Bij het ingaan van 2005
Brief van de voorzitter
Aan de leden van de Gereformeerde Bond en allen die zich met ons verbonden weten.
Aan het begin van dit Nieuwe Jaar willen wij u van harte Gods zegen toewensen. We bevelen u in onze gebeden aan in de trouw en de genade van onze grote en goede God. Hij is, naar Zijn grote barmhartigheid, in Zijn lieve Zoon, de gebrokenheid van ons menselijk bestaan binnengekomen. Hij heeft Zijn Heilige Geest rijk over ons uitgegoten door Jezus Christus, onze Zaligmaker (Tit. 3:5, 6).
Het hoofdbestuur richt zich tot u in deze verwarrende tijd op kerkelijk en geestelijk gebied. In de eerste plaats richten we ons tot onze leden. We danken u zeer dat u onze vereniging op een trouwe manier steunt. Anderen, die al wel langer betrokken waren bij onze Bond, hebben zich juist in deze fase aangesloten. We zijn er zeer van overtuigd dat we uw steun nodig hebben in deze tijd. Juist als Hervormd-Gereformeerden die de belijdenis van de kerk liefhebben, omdat we met hart en ziel uit de volheid van de Schriften willen leven, hebben we elkaar nodig. We kunnen ons onderlinge spanningen en verdeeldheid niet langer veroorloven. We hebben elkaar nodig om de diepe geestelijke waarde van de gereformeerde traditie te bewaren. Te bewaren als levend geloofsgoed. We mogen deze geestelijke traditie van geslacht tot geslacht overdragen. Het pand dat ons toebetrouwd is, kunnen we alleen samen bewaren.
Dat mogen we indragen binnen het geheel van de Protestantse Kerk in Nederland. Daarom weten we ons geroepen in haar midden te getuigen van de hoop die in ons leeft. Wij roepen eikaar op om de ontrouw in leer en in leven van de kerk, van de gemeente, van onszelf, eerlijk onder ogen te zien en te belijden.
Daarbij weten we ons ook geroepen om de rijke gereformeerde traditie niet in te wisselen voor allerlei nieuwigheden die geen enkel houvast bieden. Het gereformeerd belijden is geboren in situaties van grote druk en van vervolging. Voor onze tijd én voor onze kerkelijke situatie heeft het niets aan kracht ingeboet. In een levend geloof zijn we ook dit jaar geroepen het pand dat ons is toevertrouwd te bewaren. Laat het ons des te meer een reden zijn om getuigend en belijdend in de kerk te staan.
Velen van u zijn het afgelopen jaar door grote spanningen gegaan in de gemeente, maar evenzeer in uw visie en betrokkenheid op het geheel van de kerk. Met vreze en beven als we zien op de omstandigheden en tegelijk overtuigd als we zien op onze roeping, hebben we onze plaats binnen de Protestantse Kerk in Nederland ingenomen. Er is in vele gemeenten geleden in de tijd die achter ons ligt. De pijn daarvan dragen we vanwege betrokkenheid op elkaar allen mee, ook als de gemeente na 1 mei niet scheurde. We brengen die pijn voor Gods troon. En we bidden om vergeving en om genezing.
Een tijd van kerkelijke spanningen en scheuringen is zo gemakkelijk ook een tijd van verbittering. Er zijn dingen gezegd en geschreven die niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt. Daarom hebben wij vergeving nodig. Meer dan eens hadden we alleen maar oog voor de eigen kring, de eigen beweging. En het zicht op de kerk in haar geheel verdween. Laat staan het gezicht op Gods wereldwijde kerk, Gods wereldwijde werk: de zending, vervolgde christenen, Israël. Méér dan eens verzuimden we profetisch te getuigen van het alleenrecht van Christus in het geheel van Zijn kerk. Maar hoezeer wij ook verzuimden, de Heere was in Zijn genade de Getrouwe.
We zijn samen nadrukkelijk aangewezen op het feit dat wij de kerk niet in stand houden. Wat heeft de Heere met ons ontzaglijk veel geduld. De kandelaar van het evangelie brandt nog steeds. Dat geheim zit in de lankmoedigheid van de Heere. Daar ligt onze hoop! Die richt zich op Hem. Daarom kunnen we samen slechts voort in ootmoedig gebed. We bidden voor elkaar in deze tijden: voor de gemeenten, voor de broeders in het ambt, voor ouderen en voor jongeren. Voor hen die ontzaglijk geleden hebben aan de kerkelijke ontwikkelingen.
