De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gedwongen het kruis te dragen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gedwongen het kruis te dragen

J. DE KREIJ EN DE HERVORMDE GEMEENTE VAN LOOSDUINEN

9 minuten leestijd

Ottoland, dat was de plaats waar Jan de Kreij in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw opgroeide. Hij werd geboren in een eenvoudig gezin, zijn vader was daggelder. Het was de tijd, ook in de Alblasserwaard, van scherpe tegenstellingen, zowel in de relatie boerenstand/arbeidersstand als in de verhouding tussen hervormden en gereformeerden. In Ottoland speelde daarnaast ook - en niet los daarvan - een schoolstrijd, zoals dr. Jojada Verrips in zijn proefschrift beschreef. Er was op het dorp alleen een openbare school. In de tijd van ds. E. Anker, die van 1928 tot 1953 in Goudriaan en Ottoland stond, is geprobeerd die om te zetten, maar door hevige verschillen van mening is dat niet gelukt. De school is uiteindelijk opgeheven. Een deel van de schoolgaande kinderen ging naar de christelijke school aan de Vuilendam en een ander deel naar de openbare school in Goudriaan. Vader de Kreij besloot zijn kerkgang bij ds. F. Anker te staken. Anderen in het dorp deden dat ook. Ds. Anker was de vader van de enkele jaren geleden overleden ds. Witte Anker. 'Mijn moeder was en bleef een trouw kerkganger. We waren ''gewoon'' hervormd. Ds. Anker staat aan het begin van mijn exegetische belangstelling. Hij zei vaak: "Je moet kijken wat er staat."
Jan de Kreij, geboren in 1923, werkte ijverig mee aan de zondagsschool en was zeer actief lid van de jongelingsvereniging "Daniël". 'Voor mijn maatschappelijke ontwikkeling heb ik veel te danken aan het hoofd van de school in Goudriaan, meester A. van Dijk. Na een pleidooi van hem mocht ik naar de Mulo en door zijn toedoen deed ik de Mulo in drie in plaats van in vier jaar. Dat was financieel gezien voor mijn ouders heel belangrijk. Toen het eindexamen in het verschiet kwam, bracht het hoofd van de Mulo mijn ouders een bezoek. Hij vertelde dat het goed ging op school. Mijn vader had als commentaar: "Dat zou wel dienen". Op de vraag of ze het nog een paar jaar konden redden, omdat de leraren me klaar zouden willen stomen voor onderwijzer, besliste mijn vader dat het nu mooi genoeg was.                                                                                                               
Als arbeidersjongen was het Gymnasium of de HBS in die tijd volstrekt onhaalbaar, zowel qua kosten als qua kleding. Uit Brandwijk werden uit mijn generatie wel twee boerenzoons predikant, ds. J. den Besten en ds. C.A. Korevaar.

Niet zo'n mooie tekst
'Ik mocht solliciteren bij de toenmalige Rotterdamsche Bankvereniging in Schoonhoven. Als jongste bediende had ik een tamelijk strenge baas, maar hij kon wel personeel opleiden. Dat heb ik later pas goed beseft. In 1947 werd ik overgeplaatst naar Nijkerk. Ik kreeg toen mijn eerste rang bij de bank, bijzondere procuratiehouder. Nijkerk was een druk kantoor met nevenvestigingen in vijf of zes plaatsen. Toen men mij 's zondags in de kerk zag zitten, is de uitspraak ontstaan: "We krijgen nu bij de bank een christelijke behandeling. Nijkerk is voor mijn geestelijke ontwikkeling van groot belang geweest. Niet alleen door de prediking. Met name van ds. A.R van der Kooij, de latere zendingspredikant, heb ik veel geleerd. Ik heb er ook de oudere ds. C.J. van der Graaf meegemaakt, een zeer goede  exegeet.
Op de zondagsschool deed ik actief mee. Het les geven kwam toen duidelijk aan de orde. In 1955 deed ik in Utrecht de vertelling op de jaarvergadering van de Zondagsscholenbond. Over de Hemelvaart. Ik zag de Heere Jezus gaan. Het is van groot belang dat je als verteller de eerste zin weet en bij het uitspreken daarvan de kinderen blijft aankijken.                        
In Nijkerk kwam ik tot het doen van openbare belijdenis. De tekst was: "En zij dwongen ene Simon van Cyrene het kruis te dragen". Eerlijk gezegd vond ik het niet zo'n mooie tekst. Later hebben ds. van der Graaf en ik in een kamertje in het gebouw de Schakel in Nijkerk samen een nabeschouwing gehouden. We hebben beiden gehuild, omdat de tekst in mijn leven van grote betekenis is geworden. Ooit schreef ik er een meditatie over, waarbij ik de nadruk legde op dwóngen. In deze plaats heb ik veel godvrezende mensen leren kennen, die mij tot grote steun zijn geweest. In mijn nood vroeg ik wel eens: "Weet u het zéker?" Dan antwoordden ze, ieder op eigen manier: "Wij vaak niet, maar het Woord is betrouwbaar en zeker!" Als ik nu door de straten van Nijkerk loop, denk ik er diep ontroerd aan terug. Maar zullen we het nu over Den Haag hebben?

