Kroondomein
'De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid, de wereld, en die daarin wonen' (Ps. 24:1b).
Als we denken aan de meegegeven titel boven deze meditatie, zal bij velen Paleis Het Loo en de omgeving van Apeldoorn in gedachten komen '... een van de weinige gebieden in Nederland, waar de stilte nog te beluisteren is' zo leert me de website van het desbetreffende domein.
Door al de eeuwen heen hebben clerus en koningen hun grenzen verlegd en zo hun gebieden vermeerderd en veroverd. De (kerk)geschiedenis gewaagt ervan. Ach, en wie wil er nu niet een graantje en een grondje meepikken? Was er vroeger op school niet het landveroveren, dat door de jongens uit de hogere klassen werd gespeeld, met zo'n gevaarlijk mes? Blijkbaar is de mens aardig ingesteld op gebiedsverruiming en gronduitbreiding. Hebzucht, ikzucht, eer, wat zal de drijfveer zijn?
Psalm 24 zet dan wel heel erg ontnuchterend in. De aarde met alles wat erop en eraan en erin is, anders gezegd: de wereld en haar inwoners: het is alles van de HEERE!
We kennen allen de geschiedenissen uit het begin van Genesis. De geschiedenissen van 'In den beginne'. We weten ook hoe het al vrij spoedig in Genesis 3 verzondigd is. En heel veel mensen reageren en redeneren vanaf dat moment alsof alles toen ook in andere handen is overgegaan, onder een ander bewind is gekomen en alsof de HEERE niets meer te zeggen zou hebben en een teruggetrokken bestaan zou leiden.
Iemand die daar heel sterk aan wordt herinnerd dat het anders is, is de Farao van Egypte na de zevende plaag: de hagel. Wanneer Mozes en Aäron door hem ontboden zijn, doet hij belijdenis van schuld: 'Ik heb mij ditmaal verzondigd ... De HEERE is rechtvaardig, ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen!' (Ex. 9:27) Waarop Mozes dan reageert: 'Wanneer ik ter stad uitgegaan zal zijn, zo zal ik mijn handen uitbreiden voor de HEERE; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij weet, dat de aarde van de HEERE is!' Tegelijkertijd moet Mozes bij voorbaat al constateren dat farao en zijn knechten, voor de Heere God dan nog niet vrezen zullen.
De aarde is van de HEERE. Dat heeft te maken met het belijden van Zijn Schepper, alsook dat Hij nog steeds alle zeggenschap daarover heeft. Dat is in feite na de zondeval niet in andere handen overgegaan. Ook al is het Gods grote tegenstander, die wel doet alsof. Tegenover de Heere Jezus bij de verzoeking in de woestijn is hij het die al de koninkrijken van de wereld en hun heerlijkheid aan Jezus toont, in de hoop dat Hij even de knie zal buigen voor satan. En we weten ervan: satan heeft veel macht, gaat rond als een briesende leeuw en tegelijkertijd als een wolf in schaapskleren.
Maar het blijft staan: de aarde is van de HEERE, met alles daarop en daaraan.
In de profetieën van Jesaja (66:1) lijkt het erop dat de HEERE Zich meer heeft teruggetrokken in de hemelse gewesten. Hij zegt: 'De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten.' Maar ook daar wil de totale zeggenschap en heerschappij van de HEERE als Schepper en Onderhouder van het heelal benadrukt zijn.
Hoe sta ik daar nu in, in dat kroondomein? Want daar gaat het in Psalm 24 wel naartoe. In de tweede helft van de Psalm wordt de HEERE getekend als arriverend, binnentredend Vorst. Sterk en geweldig.
Wat heeft me dat te zeggen? Eenvoudigweg maar te roepen dat de aarde van de HEERE is en ook haar volheid, dat klinkt goed. Fraai en vroom, maar het kan ook gemakkelijk vormelijk worden en vervolgens inhoudsloos, ijdel. Daarvoor belijden we de naam van de HEERE niet. Hij is Koning. Op een heel bijzondere en onverwachte manier is Hij ook aan het licht getreden in het Nieuwe Testament in Zijn Zoon de Heere Jezus Christus.
Koning van een Koninkrijk, een heerschappij zonder grenzen. Gods koninkrijk valt niet af te bakenen en in te perken.
Vandaar ook dat we erkennen: De aarde is van de HEERE, met alles erop en eraan. Zijn kroondomein is in principe eindeloos en grenzeloos. Dat vraagt niet alleen belijders, maar ook onderdanen. Dat gaat helaas niet altijd gelijk op. Wat dat betreft is de houding van Farao uit Egypte me zo vaak op het lijf geschreven. De HEERE als God te erkennen, wanneer ik het niet meer kan en red, maar zodra dat allemaal weer een beetje gekalmeerd is, kruip ik maar wat graag weer op de troon. Terwijl ik daar niet hoor. Dat laatste heeft werkelijk iets duivels in zich. Als God willen zijn. Zelf de dienst uit maken.
Door Woord en Geest leer ik dat af, omdat dan bidden en vragen echt en oprecht zullen zijn: 'Maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.' U hebt gelijk, dat is de volgende Psalm. Maar belijden dat de aarde van de HEERE is, houdt ook in een gaan van de weg die de HEERE wijst en waarin Hij Zelf voorop wil gaan. Dit Kroondomein: vrij toegankelijk, door Hem Die de Weg is. Wat een genade!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's