?

Verwachten als zondaar

We leven in de adventstijd van het jaar 2004. Het moment dat Psalm 130 werd geschreven ligt al eeuwen achter ons. Toch zijn de volgende woorden van Luther (die hij schreef bij de uitleg van Psalm 130) ook nu van waarde: Wie niet doordrongen is van zijn schuld tegenover God, die schreeuwt niet en wie niet schreeuwt, vindt geen genade. Wat helpt het me als alle mensen aardig tegen me doen en mijn zonden niet belangrijk vinden, me die zelfs kwijtschelden, terwijl God ze me wel toerekent. Maar ook: wat zou het me nog kunnen schelen wanneer alle mensen me mijn schuld wel toerekenen, terwijl God ze mij kwijtscheldt en er niets meer mee te maken wil hebben.

Als de mensen me mijn schuld vergeven, zonder dat God me die vergeeft, dan heeft dat niets te betekenen. En als mensen alles goed praten wat ik verkeerd deed, het proberen te verklaren en te relativeren, word ik daar koud noch heet van. Hetzelfde is het geval, wanneer ik mezelf probeer te vergeven wat ik verkeerd deed, het bagatelliseer of goedpraat. Daarmee schiet een mens niets op. Daarom moeten we tegen onszelf niet barmhartig zijn, maar streng en over onszelf toornen, opdat God ons barmhartig is en niet toornig. Want wie genadig wil zijn voor zichzelf, voor hem wordt God ongenadig en wie zichzelf ongenadig is, hem is God genadig... Zo gaat God Zijn weg met Zijn volk. •Uit de diepten van ellenden naar de eeuwige hoogte van de volkomen verlossing.

A. L.VAN ZWET, WOUDENBERG

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2004

De Waarheidsvriend | 21 Pagina's

Verwachting van de Zaligmaker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2004

De Waarheidsvriend | 21 Pagina's