Uit de pers
Er is alleen een visserman
De vloedgolf die Zuidoost-Azië trof heeft onder gelovigen veel reacties opgeroepen. Hoe moet je omgaan met diepingrijpende vragen als: Waarom treft deze ramp bevolkingen die toch al in veel opzichten in de klem zitten? Hoe is de relatie tussen God en deze ramp? In VolZin (14 januari 2005) verzorgt Hein Schaeffer weer zijn aandeel in de rubriek Woord/Beeld.
Hij begint te vertellen hoe hij in de dagen na de ramp moest denken aan een themanummer van het maandblad Wending, dat in 1962 verscheen onder de titel: Het bittere raadsel van de goede schepping.
Zelf was ik in die tijd ook abonnee van dit blad en vond het terug in mijn boekenkast. In de bijdrage van prof.dr. J.P. Bakker (hij was toen hoogleraar in de fysische geografie) las ik een aantal interessante gegevens. Ongeveer vijfduizend jaar v.Chr. werden veel kustgebieden overstroomd. Waarschijnlijk als gevolg daarvan kennen niet minder dan 259 volken zondvloedverhalen.
Wij kennen de geschiedenis van de zondvloed uit Genesis. Die wordt daar beschreven als een door God gewild natuurgebeuren. De mens leeft in een wereld waar grote natuurrampen tot de steeds weerkerende gebeurtenissen horen. In de laatste duizenden jaren, aldus prof. Bakker, treedt in bepaalde gebieden ongeveer iedere 550 jaar een periode met een verhoogde stormvloedfrequentie op, met verhoogde kans op overstromingen. Bakker erkent dat wij het er vandaag moeilijk mee hebben als zomaar een relatie wordt gelegd tussen Gods straffend handelen en de dood van vele mensen.
Toch doet de Bijbel dat wel, zoals bijvoorbeeld in Genesis gebeurt bij de daar beschreven zondvloed. Maar ook in Psalm 18 wordt in beeldende taal Gods handelen en het gebeuren in de natuur met elkaar verbonden. Ik citeer: 'En Hij zond Zijn pijlen uit en verstrooide ze (...) en de diepe kolken der wateren werden gezien en de gronden der wereld werden blootgelegd, door Uw schelden, o HEERE! door het geblaas van de wind van Uw neus' (vss 15 en 16). Prof. Bakker concludeert daarom: 'De godsdienstig-diepzinnige mens die niet langs de dingen heenleeft, zoekt en vindt in de grote natuurrampen het bewijs van Gods majesteit, van Gods almacht, ook daar waar het hem slecht gaat.'
In het nummer van Wending worden ook gedichten geciteerd. Een ervan is het bekende Vragenderwijs van Guillaume van der Graft uit de bundel Vogels en irissen (1953).
Ik vroeg het aan de vogels
de vogels waren niet thuis.
ik vroeg het aan de bomen
hooghartige bomen,
ik vroeg het aan het water
waarom zeggen ze niets
het water gaf geen antwoord
als zelfs het water geen antwoord geeft
hoewel het zoveel tongen heeft
wat is er dan
wat is er dan, er is alleen een visserman
die draagt het water onder zijn voeten
die draagt een boom op zijn rug
die draagt op zijn hoofd een vogel.
Vragenderwijs: Wie heeft ze soms niet, vragen, kwesties, knopen in je bestaan? Wat moet je ermee? Waar kan je terecht? Denk in dit verband aan de vragen die te maken hebben met het Godsbestuur. Ik las een aansprekende uitleg van dit gedicht in een boekje van Henk van der Ent uit 1980 Geloven in Gedichten. De dichter geeft aan bij wie voor hem de oplossing van levensvragen te vinden is.
Eerst vroeg de dichter het overal op de aarde, aan alle elementen van de schepping: de vogels in de lucht, de bomen op de aarde en het water. Nergens vindt hij een antwoord. De vogels zijn er niet en kunnen daarom niet antwoorden. De bomen zijn hooghartig en zij willen daarom niet antwoorden. Ook het water geeft geen antwoord. Water heeft in de poëzie van Van der Graft te maken met leven, in de diepe zin van het woord. Maar als zelfs dat niet reageert, wat is er dan nog over, klinkt de wanhopige vraag. Waar kan ik terecht met de nood van al mijn levensvragen. Er is alleen een visserman.
