De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Licht uit de kribbe

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Licht uit de kribbe

Gedaald van 's hemels troon

8 minuten leestijd

't Gebeurde op de eerste dag. De aarde was nog woest en ledig, duisternis lag op de oervloed en de Geest zweefde boven de wateren. Toen nam God het woord en zei: 'Daar zij licht!' En er was licht. - Michelangelo heeft geprobeerd dat moment uit te beelden in een van zijn beroemde plafondschilderingen in de Sixtijnse Kapel te Rome. Vier jaar lang heeft de geniale kunstenaar eraan gewerkt, liggend op zijn rug. Met brede streken heeft hij de golven van het licht geschilderd, die uitbundig wervelen rond de plooien van Gods mantel. Een Psalm zingt ervan: 'Hij omhult Zich met het licht als met een mantel.'

Uw aangezicht

Overal waar in de Schrift sprake is van licht, worden we aan dit moment herinnerd. 'Er zij licht!' klinkt het dan op de achtergrond. En is er niet dikwijls sprake van? Van de kant van God, bij voorbeeld wanneer Hij Israël het mooie adventswoord doet horen: 'Sta op, word verlicht, want uw Licht komt en de heerlijkheid des Heeren gaat over u op.' Maar ook van de kant van de mens, wanneer hij belijdt: 'De Heere is mijn Licht.'

Dat laatste zingt David in Psalm 27. Hij doet dat in donkere omstandigheden. We horen van valse getuigen, die tegen hem opstaan; van vijanden, die op hem afkomen, hem belagen en levend willen verslinden. We horen ook van toorn, van Góds toorn. 'Heere, 774 verstoot mij niet in Uw toorn. Ik weet wel: dat verdien ik. Er is zoveel in mijn leven dat niet klopt. Maar waar moet ik blijven, wanneer U mij afwijst? Toch zoek ik Uw aangezicht. U draagt het mij zelfs op: Zoek Mijn aangezicht. Ik zoek het, Heere!' Dat is Davids enige uitweg.

Pure evangelie

Hebben onze omstandigheden niet dikwijls veel weg van die van David? Moeten we niet zeggen: bij alles wat we vandaag de dag kunnen, bij al onze kennis op medisch, technisch en wetenschappelijk gebied, bij onze wil om vrede en recht in deze wereld te brengen en honger te doen verdwijnen, - bij dat alles blijven toch nog veel dingen voor ons een raadsel en tasten wij waar het de diepste en bangste vragen van ons hart betreft als blinden rond in het duister.

Wie kan ons daarin de weg wijzen? Wie legt ons uit hoe we van alle ballast in ons leven verlost kunnen worden? Waar is de leider die ons land weer tot rust brengt? Waar is de kerk die boven al het kleinmenselijke uitstijgt en slechts het pure evangelie verkondigt, zó dat het iedereen aanspreekt? Waar is de voorganger die ons ontdekt aan de diepste nood van ons leven, die ons werkelijk tot de zekerheid van het geloof brengt, die ons antwoord geeft op onze waaroms? Misschien zijn er nog andere dingen die maken dat we voor ons besef door het donker moeten. Heeft niet iedereen zijn eigen vragen en zorgen? In menig leven lijkt het op de eerste scheppingsdag, voordat het licht er was: woest en ledig, en duisternis alom.

Diep verborgen

In dit verband denk ik aan een adventslied: 'God lijkt wel diep verborgen / in onze duisternis, / maar schenkt ons toch een morgen / die vol van luister is.' Een Duitse dichter schreef het. Zwaarmoedig was hij. In de Tweede Wereldoorlog maakte hij een einde aan zijn leven. Zózeer hadden de nazi's hem geestelijk in het nauw gedreven vanwege zijn huwelijk met een joodse vrouw. Opmerkelijk dat hij niet vertwijfeld dichtte: 'God is zo diep verborgen / in onze duisternis. / Schenkt Hij ons nog een morgen / die vol van luister is? '

Is dat niet dikwijls onze vraag? Zou God midden in onze vaak donkere situatie niet Zijn scheppend woord willen spreken: 'Daar zij licht', en er is licht? - Weet u, wie nog nooit heeft gemerkt dat hij in het donker zit, zal ook niet begrijpen wat het voor David betekent om te belijden: 'De Heere is mijn Licht.' Wie het nog nooit heeft aangevlogen dat God ons door een duister dal doet gaan, wie nog nooit ernaar heeft verlangd dat het zal gaan dagen in het oosten, omdat God wil komen om ons te troosten, die zal ook niet meemaken dat de duisternis gaat wijken van d' eeuwenlange nacht, dat er een nieuwe dag gaat prijken met ongekende pracht.

Zing

Heeft de Heere niet het volste recht ons in het donker laten zitten? Wie is soms niet bang dat Hij daar heden ten dage mee bezig is, waar zovelen Hem de rug toekeren? men z'n eigen geloof wil hebben? z'n eigen leven wil leiden? Ook wij doen eraan mee. Is het dan

niet verdiend dat Hij ons aan het duister overgeeft?

