Onze roeping bevestigd
OPENINGSWOORD PREDIKANTENCONTIO
We zijn samen in kerkelijk en geestelijk verwarrende tijden. Voor velen van ons is het jaar dat achter ons ligt zwaar geweest. Het heeft zijn wissels getrokken op ons en onze dienst. Het liet diepe sporen na. Meerderen van ons getuigden echter dat de Heere nabij was. Daarom was de last licht. Juist in de bediening van de verzoening was er zegen van de Heere. Het is altijd weer een verrassing dat de incarnatie, evenals de uitstorting van de Heilige Geest, deze diepe zegeningen meebrengen. Dat ze zo ver reiken. De Heere is gekomen in gebrokenheid. De Geest uitgestort op vlees. Juist daarom is Hij nabij in gebrokenheid. We kunnen Hem nooit diep genoeg in het vlees trekken. Daar hoeven we Hem niet in te trekken. Het heerlijke geheim van de vleeswording is dat Hij daar gekomen is. En dat Hij dat laat blijken ook.
Brede Hervormde Kerk
Anderen getuigden dat hun roeping om in de kerk te blijven staan nadrukkelijk door de Heere werd bevestigd. Geroepen door de Heere in Zijn gemeente, in het midden van de kerk. Daar staan we niet omdat we er voor gekozen hebben. Af en toe was ik onaangenaam getroffen als ik hoorde zeggen: 'Je moet nu wel een keus maken! Binnen of buiten de kerk'. Daar zit - hervormd gesproken - een verkeerde theologie achter. Daar - in die keuze - liggen de diepste motieven voor dienaren van het Woord niet. Daarom waren wij geen predikant in de brede Hervormde Kerk. We hadden en hebben er niet voor gekozen. Ik heb er zelfs niet voor gekozen predikant te worden. Laat staan dat ik er voor koos om in die brede volkskerk te staan. Besef van onze roeping geeft zicht op de trouw van de Heere en op het hele volk. En onze theologie, en eveneens onze ambtelijke dienst, staat of valt met de doorleving van de rechtvaardiging van de goddeloze. Dit warm kloppend hart van de theologie, van ons geloofsleven, geeft hoop voor de kerk. Biedt perspectief in de meest uitzichtloze situatie. Geroepen door de levende God Zelf. Roeping betekent ook steeds weer opnieuw geroepen worden. 'De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik weet met de moede een woord ter rechter tijd te spreken; Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, dat Ik hoor' (Jes. 50:4). Bevestigd in uw roeping om aan Jan Rap en zijn maat het evangelie te verkondigen. En te getuigen van Gods heilige en heilzame geboden.
De last van de Zaligmaker
Zwaar was het wel, omdat vele gemeenten die we dienen, zijn gescheurd. Aan die breuken hebt u geleden. De een op directe wijze, doordat ambtsdragers en gemeenteleden vertrokken. De ander indirect. Want, waar één lid lijdt, lijden ook de anderen. Het was onwezenlijk om deze donkere fase van het kerkelijk leven - van fusie en van scheiding - mee te maken. De zorg voor de hele kudde die de Heere u en mij heeft toevertrouwd, drukte des te meer. Het is goed dat uit te spreken. We moeten niet te groot willen zijn om eerlijk te erkennen dat het ons zwaar viel. Dat mogen we samen voor Gods aangezicht brengen. Wat kan een mens, een dienaar zich klein en machteloos weten in het licht van de vragen die op hem afkomen. Krachten, van buitenaf of van binnenuit, die gemeenten verscheuren. Er zijn momenten waarop we de profeten uit het Oude Testament horen klagen. De last valt hen zwaar. Zwaarder dan de last van de profeten, zwaarder dan u en mij sommige momenten vielen en vallen, zwaarder was de weg van onze lieve Heere en Zaligmaker. Zijn diepe vernedering in de kribbe en aan het kruis was van ongekend gewicht. Het was 'de zware last van Gods toorn die Hem het bloedige zweet in de hof uitgedrukt heeft'. Hij, Dienaar bij uitstek, kent u en mij als geen ander. Daarom, leef dichtbij Hem!
Het geheim van onze dienst ligt niet in de omstandigheden. Daar ligt het heil nooit. Het ligt in Hem Die heel de dienst heeft vervuld. Wij mogen gaan in Zijn weg. Wij mogen gaan in Zijn kracht. Bevestigd in de dienst van onze Heere en Koning. We mogen Hem dienen. Juist in deze tijd.