HGJB
Mijn benoeming in Den Haag was bedoeld om me chef van een bepaalde afdeling te laten worden. Het is anders gelopen. Omdat er in een overkoepelende functie iemand met een goede opleiding nodig was, werd ik daar geplaatst. In Den Haag heb ik goede jaren gehad. Een bijzonder facet is wel dat de omstandigheden waarin ik thuis opgroeide, mij steeds hebben gestimuleerd om in sociaal opzicht zo mogelijk iets voor de personeelsleden te doen.' In 1962 kwam De Kreij in het bestuur van de HGJB. 'Ds. J. Vos uit Rijssen (in zijn tijd in Goudriaan-Ottoland had ik hem leren kennen) vroeg me vanwege de financiële moeilijkheden die er waren. Vijf jaar heb ik het penningmeesterschap vervuld, een mooie tijd. We hadden in ds. A.J. Jorissen onze eerste jeugdwerkpredikant. Hoewel wij niet altijd parallel dachten, was er een fijne relatie. Op de "veteranendag" van de HGJB in 2004 ontmoetten we elkaar weer, na zoveel jaren. In die tijd waren er vier jeugdbonden, onder andere een Jongelingsbond onder leiding van ds. L. Roetman en een Knapenbond onder leiding van ds. Korevaar. Er was een fusie in voorbereiding. Het lukte aanvankelijk niet. Ik toog naar het Ministerie van Justitie om een en ander te bespreken, het visitekaartje van de bank in de hand ...'

Kerkenpad
De Kreij leefde eerst mee met kerkelijk Den Haag, 'voor zover ik op zondag in Den Haag was'. Later, na een verhuizing ging ik naar de evangelisatie in Scheveningen.' Nu is hij alweer zo'n 35 jaar kerkelijk verbonden aan de hervormde gemeente van Loosduinen. 'Het was aanvankelijk en later ook wel een verwarde situatie. In die tijd vervulde ds. H. Talsma 42 beurten per jaar voor de "bonders". Velen kerkten elders. Ik kerkte onder andere ook wel in de toenmalige evangelisatie in Rijswijk.
In Hervormd Loosduinen werd onder leiding van de heer L. Koppert getracht bondspredikanten binnen de hervormde gemeente te laten voorgaan. In 1968 werd ik penningmeester van de afdeling Den Haag Zuid-West/Loosduinen van de Gereformeerde Bond. Toen de heer Koppert in 1969 naar Baarn vertrok, moest ik de predikanten vragen. We hadden toen jaarlijks 24 avondbeurten, terwijl er in de Haagse Morgensterkerk ook 24 avondbeurten gehouden werden, waarin een GB-predikant voorging. Toch kwam gaandeweg meer de hervormde gemeente van Loosduinen in beeld. De centrale kerkenraad richtte een kerkenraadscommissie op. Binnen de wijkgemeente werden er ook enkele ochtenddiensten opengesteld voor GB-predikanten. In die eerste jaren was de vrouw in het ambt en het Liedboek nog geen belemmering. Enige jaren later kwam het verzet vanuit de wijkgemeenten.