Maar er zijn ook tijden dat het anders is, dat God uit 's werelds duist're wolken een licht doet opgaan, dat mensen die gebonden zitten in schaduw van de dood, van God en mens verlaten, begroeten 't morgenrood. Daar kunnen wij niet genoeg om bidden, erom roepen, erom worstelen: O God, doe toch Uw licht weer schijnen, laat Uw Woord opnieuw kracht doen in onze gemeente, in onze kerk, laat ons volk weer naar U vragen. Ja Heere, laat ook midden in mijn duisternis Uw beloften horen, geef mij er oog en hart voor, laat merken dat U werk maakt van mijn pikdonkere nacht vol zonden en vragen. Doe mij op hoop tegen hoop belijden dat U mijn Licht bent. 'U bent zo diep verborgen / in onze duisternis, / maar schenk ons toch een morgen / die vol van luister is!'

Wilt U dat? vraagt God ons dan. - Ja! - Zing dan met David mee: 'De Heere is mijn Licht.' Zing het mee, al hebt u voor uw gevoel er geen stem voor. Zing mee, al lijkt het zinloos. Zing mee, al pleit alles er tegen. Zing mee, al zegt de duivel: dat lukt je niet en dat mag je niet. Toch, zing: 'De Heere is mijn Licht.'

Vrolijk licht

De Heilige Geest leert het ons zingen, met name onder de bediening van het Woord. Menigeen heeft dat al mogen ervaren. U kwam in de kerk, verslagen, vol ongeloof, met een hart waarvan u dacht: 'Ik kan er niks mee beginnen, en ik kan me ook niet voorstellen dat de Heere er wat mee kan.' Maar wat bleek? Hij kon er wel iets mee beginnen, Hij kon er alles mee beginnen. Hij ontstak het licht erin, het levenslicht, het vrolijk licht na bang gevaar. Niet voor niets zegt Luther: 'Het evangelie is uw licht!' Inderdaad, Gods Woord is de lamp voor onze voet en het licht op ons pad.

Dezer dagen ontsteekt de Heere het Kerstlicht. Hij schépt dat, midden in onze duisternis. 'Er zij licht.' Wat een genade! 't Is niet zo dat ik zelf een bepaalde knop moet omdraaien in mijn leven, waardoor het licht aanspringt. Mensen worden er wel toe opgeroepen. Maar hoe zouden ze het ooit kunnen, waar op de bodem van hun ziel onrust en onvrede sluimeren; meer nog, waar een bron van ongeloof en onwil borrelt? En maakt wie het toch meent te kunnen, zich niet schuldig aan hoogmoed? Het licht ontsteken: dat kan er maar Eén: God Zelf. Daarom: 'De Heere is mijn Licht.'

Heil(and)

Wat is dat prachtig gezegd: mijn Licht. Want is het eigenlijk niet Góds Licht? Wat is namelijk dat Licht? Wie is dat Licht? De Heere Jezus Christus. Zijn naam hebt u wellicht van meet af ingevuld, niet het minst vanwege wat volgt: 'Mijn Heil.' Zeg maar: 'Mijn Heiland.' - Zou dat echt zo zijn? Is daar in de kribbe van Bethlehem voor mij het licht gaan schijnen? Wil de Heere over mij Zijn heerlijkheid doen opgaan? - Ja! Want u weet hoe donker het is in uw leven en u weet hoe dat komt. - Ja; daar heb ik zelf alles mee te maken; en als ik eerlijk ben, moet ik zeggen: eigen schuld. - Wel, wie dat belijdt, wordt door onze God niet buitengesloten. Wie al z'n licht en heil, al zijn zaligheid en gerechtigheid buiten zichzelf zoekt, in Christus, die mag weten: mijn licht!

Meer dan één horen we op een eigen manier met David instemmen. Zacharias bij voorbeeld: 'Dus wordt des Heeren volk geleid, / door 't licht, dat nu ontstoken is, / tot kennis van de zaligheid, / in hunne schuldvergiffenis.' En Simeon: 'Een licht, zo groot, zo schoon, / gedaald van 's hemels troon, / straalt volk bij volk in d' ogen.' Onze Heere Christus Zelf zegt: 'Ik ben het Licht der wereld.' Daarom zingen we met Kerst: 'Het licht van de Vader, licht van den beginne, zien wij omsluierd, verhuld in 't vlees: goddelijk Kind, gewonden in de doeken.' Zeker, verhuld. Nochtans, licht! Wie neerknielt bij de kribbe, ziet het schijnen. Net als de herders. Toen ze op Efratha's velden de nachtwacht hielden over hun kudde, omscheen hen plotseling het licht van de heerlijkheid des Heeren. Stuk voor stuk wisten ze: mijn Licht! Wat ook die Duitse dichter wist. Hem geven we ten slotte nogmaals het woord: 'Hoevele zwarte nachten / van bitterheid en pijn / en smartelijk verwachten / ons deel nog zullen zijn / op deze donk're aarde, / toch schijnt in stille pracht / het licht van Gods genade / aan 't einde van de nacht.'

H. J. LAM, RIJSSEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2004

De Waarheidsvriend | 21 Pagina's

Licht uit de kribbe

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2004

De Waarheidsvriend | 21 Pagina's