De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Calvijn en de godsdienstgesprekken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Calvijn en de godsdienstgesprekken

EENHEID DER KERK KOSTBAAR EN BREEKBAAR

9 minuten leestijd











Op 30 november jl. promoveerde Maarten Stolk - een van de deelnemers aan ons promovendi-beraad - op een waardevolle studie over de betrokkenheid van Calvijn bij de godsdienstgesprekken in de Duitse steden Hagenau, Worms en Regensburg tussen Rooms-Katholieken en Protestanten in de jaren 1540-1541. Minutieus onderzoek ligt aan dit fraaie proefstuk ten grondslag. Ook vanaf deze plaats complimenteren we de jonge doctor met zijn studieresultaat. Graag wil ik de lezers van ons blad informeren over de inhoud van dit recente Calvijn-onderzoek.

Vraagstelling en verkenning
Het is hier niet de plaats om op velerlei (belangwekkende) details in te gaan. Ik beperk me tot een aantal kernmomenten. Na een overzicht van de literatuur en de bronnen die hem ter beschikking stonden, legt dr. Stolk verantwoording af van de vraagstelling die hem tot uitgangspunt diende. De onderzoeksvraag die centraal stond, betreft niet alleen Calvijns aandeel in de gesprekken, maar vooral ook diens beleving en beoordeling ervan. Om tot een grondige beantwoording te komen, koos de auteur de chronologische weg. In een afzonderlijk hoofdstuk verkent hij de politiek-historische achtergrond die tot deze gesprekken hebben geleid.
Het was keizer Karel V die de ontmoetingen arrangeerde. Dat de kerkelijke eenheid was verbroken, vervulde hem met diepe zorg, niet alleen uit religieus oogpunt, maar stellig ook in politiek opzicht. De keizer zag zijn (Habsburgse) rijk immers drievoudig bedreigd: door het expansieve machtsvertoon van de Turkse legers, door de vijandelijke houding van de Franse koning en - in zijn eigen rijk - door de godsdienstige verdeeldheid van de Duitse vorsten. Keizer Karel wist zich voor een dilemma geplaatst. Enerzijds wilde hij de oude religie beschermen en de verspreiding van het protestantisme blokkeren. Anderzijds had hij de hulp van de protestantse vorsten hard nodig in de strijd met zijn Turkse en Franse rivalen. Door deze nood gedreven deed hij een poging tot verzoening tussen roomsen en hervormingsgezinden, door vertegenwoordigers uit beide kampen rond de tafel te roepen, met het oog op een mogelijk vergelijk.

Genre
Een ontmoeting van deze aard noemde men een godsdienstgesprek. Dit genre dient niet te worden verward met het verschijnsel van de godsdienstige 'disputatie'. Terwijl men in een disputatie bedoelde de ander van het eigen gelijk te overtuigen, was een godsdienstgesprek erop gericht in onderling overleg tot overeenstemming te komen, al was het bij wijze van een compromis. Al vóór het gesprek in Hagenau (1540) waren diverse pogingen ondernomen. Het resultaat daarvan was onbevredigend. Of de keizer écht heeft verwacht dat hij de partijen alsnog op één lijn zou kunnen krijgen, is niet met zekerheid te zeggen. Onder de protestanten was de verwachting in ieder geval bepaald niet unaniem hoog gespannen. Luther zag er zelfs helemaal niets in en toonde zich wars van iedere toenadering. Melanchthon was, althans aanvankelijk, niet zonder hoop. Wellicht het meest optimistisch was Bucer. Zolang de 'rechtvaardiging door het geloof alleen' maar niet ter discussie stond, was de reformator van Straatsburg op ondergeschikte punten tot inschikkelijkheid bereid. Indien de kerkvaders en de oude concilies als toetssteen dienden, maar vooral de Schrift als norm fungeerde, zou de waarheid wel zegevieren. De humanist Erasmus stond voluit positief tegenover het idee. Door verdraagzaamheid, eensgezindheid en onderlinge liefde zou de eenheid van de kerk worden hersteld, zo dacht hij, nogal naïef. Evenals het reformatorische kamp was ook de rooms-katholieke tegenpartij onderling verdeeld. Een harde lijn stond tegenover een gematigde.
Sommigen voelden niets voor enige toenadering tot de protestanten; anderen namen een positie in die tot bemiddeling neigde.

