Zijn Naam werd vlees en bloed
Die U kennen, zullen op U vertrouwen
Gods naam is Zijn faam. Zoals Hij heet, zo doet Hij. En het is Hem een eer, zeg maar gerust Zijn hoogste roem, om nooit anders te wezen dan Hij zich noemt. Vandaar dat Zijn naam er echt één is om op te vertrouwen. Dat vertrouwen krijgt handen door je aan die naam vast te klampen, voeten door erin weg te vluchten, en stem door hem aan te roepen en hoog te houden. De Psalmen zijn er vol van. Psalm 9:11 vat het samen in één zin: 'die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen.'
Uitgeroepen
Hoe Hij heet? Nou dat weet u wel: Jahwèh, Ik ben die Ik ben. Of intiemer gezegd: Ik ben erbij. Neem je die twee samen, dan krijg je een kei van een Vader! Een rots waarop je bouwen kunt! Zelfverklaarde Hij het nader. Spelde van a tot z wat dit te betekenen had. Voor de oren van Mozes, opdat heel Israël het weten zou. We horen ervan in Exodus 34: 5-7:
'De HEERE nu kwam nederwaarts in een wolk en stelde zich aldaar bij hem; en Hij riep de naam des HEEREN uit: HEERE, HEERJB, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid. Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid en overtreding en zonde vergeeft. Die de schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen en aan de kindkinderen in het derde en vierde geslacht.' Toen Mozes het vernam, raakte hij zó onder de indruk dat hij het niet overeind hield. We lezen: Hij haastte zich en neigde het hoofd ter aarde en boog zich... Diepe vrees vervulde hem, nu deze naam zo rijk aan eer hem tot zijn vreugde nabij kwam. Vol hoop ook klampte hij zich er direct aan vast: 'Heere! indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo ga nu de Heere in het midden van ons...' En vanaf dat moment was het steeds weer deze naam, waarin het volk wegschuilde en waaraan de gelovige Israëliet zich optrdk in allerhande nood. In iedere psalm, in elke klacht en elke jubel, wordt er op deze naam teruggegrepen. In de diepte is er de schreeuw? " om Uivs naams ivil 0 HEERE...! Op de hoogte klinkt de jubel: de naam des HEEREN zij geprezen...!
Vlees en bloed
De ervaring van Mozes doet denken aan wat later de herders in het veld van Bethlehem overkwam, toen de hemel openging, de heerlijkheid des Heeren hen omscheen en zij van Hogerhand vernamen van die andere naam: 'Vreest niet! Zie, ik verkondig u grote blijdschap, die al het volk wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, Christus de Heere...' Ook bij hen mengden zich toen vrees en vreugde dooreen. En ook bij hen zien we die heilige haast om voor Hem neer te buigen en zich in Hem te zegenen. Terecht! Want wat aan Mozes was onthuld, werd voor hen vervuld. Ga maar na.
Daalde God Zelf niet afin dit Kind? En werd Hij niet gewonden in doeken, om meer dan ooit te voren Gods naam uit de doeken te doen? Ja wis en waar. Het bleek al gelijk in het begin. Uit de naam die Hij ontving: Joshua (Jezus), de Heere redt. Werd daarin niet samengevat, wat in de naam Jahwèh besloten lag? Ja! En als mens van vlees en bloed was Jezus nu geroepen om daar handen en voeten, ogen en oren, hart en stem aan te geven. In Zijn leven, in Zijn sterven en in Zijn verrijzenis. We horen het later uit Zijn eigen mond: 'Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen.' (Joh. 17:6) Waarom? Opdat wij eens te meer op die naam zouden vertrouwen, 'die naam zo heilig, groot en goed.' (Ps. 33:11 ber) In het kort wil ik nu aan de hand van de Naam, die God ooit uitriep, woord voor woord met u nagaan hoe Jezus dat deed en doet.
God barmhartig...
Het duidt op dat allerdiepste in God, waar ik niet bij kan, maar wel alles aan dank. Heit flebfeeuwéfe begrip is verwant aan het woord voor 'moederschoot'. En duidt derhalve op Zijn niet aflatende liefde, waarin Hij het niet over Zijn hart verkrijgen kon om mij te laten voor wie ik was, hoe ver ik ook van huis raakte. In één zin gezegd: Gods barmhartigheid betekent dat Hij hart voor me houdt, terwijl ik geen hart meer heb voor Hem.
Nergens bleek dat zo duidelijk als in de kribbe. Terwijl niemand erom vroeg, zond God Zijn Zoon. Zacharias zong er al van: 'door de innerlijke bewegingen van de barmhartigheid van onze God zijn wij bezocht met de Opgang uit de hoogte.' (Luk. 1:78). Ook Maria gaf er in haar lofzang hoog van op: 'dat God mij in mijn lage staat verraste met dit kind is louter en alleen te danken aan Zijn barmhartigheden.' (Luk. 1:48-50) En schenkt Jezus Zich in het Woord en door de Geest aan mij weg, dan zingen we het uit volle borst mee: 'Barmhartig is de HEER en zeer genadig, schoon zwaar getergd, lankmoedig en weldadig.' (Ps. 103:4)
God genadig...
Als één ding in Jezus bleek, is het wel dit. Geen mens was hem te min om
genade te bewijzen. Links en rechts deelde Hij het uit... Aan zo'n onderkruipertje als Zacheüs. Aan die Samaritaanse die inmiddels samenwoonde met haar zesde man. Aan een moordenaar in de laatste minuut. Nooit was het de vraag of Hij het wilde schenken. Alleen een vraag of mensen er belang bij hadden. Hij leefde en stierf ervoor. En sinds Hij met Zijn bloed inging in het hemels heiligdom, is er dankzij Hem een troon der genade, waar ieder zich de eeuwen door met vrijmoedigheid vervoegen mag. In Hem werd het meer dan ooit waar: 'HEER door goedheid aangedreven, zijt Gij mild in schuld vergeven.' (Ps. 86:3)
God lankmoedig...
