Profeet met het potlood
EEN VRIENDENBOEK VOOR DS. C. BLENK
Wanneer het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de bovenzaal van hotel Concordia in Woerden vergadert, neemt collega Blenk in dat gezelschap zijn eigen plaats in. Terwijl de anderen het gesprek voeren - soms rustig, soms heftig - zit Blenk vaak stil voor zich uit te kijken. Het lijkt soms wel of hij slaapt. Maar niets is minder waar. Want ineens grijpt hij naar zijn potlood - Blenk was en is docent - en begint te schrijven. En dan, na een wenk van de voorzitter, schieten de vragen uit zijn mond. Prikkelende vragen, die doorstoten naar het wezenlijke. Op aandringen van anderen gaan zijn vragen over in een verhaal, een betoog soms, waarin met vuur en vlam de hele discussie over kerk en geloof in een breder kader wordt geplaatst. Het is het kader van de kerk in de geschiedenis van Gods wereld. Terwijl hij kraste met zijn potlood, zag hij iets en daarom spreekt hij. Even klinkt een stem in een profetenmantel. Dan zwijgt hij weer, trekt zich bescheiden terug en geef zijn mening graag voor beter.
Onder de open hemel Profetisch geïnspireerd. C. Blenk als historicus en theoloog is de titel van het boek dat vrienden hem gisteravond hebben aangeboden, nu onze collega deze maand 65 jaar wordt en komende zondag afscheid neemt van zijn gemeente te Delft. In deze titel vinden we de trefwoorden die Blenk typeren. Historicus en theoloog, maar daarbovenuit een predikant, die geïnspireerd wordt door het profetisch Woord. Onder de open hemel van het Woord woekert een mensje, uit het stof verrezen, met de talenten die God hem schonk als predikant, theoloog en - iets eigens - als historicus. Ik geef in dit artikel een impressie van het boek. Hoewel het uit maar liefst zestien hoofdstukken bestaat, heb ik het achter elkaar uit gelezen. Ik vond het boek werkelijk fascinerend. Het boeide mij van het begin tot het eind. Vrienden, onder wie oud-vicarissen, verdiepten zich elk in een facet van de profetie en deden dat met Blenk op hun netvlies. Dat maakt hun reflectie zo levend en spannend voor onze tijd. Helaas kon de geplande bijdrage van prof. C. Graafland door diens overlijden niet doorgaan.
Onder de vleugels van ds. Boer
Na een Inleiding en verantwoording door de beide leden van de redactie opent
M. Burggraaf de bijdragen met een opstel over de levensgang van Blenk. Burggraaf en Blenk kennen elkaar vanaf de collegebanken in Utrecht en de CSFR in de jaren zestig. Toen al werd Blenk gekenmerkt door het zoeken van Gods hand in de geschiedenis. Hij werd leraar in Vlaardingen. Docent is hij gebleven tot op de dag van vandaag (THGB - Ede).
In die tijd raakte hij samen met zijn vrouw betrokken bij het evangelisatiewerk. Eerst in Vlaardingen, daarna in Zoetermeer. Daar kwam hij 'onder de vleugels' van ds. G. Boer. De profetisch-bevindelijke prediking van Boer, betrokken op de bredere verbanden van kerk en wereld, vormden Blenk. Hij werd predikant en volgde de roeping naar Woubrugge, Oudewater, Amsterdam en Delft. Blenk en de stad - centrum van hedendaagse cultuur, kruispunt van de geschiedenis, toneel van de strijd tussen het evangelie en het rijk van satan - ze horen bij elkaar. Hier zag ds. Blenk de flitsen van de zes bijbelse modellen van een visie op de geschiedenis (waarover hij in 2003 schrijft in Belijden met hoofd en hart) en stond hij er zelf middenin.
De profetie
Een belangrijk onderdeel van de bezinning in dit boek raakt de vraag hoe wij de gegevens in het Nieuwe Testament over de profetie moeten lezen en uitleggen. De meningen zijn nogal divers.
