Sterk getuigenis van eenvoud
GEREFORMEERD EN EVANGELISCH [2]
De vraag of de evangelische traditie haar wortels direct heeft in de doperse beweging en als een voortzetting daarvan kan beschouwd worden, is niet zonder meer bevestigend te beantwoorden. Dopersen vormden in de zestiende eeuw een derde soort reformatie. De motieven die we hier aantreffen, herkennen we uit een eeuwenomspannende traditie, die er vanaf de tweede eeuw is geweest en die een zelfstandig spoor trekt in de geschiedenis. Er is bij de dopers sprake van een zekere biblicistische onderwaardering van het Oude Testament en daarmee ook een loskoppeling van kerk en gemenebest. De gemeente bestaat uit bewustgelovigen, die in de doop getuigenis afleggen van hun geloof. In die zin is er wel sprake van een zekere overeenkomst met de evangelische beweging van vandaag. Maar we dienen niet te vergeten dat de oorspronkelijke doperse motivatie omgebogen is na het debacle van Münster in de zestiende eeuw. De periode die daarna aanbreekt onder Menno Simons, geeft ons weinig in handen om hier de genealogie van de evangelischen te zoeken.
De evangelische beweging als zodanig leunt in veel gevallen aan tegen de gevestigde kerken, in een relatie die moeilijk is te omschrijven. Zoals in de late Middeleeuwen de kleine huisjes tussen de steunberen van de kerk werden neergezet, zo ontleent de evangelische beweging veel van haar kracht aan wat zij van de kerk heeft geleend.
Anderzijds leeft zij ook van de belijdenismoeheid die in de kerken vrij grootscheeps aanwezig is, zoals zij ook leeft van haar soms terechte kritiek op de kerken als zodanig, op haar structuur en organisatie. De logheid van het gesystematiseerde administratieve lichaam dat kerk heet, levert haar de argumenten om een kleinschalige gemeente op te bouwen, waar het enthousiasme van de onderlinge gemeenschap wordt ervaren. Soms moet men zeggen dat het in de beweging helemaal niet om kerken maar om personen gaat, die gegrepen zijn door het evangelie. Daar past geen uitgewerkte ecclesiologie bij. Tegelijk zien we dat pinkstergemeenten op zoek zijn naar blijvende structuren, die hecht genoeg zijn om de kleur van eigen geloofservaring door te geven in de sfeer van de moderne oecumeniciteit.
Situatieschets
In tal van gemeenten die stevige wortels hebben in de reformatorische traditie, is men vandaag sterk geporteerd voor het evangelicale. De vraag is wat daarvan de oorzaak is. Wat is het geheim van de aantrekkingskracht, niet alleen op ouderen, maar vooral op jongeren?
Dat er van het evangelicale een zekere aantrekkingskracht uitgaat, is bekend. Het is niet alleen te constateren binnen de gemeenten van de Gereformeerde Bond doch evenzeer bij de kerken die zich verdeeld hebben over de zogenoemde gereformeerde gezindte. Wie het voorlaatste nummer van Kontekstueel leest, begrijpt dat vooral de factor van wat ik zou willen noemen de gevulde ervaring, daarbij een rol speelt. Daarmee bedoel ik een vorm van emotionaliteit, die niet zonder inhoud is, maar waarbij die inhoud is gereduceerd tot enkele grondervaringen. Ze zijn meestal van simpele aard. Welbeschouwd gaat het dan om de centrale inhoud van de boodschap der verlossing. De soteriologie zou men kunnen zeggen, staat daarbij hoog genoteerd. Het is vooral de persoonlijke betrokkenheid op de boodschap van de genade. Eén ding is nodig. En dit éne ontvangt alle nadruk: de ervaringsmatige of gevoelsmatige zekerheid om verlost te zijn en als verlost kind van God te leven.
Het is de vraag of het alles niet te oppervlakkig is. Het feit ligt er dat er van deze simplicitas een sterk getuigenis uitgaat. Men kan er ook door geërgerd worden. En menigeen ondergaat dié ervaring bij dit alles, omdat het te eenvoudig is, te gemakkelijk overgenomen, te zeer in de sfeer van het gevoel zich afspeelt. De middelen waardoor deze ervaringen worden opgeroepen, zijn ook eenvoudig. Het instrumentarium en de muziek speelt daarbij een rol, de herhaling van de woorden, die niet zelden in korte sententies worden weergegeven, de overgave waarmee men zingt: het werkt alles mee.
Het gevoel dat de mensen ook inderdaad meedoen en actief bij de samenkomst betrokken zijn, speelt daarbij ook een rol van betekenis. De gemeenschapszin die daar ervaren wordt, voldoet aan een behoefte, die in de maatschappij geen vervulling kan vinden. Ook in de grotere, gevestigde kerken ontbreekt deze nogal eens.
