De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. C. Harinck: Geloof en zekerheid (serie De heilsorde).

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. C. Harinck: Geloof en zekerheid (serie De heilsorde).

7 minuten leestijd

Ds. C. Harinck:
Geloof en Zekerheid (serie De Heilsorde.
Uitg. Den Hertog, Houten; 276 blz.; € 17,50.

Van de hand van Ds. C. Harinck, emeritus predikant van de Gereformeerde Gemeenten, verscheen als tweede deel in de serie de Heilsorde, een beschrijving van de verhouding tussen geloof en zekerheid. Gezien het belang ervan en de vragen die ermee verbonden zijn, is dit een aangelegen onderwerp. Collega Harinck heeft zich serieus van zijn taak gekweten. Het resultaat van zijn diepgravende, analytische studie op het punt van de geloofszekerheid is verrassend en boeit van het begin tot het einde.
De veelheid aan informatie geeft soms wel een vermoeiend gevoel, maar het af en toe nemen van een leespauze helpt om de draad vast te houden.
In de eerste twee hoofdstukken laat ds. Harinck ons zien wat geloof en zekerheid in hun Schriftuurlijke samenhang betekenen. De Schrift toont aan dat de zekerheid tot het wezen van het geloof behoort (blz. 44). Door dit geloof leeft de rechtvaardige en wordt hij zalig (blz. 46). Al vergt zijn bewijsvoering wel enig geduld, ik ben blij met deze beide conclusies. Wel lijkt mij de vooronderstelling van Adams val in verband met Lukas 19:10 erg speculatief (blz. 27). Ik vind ook dat de 'gangbare' toepassing van Mattheüs 9:12 , gezien de context, niet juist is. Niet de zieke zoekt de dokter. Bedoelt Jezus' antwoord niet het omgekeerde? (blz. 28 en passim).
Hoofdstuk 3 is een heldere analyse van hoe men van de oud-christelijke kerk tot en met de Middeleeuwen over geloof en zekerheid in hun onderlinge samenhang dacht. Blijkens de gegevens was in de bijbelse periode het geloof veel meer verbonden met de blijdschap dan met de vraag naar zekerheid. Harinck zegt: 'De christenen toen poneerden geen dogmatische stellingen, maar gebruikten gewoon de taal der Schrift om hun opvattingen te ondersteunen' (blz.54). Iets om vandaag temidden van veel geharrewar jaloers op te worden! In de latere periode krijgt het scholastieke denken hieromtrent de overhand. Dan wordt de blijdschap ingeruild voor de twijfel en gaat men er in navolging van het Concilie van Trente (1545-1548) van uit dat persoonlijke geloofszekerheid alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk is. 'Beter eerlijke twijfel dan ijdele zekerheid', zei men (blz. 63). Graag had ik gezien dat de auteur hier al gewezen had op de nawerking van dit roomse zuurdesem binnen de huidige kerkelijke context. Dwalingen leiden nu eenmaal een lang  en taai leven.
Collega Harinck schenkt in hoofdstuk 4 ruim aandacht aan Geloof en zekerheid bij de Reformatie. Terecht, want het was de meest cruciale zaak waar het in de controverse tussen Rome en de Reformatie om draaide. Leerzaam, verrijkend, bemoedigend weet Harinck het geloofsstandpunt van Luther en Calvijn in dezen weer te geven. In het kort komt het hierop neer en komt het er op aan: Een waar geloof is een vast vertrouwen in het hart, waardoor Christus wordt aangegrepen (Luther). Ds. Harinck onderstreept dit met de opmerking: 'Luther noemt de zekerheid het geboorterecht van iedere christen' (blz. 73). Collega Harinck zal het wel met mij eens zijn dat die boodschap van geloofszekerheid in de verkondiging moet doorklinken, zeker als hij met Luthers opvatting instemt, die stelt: 'Een gelovige kan ook in duisternis en aanvechtingen zeker zijn van Gods heil, omdat hij zeker is van Gods belofte' (blz. 77).
Waarom heeft hij zijn schitterende uiteenzetting niet omgezet in pasmunt voor een heldere prediking, in het ontbreken waarvan wellicht een van de oorzaken van veel onzekerheid ligt? Het is nogal wat wanneer Luther de onzekerheid onder meer wijt aan satans influistering, wanneer die zegt dat Christus alleen voor de uitverkorenen gekomen is (blz. 85).
