Zegen en vloek - wie zegent wie?
DE ZEGEN IN HET DIENSTBOEK [2]
Jongeren staan in een kring, houden elkaars hand vast en zingen elkaar toe: 'Ik zegen jou in Jezus' Naam' (Evangelische Liedbundel 444). Mogen ze dat doen of is het zegenen voorbehouden aan predikanten? Voordat we daarop ingaan, is het van belang eerst stil te staan bij de tegenstelling tussen zegen en vloek.
Zegen en vloek
Volgens het Dienstboek worden in Deuteronomium 28:1-14 zegeningen, verbonden met het naleven van de geboden, breed uitgemeten. In dit bijbelboek stuiten we op de gedachte dat gezegend zijn verplichtingen schept. Indien Israël de geboden niet onderhoudt en andere goden naloopt, roept het volk de vloek over zich af. Vloeken is een blokkade opwerpen op de weg naar Gods toekomst, de komst van het Rijk in de weg staan. Een vloek is datgene waarop geen zegen rust, wat strijdig is met Gods bedoelingen om te komen tot een wereld van vrede in gerechtigheid. Terwijl de zegen solidariteit bewerkt, brengt de vloek scheiding en vervreemding teweeg. Zegen en vloek zijn het grote thema van de Bileam-geschiedenis (p. 410).
Als beoordeling wil ik opmerken dat in deze weergave diverse zaken door elkaar lopen. Het is beter om te onderscheiden tussen zegen en vloek die consequenties zijn van het verbond enerzijds en verwensingen/vervloekingen anderzijds. In het eerste geval roept Israël door ongehoorzaamheid aan God de vloek over zich af. In plaats van vruchtbaarheid komt er onvruchtbaarheid en in plaats van overwinning nederlaag.
Het is mij niet helemaal duidelijk waarom het Dienstboek spreekt over 'strijdig is met Gods bedoelingen om te komen tot een wereld van vrede in gerechtigheid'. Immers, het lijkt alsof Israël hier als model voor heel de wereld staat, terwijl in Deuteronomium de zegen over Israël tegelijkertijd inhoudt dat de Kanaanieten gestraft worden (Deut. 7). Het is dus niet juist als in het Dienstboek staat: 'Steeds wanneer in de Schriften gesproken wordt over de zegen die Israël wordt toegezegd, klinkt door dat ook de volkeren in die zegen zullen delen'. Dat geldt wel in Genesis 12:3 en nog meer plaatsen, maar niet overal. Een vloek is geen blokkade, maar een oordeel. Vervolgens: Bileam is gehuurd om een vervloeking uit te spreken over Israël (zwarte magie), in de naam van bepaalde goden, maar de HEERE grijpt in en dwingt hem het volk te zegenen. Maar dat is een zegen en vloek van een andere categorie dan de consequenties van het verbond.
Heilig
Hier komt een essentieel onderwerp naar voren. Wij kunnen niet zegenen wanneer iemand onder Gods toorn of vloek ligt, alsof wij dat ongedaan zouden kunnen maken. En omgekeerd, hoe zouden wij, als Bileam, een vloek kunnen uitspreken over iemand die door God gezegend is? (Dat laatste ervaren in onze dagen ook allerlei satanisten, die bevreesd zijn over wedergeboren christenen een vloek uit te spreken.)
Mensen kunnen 'eindeloos zegenen', maar het is God die de zegen kan geven. Wil Hij die ook geven? Dat is zeker het geval als mensen aan Hem toegewijd zijn en gehoorzamen. Dat heeft alles te maken met wat in het vorige artikel 'heiligen' is genoemd. Daarmee is het de HEERE die bepaalt wat er gebeurt. Door slechts te spreken over onze daden van zegenen, wanneer en hoe we dat kunnen doen, lopen we het gevaar ons niet langer onder Gods normen te stellen. Het meest schrijnend komt dat tot uiting in de 'Orden voor de zegening van andere levensverbintenissen' en 'Elementen voor een trouwviering van een christen en een niet-christen' (p. 795e.v.).
De zegen is toch niet los verkrijgbaar? Als we ons niet stellen onder het gezag van het gehele Woord van God, behoeven we niet te rekenen op Gods zegen, maar kan Hij Zijn toorn of vloek over ons en onze gemeente doen neerkomen. Ik vind het heel goed dat het Dienstboek het lang verwaarloosde thema 'zegen' veel aandacht geeft, maar beseffen wij wel hoe heilig dit onderwerp is? Twee zoons van Aäron sterven wanneer zij verkeerd vuur in de tabernakel brengen (Lev.10), en hetzelfde gebeurt met Ananias en Saffïra (Hand. 5). De gemeente van Korinthe krijgt met ziekte en sterfgevallen te maken (1 Kor. 11) en de zeven gemeenten van Klein-Azië kunnen ook niet zomaar hun gang gaan (Openb. 2-3). Onze daden hebben consequenties, en kunnen zegen en vloek te weeg brengen. (In de Studiebijbel OT, deel 1 staat een excurs over 'zegenen', in deel 2 komt een excurs over 'zegen en vloek', waarin deze zaken verder uitgewerkt worden).
Om soortgelijke redenen zou het ook goed zijn als het Dienstboek zou ingaan op de methode van de Therapeutic Touch, die nu kritiekloos genoemd wordt. Staat zegenen hiermee en met Touch for Health op één lijn? Bij zegen en handoplegging moeten we mijns inziens kritisch nagaan welke krachten overgedragen worden, omdat ook occulte belasting overdraagbaar is.