Reformatie en Nadere Reformatie over geloofservaring
Hoe het komt dat in tal van gemeenten met wortels in de reformatorische traditie, een zo grote belangstelling aanwezig is voor het evangelicale, is de volgende vraag. Voor een deel zou het antwoord kunnen zijn dat juist hier op de bodem van Reformatie en Nadere Reformatie de voorwaarden aanwezig zijn, die een verlangen naar authentieke ervaring oproepen. Wat is de Reformatie anders geweest dan een grootschalige uiting van een geheel nieuwe ervaring. Tegenover het instituut komt de dynamiek te staan. Wie Luther leest en proeft, hetgeen vrijwel vanzelf gaat, ontmoet in hem een mens die weet wat de ervaring van de genade, van het Woord, ook wat de ervaring van de aanvechting inhoudt. Zijn sprankelende taal in de preek en in het geschrift heeft vandaag weinig van haar kracht ingeboet. Op de een of andere manier is dit blijven hangen in de reformatorische prediking, waarin genade en Woord een primaire rol toebedeeld krijgen.
Ook in Calvijn ontmoet men een mens die de experientia van het geloof op een zeer persoonlijke manier heeft beschreven. De me non libenter loquor is een gevleugeld woord geworden en gebleven. Hij praat niet graag over zichzelf. Maar wie zijn dikke commentaar op de Psalmen leest, ontmoet de gelovende mens, die ook weet heeft van de tegenstrijdige gevoelens die op een en hetzelfde moment in de ziel van een mens kunnen omgaan. De Reformatie heeft het element van de ervaring weer naar voren gehaald. Een mens moet door zijn eigen geloof behouden worden en niet door dat van een ander, ook niet door dat geloof, waarin het Credo op een onpersoonlijke, institutaire manier door de kerk wordt beleden.
Luther is geen ervaringstheoloog, maar de beleving van het geloof komt bij hem, en ook bij Calvijn tot haar recht. Experientia docet: op de school van de ervaring leert men het meest.
Wat van de Reformatie geldt, moet niet minder van de Nadere Reformatie, het Piëtisme en het Puritanisme gezegd worden. Zelfs in versterkte mate. Het Piëtisme ontleent veel aan Luther en heeft van hem vooral onthouden dat een mens door de wet, ook in de sfeer van de ervaring, zijn ellende moet leren kennen. De Nadere Reformatie en het Puritanisme zijn als beweging begonnen met een accentuering van de kerk als instituut, nader, further te reformeren. Beide bewegingen hebben een soort verinwendiging doorgemaakt, die bijvoorbeeld bij Perkins te zien is, en bij Voetius niet minder. Uit dit brongebied stammen motieven, die op een andere manier ook bij de evangelicalen aangetroffen worden. Geen wonder dus dat een vorm van affiniteit de aantrekkingskracht versterken kan en dit ook metterdaad doet. Gemeenten die uit de Reformatie stammen en sterk beïnvloed zijn door de Nadere Reformatie, hebben in hun geestelijke bagage ook dikwijls de waarde van de ervaring meegekregen. Vandaar de herkenning, simpel op het vlak van de ervaring, of emotioneel gekleurde bevinding in de reformatorische of nader-reformatorisch traditie.
Herkenning en aantrekkingskracht
In zekere zin treden zij die naar een evangelische gemeente overgaan, niet over naar een in wezen vreemd terrein. Zij vinden, zo menen zij, de kern van hun eenvoudige geloof, in versterkte mate aan in een bijeenkomst, waar aan die eenvoud gestalte wordt gegeven, in woord en lied, in sfeer en participatie. De aantrekkingskracht openbaart zich op een gemeenschappelijk terrein.
De situatie in de eigen gemeente kan daarbij een rol spelen. Te denken valt aan de verdovende invloed van de gewenning aan tradities en gewoonten die binnen de gemeente overgeleverd werden van geslacht op geslacht en die de vitaliteit van het evangelie zelf doden. De verwondering over het evangelie van de verzoening en vergeving, van rechtvaardiging van de goddeloze zondaar ontbreekt dan. Er is orthodoxie genoeg, maar de orthopraxie ontbreekt. We spreken soms over een dode orthodoxie, die de woorden van de zaken hanteert, maar die de zaken van de woorden niet van binnenuit kent. Het gaat dan om de verobjectiveerde subjectiviteit, waarbij alle stadia van het bevindelijke leven zo gedifferentieerd worden getekend, met alle kenmerken die men er aan kan verbinden, dat men zich terug kan wanen in de tijd van voor de Reformatie, waarin het onderscheid tussen attritto en contritio een wezenlijke betekenis kreeg bij de vraag van vergeving en verzoening. De bevindelijkheid is van haar levende kracht ontdaan en ingekapseld in een systeem, waarin tot in de finesses de emotionele gewaarwordingen onder de loep worden genomen. We hebben het dan over een systeem, waarbij het geloof in Christus soms plaats heeft moeten maken voor het in lijdelijkheid omgaan met de idee van voorbestemming en uitverkiezing, waardoor het zoeken van het heil wezenlijk belemmerd wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2005
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's