Even zegenrijk is het nader kennis te maken met Calvijns theologische en pastorale verdediging van de zekerheid des geloofs. Samengevat komt het er op neer: Het geloof zegt 'amen' op het gehele woord van God, maar bijzonder op de belofte van het evangelie. Of het geloof (eigenlijk, curs. H.V.) begint bij de belofte van Gods genade in Christus (blz. 99)? Calvijn leert ons: 'Het geloof heeft tot taak de waarheid Gods te onderschrijven zo dikwijls Hij spreekt, al wat Hij spreekt en op welke wijze Hij spreekt' (Inst. III-II- 7). En ook: 'Wij worden door het geloof in Gods Woord gewaar, dat God terzelfder tijd vertoornd op ons en onze zonden is en nochtans genadig.' (idem, III-II-12). Harinck laat gelukkig duidelijk zien dat voor Calvijn zekerheid tot het wezen van het geloof behoort, omdat het geloof zijn oorsprong vindt in het Woord van God, rust op het Woord van God en daarin zijn zekerheid en vastheid vindt (blz. 92). Wat een adembenemende eenvoud! Helaas is het daarbij niet gebleven.
De tweede generatie der Hervormers legde - de een meer, de ander minder - geloof en zekerheid uit elkaar. In hoofdstuk 5 wordt deze ontwikkeling getekend. De gedachte dat het geloof wel zeker is van Gods beloften, maar niet tegelijk zeker is van zijn zaligheid, won steeds meer veld. Ook vond men dat Calvijn naar de kant van de twijfelende gelovigen niet voldoende pastoraal bewogen was. Ik mis bij collega Harinck enigszins een duidelijk verweer tegen dit mijns inziens onterechte verwijt. Want wat is meer bijbels pastoraal dan de onzekere gelovige op te bouwen in het geloof en zo te funderen op de enige grond van zaligheid, Gods beloften die in Christus Jezus ja en amen zijn?
Gelukkig zegt Harinck ook wel: 'De objectieve zekerheid en de subjectieve zekerheid horen bij elkaar en bepalen samen het geloof. Zekerheid is bij de reformatoren in de eerste plaats niet de zekerheid van Gods genadewerk in ons, maar de zekerheid van Gods belofte voor ons' (blz .127). Ik mag aannemen dat Harinck zelf er net zo over denkt. Het is me echter niet met één oogopslag duidelijk geworden.
Uit hoofdstuk 6, waar het gaat over geloof en zekerheid in de Nadere Reformatie, maak ik uit de genuanceerde uiteenzetting van Harinck op dat men op min of meer rationalistische benaderingswijze geloof en zekerheid als twee aparte grootheden voorstelt. Wij raken op die manier wel een heel eind uit de buurt van het oer-reformatorische beginsel, wanneer - zonder direct namen te noemen, want er werden ook andere geluiden gehoord, onder andere van Th. van der Groe - (zij het dan uit pastorale overwegingen) de 'hebbelijkheid' en de 'dadelijkheid' (habitus en actus) van het geloof zo onderscheiden worden dat men stelt: De kennis des geloofs is niet aanstonds het geloof dat Jezus mijn Zaligmaker is.
Het evangelie belooft wel zaligheid aan allen die geloven, maar dat zegt niet dat ik het ware geloof bezit en reeds persoonlijk deel heb aan de vergeving der zonden. Daarvoor moet je over kenmerken van het ware geloof beschikken. Een tweede grond van zekerheid dus naast het geloof dat rust in Gods beloften. Je moet weten of je geloof een waar geloof is en dat valt op te maken uit de kenmerken.
Geen wonder dat op die manier in toenemende mate de onzekerheid in de hand werkt en nog steeds wordt gewerkt. Een erfenis waar velen mee zitten en onder zuchten of ... (ik moet er niet aan denken) vanzelfsprekend vinden. Ik had hiertegen een krachtiger protest van de auteur verwacht. Een protest dat niet ten koste hoeft te gaan van de hoge waardering van het zegenrijke van de Nadere Reformatie, evenmin van het feit dat de rechtvaardige van de vruchten (iets anders dan merktekenen) van zijn geloof verzekerd mag zijn. Het laatste of zevende hoofdstuk, de Terugblik, ontkomt niet aan doublures, had mogelijk beknopter gekund.
Harinck laat op een sympathieke, bewogen manier eerlijk de gevaren zien die aan het wegdwalen van het reformatorisch beginsel in dezen kleven.
Ten slotte nog deze vraag: Geloven per conclusie is gevaarlijk. Helemaal akkoord. Maar is geloven mede op grond van een sluitrede geen conclusie? Met alle waardering, maar hierop krijg ik geen helder antwoord van mijn geachte collega. Ik kan deze studie niettemin als zeer leerzaam hartelijk aanbevelen. Ik teken erbij aan dat je wel een heel beetje in de tale Kanaäns thuis moet zijn om het een en ander goed te kunnen volgen. Hoe verwoorden we de bijbelse eenvoud van de geloofszekerheid naar onze tijd en naar onze jonge vrienden toe?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ds. C. Harinck: Geloof en zekerheid (serie De heilsorde).

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's