Calvijns standpunt
Hoe dacht Calvijn hier nu over? Voorop moet staan dat de eenheid van de kerk hem uitermate zwaar woog. Omwille daarvan was hij tot heel wat nuancering bereid en wilde hij onderscheid maken tussen enerzijds noodzakelijke leerstukken en anderzijds ondergeschikte punten. Onopgeefbaar was voor hem in elk geval de zaak van de rechte prediking en sacramentsbediening. Toch wilde hij ook op dit aangelegen punt het perfectionisme vermijden: 'Zelfs zal er in de bediening van de leer of van de sacramenten enige fout kunnen insluipen, zonder dat die ons van de gemeenschap der kerk behoort te vervreemden', zo was zijn overtuiging. Zolang de kern van het Evangelie niet in het geding was, mocht de eenheid van de kerk onder geen beding worden verbroken. Als de doctrina Christi, het Woord en de prediking van Christus, maar geëerbiedigd werd!
Het is duidelijk dat dit genuanceerde standpunt Calvijn enige ruimte bood om de godsdienstgesprekken bij te wonen. Maar meteen moet worden gezegd dat die doctrina Christi dan ook volstrekt de grens was die hij niet kon overschrijden. Omdat kerkelijke eenheid hem intens ter harte ging, was hij tot een dialoog bereid, maar een compromis ten koste van het hart van het evangelie wees hij resoluut van de hand. En uitgerekend op dit punt bleef de kerk van Rome naar zijn overtuiging fundamenteel in gebreke. In zijn ogen was ze een valse kerk geworden. Daarom achtte hij de poging om tot een vergelijk te komen achterhaald. Dat hij de godsdienstgesprekken tóch bijwoonde, moet dan ook niet worden verklaard uit zijn bereidheid tot een compromis, maar uit zijn overtuiging dat de waarheid van het evangelie ook nu niet verzwegen mocht worden.