De kerk
De vraag voor dienaren van Christus is echter niet hoe zwaar zij het hebben. De vraag is niet: Hoe denken we over de kerk en haar structuren? De kern van ons ambtelijk leven grijpt dieper. Ambtelijk leven is dienst. Staan in de dienst van de Koning der kerk. Omdat we in Zijn dienst staan, hebben we een roeping ook voor de kerk. Voor het geheel van de kerk. Haar orde achten we onder de maat van een gereformeerde kerk. Zij beantwoordt in vele delen niet aan haar roeping lichaam van Christus te zijn. Of anders: een licht op de kandelaar, een stad op een berg, een pilaar en vastheid van de waarheid. Zij laat alle winden van leer toe. Zij let niet op de tucht in leer en leven. Wie weet zich aangetrokken tot deze verscheurde, verdeelde kerk? In haar midden zijn we geplaatst. In haar midden geroepen ons werk te doen en dienaren van Christus te zijn. Geroepen onszelf en heel de kerk telkens te herinneren aan de gehoorzaamheid aan Christus. De onderworpenheid aan ons Hoofd.
Wie de geschiedenis van de Gereformeerde Bond overziet, ontdekt voortdurend twee lijnen. Dat is een kleine honderd jaar geleden al begonnen. Aan de ene kant was er de lijn die zich vooral richtte op de eigen gemeenten, de eigen positie binnen de kerk, de lijn van het isolement Aan de andere kant de lijn waarin het zicht op heel de kerk bewaard bleef. Voortdurend conflicteerden en conflicteren deze lijnen. De strijd die in de jaren 1906-1909 is gevoerd, achtervolgt ons voortdurend. In 1909 is die strijd op vruchtbare wijze beslist ten gunste van het staan in de kerk. De diep achterliggende gedachte was het geloof in de trouw van de God van het verbond. Anders gezegd: er werd rust gevonden in Gods verbondstrouw. Die lijn is door ds. M. Jongebreur sterk ontwikkeld.
Maar de onderstroom bleef. Daarom hebben hervormd-gereformeerden nooit een evenwichtige ecclesiologie kunnen ontwikkelen. Iedere keer bleken er zaden en kiemen te liggen die de deur naar een breuk met de kerk open houden. Wellicht zit dat al in het verschijnsel van een bond in de kerk. Een bond die zich aan de rand begeeft, die worstelt met zijn eigen vleugels.
Zegen en schaduw
In de geschiedenis van de bond zijn de sporen van zegen aan te wijzen. Daar zijn we dankbaar voor. Naast de zegeningen zijn er ook de schaduwkanten. Die hebben wij niet ten volle en tot op de bodem doorzien. Waar is die zegen zichtbaar en tastbaar? Niet waar de kerkpolitiek op de voorgrond kwam en komt, maar waar het getuigenis klinkt, het getuigenis van Wet en Evangelie. Het getuigenis van het kruis. Waar in dat getuigenis heel de gemeente en heel de kerk in het blikveld was. Waar het werkelijk ging om het bewaren, verbreiden en verdedigen van de waarheid van de Schriften. Waar het bestaan van hervormd-gereformeerden geen doel in zichzelf was, maar de roeping voor het geheel van de kerk voluit in zicht kwam.
Daar werd ook het meest geleden aan de kerk. Dat is daar waar aan de fronten het gesprek werd gezocht. Waar predikantsplaatsen voor het eerst werden bezet door hervormd-gereformeerde predikanten. Daar waar het getuigenis van Schrift en belijdenis klonk, zonder dat er werd ingeleverd op het gereformeerd belijden. Ik denk aan dat getuigenis in de prediking, en in de collegezaal, en op de ambtelijke vergaderingen. Nee, het ging niet van overwinning tot overwinning. Eerder van nederlaag tot nederlaag. Toch was er sprake van een spoor van zegen. Want waar dit zaad wordt gestrooid en in de aarde valt, draagt het vrucht, naar Gods eigen beloften. I
Ik sprak over de schaduwzijde. Dan stonden we tegenover de kerk, dan waren we geen deel van haar. Dan was de ootmoed weg. Dan waren we niet samen ziek. Dan waren de anderen ziek. En wij waren gezond. O, afschuwelijke hoogmoed! Juist vanuit het gereformeerd belijden zouden wij beter moeten weten. Dat leert ons dat de diepste oorzaak van de crisis niet bij de ander ligt. Ook onze gemeenten waren vaak geen voorbeelden van gezond en voluit bijbels geestelijk leven, al zijn de beste schatten van de traditie onder ons bewaard. Dat is echter geen garantie dat er uit geleefd wordt. Ons getuigenis klinkt vele keren zwak en aarzelend in het kerkelijk gesprek. Priesterlijke bewogenheid kent echter ook profetische radicaliteit. De radicale eis van Gods geboden. Anders wordt de genade 'goedkoop', van haar kracht beroofd.
