De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De erkenning van zijn schuld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De erkenning van zijn schuld

6 minuten leestijd

DE VERLOREN ZOON [2] Vader, ik heb gezondigd. (Luk. 15:18)

Een viertal keren willen wij ons buigen over de gelijkenis van de verloren zoon. Vier kernwoorden staan daarin centraal: ontdekking, erkenning, ontferming, verheuging. Het tweede facet is: de erkenning van zijn schuld.
Het zal u opgevallen zijn dat deze woorden tweemaal in de gelijkenis staan vermeld. U vindt deze woorden in vers 18 en in vers 21. We hebben deze woorden echter niet gekozen uit vers 21, maar uit vers 18. Dan ziet u dat onze tekstwoorden zijn uitgesproken als een voornemen. U ziet dat deze woorden zijn uitgesproken, toen de verloren zoon nog zat bij de varkenstrog: 'Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.'
Nee, wij zijn niet zalig met een voornemen: maar ik wil u erop wijzen dat de erkenning van zijn schuld, zijn belijdenis van zonden, wel begint met een voornemen, met een beslissingsmoment. Met een krachtige innerlijke overtuiging. Er zijn veel mensen die weten hoe de weg tot God ongeveer zal moeten gaan. Ze weten op de klank af wat daar voor nodig is en wat er dan zo ongeveer gebeurt, maar als het gaat over hun eigen leven, is eigenlijk die beslissing nooit gevallen. Dat moment waarbij de wil naar de andere kant is omgebogen, kennen ze niet. Toch kan het belang daarvan niet genoeg onderstreept worden.
En nu zal dat bij de één meer in het oog springen als bij de ander. Nu zal het verschil uitmaken of wij als een Paulus tegen God gestreden hebben of als een Timotheüs aan de hand zijn meegenomen. Maar ook voor de Timotheüs onder ons is nodig de dagelijkse bekering en het dagelijkse voornemen om voor de Heere te leven. Weten dat u terug zou moeten gaan, is niet genoeg. Weten waar u terecht kunt en in welke richting u het zoeken moet, de verloren zoon had het u zo kunnen vertellen, maar dat is niet genoeg. Nee, dit is van belang dat er een beslissingsmoment aanbreekt. Daar begint het mee. Een heilig voornemen.
Wij vinden dat natuurlijk veel te doenerig en veel te methodistisch en toch zal het zonder dat moment niet gaan. 'Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan.'
Maar laten we er eens op gaan letten op welke manier die jongen tot zijn vader wil naderen. Wat is zijn houding? Hoe wil hij die schuld erkennen?
Om te beginnen, ziet hij in dat de schuld onvoorwaardelijk bij hemzelf ligt. Hij is het geweest die moedwillig met het vaderhuis heeft gebroken. Er is niemand die hem daartoe gedwongen heeft. Het waren niet de omstandigheden die hem daartoe aanleiding gaven. Het was niet zo dat de sfeer thuis van dien aard was dat die jongen het huis wel moest ontvluchten. Nee, hij, en hij alleen is verantwoordelijk voor het ongeluk waarin hij verzeild geraakt is. Dat is een van de dingen die de Heere je laat zien. 'Vader, ik heb gezondigd.'
Let u op dat woordje 'ik'. Hij zegt straks niet: vader, wat jammer dat het zo gelopen is. Hij wil ook niet zeggen: vader, ik denk dat wij kunnen vaststellen dat wij allebei fouten hebben gemaakt. Of: vader, ik denk dat we moeten zeggen dat de situatie wat uit de hand gelopen is. Nee: 'ik'. Heel veel mensen kunnen het woordje 'ik', als het gaat om de erkenning van schuld, niet spellen. Ze zijn tot op deze dag bezig om hun schuld op te delen. Natuurlijk moeten ze van hun schuld worden verlost, ze zijn ook niet brandschoon, maar voor hun misère zijn ze toch niet helemaal zelf verantwoordelijk. Als er één waarheid is in de Schrift waar de Heere ons van wil overtuigen, dan is het deze: wij hebben gezondigd en wij alleen. Er is geen enkele grond om God de schuld te geven van onze honger. Dat willen we graag, en dat doen we volop. Maar die jongste zoon heeft dat afgeleerd.
Dat is een van de dingen als we komen tot die erkenning van schuld. Dan zijn we ervan doordrongen dat er aan Gods kant alleen maar goed ligt. Dan zijn we er van doordrongen dat Hem niets te verwijten valt. Ja, die jongen gebruikt hier dat zwaargeladen woord 'zonde'. En dat is eigenlijk het meest radicale woord. Als in de Bijbel het woordje 'zonde' wordt gebruikt, dan gaat het om een vergrijp waar de doodstraf op volgen kan. Zelfs in het dagelijks spraakgebruik. Wij lezen bijvoorbeeld dat de schenker en de bakker tegen hun heer, de Farao, zondigden. Dat wil zeggen dat zij een dermate zwaar vergrijp pleegden dat er de doodstraf op volgen kon. En u weet die bakker heeft ook daadwerkelijk de doodstraf gekregen. Zó zwaargeladen is dat woordje 'zondigen'. Die verloren zoon zegt dus niet: ik heb een verkeerde inschatting gemaakt. Hij zegt niet: vader, ik heb me vergist. Of: vader, u had toch gelijk. Nee: hij zegt, 'vader ik heb gezondigd'. Dat is nu het kernprobleem van die jongen geworden.

Is dat ook onze grootste nood? Wij zouden verwachten dat het eerste wat over de lippen van die verloren zoon zou komen is: vader, ik heb honger.
Maar dat is niet wat hij zich voorneemt om te zeggen. Nee, zijn grootste nood is: 'vader, ik heb gezondigd'. Als we de Heere in gedachten krijgen net als die verloren zoon, dan krijgen we daar het meest mee te maken: wat een verdriet heb ik deze God gedaan. Wat een schade heb ik aangericht aan Zijn Koninkrijk. Wat heb ik Zijn goede gaven verkwanseld en veracht. Wat heb ik er de wereld mee gediend en wat heb ik er mijzelf mee gediend in plaats van Zijn zaak te bevorderen. Die jongen gaat dat zien en dat wordt nu zijn grootste nood. Nu moest die verloren zoon vanuit dat vergelegen land een lange barre tocht ondernemen om tot zijn vader te komen, maar u hoeft geen weken of jaren onderweg te zijn. U mag tot Hem gaan en Hem aanroepen. 'Heden, zo gij Zijn stem hoort ...'
De zoon wist van te voren niet hoe zijn thuiskomst zou zijn, maar u kunt dat wel weten, het wordt u vanuit de Schriften voorgehouden. 'Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen'.

G. VAN WIJK, WEZEP

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De erkenning van zijn schuld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's