Calvijns aandeel
Dr. Stolk schetst bondig hoe de drie genoemde godsdienstgesprekken verliepen. Tal van interessante gegevens brengt hij onder de aandacht. Maar hij verliest zijn doelstelling niet uit het oog: het aandeel van Calvijn. Dat aandeel is in zekere zin bescheiden te noemen. Aan de officiële besprekingen nam hij geen deel. Wel converseerde hij met een aantal van zijn collega-reformatoren en legde hij belangrijke contacten. Zijn aanwezigheid was niet vergeefs. Ging hij naar Hagenau nog op persoonlijk initiatief, voor de volgende twee besprekingen werd hij door de kerk van Straatsburg afgevaardigd, waar hij juist in die jaren zijn werkterrein had. Enthousiast was hij niet.
In de eerste plaats stond hij niet graag in de belangstelling en vond hij zichzelf ongeschikt voor dergelijke bijeenkomsten.
In de tweede plaats stond de trage manier van onderhandelen hem tegen. Maar hij wist zich geroepen en ging.
Tijdens het overleg dat door de protestantse broeders in Worms werd gehouden ter voorbereiding op het godsdienstgesprek zelf, kwam als een van de eerste thema's 'de rechtvaardiging door het geloof alleen' aan de orde. Vanaf het begin van de Reformatie klonk van roomse zijde de verwijtende vraag: waar blijven op deze manier de goede werken, de heiliging van het leven, de onderhouding van de geboden? Onder Calvijns leiding werd in Worms een formulering gesmeed die dit bezwaar wilde bezweren. Calvijn lanceerde de gedachte van een 'dubbele gerechtigheid': een rechtvaardiging van de zondaar en een rechtvaardiging van diens werken. Die twee zijn wel te onderscheiden, maar nooit te scheiden. Christus is ons immers geworden tot rechtvaardigheid en tot heiliging. En Christus is één! Zo hield Calvijn rechtvaardiging en goede werken onafscheidelijk bijeen. Enerzijds ontzenuwde hij hiermee de aantijging dat de rechtvaardiging een vrijbrief zou verschaffen voor een slordige levenspraktijk (rechtvaardiging van de goddeloze heeft niets van doen met rechtvaardiging van de goddeloosheid). Anderzijds hield hij volledig staande dat de werken op geen enkele manier de grónd van de rechtvaardiging zijn, maar de wezenlijke vrucht ervan. Zowel de grond als de vrucht is gelegen in Christus, in Wiens gemeenschap wij delen door het geloof. De doorwerking van Calvijns inzichten zou echter pas blijken tijdens het derde godsdienstgesprek.
Het Wormser 'congres' was nauwelijks achter de rug, of Calvijn moest zich al weer gereed maken voor de volgende bijeenkomst, ditmaal in het veraf gelegen Regensburg. Samen met Martin Bucer en Jakob Sturm vertrok hij per rijtuig uit Straatsburg. Na ruim twee weken arriveerden ze op de plaats van bestemming! Tijdens dit derde gesprek werd opmerkelijk genoeg overeenstemming bereikt over het punt van de rechtvaardiging. Beide partijen konden zich vinden in de opvatting dat we alleen door het geloof delen in de geschonken gerechtigheid van Christus, en dat dit rechtvaardigend geloof door de liefde werkzaam is en vrucht draagt in goede werken. Calvijn was tevreden en beschouwde dit als een concessie van rooms-katholieke zijde aan de reformatorische leer. Toen evenwel het leergezag van de kerk en de betekenis van de sacramenten aan de orde kwamen, gingen de wegen uiteen. Terwijl Bucer hoop op verzoening bleef houden, zag Calvijn het vleugje hoop dat hij even gekoesterd had, in rook opgaan. Nog voor het eind van de besprekingen reisde hij terug naar Straatsburg.

Calvijns beoordeling
Was Calvijn teleurgesteld? Ja en nee. Ja, omdat de breuk onherstelbaar bleek: waar niet het Woord van Christus, maar het leergezag van de kerk maatgevend is, daar wordt de fundering van de kerk ondergraven. Nee, omdat Calvijn ervan overtuigd was dat het geluid van het van het zuivere evangelie dan toch maar helder had geklonken, ten overstaan van wereldlijke en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. En daar ging het de reformator vóór alles om: dat het Woord van God, zoals hij zelf getuigt, aan de 'gehele wereld' zou worden verkondigd.

Wat dr. Stolk ons met zijn studie heeft aangereikt, is om meer dan één reden van belang. Ik noem er twee.
Allereerst het kerkhistorische belang, dat de rol van Calvijn bij de drie godsdienstgesprekken nu nauwgezet is beschreven.
En in de tweede plaats een actueel kerkelijk belang. Opnieuw is gebleken dat naar reformatorisch besef de eenheid van de kerk een kostbaar, maar ook breekbaar goed is. Om die eenheid te bewaren en ook om de breuk te herstellen, ging Calvijn letterlijk en figuurlijk heel ver. Maar voor één grens hield hij pertinent halt. Het is de grens van de doctrina Christi, de leer en verkondiging van Christus, in het evangelie gekleed. Omdat Rome dit onvervangbare gezag prijsgaf, sloeg ze zelf een breuk die Calvijn niet kon en wilde overbruggen. Met allen die dit gezag wél erkenden en de Schrift als norm en bron van prediking en leven beleden, wist hij zich één, zonder het over alles eens te zijn. Laat de reformator ook in dit opzicht voor ons maatgevend zijn.

N.a.v. J. M. Stolk: Johannes Calvijn en de godsdienstgesprekken tussen Rooms-Katholieken en Protestanten in Hagenau, Worms en Regensburg (1540-1541).
Uitg. Kok, Kampen; Serie Theologie en Geschiedenis; 414 blz.; € 37,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Calvijn en de godsdienstgesprekken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's