Kroongetuige
'En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God' (Matth. 16:16).
Zeggen wat 'men' zegt, dat klinkt heel goed ..., soms. Soms ook niet. Het kan daarbij gaan om een alom heersende mening. Zonder verdere gevolgen. Je kunt op zo'n manier onbetrokken napraten, nazeggen wat je ter ore kwam, en zodoende doorgever zijn van een nieuwtje of van oud nieuws. Heel veel mensen houden er vandaag de dag niet van wanneer men persoonlijk wordt. We zeggen dat ook gewoon tegen elkaar: 'Nu moet je niet persoonlijk worden.' Dan komt men ons te dichtbij. Het wordt me dan te heet onder de voeten. Men zou me immers later eens op mijn woorden kunnen pakken. Of me pijnlijk daaraan kunnen herinneren. 'Toen en toen heb je dat en dat gezegd.'
In de tekstwoorden boven deze meditatie is een kroongetuige aan het woord. Een uiterst belangrijke getuige. Iemand die het voor het zeggen heeft, maar die het ook zeggen moet. De Heere Jezus verblijft met Zijn discipelen in het hoge noorden. Nog boven Dan. Blijkbaar moet daar dan het hoge woord er uit. Eerst mag verteld worden wat de discipelen zo links en rechts hebben gehoord, hoe men de Heere Jezus ziet. 'Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben?' Dat gaat nogal, om daar verslag van uit te brengen. Dan mag je van-horen-zeggen meedelen. Dan stal je uit wat je zoal hebt opgevangen. En eigenlijk val je er zelf tussenuit. Niet meer dan een doorgeefluik ben ik dan. De schuif gaat weer dicht en we hebben het weer gehad, of gezegd. Men's mening is soms zo gemakkelijk.
Maar nu persoonlijk ... althans, dat wil de Heere Jezus. Hij wil niet in het gedachtegoed van 'men' blijven steken. Het noemen van Johannes de Doper of Elia of Jeremia heeft iets in zich van bepaalde trekken van deze figuren - die inmiddels uit de tijd zijn - in Jezus gezien of ontdekt te hebben. Bepaalde gelijkenissen. Misschien ligt er ook wel een bepaalde hoop opgeslagen in wat hier verwoord wordt door 'men'. Maar nu niet 'men' maar gij! Wie zegt gij? Wie zeggen jullie? Hier wordt door de Heiland het meervoud gebezigd. De discipelen kunnen zich nog verschuilen achter de groep, wanneer ze dat willen. Simon Petrus treedt naar buiten. Hij is op dat moment de kroongetuige. Hij wil wat zeggen dat hij niet van zijn vader maar van zijn Vader heeft. En dat wil heel wat zeggen ... Nee: alles! 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!' Die verwoording, dat getuigenis, is een kroongetuigenis. Daarin worden uiterst belangrijke zaken verwoord over de Heere Jezus Christus. Dat Hij de Zoon van God is. Niet slechts theoretisch en beschouwelijk, maar de Zoon van de God, Die ook werkelijk lééft. Die is en Hij zal zijn! De Heere zo te benoemen, is veelzeggend. En Zijn Zoon als de Gezalfde te belijden, als de van Godswege benoemde, geschonkene en gewijde, dat is de kern verwoorden van Christus' komst op aarde. U bent de Koning, de Priester en Profeet! U bent Degene in Wie in beginsel kruis en kroon liggen opgesloten.
Nee, hier is niet Simon, de zoon van Jona, aan het woord, maar Jezus' hemelse Vader! Is het niet bevrijdend: kroongetuige zijn is in feite nazeggen, wat is voorgezegd door God Zelf. Door Zijn Woord en Geest. Wanneer deze kroongetuige met eigen woorden moet vertellen wat hij op z'n hart heeft, buiten de Vader in de hemel om, dat verwoordt hij het zo: 'Ik ken Hem niet.'
Erg is dat, wanneer dat het getuigenis vanuit jezelf is. Of misschien wel het getuigenis, dat eruit komt om je hachje te redden. Om geen flater te slaan bij je vrienden. Om vandaag de dag anno 2005 mee te praten met wat 'men' over Jezus vindt en denkt. Wie werkelijk Zijn Vader aan het Woord laat, door Zijn Woord en Geest, die zal wat anders in te brengen hebben, dan ' ik ken Hem niet.' Die heeft werkelijk wat mee te delen in de diepste zin van het Woord.
Kroongetuige zijn is Christus meedelen. Anderen op de hoogte brengen van Wie Hij is en was en zijn zal.
Kroongetuige zijn is niet langer met de mond vol tanden staan temidden van zovelen met wie het anders zo goed praten is over van alles en nog wat behalve over Die Ene nodige, de Zoon van de levende God, Jezus de Christus!
Kroongetuige zijn is: zeggen wat vanuit mezelf onzegbaar is, maar ingefluisterd door God, de Levende Zelf, mag ik het nazeggen. Is daar trouwens het hele leven met Hem niet op gebaseerd? Niet op wat ik denk en voel en meen en vind, maar: daar staat geschreven; Gij zegt het Zelf!
Jezus als de goede Herder heeft gezegd door de Zijnen gekend te worden. Dat heeft alles te maken met het horen en gehoorzamen van Zijn stem, zodat het wordt één kudde onder die ene Herder. Het gaat nu even niet om 'men' of 'ons soort mensen'. Even heel persoonlijk: zeg het maar ...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2005
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2005
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's