M.D. Geuze ziet in de profeet een speciale bediening naast die van apostel en andere taken in de gemeente. Apostelen (niet alleen de twaalf) zijn de gemeenteplanters en -bouwers. Profeten zijn de ontvangers en verkondigers van de openbaring van God. (46) Geuze is van mening dat in de gereformeerde traditie het zicht op de profetische bediening te veel buiten beeld is gebleven. Hij pleit voor eerherstel. Er is in onze tijd van geestelijk verval en kerkelijke verdeeldheid een schreeuw om profetie. (54)
J. Hoek vraagt aan de gereformeerde dogmatiek om openheid ten aanzien van de profetie als gave van de Geest. In het Nieuwe Testament is profetie 'het door de Heilige Geest geïnspireerde spreken ter stichting, vermaning en bemoediging.' (97) Het is geen ambt. Hij weerspreekt de opvatting van A.N. Hendriks, dat deze gave beperkt is gebleven tot de begintijd van de kerk. Ook vandaag is profetie van belang. De kerk moet zich openstellen - in kritische toetsing aan de Schrift - voor gaven van genezing op gebed, bevrijding van demonen, tongentaal en profetie. (103)
Het volgende hoofdstuk, geschreven door C.A. van der Sluijs, benadert de profetie precies vanuit tegenovergestelde hoek. Profetie is 'een machtige en onweerstaanbare doorbraak van het Woord van God in een bepaalde crisissituatie van het volk van God'. (109) Maak deze gave van de Geest nooit los van de bediening van het Woord. Anders komt men terecht in de theologia gloriae, alsof het koninkrijk hier en nu al gerealiseerd zou zijn. In een authentieke prediking als profetie spreekt en handelt God, wiens woord tegelijk daad is. (105)
A. van Lingen nadert Van der Sluijs in zijn opvatting. De profeet is in het Nieuwe Testament drager van een ambt. (25) In dat ambtelijk werk van de profeet gaat het om de verkondiging van het heil in Christus en vooral om de onthulling van het heil; van de weg die het heil zoekt door de geschiedenis heen naar de voleinding. (25) Is Blenk ook onder de profeten? Van Lingen: 'Ik vermoed van wel. Hij heeft het profetische in zich.' (31)
Bijbelse theologie en Reformatie
In deze bijdragen wordt duidelijk hoe moeilijk het is om helder zicht te krijgen op de wijze waarop in het Nieuwe Testament over de profetie gesproken wordt.
Het is de bijdrage van H.J. de Bie die hier verder helpen kan. Hij schrijft over bijbelse theologie als beschrijving van de theologie van de Bijbel. Het gaat in de Schrift niet om losse gegevens, maar om de samenhang. De gegevens moeten niet vanuit welk extern principe dan ook, maar vanuit de uit de Schrift zelf opkomende verbanden en grondstructuren gelezen worden.(38) Dat geldt ook voor de profetie.
Een andere bijdrage die helpen kan, is die van A. de Reuver en wel vanuit kerkhistorisch oogpunt. Hij schrijft een fraai opstel over de verhouding tussen Luther en Müntzer. Laatstgenoemde had in de collegezaal in Wittenberg aan Luthers voeten gezeten, maar was, geraakt door de mystiek, weggegroeid van zijn leermeester. Zijn visie op de Geest leidde tot geestdrijverij en chiliastische revolutie. (59) Luther wist ook wat mystiek was, maar normeerde deze altijd door het Woord. Müntzer zag zich als een gezonden profeet van de eindtijd. Luther wilde horige van het Woord zijn. (63)
Wellicht kan mijns inziens overwogen worden of het in onze tijd van ervaring en beleving niet geboden is vooral de openbaring door het Woord te benadrukken. Hoezeer ik het goed recht van de gaven van de Heilige Geest erken, de mens van vandaag moet wel een extra gave bezitten om er op een Woordgebonden manier mee om te gaan. Daar schort het helaas nogal eens aan.