Het recht van Christus
Ligt de oorzaak van het feit dat we tegenover de kerk stonden niet bij de kerk zelf? Zeker. Jaar en dag hebben we gesmeekt om werkelijk gehoord te worden. Om de klassieke traditie, het geloof der vaderen, de religie van de belijdenis eindelijk eens ernstig te nemen in haar beleid. Om deze erfenis niet in te wisselen voor een schotel linzenmoes van moderne theologie. Hoe vaak is de kerk in haar synodaal beleid niet bezig geweest met eendagsvlinders die allemaal al lang weer dood zijn.
Daardoor verloor ze de katholiciteit van de kerk uit het oog. In de katholiciteit gaat het om de voortgaande verbondenheid met de kerk der eeuwen. Het staan op de schouders van het voorgeslacht. Katholiciteit betekent ook afwijzen wat ons voorgeslacht afwees. Het is spreken overeenkomstig de Schrift, de belijdenis van de kerk der eeuwen. Van de Vroege Kerk geldt: 'Dat zij de ketterij niet duldde, was haar roem'. De Vroege Kerk streed tegen de dwaalleer. Die katholieke strijd hebben wij te blijven voeren. De ketterij holt de kerk van binnen uit. Zij heeft er geen wettige plaats. Zij is er altijd onrechtmatig. Want Christus heeft recht op heel Zijn kerk: pilaar en vastheid van de waarheid. De beste dienst die wij de kerk kunnen bewijzen, is getrouw het volle Woord van God te bewaren. Getrouw dat Woord te preken en te spreken. Toegesneden op de huidige tijd, de huidige leefwereld.
Tollenaarsgestalte
De gehoorzaamheid aan Gods geboden, de onderwerping aan de vermaningen van het Nieuwe Testament, zijn voor de kerk het richtsnoer. Christus is Heere! Daarom zijn we tot de navolging geroepen. De kerk heeft heilig te zijn. Meer dan eens liet de kerk haar kinderen in de kou. Maar dat geeft kinderen geen recht haar af te schrijven. Haar dienaren kregen een ander 'middel'. Het middel van het naakte Woord! Sola Scriptura. In de bediening van de verzoening functioneert de sleutel van de tucht op wondere wijze. Een sleutel die rust in Christus' handen. Het was ons soms te weinig. We zochten andere middelen om druk te zetten. Hiermee zullen wij moeten zoeken in het reine te komen. Om met God in het reine te komen. Niet de kerkpolitiek, maar het bloedwarme getuigenis, de religie van de belijdenis, zullen onze 'wapens', onze geestelijke wapens mogen zijn. Ik bedoel daarmee dat we getuigen en dat we bestrijden. We geloven en we belijden. Maar ook: we wijzen af en we verwerpen. Dat is inherent aan de verbreiding en verdediging van de waarheid. Dat kan alleen vruchtbaar zijn als ons staan in de kerk wordt gedragen door waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde. Dan leeft ook de verstorven bewogenheid met heel de kerk weer op. En krijgt de verstorven verbondenheid aan het geheel van de kerk weer een plaats. Dat is geen verraderlijke poging om aan te passen aan moderniteit of pluraliteit. Van zo'n dorre waan is niets te verwachten. Dat weerspreken en bestrijden we resoluut Het ligt een laag dieper: God is de Barmhartige Die het verloren zoekt en Die het verlorene zalig maakt. De tollenaar ging gerechtvaardigd naar huis. Ja, de tollenaar die om genade bad. Dat geeft ons diep zicht op de kerk als geheel. Die tollenaarsgestalte daar bij het kruis! Daarin zijn de sporen zichtbaar van de bruid van Christus. Maar, het is wel een tollenaarsgestalte! Meer niet. De Heere rekent anders dan wij. In dat licht moet de bezinning onder ons zich verdiepen. In de verwarring van dit moment biedt een getrouwe en voortdurende prediking van het Woord mensen houvast. We kunnen niet anders: de nood is ons opgelegd. Temidden van al onze menselijke verwarring gaat de Heere verrassend door met Zijn Woord en Geest Het Woord van God is niet tot machteloosheid gedoemd. Naar de mate waarin wij van God geloven, zal Hij ook voor ons zijn.