Wanneer zegenen
Volgens het Dienstboek kan een ernstige ziekte aanleiding zijn tot het uitspreken van een zegen. Ook wanneer iemand op sterven ligt, is een afscheidszegen waarmee de stervende wordt toevertrouwd aan Gods genade, een zinvol gebeuren. In het verleden werd mensen die een grote reis gingen maken een reiszegen meegegeven. Ook kan een zegen op zijn plaats zijn bij uitzending naar een bijzondere werksituatie of aanvaarding van een bijzonder ambt. Met name onder Surinamers is het gebruik een geestelijke uit te nodigen voor een huiszegen wanneer men een nieuwe woning betrekt. De viering van een verjaardag op kroonjaren zal evenmin zonder een zegening voorbijgaan (p. 421).
Wie zegent wie?
Het Dienstboek stelt vanuit de gedachte van het priesterschap van alle gedoopten dat het verlenen van de zegen geen voorrecht is van geordineerde voorgangers. In principe is iedereen geroepen medemensen en de schepping als geheel tot zegen te zijn. Soms kan het geboden zijn dit te expliciteren in het uitspreken van een zegen. Zoals aan de hand van oud-testamentische teksten, maar ook met tal van voorbeelden uit de traditie van het joodse geloofsleven geïllustreerd kan worden, maken zegeningen ook deel uit van rituelen in huiselijke kring. Het uitspreken van een zegenwens bij een ontmoeting of een afscheid, het zegenen van de sjabbat of de zegen die op een sterfbed wordt uitgesproken over nabestaanden, laten dat zien. In het christendom zijn vele van dergelijke gebruiken bewaard en nieuwe ontstaan. Soms wordt een kind door zijn moeder of vader 's avonds na het avondgebed gezegend. In dit verband kan ook gewezen worden op de ochtend- en avondzegen van Luther.
Wie er in een zegenviering voorgaat, is mede afhankelijk van de plaats waar de dienst gehouden wordt. Waar ter wille van de goede orde de bediening van het openbare ambt van Woord en sacrament is toevertrouwd aan predikanten, namelijk wanneer de gemeente samenkomt en de Woordverkondiging respectievelijk de bediening van de sacramenten een publiekelijk karakter heeft, wordt de ambtshandeling van het zegenen uitsluitend door een predikant verricht (p. 421). Bij persoonlijke boete mag elke gedoopte zegenen.
Dankzegging en zegen na de geboorte of adoptie van een kind: in de eredienst een predikant, thuis predikant, ouderling of kerkelijk werker.
Reiszegen: in de eredienst een predikant, thuis predikant, ouderling of kerkelijke werker (ook huisgenoten kunnen hier de zegenhandeling verrichten).
Zegening en zalving van zieken: in de eredienst predikant of kerkelijk werker; thuis predikant, ouderling of kerkelijk werker.
Huiszegen: predikant, ouderling of kerkelijk werker (ook de bewoners kunnen hier de zegenhandeling verrichten).
Tafelzegen: elke aanwezige.
Ingebruikneming van kerkgebouwen: predikant.
Trouwviering: predikant (p. 422e.v.).
Beoordeling
Het is verheugend dat het Dienstboek een goede opsomming geeft van wat iemand doen mag, omdat daarover veel onkunde en verwarring bestaat. Grotendeels ben ik het wel eens met de aanwijzingen, ook ten aanzien van de ouderlingen en kerkelijk werkers, maar het valt mij op dat er geen afgrenzing plaatsvindt naar de personen die de zegen uitspreken. Kan en mag iedere gedoopte zegenen? Naar mijn overtuiging is de eerste voorwaarde een levende relatie met de Heere God. Immers, in Zijn Naam zegenen vereist toch een band met Hem, want hoe kunnen we anders met volmacht spreken? Ook is een heilige levenswandel nodig. Wij beschikken toch niet over de zegen? Wanneer we iets zeggen dat meer is dan een vrome wens, moeten we wel weten dit vanuit Gods volmacht te doen. Een zegen uitspreken schept - terecht - verwachtingen bij degene die de zegen hoort. Laten wij oppassen geen verwachtingen te wekken die we niet waar kunnen maken. Daarom heb ik nogal dubbele gevoelens bij het zingen van het lied 'Ik zegen jou in Jezus' Naam'. Wanneer het echt uit overtuiging gezongen wordt, kan het goed zijn, maar hoe vaak gebeurt het niet dat we liederen te gemakkelijk meezingen? Zegenen kan alleen vanuit een houding van diepe afhankelijkheid en toewijding, met een heilig ontzag. Rituelen en symbolen kunnen verdiepend werken en heel belangrijk zijn, maar zonder geestelijke inhoud zijn het slechts lege vormen. In zo'n situatie verwerpt God de offers van Israël en wil Hij het getier van de liederen niet meer horen (Amos 5:22-23).
Al het misbruik neemt echter niet weg dat er ook een goed gebruik mogelijk is. Dat is zelfs onze opdracht: 'Vergeldt niet kwaad voor kwaad, of schelden voor schelden, maar zegent daarentegen; wetende, dat gij daartoe geroepen zijt, opdat gij zegening zoudt beërven (1 Petr. 3:9).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's