De hoogste Profeet en Leraar
Wie Blenk zegt, zegt ook - in navolging van Boer - bevindelijk geloofsleven. Blenk heeft zijn geestelijke wortels gelukkig nooit verloochend. H. van den Belt schrijft er mooi over. Hij behandelt het drievoudig ambt van Christus: profeet, priester en koning, zoals daarover wordt gesproken in zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus. Calvijn verbond in latere uitgaven van de Institutie de profetie met het ambt. Ook Van den Belt vraagt zich af of het vuur van de Geest in de gereformeerde traditie niet te veel geblust is door de vrees voor doperse excessen. (70) Interessant is de verbinding die hij bij Blenk signaleert tussen het drievoudig ambt van Christus en het bevindelijk geloofsleven. Hij constateert zelfs een chronologie in de bevinding, naar de geleding van eerst het profetisch, dan het priesterlijk, dan het koninklijk ambtwerk van Christus in ons hart. Het mooie van Blenk is dat hij dit bevindelijke uit de oude voegen tilt en in nieuw missionair perspectief plaatst. (75)
Kerk en prediking
Verschillende bijdragen betrekken de profetie op de kerk. Zo is er bijvoorbeeld aandacht voor de prediking.
B.J.D. van Vreeswijk schrijft over de prediking als bediening van de verzoening. Dat heeft Blenk echt van Boer. Toen dr. C.J. den Heijer de bediening van de verzoening wilde afbreken, kwam Blenk in het geweer. Evenals Boer sloeg hij de priester, de profetenmantel om. Gods liefde en gerechtigheid spelen een heel sterke rol in de verzoening. (91)
Ook J.H. den Braber schrijft over de prediking. Hij stelt zich de vraag of de wereld om profetische prediking vraagt. Naar aanleiding van een onderzoek onder een groep personen die weinig of niet naar de kerk gaan, komt hij tot de stelling dat de prediking een dubbele loyaliteit moet kennen, naar de Bijbel toe en naar de mens van vandaag toe. De prediking moet bijbels en relevant zijn. (137) Onze gids hierbij zijn de profeten uit het Oude Testament.
Oecumene en zending
Dan is er ook het kerk-zijn tussen andere kerken.
Daarover schrijft I.A. Kole. Blenk was jarenlang betrokken bij het COGG (Contact Orgaan van de Gereformeerde Gezindte). Hij lijdt onder de kerkelijke gescheidenheid, schrijft Kole terecht. Ooit schreef Blenk een ecclesiologische consensus (een stuk, waarin men vanuit verschillende reformatorische kerken tot eenstemmigheid kwam inzake de visie op het kerk zijn). (18) Men proeft de oecumenische drijfveer. Ook de zending behoort wezenlijk bij het kerkzijn.
Kerk-wereld-Israel
J. van der Graaf plaatst de profetie als bediening van het Woord der openbaring ook vanuit de kerk naar buiten, naar de wereld. Het gaat om de doorschouwing van de geschiedenis. Hij maakt een opmerking die ik niet meer kwijtraak. 'In het midden van de geschiedenis (het kruis, WV) vond daar de grote blikseminslag plaats, waardoor de geschiedenis Zin kreeg, maar ook de on-Zin in de geschiedenis werd ontmaskerd.' (119) De belijdenis van Barmen (1934) is een indrukwekkend voorbeeld dat de kerk profetisch sprak. Profetische prediking kent een apocalyptische spits. (W. Aalders) Juist zo komt Israël in beeld (Zach. 14:9-10).
Verwant hiermee is de bijdrage van een van onze studenten die binnenkort de Leidse academie gaat verlaten, omdat hij zijn studie heeft voltooid, drs. L. Plug. Hij schrijft over de geschiedenis als theologisch thema bij W. Aalders. Aalders maakt in zijn latere publicaties onderscheid tussen geschiedenis en historie. Over de geschiedenis is hij somber, doortrokken als ze is van de zonde. Het begrip historie plaatst de geschiedenis in een heel ander perspectief, namelijk die van het komende koninkrijk van God.