We getuigen in deze fase van de kerkgeschiedenis van de hoop die in ons leeft. We getuigen niet, omdat het er rooskleurig uitziet in de Protestantse Kerk in Nederland. We getuigen niet, omdat onze gemeenten een rooskleurig beeld vertonen. We getuigen van de levende Heere, we getuigen van Zijn grote trouw. Van Hem Die ons gevonden heeft in onze verlorenheid en schuld. We getuigen dat Zijn werk doorgegaan is en dat het nog steeds doorgaat.
Onder onze leden bevinden zich ook vele ambtsbroeders die met inzet van kracht de gemeenten het afgelopen jaar hebben gediend. We beseffen dat velen van u geleden hebben in het jaar dat voorbijging. U stond voor moeilijke besluiten. Biddend zijn velen van u - we hopen allen - hun weg gegaan. We mogen uit de Schriften weten dat uw arbeid niet tevergeefs is in de Heere. We beseffen dat liefde tot de Heere, liefde voor de gemeente, liefde voor de kerk, hoezeer dat laatste ook op de proef gesteld is, velen van u dreef om uw verantwoordelijkheid te nemen. Daarachter ligt een heilig besef van de genade en de liefde van de Heere voor u, voor de gemeente, voor de kerk. De Heere zoekt immers het behoud van zondaren.
Er zijn in de afgelopen maanden ook nieuwe ambtsdragers bevestigd. We zijn er verwonderd over dat de Heere mensen heeft willen roepen om in Zijn dienst te staan in deze moeilijke tijd. We willen hen een leven in afhankelijkheid toewensen. Een leven dicht bij de Heere. We wensen u veel geloofsmoed en verdieping in het geloof toe. Dat geeft een heerlijke en vrije toegang tot de Heere. Wellicht kan het Hoofdbestuur u van dienst zijn. Ik denk naast de wekelijkse toerusting via de Waarheidsvriend aan de ambtsdragersvergaderingen, jaarlijks in september. Ik denk aan de al verschenen uitgaven in onze serie Gereformeerd Belijden.
In meerdere gemeenten zal het beroepingswerk voortgezet of zelfs opgestart gaan worden de komende maanden. In andere gemeenten zal gezocht moeten worden naar vormen van samenwerking met buurgemeenten. Weer anderen staan voor de onmogelijkheid om tot het uitbrengen van een beroep te komen. Laat uw gebed tot God zijn om wijsheid en moed.
Meer dan eens zorgde de Heere voor heilige verrassingen. Waar wij dachten dat alles stuk liep in de dood, daar ging de Heere verder. Hij baande nieuwe wegen.
Wij maken deel uit van de Protestantse Kerk in Nederland. Nadrukkelijk weten we ons geroepen in haar midden te staan. Daarom roepen we elkaar ook op tot gebed voor de Protestantse Kerk in Nederland. Gebed om vernieuwing van de gemeenten in haar midden, gebed om een nieuwe gehoorzaamheid aan Gods geboden, om een herleven van wat dreigt te versterven. Nu velen onzeker en bezorgd hun weg gaan, is de gemeente geroepen haar geloof te bewaren in een verdeelde en verscheurde kerk. Dat kan ze niet in eigen kracht. Daar heeft ze altijd weer de kracht van het evangelie, de kracht van de Heilige Geest voor nodig. Het getuigenis van Christus, voortgaande verbreiding en verdediging van de waarheid van het evangelie, zal zegenrijk zijn. Voortdurende trouw aan de belijdenis van de kerk der eeuwen zal haar vruchten afwerpen, ook in onze tijd. Daarbij beseffen we dat onze kracht klein is. Maar de Heere is groot.
De gemeente leeft op weg naar de toekomst van de Heere. Onderweg gaat ze door woestijn en wildernis. Daarom heeft de kerk weer te zijn een ark van Noach. Laat ze dat zijn! We herinneren haar aan haar hoge roeping: lichaam van Christus te zijn. Zo alleen kan ze redding bieden en veiligheid als ze de waarheid Gods koestert als een kostbare schat om uit te leven.
Laat de Protestantse Kerk in Nederland dit jaar werkelijk protestant zijn. Dat is ze als ze leeft uit en getuigt van het geheim van de Reformatie: de Heere rechtvaardigt de goddeloze om niet, door het geloof in Jezus Christus. Dat is de kerk als ze tevens afwijst alles wat strijdt met dit heilig, verlossend evangelie en onder haar Hoofd Christus haar weg gaat. Ook dit jaar rust de kerk niet in onze handen, maar in de doorboorde handen van onze Heere en Zaligmaker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's