Christus, de visser van mensen, de grote vis, de Ichtus, de Redder van de hele wereld. Die draagt de wereld met alle problemen die er zijn. Hij draagt het water, de bomen en de vogels. Hij liep over het water en droeg het kruis op zijn rug. En bij Zijn doop in de Jordaan kwam de Heilige Geest in de gedaante van een duif op zijn hoofd. Ik citeer Henk van der Ent nu letterlijk: 'Jezus is altijd thuis, hij is niet hooghartig, hij geeft altijd antwoord. Vragenderwijs kom je daar achter. Hij heeft alles wat bestaat in zijn handen. Wie een antwoord op zijn levensvragen wil hebben, komt bij Jezus' handen terecht.'
Wislawa Szymborska
Hein Schaeffer citeert in zijn al genoemde bijdrage een paar gedichten van de Poolse Nobelprijswinnares voor literatuur van 1997 Wislawa Szymborska. Schaeffer citeert uit de in 1998 verschenen bundeling van haar gedichten uit de jaren 1957-1997: Einde en begin (uitgave Meulenhoff).
Het gaat om het gedicht Elk geval. Hij laat enkele regels weg en geeft dat aan met (...) en zo nemen we het ook over inclusief het commentaar dat hij er vervolgens op geeft:
't Kon gebeuren,
't Moest gebeuren. (...)
Je werd gered, omdat je de eerste was.
Je werd gered, omdat je de laatste was.
Omdat je alleen was. Er mensen waren.
Omdat links. Rechts. (...)
Gelukkig was daar een bos.
Gelukkig waren daar geen bomen.
Gelukkig was er een stang, haak, balk, rem, stijl, bocht, een millimeter, seconde.
Gelukkig dreef er een strohalm voorbij.
Doordat, aangezien, toch, ondanks. (...)
Dus je bent er?
Recht uit het nog net afgewende ogenblik? (...)
Ik kan mijn verbazing niet op,
kan mijn zwijgen niet op.
Luister, hoe snel je hart in mij klopt.
Voor velen, rijken en armen, werd het ogenblik net niet afgewend. De hele wereld zag het gebeuren. Het hart klopte in onze keel. In bijeenkomsten werd gezwegen, geluisterd, gebeden. Het Franse journaal liet meerdere malen opnamen zien uit Taizé: ontroerde, ingetogen gezichten. Er kwam een vloedgolf van solidariteit op gang. Het besef ontstond dat wij mensen schepelingen zijn op hetzelfde schip. Werd er geworsteld met 'Het bittere raadsel van de goede schepping'? Misschien leven wij gaandeweg met overtuigingen, zoals die verwoord zijn in het Wending-nummer: 'Wij kijken niet om naar oorsprongen en eerste oorzaken, maar vooruit; want er is een belofte en een gebod ... ' Een overtuiging, door Wislawa Szymborska uitgesproken in wat zij veelzeggend Een parabel, noemt, - nu ook meer waar geworden. Ze vertelt over vissers die flessenpost vinden met de woorden:
'Mensen, red me! Ik ben hier. De oceaan heeft me aangespoeld op een onbewoond eiland; Ik sta op de kust en wacht op hulp. Haast u. Ik ben hier!' 'Geen datum. Het is vast al te laat; de fles ligt misschien al lang in zee,' zei de eerste visser.
'De plaats is ook niet aangegeven. We weten niet eens welke oceaan,' zei de tweede visser.
'Het is te laat noch te ver. Het eiland Hier is overal,' zei de derde visser.'
Dichters weten soms heel fijnzinnig gevoelens te verwoorden waar ons de woorden in de keel blijven steken. Daarom troosten ze meer dan allerlei krachtig klinkende regels die echter je hart niet raken. Is leven niet eerder: leven met vragen dan met nietszeggende antwoorden? Vragenderwijs, inderdaad!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's