De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verlosser van onze vijanden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verlosser van onze vijanden

Hem dienen zonder vrees

8 minuten leestijd

Profetie

'Kan er in de erediensten niet wat meer aandacht aan 'de profetie' geschonken en wat meer ruimte worden gecreëerd voor 'profetisch spreken'? ' Een vraag die gonst en galmt binnen kerken en gemeenten van allerlei allooi. Wij hebben ons antwoord klaar en zeggen met stelligheid dat de verkondiging van de Schriften en de uitleg van het profetisch Woord dat zeer vast is, in onze diensten juist hart en centrum zijn.

We houden halt bij deze vraag zonder er dieper op in te gaan, maar we gaan wel verder om dieper af te steken. We horen met aandacht naar de zingende voorganger en prediker bij de gratie Gods, de u wel bekende priester Zacharks. Wie meer over hem gehoord heeft, weet dat hij zijn naam mee hééft: Zacharias ('de HEERE gedenk/). /

Intussen verstomt deze mens in het ongeloof. Dat wisten we dus al. Echter, als dan de waarheid van de naam Zacharias bewaarheid wordt, als dan het beloofd/ kind geboren wordt, dan doorbreek^ God de stilte en opent de mond van Zijn knecht. Hij gaat zingend (niet: zangerig) preken en pre- / kend zingen. En in zijn lofzingende/ predikatié gaan de Schriften open ? n worflt de priester een profeet. Ov^r 'profetie' gesproken! Zacharias en allen die heltn voorgingen en yak^amen, geVen er blijk van dat/de''ware profetie' niets meer, maar o^k niets minder is dan het naspreken ^an wat de HEERE heeft voorgesproken/Zullen we met eerbied eens een tipje van de profetenmantel oplichten?

/ Voor- en naspreken /

Luisteren we met gespitste oren naar Zacharias' lofzang, dan horen we woorden die eeuwen her zijn gesproken. Voorgesproken. Ingefluisterd door de Heilige Geest. Diezelfde Geest leert het voor(ge)zegde ook naspreken. Eeuwen later. Soms in tijden wanneer het lijkt dat het profetische Woord dor en doods is. Tot op de dag van het 'afgehouwen' heden. Laten we een aantal woorden uit deze 780 / profetische lofzang wikken en wegen. We lichten er twee uit. Daar hebben we de handen vol aan. Hopelijk ook ons hart. Volle woorden, maar wel eerlijk en heerlijk vervuld. We richten de blik vooral op Lukas 1 vers 74. De schuin gedrukte woorden krijgen de klemtoon. 'Dat wij, verlost zijnde uit de hand van onze vijanden Hem dienen zouden zonder vreze' Verlossing en vijanden. Water en vuur.

Verlost

Het woord 'verlossing' lijkt in kerk en prediking niet echt meer 'in' te zijn. Als je al verlost bent, dan hoefje toch niet meer te preken en te spreken over verlossing? ! Dat is toch een gepasseerd station? Voor Zacharias schijnbaar niet, want stellig en vast herinnert hij zichzelf en ons aan de verlossing dje^ngebed is in de belofte die de Heere eeuwen geleden aan Abraham deed.yÉen dieper, een nog zwaarder gehelen woord dan 'belofte' wordt genoemd, namelijk 'de eed die Hij Abraham, onze vader gezworen heeft' (vers ik

Laten we maar even wonderen over de volgende zin; de belofte van Gods verlossing is niet minder dan een heilige eed. Een eed (belofte) waaraan Hij, de Eeuwige/Zichzelf bond. De belovend God kan nooit meer los komen van wat Hijzelfheeft beloofd en gezworen! Dat wonder moet gehoord en geloofd worden. Elk en ieder mag het uit Zacharias' mond vernemen, omdat de priester het zelf uit Gods mond verham! Gebonden mensen, bevrijde kinderen, vastzitters en verlosten mogen en moeten het telkens horen - en we krijgen er nooit genoeg van om het te horen! - dat de verlossing totaal en radicaal vastligt in God Zelf.

Laten we het elkaar toezingen van Advent tot Advent Van Pasen tot Pasen. Van Pinksteren tot Pinksteren. Dag en nacht: 'het Heil is des HEEREN'. Straks zal Johannes niets anders en niets liever doen dan met een grote lange, uitgestrekte vinger van zichzelf afwijzen om ons 'Gods vleesgeworden Eed' aan te wijzen. 'Zie het Lam Gods!' Wie nog weifelt en twijfelt, neme de documenten erbij, waarin vast staat en vast ligt dat de Heilige Zichzelf vastgelegd heeft aan Zichzelf. Aan Zijn eed. Aan Zijn belofte. Aan Zijn Kind. De 'stomme' Zacharias weet maar al te goed de pagina's te vinden waar de verlossingseed in bloedrode kleur staat beschreven. Daarom kan hij niet verstomd blijven, maar 't moet er hartgrondig uit, 'dat Hij wil gedenken aan 't heilverbond, aan die gestaafde eed, die Hij weleer aan Abram deed. Aan Zijn verbond, dat van geen wankelen weet.'

Zullen we de komende dagen in Gods heilige documentatie de vinger leggen bij al die vaste en zekere woorden!? Wie God op een meineed betrapt, moet het nu vast maar zeggen. Weet wel dat we de Waarachtige en allen wiens naam 'de HEERE gedenkt' is, tegen ons krijgen. En, dat is toch het tegendeel van verlossing...? !

