De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Benedictus Dominus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Benedictus Dominus

4 minuten leestijd

'Geloofd zij de Heere, de God uan Israël!' [Lukas 1:68]

Het bijbelwoord dat in deze overdenking centraal staat, is eigenlijk heel bijzonder. Want het is een woord uit de mond van Zacharias. Maandenlang had hij zwijgend door het leven moeten gaan. Dat was niet zomaar geweest. God had hem door een engel beloofd dat zijn vrouw Elizabet een kindfézou krijgen. En dat was op zich al een wonder. Zacharias en zijn vrouw waren allebei al op hoge leeftijd gekomen. Naar menselijke maatstaven was zoiets niet meer mogelijk. Het kind dat geboren zou worden, zou geen gewoon kind zijn, maar een bijzonder kind. Zijn naam zou Johannes zijn. Dat kind zou in dienst van God staan, om te getuigen van de beloofde en komende Messias.

Maar Zacharias kon deze boodschap niet geloven. Hoe kan dat nu; dat is toch onmogelijk? En vanwege het ongeloof moest hij zwijgen, totdat Gods belofte vervuld was. Toen het kindje geboren was, werd zijn mond geopend. Na het zwijgen, de sprakeloosheid, volgt er geen lang en diepzinnig betoog, maar een lied, een loflied. Dat is, denk ik, veelzeggend. In de kerk gebruiken we vaak zo veel en zo grote woorden. Wellicht past ons vaak veel meer zwijgen, veel meer stille verwondering, en van daaruit ook veel meer zingen. De lofzang is wezenlijk voor de dienst aan God. Hij is immers de Heilige, Hij zetelt daar waar Israël Hem looft (Psalm 22).

Vandaar ook dat dit het eerste is wat

Zacharias doet: de grootheid en de goedheid van onze God bezingen. 'Geloofd zij de Heere, de God van Is-raël!' Daar heeft hij ook alle reden voor. Dat is niet alleen, omdat hij nu weer kan spreken, en omdat hij tot zijn grote vreugde vader is geworden. Dat ook wel, maar zijn vreugde gaat verder en ligt dieper.

Geloofd zij de Heere, want Hij heeft Zijn volk bezocht. Hij heeft omgezien naar Zijn volk. Niet in toorn. Dat zou

overigens niet onterecht zijn, integendeel. Maar God ziet om naar Zijn volk Israël in liefde. Zo ziet Hij in liefde neer op een wereld die verloren is in schuld. Dat is Zijn onverdiende genade. Dat is het wonder van Kerst. Niet de mens die God zoekt, maar God Die tot de mens komt. God daalt af. Hij zendt het liefste wat Hij heeft: Zijn eniggeboren Zoon. God wordt mens. Hij komt in onze verlorenheid.

Zacharias staat bij de wieg van zijn zoon Johannes. Johannes is zijn naam. Die naam is niet willekeurig gekozen. Die naam, Jochanan, betekent: de HEERE is genadig. Dat is Zacharias' diepste verwondering. De geboorte van het kind is op zich al een wonder, maar te meer ook omdat in het kind iets te zien is van de glans van Gods genade. Daarom zingt hij, en kan hij ook niet anders zingen: 'Geloofd zij de Heere, de God van Israël.' Want Hij heeft grote wonderen gedaan.

Adventstijd. Voorbereiding op het Kerstfeest. Vol verwachting uitzien naar wat komt, ten diepste uitzien naar Christus, Die gekomen is en komen zal. Uitzien naar Gods toekomst, met groot verlangen om 'ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onze Heere' (art. 37 Nederlandse Geloofsbelijdenis).

Geloofd zij de Heere, de God van Israël. Want Hij heeft Zijn volk bezocht en Hij heeft verlossing teweeggebracht. Het wonder dat God naar Zijn volk heeft omgezien, dat God naar zondaren omziet, dat Hij naar mij omziet. Persoonlijke verwondering. Want daar gaat het uiteindelijk om met kerstfeest. Niet de sfeer en de gezelligheid, wat wij er zo vaak van maken en waar het zo gemakkelijk in kan blijven steken. Want in Bethlehem, in de stal was er geen sfeer en geen gezelligheid. Er was sprake van de barre werkelijkheid dat er nergens plaats was voor Christus. Zijn komst maakt deel uit van Zijn vernedering. Efratha loopt uit op Golgotha. Op de kribbe volgt ook het kruis.

Want het Kind Dat komen zou, is niet zomaar geboren. Hij is geboren, om later als een Lam geslacht te worden. De blijdschap en de verwondering van het kerstfeest heeft alles te maken met de verwondering vanwege Gods bemoeienis met zondige en schuldige mensen.

Het is het wonder dat God in mensen een welbehagen heeft gehad, dat Hij het liefste wat Hij had, heeft gegeven. Zijn eigen Zoon. Daarom wordt er gezongen: 'Geloofd zij de Heere!' Het loflied vanwege het Kind in de kribbe.

Zacharias roept ons ertoe op om met hem de lofzang aan te heffen en de lofzang gaande te houden. Geloofd zij de Heere, de God van Israël! Gloria in excelsis Deo! Hem zij de allerhoogste eer, nu, en voor eeuwig!

J. H. ADRIAANSE, DINTELOORD

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2004

De Waarheidsvriend | 21 Pagina's

Benedictus Dominus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2004

De Waarheidsvriend | 21 Pagina's