De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Roerende en onroerende goederen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Roerende en onroerende goederen

DE ZEGEN IN HET DIENSTBOEK [1]

8 minuten leestijd

Bovenstaande titel doet misschien denken aan een makelaar in roerende of onroerende goederen, maar de woorden zijn ontleend aan het nieuwe Dienstboek - een proeve, dat vorige maand als tweede deel gepresenteerd is binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Drie trefwoorden geven de inhoud aan: Leven, Zegen en Gemeenschap. Het onderwerp 'zegen' staat sinds enige tijd sterk in de aandacht in kerkelijke kring, ook bij ons. Dat komt door een cursus als Zegenend helpen, door de Healing Ministry in Engeland en de doorwerking ervan in de Alpha-cursus. Ook over het bidden onder handoplegging wordt onder ons steeds meer nagedacht. Mogen ouderlingen en gemeenteleden zegenen? Het is mijn bedoeling in drie artikelen aandacht te vragen voor dit onderwerp.

Middeleeuwen
In de geschiedenis van het protestantisme heeft het thema zegenen weinig aandacht gekregen. Slechts incidenteel, zoals bij een huwelijk, konden mensen een persoonlijke zegen ontvangen. Aan het einde van de Middeleeuwen was een praktijk gegroeid, waarbij het mogelijk was alles en iedereen te zegenen. En oud rituelenboek vermeldt niet minder dan 177 verschillende zegeningen. De reformatoren hebben deze middeleeuwse uitwassen afgewezen. Dit komt tot uiting in het klassieke avondmaalsformulier, waar in de lijst van openbare zonden staat: 'alle tovenaars en waarzeggers, die vee of mensen, mitsgaders andere dingen zegenen, en die aan zulke zegening geloof hechten'. In de hertaling in ditzelfde Dienstboek is het woord 'zegenen' vervangen door 'magisch toewijden'. Tevens kan vermeld worden dat de middeleeuwse zegeningen gewoonlijk in het Latijn uitgesproken werden en de handelingen dus al gauw magisch misverstaan werden. De reformatoren zijn dus terecht zeer kritisch geweest naar het veel voorkomende zegenen. Luther stelt in zijn commentaar op de Galatenbrief dat de zegen niets anders is dan de belofte van het evangelie. De zegen wordt bijgevolg niet over mensen uitgesproken, maar tot mensen gericht. Dit houdt in dat bij een zegening degenen die gezegend worden, lichamelijk aanwezig moeten zijn, terwijl dit bij een voorbede geen voorwaarde is. De consequentie hiervan is dat slechts mensen die in de kerk aanwezig zijn, aan het eind van de dienst gezegend kunnen worden. De gewoonte van diverse predikanten om de zegen uit te breiden tot 'allen die bij u horen' of 'allen die u deze week zult ontmoeten', is dan niet meer mogelijk.

Wat is een zegen?
Volgens het Dienstboek is de zegen niet slechts het uitspreken van een belofte, maar in de zegening voltrekt zich de belofte van het heil. Door het uitspreken van de zegen gebeurt er iets aan en met mensen. Het laat zich vergelijken met de rol van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand bij een huwelijksvoltrekking. Met het uitspreken van de zin 'dan verklaar ik, als ambtenaar van de Burgerlijke Stand, in naam der wet, dat N en N voor de echt aan elkaar verbonden zijn' wordt het huwelijk voltrokken.
In soortgelijke zin wordt met het uitspreken van de zegen de zegen geschonken. De zegen overstijgt het karakter van een vrome, maar wellicht vergeefse wens, aangezien de zegen van God zelf afkomstig is en Hij ervoor garant staat dat Zijn woord in vervulling gaat. De zegen is niet op één lijn te stellen met het gebed, de woordverkondiging of de sacramenten. Ook al is er een aantal overeenkomsten aan te wijzen, de zegen is van een geheel eigen orde (p. 409). Het woord 'zegen' komt in de Bijbel op diverse manier voor:
- ten eerste als taalhandeling: de zegen uitspreken;
- tevens als de werkzame tegenwoordigheid van God: God-met-ons;
- ten derde als het goede dat uit Gods heilzame toenadering en tegenwoordigheid voortvloeit.
Ook tastbare zaken als brood, schapen, geld, kinderen kunnen ervaren worden als een geschenk uit de hemel en daarom worden aangeduid als zegen. In het zegenrijke handelen van de Eeuwige kunnen volgens het Dienstboek vier aspecten onderscheiden worden: de zegen maakt heel, de zegen geeft kracht, de zegen biedt bescherming en de zegen sticht gemeenschap.

