Het Woord is mens geworden
HET JOHANNES-EVANGELIE IN DE NBV
In het bestek van dit artikel is het uiteraard niet mogelijk om aandacht te besteden aan de totaliteit van het evangelie van Johannes. Vandaar dat we een selectie hebben gemaakt. Het betreft hoofdstuk 1:1 t/m 18 en 3:1 t/m 21, hoofdstuk 6 vanaf vers 22 en de hoofdstukken 8, 16, 17 en 19. De opmerkingen die we hierover maken, berusten op een serieuze vergelijking met de grondtekst en het trekken van conclusies daaruit. Dat geeft uiteraard een persoonlijk accent. Het is daarom denkbaar dat in gesprek met de vertalers zelf dat persoonlijke accent nog weer iets anders zou uitvallen. Te meer, daar de Nieuwe Bijbelvertaling niet enkel vertaald is door vertalers uit diverse protestantse denkrichtingen, maar zelfs ook uit de Rooms-Katholieke Kerk. De vertaling is dus interconfessioneel, terwijl de vertalers van de Statenvertaling uitsluitend gereformeerd denkende theologen waren. Wanneer we spreken over vergelijking met de grondtekst, dan is dat bijna gelijk aan vergelijking met de Statenvertaling. Immers, deze vertaling legt alle accent op brontekstgetrouw, zoals de vertaling van Buber dat doet voor enkel het Oude Testament.
Hoofdletters
Allereerst valt op dat de persoonlijke voornaamwoorden van God, van Jezus en van de Heilige Geest niet met een hoofdletter zijn geschreven. Dus hij/hem in plaats van Hij/Hem. Iets wat niet enkel voor het evangelie van Johannes geldt, doch voor alle bijbelboeken van de Nieuwe Bijbelvertaling. Dat komt in eerste instantie zeker moeilijk over en roept gevoelens op van oneerbiedig omgaan met het schrijven over God. Al bedenken we wel dat ook de oude statenbijbels dit kennen. Verder valt op dat in veel gevallen waarin woorden van iemand worden aangehaald, vaak van Jezus Zelf, de aanloop tot deze directe rede niet letterlijk wordt vertaald. Letterlijk beginnen deze teksten met bij voorbeeld: 'De Farizeërs dan zeiden tot Hem' of met 'Zij dan zeiden tot Hem ...' In de vertaling is het geworden tot 'De Farizeeën wierpen tegen' ... en 'Toen vroegen ze' (Joh. 8:13 en 19). Terwille van het soepel lopen van de zin is dus meer een omschrijving gegeven dan een vertaling.
Verschuiving aan grondbetekenis
In een aantal teksten zijn bepaalde nuances van de grondbetekenis verschoven. 'Komt tot het licht niet' werd 'schuwt het licht' (Joh. 3: 20). 'Verraden' werd tot 'uitleveren' (6: 64), 'in mijn woord blijft' is geworden 'bij mijn woord blijft' (8:31), 'verdrukking hebben' werd 'het zwaar te verduren krijgen' (16:33). Tot slot noemen we 'Verheerlijk Uw Zoon' uit 17:1, dat geworden is tot 'toon nu de grootheid van Uw Zoon'. Het gaat hier om een bekend nieuwtestamentisch woord met sterke verworteling in het Oude Testament, dat vooral de glorierijke glans van God aanduidt. Het is echter met 'grootheid' wel behoorlijk afgezwakt vertaald. Het woord 'glorie' of 'majesteit' zou hier bijvoorbeeld meer op zijn plaats geweest zijn (zie verder ook 17:22 en 24.
Nog sterkere verschuiving in betekenisnuances is er in 3:2 waar 'zo God met hem niet is' geworden is tot 'alleen met Gods hulp'. In 3:9 is een heel bekend werkwoord, weer met sterke oudtestamentische verworteling en met de betekenis van 'geschieden, worden, gebeuren', geheel weggevallen. Immers, 'hoe kunnen deze dingen geschieden?' werd vertaald tot: 'hoe kan dat?' (Zie ook 19:36). In 3:16 is 'eniggeboren Zoon' geworden tot 'enige Zoon' en in 3:18 werd 'niet veroordeeld' tot 'geen oordeel uitgesproken'. In 8:23 is 'Ik ben niet uit deze wereld' weergegeven als 'ik hoor niet bij deze wereld' en in 8:42 is 'Ik ben van God uitgegaan' vertaald als 'ik ben bij God vandaan gekomen'. 'Doch Ik zeg U de waarheid' in 16:7 werd tot 'werkelijk', 'droefheid' werd 'zwaar' (16:21), 'door gelijkenissen' werd 'in beelden' (16:25).