Niets was zo tekenend en typerend voor Jezus' omgang met mensen als dit. Of het nu om volgelingen ging of om lastposten en dwarsliggers. Vol geduld bleef Hij het goede voor hen zoeken. Ook als zij slechts kwaad tegen Hem beraamden. En hoe lang Zijn adem was, bleek allermeest op Golgotha. Terwijl zij Hem aan het hout geslagen hadden en van alles naar Zijn hoofd slingerden, bad Hij voor hen en verzoende hun vijandschap.
Wie eerlijk wordt, weet maar al te goed, hoe vaak je het van die lankmoedigheid hebben moet. Het is me dan ook uit het hart gegrepen om met Israël mee te zingen: 'Maar Gij HEER, Gij zijt lankmoedig, zeer barmhartig overvloedig in gena die ons behoedt, groot van waarheid, eindeloos goed.' (Ps. 86:8)
God groot van weldadigheid...
Een spoor van weldaden, dat is het wat Jezus trok. Waar Hij kwam, deed Hij goed. In Hem werd zichtbaar hoe zéér ons leven en lijden God ter harte gaat. Steeds weer stak Hij Zijn hand uit om te helen en te genezen. Keer op keer was het een bewijs van Zijn weldadig- 777
heid. Een belofte ook dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet het laatste woord heeft. Ja, zo waar Jezus als een hoopje ellende stierf aan het kruis, mag ik geloven en beleven dat Hij de vloek op zich geladen heeft en mij met Zijn zegening vervult. Van de kleinste uitkomst tot en met de volkomen verlossing toe. Als vanzelf welt het lied in me op: 'Loof, loof mijn ziel de Hoorder der gebeden, vergeet nooit één van Zijn weldadigheden, vergeet ze niet, 't is God die ze u bewees.' (Ps. 103:1)
God groot van waarheid (trouw)...
Werd in Jezus Gods trouw niet bewaarheid? Trouw aan Zichzelf, aan Zijn beloften, aan Israël en aan de volken. Nee, 't was geen trouw tegen wil en dank, ze ontsprong aan louter liefde. Lees maar wat Johannes schreef: 'Alzo liefheeft God de wereld gehad dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem.' En deze Gezondene op Zijn beurt was trouw tot het einde, tot in de dood van het kruis. Toen het erop aan kwam, liet Hij het niet afweten. En is Hij vandaag niet Dezelfde als gisteren? Ik kan ook nu dagelijks op Hem rekenen, al kan Hij het bij lange na niet altijd op mij. Om stil van te worden en blij van te zingen: "t Is trouw al wat Hij ooit beval, het staat op recht en waarheid pal, als op onwrikbare steunpilaren. Hij was het die verlossing zond, aan al Zijn volk, Hij zal het verbond met hen in eeuwigheid bewaren!' (Ps. 111:5)
God die de ongerechtigheid en overtreding en zonde vergeeft...
Het kan niet op. Alle woorden voor zonden worden hier op een rij gezet. En daarmee alle soorten van schuld. Bewuste en onbewuste. Van doordachte overtreding tot en met ondoordachte nalatigheid.
In Jezus maakte God er korte metten mee. Zijn bloed reinigt van dlle zonden. Hoe ik dat zo zeker weet? Omdat op het moment dat Hij de geest gaf, het voorhangsel van boven naar beneden scheurde. En God daarmee te kennen gaf: alles wat er tussen zat is uit de weg! Opnieuw vind ik in een Psalm de woorden om dit wonder uit te zingen: 'Loof Hem, die u al wat gij hebt misdreven, hoeveel het zij, genadig wil vergeven.' (Ps. 103:2) 778
God die de schuldige geenszins onschuldig houdt...
Uiteindelijk is er ook een keerzijde. Het is het laatste wat God noemt. En derhalve het laatste wat Hij wil. Niettemin blijft het wel staan. Afgewezen genade maakt Gods gericht gaande. Gekrenkte liefde wordt tot brandende toorn. En als daar Eén geen doekjes om wond, was het Jezus wel. Van Hem horen we dat het laatste woord kan zijn: Ik heb u nooit gekend. Ook voor Hem geldt echter dat dit het laatste is wat Hij wil. Hoor maar wat Hij huilend zei: 'Jeruzalem, Jeruzalem! Hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaderen gelijk een hen haar kuikens; en gij hebt niet gewild. Zie uw huis wordt u woest gelaten.' (Mat. 23:37) In diezelfde lijn laat de schrijver van de Hebreënbrief ons onomwonden weten dat er geen ontkomen aan is 'als wij de Zoon van God vertreden hebben en het bloed van het testament onrein hebben geacht.' (10:29) Daarom blijft ook na kribbe en kruis Psalm 73 onverkort waar, als deze uidoopt op de huiveringwekkende woorden: 'Ziet die verre van U zijn, zullen vergaan; Gij roeit uit al wie van U afhoereert.'
Intussen hoop ik maar dat het al lezend uitloopt op het slot van deze Psalm: 'Maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te wezen; ik zet mijn betrouwen op de Heere HEERE, om al Uw werken te vertellen.'
P. J. VISSER, DEN HAAG
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2004
De Waarheidsvriend | 21 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2004
De Waarheidsvriend | 21 Pagina's