Mensen en voorwerpen?
Gezien de aard van de zegen is het niet verwonderlijk dat Gods zegeningen vrijwel altijd mensen betreffen. Bij de schepping worden ook dieren gezegend. Eenmaal wordt vermeld dat het veld gezegend wordt, maar het is de duidelijk dat de opbrengst van het veld mensen ten goede komt. God zegent de sabbat, en wel omdat de sabbat gemaakt is om de mens. Hij zegent de woning van de rechtvaardigen, het gewas en het voedsel. Hiermee komen we volgens het Dienstboek op het terrein van de roerende en onroerende goederen.
Ook waar het in de traditie van de kerk gewoonte is geworden niet alleen mensen te zegenen, maar ook voorwerpen, huizen, kerken, vervoermiddelen, landerijen, wint het besef veld dat het in die gevallen ten diepste toch ook gaat om het welzijn van de mensen die in de betreffende huizen wonen, daar ter kerke gaan, zich veilig verplaatsen, aangewezen zijn op de oogst van het land. Stoffelijke zaken bedoelen in dat geval om geloof bij de ontvanger te bewerkstelligen en om die in relatie tot de Eeuwige te brengen. Een zegening zal in de regel niet een op zichzelf staand gebeuren zijn, maar liturgisch worden ingekaderd. Er zal een woordverkondiging plaatshebben - hoe summier ook - , waardoor de kans op een ongewenste interpretatie van het ritueel aanmerkelijk gereduceerd wordt (p. 423).
Het Dienstboek stelt wel voor om de zegen in tal van situaties mee te delen: na de geboorte of adoptie van een kind, een reiszegen, een zegening van zieken, een huiszegen, een tafelzegen, het zegenen van voorwerpen voor de eredienst, zoals een doopvont of avondmaalstafel, maar ook een orgel of piano. Ook ramen met een speciale afbeelding kunnen gezegend worden. Hoe moeten we hierover denken?

Joodse benadering
In het boek Our Father Abraham: Jewish Roots of the Christian Faith geeft M.R. Wilson aan dat de Israëlieten niet de noodzaak zagen om voedsel, drinken of andere materiële dingen te zegenen. In het gebed waren zij gericht op het zegenen (= prijzen) van God, de Schepper en Gever. Zo staat er in Deuteronomium 8:10: 'Wanneer u gegeten zult hebben en verzadigd zijn, zo zult u de HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven'. De zegenspreuk (berakah) brengt geen heiligheid aan het voorwerp zelf. Men geeft dank aan God en getuigt dat de aarde van Hem is en dat wij slechts gebruikers zijn.
Zo zegt men in de joodse traditie bijvoorbeeld voor de maaltijd: 'Gezegend zijt Gij, Heere onze God, Koning van het heelal, die het brood voortbrengt uit de aarde'. De Israëlieten zouden nooit gedacht hebben hun eten te zegenen. Het is door het Griekse denken opgekomen dat gewone dingen gezegend moeten worden. Daarom is het ook niet juist dat in de oudere bijbelvertalingen staat dat Jezus het brood bij de wonderbare spijzigingen zegende (zo ook nog het Dienstboek, p. 408). Hij zegent wel kinderen, maar spreekt bij het brood de berakah uit, de lofverheffing tot God, ook wel dankzegging genoemd. Zo is het ook beter om bij de bediening van het Heilig Avondmaal te spreken over 'de drinkbeker van de dankzegging, waarover/waarbij wij de dankzegging uitspreken' dan over 'dankzeggende zegenen' en daarbij een zegenend gebaar maken.

Halfslachtig
Het valt mij op dat in het Dienstboek staat, zoals reeds geciteerd is, dat het besef veld wint dat bij het zegenen van voorwerpen het toch ten diepste gaat om het welzijn van de mensen. Het is jammer dat men die lijn niet consequenter heeft doorgetrokken. Nu is een zekere halfslachtigheid te bespeuren. Bij het in gebruik nemen van klokken en muziekinstrumenten worden deze zaken gezegend, maar bij de ingebruikname van avondmaalsgerei staat in het gebed 'zegen uw gemeente', en bij liturgische kleding 'zegen onze voorganger/cantorij'. Niet de antipendia (kleden voor preekstoel/tafel) of kunstwerken worden gezegend, maar er kan wel gevraagd worden 'zegen dit raam'. Hoe zit het met de genoemde teksten uit het Oude Testament? Daar worden veld, akkers, gewas en huis direct betrokken op de mens. Er wordt geen zegen uitgesproken waardoor die onroerende goederen op zichzelf 'gezegend' zijn, maar de mens die leeft: voor Gods aangezicht, ervaart in werk en woning Gods genadige nabijheid.

Heiliging
Het is opvallend dat de tabernakel na de bouw niet ingezegend wordt. Hij wordt wel op een speciale manier in gebruik genomen: door zalving en heiliging (Ex. 40). Het woord heiliging wordt ook genoemd bij de ingebruikname van de tempel (1 Kon. 8:64). In beide gevallen worden ook veel offers gebracht.
Misschien dat diverse lezers zich afvragen wat het verschil is tussen heiligen en zegenen. Heiligen is het afzonderen van het gewone, profane gebruik en toewijden aan God. Hij heeft er voortaan de beschikking over, en niet wij. Dat blijkt ook wel als zonen van Aäron verkeerd vuur brengen: het gevolg is dat zij sterven (Lev. 10). Gods aanwezigheid en heiligheid bepalen voortaan de eredienst, en de uitwerking ervan is bepalend voor mensen. Dat geldt zowel de barmhartigheid als de toorn van God, Zijn zegen en vloek.
Het is mijn overtuiging dat het beter is een kerkgebouw en liturgische voorwerpen te heiligen, toe te wijden aan God, dan ze te zegenen. Het gevaar bij 'zegenen' is dat wij menen over Gods kracht te kunnen beschikken en uitsluitend positieve dingen zeggen, terwijl bij heiligen doorklinkt dat God heilig is en met ons kan handelen naar Zijn goeddunken. Natuurlijk mogen we bidden om Gods zegen, maar die is niet los verkrijgbaar. Het Dienstboek spreekt ook wel over heiliging (p. 535), maar werkt deze gedachte niet voldoende uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2005

De Waarheidsvriend | 17 Pagina's

Roerende en onroerende goederen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2005

De Waarheidsvriend | 17 Pagina's