Van die historie is de kerk het hart. Zij heeft de arabon, het onderpand van de Geest, als belofte van Gods toekomst. Blenk zei eens tegen Plug: 'Aalders neemt de geschiedenis niet serieus.' 'Nou', zegt Plug, 'dat klopt niet. Aalders neemt de geschiedenis wel degelijk serieus, maar dan niet als vriend, maar als vijand.' (85)
Kerk- en wereldgeschiedenis
In de bijdrage van J.J. Visser worden de contouren wijd. Ook hij kent Blenk vanaf de studentenjaren. Samen zochten ze heil in Berkhofs these dat Christus de zin der geschiedenis is.
Hij waardeert daarom de vervlechting van kerk- en wereldgeschiedenis bij Blenk zeer. Zelf geeft hij daarvan ook enkele voorbeelden, die hij uit eigen ervaring heeft meegemaakt. Bijvoorbeeld de Belhar-belijdenis in Zuid-Afrika (tegen de apartheidspolitiek) en de betekenis van de voorouders bij iemand als Kwame Bediako. (132) Je ziet hier hoe belangrijk de contextualiteit is.
P.J. Verhagen, de psychiater-theloog, slaat zijn vleugels breed uit. Zijn bijdrage vind ik erg origineel en boeiend. Hij gaat in op de vraag op welke wijze traumatische ervaringen in de geschiedenis van een volk van invloed kunnen zijn op het ontstaan en het verloop van profetische bewegingen en op het optreden van profeten.(142-143) Hij noemt enkele voorbeelden. (Japan, Saoedi-Arabië) In botsende culturen kan het voorkomen dat bewegingen rondom een Messias die verwacht wordt, het oorspronkelijke gedachtegoed van een cultuur weer tot leven komt. Daar is de figuur van een profeet mee verbonden. Hij gaat in het bijzonder in op het zogenaamde chosen trauma, collectieve herinneringen aan een trauma als bron voor profetische bewegingen. Hoe zat dat bij Jeremia uit Anathoth? (148)
Profetie en christelijke politiek
De laatste bijdrage is van J. Noordam. Hij schrijf over profetie en christelijke politiek. Ik moet zeggen: last but nog least. Ooit ontdekte Blenk het Elia/Obadja-model uit de tijd van Achab. (153e.v.) Elia staat voor de profetische, kritische stem in de samenleving (SGP/CU) en Obadja voor de persoon die medeverantwoordelijkheid draagt en soms tot compromissen komt. (CDA).
A. Rouvoet (CU), A. Klink (CDA) zijn het niet met Blenk eens. En Noordam al helemaal niet. Dit model bevestigt de status quo. (163) Elia en Obadja dienen in een en dezelfde persoon vervlochten te zijn, zoals bij Daniël. De bijdrage van Noordam krijgt naar mijn inschatting iets profetisch. Niet alleen als tegenstem tegen Blenk, maar in het vlijmscherp aan de kaak stellen van de diepe crisis waarin wij als land en volk verkeren, ook al lijkt het naar VVD-normen best wel aardig. Goed zo, Noordam!
Uitzicht
Aan het eind van het boek vinden we een lijst met een selectie van publicaties van Blenk. Het boek biedt veel. We krijgen een fraai portret van Blenk. Het portret correspondeert met de illustratie op de omslag. Blenk op de Nebo, waar ooit Mozes stond, uitziende naar het beloofde land. Als hij daar staat, spreken de woorden van De Reuver: 'De visie van Blenk is breed en zijn perspectief reikt ver. Hij hunkert naar het Koninkrijk Gods.'
Maar met Luther gelooft hij dat dit Rijk uit Gods handen komt en niet het product is van menselijke prestatie. Want hij weet dat we geen God hebben die slechts beveelt en zegt hoe het moet, maar een God, Die belooft en Zijn belofte gestand doet. Deze overtuiging vormt het kenmerk van de ware profetie: ze doorlicht niet alleen, maar biedt ook uitzicht.'
N.a.v. H. van den Belt en A. van Lingen (red):
Profetisch geïnspireerd. C. Blenk als historicus en theoloog.
Uitg. Quantes, Rijswijk; 174 blz.; € 15,00.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's