Toekomst
Welke weg ligt er voor ons? Hoe zullen we in de kerk staan? Binnen de kerk zijn we dienaren van de Heere Jezus Christus. We willen de kerk houden aan haar belijdenis, het Woord van het kruis! We willen dat Woord uitdragen. Wee mij als ik niet spreek ... We willen onszelf en de kerk houden aan haar belijdenis. Aan de kracht die verscholen ligt in het belijden van de kerk der eeuwen. Dienaren van Christus preken van en getuigen van het geloof in de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Daar ligt onze roeping. Daar ligt ook onze hoop. Voortdurende verandering en vergaande vernieuwing helpen ons niet. Schiet onze dienst langs het kruis, het draagt geen vrucht. Maar waar het kruis geplant wordt midden in onze bittere werkelijkheid van samenleving, kerk en persoonlijk leven, daar raakt het evangelie onze existentie diep. Het werk van Christus zet ons volstrekt buitenspel. Hij ging de weg alleen. Het evangelie is diep genadig. Maar het werk van de Heilige Geest betrekt ons, betrekt de kerk er helemaal bij. We worden met Christus mee gekruisigd. We sterven en zie, we leven! De gemeente van Christus moet in deze tijd haar geloof bewaren in een verdeelde en verscheurde kerk. Dat valt haar zwaar. Wij vragen de gemeenten het overgeleverde geloof te bewaren 'in de liefde Gods'. Met de Kerk der eeuwen te belijden en u voor die belijdenis niet te schamen als het gaat over leer en als het gaat over leven. We mogen dat uitdragen met vreugde en gesterkt door de Geest van Christus. Hij geeft ons het heilig evangelie dat vandaag niets aan kracht heeft verloren. Dit evangelie wijst ons nu kerkelijk de weg. Het vernieuwt ons. Ja, dat hebben wij en onze gemeenten en heel de kerk dagelijks nodig. Dit evangelie leert ons Gods stem te horen en te gehoorzamen. In onze wereld. Christus is Koning. En Hij waakt over Zijn Kerk want Hij waakt over Zijn Woord.
'Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Wat ziet gij Jeremia? En ik zei: Ik zie een amandelroede. En de HEERE zei tot mij: Gij hebt wel gezien; want Ik zal wakker zijn over Mijn woord, om dat te doen' (Jer. 1:11, 12).
G.D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN
Op de door de jaren heen vertrouwd geworden locatie Hydepark, het opleidings- en nascholingscentrum van de kerk, ontvingen we vorige week opnieuw de zegen van onze tweejaarlijkse predikantenconferentie. Samen theologische vragen doordenken, bezinning op en discussie over de roeping als dienaar van het Woord, stilstaan bij de plaats van de kerk in onze 'heidense' cultuur. Als altijd waren diverse emeriti-predikanten in ons midden, terwijl verschillende vorig jaar bevestigde dominees voor het eerst aanwezig waren: de broederschap wordt door de generaties heen beleefd.
In zijn openingswoord, dat hiernaast staat afgedrukt, ging ds. G.D. Kamphuis in op de betekenis van kerkfusie en kerkscheuring voorde dienst van de predikant, waarna dr. J. van der Wal sprak over de spanningen in het leven van een predikant, die voort kunnen komen uit het leven in onze maatschappij, het kerkelijk en ambtelijk leven, de persoonlijkheid van de prediker en zijn gezinsleven. Veel aandacht besteedde hij aan hoe met al deze spanningen om te gaan. De lezing van de voorzitter van de Raad van Bestuur van Eleos zal later dit jaar in de Waarheidsvriend worden opgenomen,
's Middags - na de presentatie van de Artios-boekenreeks (zie elders in dit nummer) - sprak drs. J.H. Schrijver over Het dogma en de prediking. De Woerdense predikant verwoordde dat de leer niet bestaat uit leerstellige waarheden, maar dat het gaat om de leer van de zaligheid, het evangeliewoord.
De morgenlezing van de tweede dag werd verzorgd door dr. P.H. van Harten. De Ridderkerkse emeritus-predikant sprak over De toe-eigening van het heil in het licht van de Reformatie'. Hij zei dat in de prediking van Gods genadige toewending tot ons zich de ontmoeting met Hem voltrekt. Daarin mag het confronterende element niet ontbreken. Maar ook: 'Aannemen is geen woord met een bedenkelijke klank. Nemen wel.'
De laatste bijdrage kwam van dr. H. Vreekamp uit Epe, die sprak over Heidendom in het licht van de Heilige Schrift.' Hij werkte hierin de stelling uit dat het christendom in elke gemeenschap een eigen stempel draagt, waarbij hij zich concentreerde op het stempel dat het sociale leven van Noord-Europa op het christendom zette.
Ongetwijfeld zullen de diverse boeiende lezingen nog ergens gepubliceerd worden. We noemen tot slot vast de data waarop we DV in 2006 bijeen hopen te komen, namelijk woensdag 4 en donderdag 5 januari.
P.J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2005
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2005
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's