Verandering van grondbetekenis
Meer dan verschuiving in betekenis is er aan de hand in de volgende teksten. In 1:12 wordt 'die heeft Hij macht gegeven' veranderd in' '(die) heeft Hij het voorrecht gegeven'. Macht in de zin van 'volmacht' is toch echt wat anders dan voorrecht. Heel sterk is het verschil in vertaling van wat de Statenvertaling weergeeft met 'vlees'. Zo staat het ook letterlijk in de grondtekst. Het is een nieuwtestamentisch begrip met een geheel eigen kleur dat ons mens-zijn in al haar broosheid, vergankelijkheid, maar ook zonde aanduidt. Het is daarom eigenlijk niet goed anders te vertalen dan met 'vlees'. Toch heeft de Nieuwe Bijbelvertaling het wel met andere woorden weergegeven. In de gedeelten uit het evangelie van Johannes die hier aan de orde komen, is het weergegeven met 'mens, menselijk, lichaam, lichamelijk'. Letterlijk kan dit, doch in de betreffende gedeelten kan echter niet van verbetering gesproken worden. Zo is het bekende Johannes 1:14 niet meer: 'Het Woord is vlees geworden', maar: 'Het Woord is mens geworden' (Zie ook 1:13, 3:6, 6:63, 8:15 en 17:2). We noemen ook nog 1:16 waar 'genade voor genade ontvangen' geworden is tot: 'met goedheid overstelpt'. In 6:43 werd 'murmureert niet onder elkander' tot 'Ik hoor U bezwaren maken', in 8:26 werd 'te oordelen' tot 'in Uw nadeel', in 8:44 werd 'is in de waarheid niet staande gebleven' tot 'hij hoort niet bij de waarheid'. In 8:56 wordt in de Statenvertaling gezegd dat Abraham 'de dag van Christus gezien heeft', terwijl de Nieuwe Bijbelvertaling spreekt over 'de komst die hij meemaakte'. Verder noemen we nog 19:7 waar 'want Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt' veranderd is in: 'omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd'.
Handschriften
Tot slot wijzen we nog op veranderingen in vertaling die te maken hebben met het kiezen voor andere handschriften. Waarbij we opmerken dat bij de hierboven genoemde veranderingen in vertaling ook andere handschriften in het geding zouden kunnen zijn. De laatste tientallen jaren zijn er namelijk nogal wat nieuwere handschriften bijgekomen, die niet altijd in alle uitgaven van de grondtekst zijn verwerkt. Wat er allemaal vastzit aan de keuze voor andere handschriften, kan in het bestek van dit artikel niet behandeld worden. Wel willen we er op wijzen dat ook de Statenvertaling is gebaseerd op een bepaalde keuze van handschriften als originele grondtekst. We wijzen hierbij op 3:13 waar 'die in de hemelen is' weggevallen is, op 6:22 waar is weggevallen 'daar zijn discipelen ingegaan waren'. In 6:69 werd zodoende 'de Christus, de Zoon van de levende God' tot 'de Heilige van God'. In 8:9 viel weg 'en van hun geweten overtuigd zijnde'. De keuze voor een ander handschrift ligt ook ten grondslag aan 17:21 waar de Statenvertaling heeft: 'dat zij ook in ons één zijn', terwijl de Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt met: 'laat hen zo ook in ons zijn'.
