Wegen in ons hart
Aan het einde van het jaar 2004
Openbaring 19 is het bijna voorbije jaar 2004 dichterbij gekomen. Hier klinken de waarachtige woorden van God, horen we de oproep aan kleine en grote dienstknechten uan God om Hem te louen. Er is vreugde, want de bruilojt uan het Lam is gekomen. 'Halleluja, want de Heere, de Almachtige God, heeft als Koning geheerst.'
Openbaring 19 is wél dichterbij gekomen, maar is nu nog geen werkelijkheid. Wij zien terug op alweer het vierde jaar in de 2i e eeuw. Alles wat in de voorbije twaalf maanden gebeurde, is geen doel in zichzelf geweest, was niet zonder betekenis, ondanks het vele 'zinloze' geweld. Die gedachte kan zich wel van ons meester maken, als de realiteit van het aardse bestaan zich elke dag via de brievenbus meldt. De duizendste gesneuvelde Amerikaanse soldaat in Irak, de schijnbaar onoplosbare honger in Soedan, de niet te stuiten aids-epidemie, de gegijzelde kinderen in het Russische Beslan. En dan nu, begin deze week, die beving in de Stille Oceaan, met vele duizenden doden. 'Heere, hoe lang nog, deze ellende? ' Die vraag klinkt ook bij het overdenken van onze persoonlijke omstandigheden. Dat onverwachte ongeluk met onherroepelijke gevolgen. De verraderlijk voortgaande ziekte. De lege stoel in de huiskamer. Het verstoorde contact, ons verstopte verdriet en ons verborgen kruis - het kan maken dat we ondanks de vele zegeningen met Israël zeggen: 'Ten ware de Heere, Die bij ons geweest is, een stroom zou over onze ziel gegaan zijn.'
Maar de Heere is er wel. Die geloofswerkelijkheid doet ons voortgaan, geroepen in deze samenleving heilig te leven. Wie God boven alles ziet staan als de Schepper én Onderhouder, rolt niet van de ene dag in de andere, van het ene jaar in het volgende, maar ziet uit naar de dag dat al Zijn knechten en allen die Hem vrezen de Heere zullen loven, beiden klein en groot. Ja, de kleinen worden door Johannes op Patmos apart genoemd.
Nog in de verdrukking
Die tijd komt wel, maar is nog niet. Nu zijn Gods kinderen nog in de verdrukking. Zo kondigt de apostel zich aan, als hij zijn Openbaring doorgeeft: 'Ik, Johannes, die ook uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, en in het Koninkrijk, en in de lijdzaamheid van Jezus Christus'.
Gelukkig duurt die verdrukking een kleine tijd. Waar onze geliefden in het jaar onzes Heeren 2004 zijn ontslapen, is ook voor hen het lijden van de tegenwoordige tijd overgegaan in de geopenbaarde heerlijkheid. Voor hen is de barensnood van de schepping ten einde. Zo mogen we ook de dienaren van het Woord herdenken die in het afgelopen jaar zijn overleden, waarbij we opgeroepen worden speciaal op de uitkomst van hun levenswandel te letten. Dat stimuleert immers de volharding in de verdrukking.
We noemen hier met respect en in dankbaarheid voor hun arbeid in ons midden;
Ds. H. van Amstel, overleden op 6 januari (80 jaar); Ds. G. Broere, overleden op 5 maart (71 jaar); Ds. Joh. Verwelius, overleden op 30 maart (88 jaar); Ds. B. J. Zaal, overleden op 16 juni (91 jaar); Ds. A. van Wijngaarden, overleden op 27 augustus (68 jaar); Ds. P. Alblas, overleden op 30 augustus (78 jaar); Prof. dr. C. Graafland, overleden op 27 oktober (76 jaar); Ds. R. J. van de Hoef, overleden op 23 november (76 jaar); Ds. W. L. Smelt,
overleden op 17 december (56 jaar). Prof. Graafland en ds. Van de Hoef hebben als hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond en als secretaris van ons bestuur enige tientallen jaren onder ons mogen dienen. Allen mochten 'de loop volbrengen, en de dienst, welke zij van de Heere Jezus ontvangen hadden' (Hand. 20, 24).
Koninklijk Huis
Als we stilstaan bij degenen die dit jaar zijn overleden, denken we ook aan koningin Juliana en prins Bernhard. Beiden hadden een eigen plaats in het hart van ons Nederlandse volk. Juliana, de langst levende Oranje ooit, was sociaal bewogen en stond dicht bij de mensen. Op kerkelijk gebied was ze een voorstander van de oecumene, door haar in praktijk gebracht bij het huwelijk van prins Maurits met de rooms-katholieke Marilène. In 1998, het jaar dat ze voor het laatst in het openbaar verscheen, ging ze in de huwelijksdienst ter communie.
Over prins Bernhard is de afgelopen maand al zoveel gezegd. In het na zijn overlijden naar buiten gebrachte vraaggesprek zegt hij 'volkomen onverschillig tegenover de dood te staan'. Het is zoeken naar een goede verwoording van onze blijvende aanhankelijkheid aan het huis van Oranje, als je merkt dat de kern van de bijbelse boodschap zo anders ervaren wordt. De betrokkenheid op onze Koningin en haar huis ligt echter vast in de wetenschap dat God ons de Oranje's gaf in de wordingsgeschiedenis van onze natie. Juist nu koningin Beatrix de last van het leven als wees en als weduwe nog meer zal ervaren, willen we haar dragen in de gebeden. In tegenspoed en kruis droeg God ook haar voorgeslacht. Dat herinnert ons aan Zijn daden.