Vijanden

'Wat houdt die verlossing in? ' Goede vraag. Zacharias weet er over mee te praten. Of... kunnen we niet beter zeggen over mee te zwijgen? Immers, laten we maar direct de vijanden bij de naam noemen. Vooral die ene, waar de zingende priester zo mee te kampen had. Vijand nummer één: het ongeloof. Wat was de reden van het verstommen van de priester, die uitgerekend in die dagen op het dienstrooster stond? Ongeloof!

We kunnen kletsen, oreren, filosoferen, theologiseren en wat dies meer zij; 'onze vijanden' zijn niet primair mensen, dingen, tastbaarheden, maar machten.

Ik hoor u zo tussen neus en lippen zeggen dat de documenten van het Oude Verbond 'onze vijanden' toch wel heel concreet benoemen. Gods vijanden blijken in het Oude Testament vaak concrete personen, groepen of volkeren te zijn. Dat valt niet te ontkennen. Maar hoe we het ook wenden of keren, ze blijken allen de gestalte aan te nemen van 'machten van ongeloof tegen God en Zijn Gezalfde'. Wat is de eerste vijand die na Gods goede schepping de kop op steekt? De slang! Ach mens, laten we er niet als een serpent omheen draaien. Vijand van alle vijanden is en blijft dat vermaledijde ongeloof. Lezend door de bril van het Nieuwe Verbond ben ik snel uitgewezen naar deze of gene. De vinger gaat richting mijn hart. Venijnig en gemeen blijkt het niet-geloof. Het krijgt zelfs greep op 'een liefkind des Heeren'. 'Foei!' zegt iemand 'wat een oubollige taal!' Leest u Lukas 1:6 maar eens. Van Zacharias lezen we nota bene dat hij een 'onberispelijk' mens was en alsof dat niet genoeg is, horen we: hij was

'rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden des Heeren'. Had zo iemand nog vijanden? Nee toch? Hij was verlost, God had hem welgedaan. Echter, laten we ons niet vergissen of misleiden door allerlei 'ik-heb-theologieën', deze mens bleef tot zijn laatste snik strijd voeren tegen een van 'onze vijanden'. Priester of geen priester, ingeroosterd in de dienst van de Heere of uitgeroosterd uit de dienst van de wereld. Ongeloof] Ongeloof! Ongeloof! Hier hebt u een 'lieve' Zacharias, zoon van Adam, die in andere bewoordingen zijn oervader naspreekt: 'Waarbij zal ik dat weten? ' (vers.18). Kom, zullen we deze dagen maar eens dicht bij elkaar kruipen en elkaar toefluisteren of het elkaar, zo nodig, toeschreeuwen: 'Er is verlossing van al onze vijanden.' Of zo u wilt: de Verlosser

is gekomen om ons te verlossen van de allergrootste vijand, die huist in mijn hart, namelijk dat foeilelijke ongeloof.

Herkenning

Onze vijanden. Zijn er dan meer tegenstanders dan dat ongelooflijke ongeloof? Jazeker. Elk die zich orthodox noemt, kent ze toch? De duivel, de wereld en ons eigen vlees. Mooi opgesomd, maar je zult er maar mee te maken hebben. Die vijanden zullen je maar verlammen, zodat je niet meer geloven kunt datje gelooft. Maar, Godlof, we tellen de dagen en de uren. Hij, Die meer en meerder is dan Johannes, komt. Gods Eed in het vlees. Kerst, feest voor 'vlees'. En met de onberispelijke en nochtans vleselijke priester zingen we beschaamd, maar uitbundig: 'Hij speld' ons, dat wij 't allen tijd, wanneer die blijde heildag rees van 's vijands dienstbaar juk bevrijd, Hem dienen zouden zonder vrees'.

Onze vijanden. Let op dat bezittelijk voornaamwoord 'onze'. Dat is de 'hebbelijkheid' van allen die onberispelijk heten. Dat bezit hebben we allen gemeen. Geen onderscheid. Echter allen die in de voetsporen van Zacharias wandelen, ontdekken dat dit gemeengoed geméén goed is. Daarom blijft het strijden tegen... Vult u zelf maar in. 'Onze.' Dat betekent, nooit meer minachtend neerzien op die ander. 'Onze' dat is erkenning en herkenning met wat mijn broeder en zuster in het vijandelijk kamp doorstaat.

Kerst is meer. Onnoemelijk veel meer. Onuitzegbaar rijker. Immers, 'onze' vijanden, blijken Christus' vijanden te zijn. Niet mijn strijden. Niet mijn kampen. De vijanden van mij zijn de antimachten van mijn Jezus. Hij door de vijanden verslagen, opdat ik nimmermeer verslagen zou worden. Hij door mijn tegenstanders verpletterd, opdat ik eeuwig leven zou. 'Onze' wordt 'Mijn' en 'Mijn' wordt 'onze'. Van zo'n Held mag en moet ik het hebben. De hulp is bij deze Held besteld en wordt op Kerst bij u en mij afgeleverd. Franco betaald....! Nog even zingen. Tot slot en als begin. Zacharias is de voorzanger: Voor elk die in het duister dwaalt, verstrekt deze Zon een helder licht, dat hem in de schaduw van de dood bestraalt, op het vredepad zijn voeten richt.

JOZ. A. DE KOEIJER, BODEGRAVEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2004

De Waarheidsvriend | 21 Pagina's

De verlosser van onze vijanden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2004

De Waarheidsvriend | 21 Pagina's