Weging
Wanneer we nu pogen tot een weging te komen, willen we allereerst opmerken dat vertalen niet enkel een heel verantwoordelijk, maar ook een heel moeilijk werk is. Zeker bijbelvertaalwerk, omdat er eeuwen overbrugd moeten worden. Verder zijn wij ervan overtuigd dat er aan de Nieuwe Bijbelvertaling met grote inzet en liefde is gewerkt. Men heeft gepoogd zowel de brontekst (de grondtaal) recht te doen, als de doeltaal (het Nederlands) het volle pond te geven. In ieder geval is men tot een vertaling gekomen die over het geheel genomen makkelijk leest en men is niet vervallen tot echt populaire taal. Zelfs ontdekten we enkele verbeteringen. Johannes 6:36 loopt beter, terwijl het winst is dat in 8:34 'dienstknecht der zonde' vervangen is door: 'slaaf van de zonde'. Alles overwegende, komen we echter toch sterk tot de overtuiging dat het
Op 27 oktober is de Nieuwe Bijbelvertaling gepresenteerd. Waar het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond zich al verantwoord heeft over de vertaalprincipes en de vertaalkeuzen, willen we in de Waarheidsvriend enkele bijbelboeken uit de NBV te bespreken. De redactie heeft enkele theologen gevraagd zich rekenschap te geven van de inhoud van deze vertaling, waarbij ruimte is voor waardering en voor kritiek. Vandaag gaat ds. R. H. Kieskamp in deel 3 op een gedeelte uit het evangelie naar Johannes.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
evenwicht volstrekt is verstoord ten koste van de doeltaal. Dat er dus tekort is gedaan aan allerlei nuances van de grondtekst. In een aantal gevallen is er zelfs tekort gedaan aan meer dan nuances. Dat is zeer te betreuren. Hoezeer het aan de ene kant is te waarderen dat de doeltaal het volle pond is gegeven, met de bedoeling de huidige doorsnee Nederlander in hedendaagse taal aan te kunnen spreken, aan de andere kant is dat helaas ten koste gegaan van de uiterste worsteling om het maximale van de grondtekst tot spreken te brengen. Soms komt de gedachte op dat er bij de vertalers mogelijk theologen hebben ontbroken die geheel doorkneed waren in het bijbels-theologisch denken. Vertalen los van dit denken kan immers niet. Hier zal ook het interconfessionele van de vertaalarbeid nadelig hebben gewerkt. We kunnen dan ook goed begrijpen dat theologen van de zogenaamde Amsterdamse School grote bezwaren hebben tegen de Nieuwe Bijbelvertaling, in elk geval voor gebruik als kanselbijbel. Hoewel wij als hervormd-gereformeerden het bijbels geschiedenisbegrip van de Amsterdamse School bepaald niet delen, staan wij hen wel zeer nabij in hun hoge waardering van de grondtekst.
Samenvatting
Concluderend merken we op dat de Nieuwe Bijbelvertaling ons, zeker onder hervormd-gereformeerden, niet geschikt lijkt voor kanselbijbel. Te vaak zal dan gezegd moeten worden: 'Maar gemeente, eigenlijk staat er in de grondtekst wat anders'. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat in vele gemeenten deze Nieuwe Bijbelvertaling niet gebruikt zal worden als kanselbijbel. Men zal willen blijven bij de oude Statenvertaling, bij de vertaling van 1951 waar men die nu al gebruikt, of men zal wachten op de volledige uitgave van de Herziene Statenvertaling. Zou men voor persoonlijk gebruik of bij gezamenlijke bijbelstudie deze Nieuwe Bijbelvertaling toch willen beproeven, dan lijkt de zogenaamde Parallelbijbel daartoe nog het meest geschikt. Immers, dan kan men de Nieuwe Bijbelvertaling constant vergelijken met de Statenvertaling, omdat op de ene bladzij de ene vertaling en op de andere bladzij de andere vertaling staat afgedrukt. Dit gebruik zou zelfs, als men nu 'het Boek' leest, een goede aanzet kunnen geven om straks te kiezen voor enkel de Herziene Statenvertaling.
Een laatste vraag die we nog willen bezien, is de kwestie of de voortgang van het evangelie schade zou kunnen oplopen door het gebruik van de Nieuwe Bijbelvertaling. Hoewel we zorgen hebben, hebben we persoonijk toch niet de behoefte en ook niet de moed hierover een uitspraak te doen. We laten het aan God over. De Geest is vrij en waait even ongrijpbaar als de wind. Waarbij we ook bedenken dat de bloeiperiode van de Reformatie (1560-1619) er was, toen de Statenvertaling (1637) nog niet bestond en men het dus met meer gebrekkige vertalingen moest doen. Ondanks de bezwaren die we hebben en houden bij de Nieuwe Bijbelvertaling, durven we niet uit te sluiten dat de Geest er Zijn ongekende gang mee gaat tot rijke zegen voor heel Nederland. In elk geval is het onze hartelijke wens dat dit zou mogen gebeuren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2005
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2005
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's