Volop optimisme
Koningin en prins waren op hoge leeftijd - de Amsterdamse filmmaker Theo van Gogh was dat niet. De moord op hem heeft onze samenleving diep geraakt, tot op de huidige dag. Het debat over de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting en over het karakter van de islam leidde tot ondergedoken Tweede-Kamerleden, een diep ervaren gevoel van onveiligheid, een debat over het bindende element in onze maatschappij. Is dit Nederland? Het verdraagzame polderland, waar de vooruitgang ons tot een steeds betere samenleving moet brengen?
Dr. Martyn Lloyd-Jones zegt in een preek: 'Ik begrijp het leven en ik ben helemaal niet verbaasd dat de wereld is zoals zij is. Dat had ik u wel kunnen voorspellen. Ik begon met preken in 1920, toen de mensen nog optimistisch waren. Er was wel net een wereldoorlog geweest, maar ze zeiden: 'Die is voorbij, nooit weer'. Er werd overal volop optimisme gepreekt en ik preekte chaos, zonde en de mens zoals hij is en ik zei dat er weer oorlog zou komen. Niet omdat ik een bijzonder inzicht had of zo knap was, maar eenvoudigweg omdat ik mijn bijbel geloofde.'
Gods Woord leert ons realistisch te zijn, de tekenen van de tijd waar te nemen. Dan kan de moord op Van Gogh voor de bejegening van christenen gevolgen hebben, omdat de moslimdader vanuit een geloofsmotief handelde. Verdergaande polarisatie tussen delen van de Nederlandse bevolking zal christenen niet ongemoeid laten. Het is meer dan ooit nodig dat we ons op een goede wijze in het publieke debat mengen, om te verwoorden en in ons gedrag te laten zien wat christenen beweegt Tegelijk moeten we ons en onze kinderen voorbereiden op andere tijden, als we de apostel Johannes als 'onze medegenoot in de verdrukking' zien.
Uitsluiting van christenen?
Een adviseur van de Anglicaanse Kerk legde twee weken geleden de vinger op de kerkelijke wonde. Zij voorzag ' een periode van economische en sociale uitsluiting van christenen, omdat het wezen van het christen-zijn is uitgehold, de kerk haar geloofwaardigheid kwijt is als ze zich niet onderscheidt. Dat is terecht. De kerk zal nergens overleven, als ze zich aanpast aan het actuele leefklimaat, als ze het autonome denken in haar midden gedoogt. Ze zal met Paulus tegenover de overheid (Hand. 24, 14) moeten belijden dat zij naar de weg die anderen een sekten noemen, de God der vaderen dient, 'gelovende alles wat in de wet en de profeten geschreven is.'
Tegen de achtergrond van die moeilijker wordende positie is de breuk in zovele hervormde gemeenten, die in 2004 ook bijgeschreven moet worden, extra teleurstellend. Het getuigenis naar buiten wordt op geen enkele wijze versterkt door een almaar verder uiteenvallen van degenen die bij het Woord van God willen leven. Terwijl nazaten van Afscheiding en Doleantie nu discussiëren over de noodzaak van schuldbelijdenis over '1944' of'1967', zal een volgende generatie dat vast gaan doen over '2004'. En toch ge-
beurde het weer - een scheuring in het lichaam van Christus! Dat is het ergste, veel erger nog dan de narigheid in families en gemeenten. Zijn Naam is om ons gelasterd. Daarom past ons nü al persoonlijk en kerkelijk het hoofd te buigen. Wij hebben gezondigd, wij hebben uw gebod tot eenheid in de waarheid niet kunnen realiseren. Waar die houding de onze is, wijkt de fiere taal over de zegeningen die we na i mei zouden ervaren. In die gebrokenheid vinden we slechts ons houvast in God, die leeft. Dat is ook 2004: diep onder de brokstukken die wij achterlaten, ligt het fundament dat Hij in de kribbe van Bethlehem al gelegd heeft, en dat wij door geen ander fundament kunnen vervangen. Dat bouwwerk is niet te keren door synodebeleid, gemeentelijk falen, onze persoonlijke weerstand. In dit geloofen alleen zo - kunnen we als gemeenten de jaargrens over.
Gebaande wegen
De kerk heeft slechts toekomst, als ze bij Christus blijft. Dat is ook een les uit 2004. Dat geldt ieder lid van Zijn gemeente. 'Welgelukzalig is de mens, wiens sterkte in U is, in welker hart de gebaande wegen zijn.' Met de dichter van Psalm 84 kennen we God bij het altaar, waar de offers van de verzoening gebracht zijn. Dan hebben we 'wegen in het hart', zoals er letterlijk staat. Onze weg - een wildernis vanwege de zonde (Jesaja 40, 3) - is dan gebaand door Christus, die met Zijn licht het hart beschenen heeft. Die weg kent dan een richting, een einddoel, loopt uiteindelijk uit op de bruiloft van het Lam. En daarom eindigen wij deze overwegingen bij het jaar 2004 met Hem: Lof zij Christus.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's