Vergrijzend
Uiterst serieuze pogingen om in zuid-west Den Haag, in combinatie met Loosduinen, ochtenddiensten te verkrijgen zijn jarenlang mislukt. Besprekingen met de  kerkenraad van  Den Haag strandden. Den Haag dacht en denkt zeer centraal. In Loosduinen hebben we jarenlang moeten optornen tegen een niet welwillende houding van predikanten en van de centrale kerkenraad. Ooit deden we een voorstel een evangelist van de IZB aan te stellen, maar dat werd afgewezen, omdat dan de invloed van de Gereformeerde Bond te groot zou worden. In Den Haag is later de centrale gedachte doorgevoerd. Uiteindelijk is daaruit de huidige Bethlehemkerk-gemeente ontstaan. Wonderlijk is het dat we in 2000 ochtendbeurten kregen. Je kon het haast niet geloven! Helaas waren veel gemeenteleden toen al naar elders vertrokken: Den Haag, Rijswijk, Monster, Scheveningen. Ook sociale omstandigheden speelden hierin een rol zoals een gebrek aan woonruimte. We zijn uiterst dankbaar ten opzichte van al die predikanten die al jarenlang bereid zijn om in Loosduinen een dienst te leiden. Ongeveer vijftien jaar geleden kregen we toestemming van de centrale kerkenraad om een bijstand in het pastoraat aan te trekken, geweldig belangrijk! Eerst was dit ds. C A. Korevaar, na hem ds. J.J. Verhaar en ds. B.J. Wiegeraad en nu is ds. K.J. Visser uit Gouda onze bijstand. Het pastoraat is zeker in een vergrijzende groep van groot belang. Er zijn veel jongeren weggetrokken. Van de (belijdenis)catechisanten zijn er vrijwel geen meer in de diensten aanwezig. Allen leven ze in andere plaatsen mee. Jarenlang heb ik hier met enthousiasme catechisatie gegeven. Momenteel hebben we helaas geen jeugd meer. Ik heb gespreksgroepen met wel twintig jongeren geleid, ook een gespreksgroep voor intellectuelen. Het is alles weg. Toch ben ik niet somber. De contacten met zovele jonge mensen zijn wonderlijk genoeg gebleven, maar dat is niet te vertalen in kerkelijke gemeentevorming.

Ds. Jac. van Dijk
Het pastoraat heeft altijd mijn grote liefde gehad. Er waren diepgaande gesprekken. Het wezenlijke van het pastoraat is voor mij het doorgeven van de Schrift, en het luisteren naar mensen, vaak in omgekeerde volgorde. Het gaat er niet om zaken met mensen te regelen, maar om de boodschap over te brengen. Mensen moeten weten dat jij geen oplossingen hebt, maar dat we samen naar de Heere kunnen gaan. Veel heb ik in dezen te danken aan ds. Korevaar en ds. Jac. van Dijk. Ds. Van Dijk en ik waren vaak bezig met gesprekken over het lezen van de Schrift, qua klemtoon en stembuiging enzovoorts. Hij las me hele stukken uit Jesaja voor. Weet u dat ds. Van Dijk zich later pas Jac. van Dijk ging laten noemen? Vanouds was het ds. J. van Dijk, tot er in de contacten met de belastingdienst verwarring optrad met een gereformeerde predikant met dezelfde naam. Toen werd hij ds. Jac. van Dijk.

Vrienden
Mijn contacten in het pastoraat zijn nogal eens sociaal begonnen en later verdiept naar het geestelijke. Het is fijn als predikanten ook je vrienden zijn. Eens kwam ik na het leiden van een moeilijke begrafenis thuis, helemaal leeg. Wie zat er in mijn kamer? Ds. Korevaar! Ook over de situatie van de hervormd-gereformeerde gemeenten in de regio ben ik niet zonder zorg. Zullen de broeders in Rijswijk het redden? In Scheveningen lijkt alles verzand, nu de predikantsplaats van ds. P. Vermaat niet vervuld wordt. Gelukkig is de trouw in Loosduinen groot en scharen de mensen zich rond de prediking. Dat Woord zal het doen. Ds. L. Vroegindeweij zei ooit tegen me: "Stil maar, Filippus moest voor één man op pad." We moeten alles aan de Heere overlaten. Ja, ik belijd dat ook wel, maar ik zou het zo graag willen organiséren! Daarom zeggen we vooral: "Verlaat niet wat Uw hand begon, o Levensbron, wil bijstand zenden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2005

De Waarheidsvriend | 15 Pagina's

Gedwongen het kruis te dragen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2005

De Waarheidsvriend | 15 Pagina's